Als PR-persoon droom je altijd van een hype. Een pielig nieuwsfeitje dat dankzij jou ergens in de media verschijnt en er vervolgens voor zorgt dat alle camera’s zwenken, de harige microfoons in stelling worden gebracht en kranten, websites en blogs volstromen met het nieuwe nieuws van de dag. Als mens daarentegen, word ik steeds meer mediamoe.
Televisie kijk ik voornamelijk ’s nachts. Ik zap wat tussen de herhalingen van Pauw en Witteman, Nova en DWDD. Inslapend bij de waan van de week, de volgende ochtend gewekt door Goedemorgen Nederland. Overal zie ik een herhaling van zetten. Dezelfde mensen doen dezelfde uitspraken over hetzelfde onderwerp. Of ze houden hun zojuist verschenen boekje omhoog en maken dezelfde ingestudeerde grap.
Nieuws wordt pas nieuws als het nieuws is. Luie journalisten spitten door de krant van de buren, op zoek naar een opvallend bericht. Ze bellen de hoofdpersonen op zoek naar een eigen quote en hebben een leuk item voor de radio of hun eigen krant. De regionale kranten zoeken een plaatselijke held om het verhaal te vertellen, de tv haalt een expert uit de televisiemanege die bereid is om zijn briljante licht op de kwestie te laten schijnen.
Is het de schuld van de journalisten zelf, dat de pers een kopieermachine is geworden? Of bedienen ze hun lezers, dus de adverteerders op hun wenken? Willen wij gewoon lezen en horen waar we het bij het koffieautomaat of ’s avonds bij de boerenkool over hebben gehad of moeten hebben? Of in de Kamer, want ook het hele politieke debat draait tegenwoordig om snelle mediaquotes over onderwerpen die de burgerman bezighouden. Massaal duikt iedereen op een stompzinnige opmerking over hoofddekselbelasting. Aan de lopende band bericht iedereen over ontsnapte gevangenen. Amerikaanse toestanden!
Het voordeel is dat de wereld wel lekker overzichtelijk is. De tv kan best eens uit. We kunnen tussendoor via Twitter het hoofdnieuws volgen en tijd vrijhouden om lekker uit eten te gaan, te bloggen en persberichtjes te tikken en vooral nieuwe hypes te creëren.
