De wekker ging en ik keek in de rode ogen van de positiviteitsgoeroe. “Emile, Emile, we moeten eruit.” Hij kroop nog wat dichter tegen me aan. Ik voelde zijn mannelijkheid. Hij huilde zachtjes en jammerde: “Ik ben al een tijdje niet in het nieuws geweest en de laatste keer heb ik zoveel stront over me heen gekregen. Jij bent toch een imago-expert? Je moet mij redden, lieverd.”
Ik zei: “je moet gewoon iets roepen waar de hele Nederlandse pers mee aan de haal gaat. Iets over moslims.”
“Nee!” schreeuwde Ratelband. “Homo’s. Ik doe iets met homo’s. Dan ontkracht ik meteen de geruchten dat ik het met jou zou doen. Ik zeg gewoon dat homoseksualiteit een vorm van seksverslaving is. Een ernstige ziekte waar je voor behandeld moet worden.”
“Poes,” aaide ik Emile. “Ik zou het niet doen. Homo’s zijn hip. Straks blijf je hele leven kroketten bakken, en kom je nooit meer op dat podium. Je kunt beter iemand pakken die al jaren dood is. Lady Di of Bin Laden en daar wat negatieve dingen over roepen.”
“Nee, ik heb nog een journalist in mijn telefoon staan. Ik bel hem op. Bovendien: ik mag het zeggen: mijn eigen zoon is zo gay als de neten.” Ik probeerde Emile vast te klemmen in mijn armen, maar hij rukte zich los. “Tjakkaa! Homo’s zijn ziek! Heb je die? Dat wordt de kop. Homo’s zijn ziek. En ik mag het zeggen, want mijn eigen zoon is zo gay als de neten. Alleen met zelfdiscipline kunnen ze zichzelf redden.”
De lieve man ratelde verder. Alle media namen zijn verhaal gezellig over. Nu zit hij thuis. Zijn patatkraam kan niet meer gered worden, al heeft Wouter Bos het hele weekend rond de tafel gezeten met Bram Ladage en McDonald’s. De telefoon gaat niet meer. Niemand wil een man boeken die Afganistan wil bombarderen en homo’s haat. Rolls en Royce laten hem ook links liggen, net als zijn vrouw. Hij stuurde me gisteren een sms-je. “Ik denk veel aan je. Ik ga een politieke partij beginnen. Ik spring in het gat rechts van de PVV. Kusje erop, E.”
