Zijn varkensoogjes keken me dommig aan, toen ik vertelde waar ik heen moest. De straatnaam kwam hem niet bekend voor. Wat ik ook had gezegd, hij had toch niet geweten waar het lag. Hij bromde in een onherkenbare taal. Ik had zo gehoopt dat er inmiddels normale taxi’s op CS stonden. En dat de chauffeurs met de blauwe TX-sticker inderdaad allemaal dat cursusboek uit hun hoofd kenden, dat iemand me een keer met trots liet zien. “Ik ken alle begraafplaatsen uit mijn hoofd!” Volgens de stichting staat het keurmerk voor eerlijke chauffeurs en een comfortabele rit. Fijn.
Het zwetende taxivarken begon te rijden en ik dacht alleen maar aan uitstappen. Eerdere taxitrauma’s schoten door mijn hoofd. Aan de zes uur durende dodenrit tussen twee Italiaanse luchthavens. In totaal heb ik 32 afscheidssms’jes gestuurd, omdat ik ervan overtuigd was dat we of zouden crashen, of dat mijn hart het zou begeven. Of de rit na mijn ontvoering in Istanbul, waarbij ik in alle mogelijke talen aan de chauffeur vroeg wat het adres was waar ik door de ontvoerders in een taxi was gestopt, zodat de politie de traliekelder zou kunnen terugvinden. Hoe naïef. Ook hij bleek in het complot te zitten. Het was allemaal niets, vergeleken deze keer.
Ook al heb ik het richtingsgevoel van een PvdA-politica, ontdekte ik al snel dat we op het foute pad waren geraakt. Ik pakte de eerste levensbehoefte uit mijn binnenzak en vroeg de immer wijze Google Maps om raad. De onverstaanbare reus griste ongeduldig de iPhone uit mijn hand en begreep duidelijk niet waarom ik steeds over het schermpje aaide. De auto vloog bijna tegen een viaduct toen hij zijn worstenvinger door het glas wilde drukken. Ik wist nu hoe lady Di zich de laatste ogenblikken voelde.
Ik nam het heft in handen en legde hem uit hoe hij kon rijden. In drie talen, versterkt met handgebaren. Hij luisterde niet en het blauwe knipperstipje op mijn scherm schoot steeds te ver door. Toen we eindelijk op mijn feestbestemming waren beland, vertelde hij in vingertaal hoeveel euro ik hem moest betalen. 23. Ik gaf drie tientjes en hield mijn hand op. Hij gromde dat hij ‘no change’ had en ging er doodleuk vanuit dat hij een fooi zou krijgen. Ik vertelde hem in vloeiend ABN dat we tien kilometer waren omgereden en dat ik eerder een fooi had verdiend, vanwege mijn geweldige navigatietechnieken. Ik griste een tientje uit zijn bonkige handen, stapte uit en bewees dat ik ook vloeiend vingertaal spreek.
Door zijn ogen zag ik een kleine ontploffing in zijn hoofd. Hij stapte de auto uit en kwam als een briesende gorilla op me afgestormd. “Kill you!” Als een bangig meisje van amper 7 zette ik het op een hollen en hoorde Jurassic Parc-achtige geluiden achter me. Ik dacht aan de taxidode op het Leidseplein. Ik worstelde me door de gastenlijstrij die uiteen stormde en vloog het veilige feestgedruis in. Ik sloeg een troostende prosecco achterover en kreeg van iemand een onherkenbaar makende papiersnor opgeplakt.
De knalblauwe TX-sticker is een pleister op de houten poot. Ook de Taxiwet en de verscherpte controles leveren weinig op. De taxibranche lijkt door en door verziekt. Dan kan een gemeente nog zoveel aan citymarketing uitgeven en mooie campagnes optuigen, maar een taxi is het belangrijkste visitekaartje. Vaak de eerste en de laatste indruk die een bezoeker aan een stad als Amsterdam krijgt. Ik zou als stad ALLES doen om ervoor te zorgen dat dit soort honden van de straat worden gehaald. Of de SMS-service van Taxirating de oplossing is, dat moeten we nog zien, maar het zet in ieder geval de klant centraal. Ik heb in ieder geval de TXXI-App gedownload, voor het geval dat ik mijn leven weer eens op het spel zet in een Amsterdamse taxi.
