Dodenrit

21 november, 2009 door vincent-van-dijk

Zijn varkensoogjes keken me dommig aan, toen ik vertelde waar ik heen moest. De straatnaam kwam hem niet bekend voor. Wat ik ook had gezegd, hij had toch niet geweten waar het lag. Hij bromde in een onherkenbare taal. Ik had zo gehoopt dat er inmiddels normale taxi’s op CS stonden. En dat de chauffeurs met de blauwe TX-sticker inderdaad allemaal dat cursusboek uit hun hoofd kenden, dat iemand me een keer met trots liet zien. “Ik ken alle begraafplaatsen uit mijn hoofd!” Volgens de stichting staat het keurmerk voor eerlijke chauffeurs en een comfortabele rit. Fijn.

Het zwetende taxivarken begon te rijden en ik dacht alleen maar aan uitstappen. Eerdere taxitrauma’s schoten door mijn hoofd. Aan de zes uur durende dodenrit tussen twee Italiaanse luchthavens. In totaal heb ik 32 afscheidssms’jes gestuurd, omdat ik ervan overtuigd was dat we of zouden crashen, of dat mijn hart het zou begeven. Of de rit na mijn ontvoering in Istanbul, waarbij ik in alle mogelijke talen aan de chauffeur vroeg wat het adres was waar ik door de ontvoerders in een taxi was gestopt, zodat de politie de traliekelder zou kunnen terugvinden. Hoe naïef. Ook hij bleek in het complot te zitten. Het was allemaal niets, vergeleken deze keer.

Ook al heb ik het richtingsgevoel van een PvdA-politica, ontdekte ik al snel dat we op het foute pad waren geraakt. Ik pakte de eerste levensbehoefte uit mijn binnenzak en vroeg de immer wijze Google Maps om raad. De onverstaanbare reus griste ongeduldig de iPhone uit mijn hand en begreep duidelijk niet waarom ik steeds over het schermpje aaide. De auto vloog bijna tegen een viaduct toen hij zijn worstenvinger door het glas wilde drukken. Ik wist nu hoe lady Di zich de laatste ogenblikken voelde.

Ik nam het heft in handen en legde hem uit hoe hij kon rijden. In drie talen, versterkt met handgebaren. Hij luisterde niet en het blauwe knipperstipje op mijn scherm schoot steeds te ver door. Toen we eindelijk op mijn feestbestemming waren beland, vertelde hij in vingertaal hoeveel euro ik hem moest betalen. 23. Ik gaf drie tientjes en hield mijn hand op. Hij gromde dat hij ‘no change’ had en ging er doodleuk vanuit dat hij een fooi zou krijgen. Ik vertelde hem in vloeiend ABN dat we tien kilometer waren omgereden en dat ik eerder een fooi had verdiend, vanwege mijn geweldige navigatietechnieken. Ik griste een tientje uit zijn bonkige handen, stapte uit en bewees dat ik ook vloeiend vingertaal spreek.

Door zijn ogen zag ik een kleine ontploffing in zijn hoofd. Hij stapte de auto uit en kwam als een briesende gorilla op me afgestormd. “Kill you!” Als een bangig meisje van amper 7 zette ik het op een hollen en hoorde Jurassic Parc-achtige geluiden achter me. Ik dacht aan de taxidode op het Leidseplein. Ik worstelde me door de gastenlijstrij  die uiteen stormde en vloog het veilige feestgedruis in. Ik sloeg een troostende prosecco achterover en kreeg van iemand een onherkenbaar makende papiersnor opgeplakt.

De knalblauwe TX-sticker is een pleister op de houten poot. Ook de Taxiwet en de verscherpte controles leveren weinig op. De taxibranche lijkt door en door verziekt. Dan kan een gemeente nog zoveel aan citymarketing uitgeven en mooie campagnes optuigen, maar een taxi is het belangrijkste visitekaartje. Vaak de eerste en de laatste indruk die een bezoeker aan een stad als Amsterdam krijgt. Ik zou als stad ALLES doen om ervoor te zorgen dat dit soort honden van de straat worden gehaald. Of de SMS-service van Taxirating de oplossing is, dat moeten we nog zien, maar het zet in ieder geval de klant centraal. Ik heb in ieder geval de TXXI-App gedownload, voor het geval dat ik mijn leven weer eens op het spel zet in een Amsterdamse taxi.

Oostbrok

9 november, 2009 door vincent-van-dijk

Het lijkt een beetje science-fiction, als je in de lift van de enorme openbare bibliotheek van Amsterdam staat. Opeens klinkt uit de luidspreker in het plafond: GESCHIEDENIS. Een ouwe Duitse vrouw met een olijk gebreid mutsje grapt tegen me: “Zullen we het verleden laten rusten en verder richting de toekomst gaan?” Ik geef haar gelijk en we reizen door naar de bovenste verdieping. Ze is hier voor een lezing over de val van de muur. Ik om naar mijn nieuwe woonboot te kijken vanaf de topverdieping, onder het genot van een wijntje.

De Berlijnse muur is op mij gevallen. En dat bedoel ik letterlijk. Ik heb er bijna een gebroken voet aan overgehouden. In het jaar dat het ijzeren gordijn zakte, was ik daar met onze VWO-klas. Met mijn leraar Duits die vond dat we getuige moesten zijn van deze belangrijke ontwikkeling en met mijn leraar Engels die graag zoende met te jonge meisjes. Wat elke werkweek lukte, zeker na bier voor Oost-Duitse prijzen.

Je kon hamers en beitels kopen om een stukje beton met graffiti van de muur te halen. Niets Gorbatchov. Wij waren het die de muur geslecht hebben! Iedereen was druk aan het hakken en breken, toen ik plotseling een brokstuk van 50 cm breed op mijn voet voelde landen. Als het op mijn hoofd terecht was gekomen, was ik waarschijnlijk het laatste dodelijke slachtoffer van de Berlijnse Muur geweest. En had mijn leraar Engels het record van 4 meisjes niet verbroken.

Vorige week moest ik hier ineens aan denken. Ik was bezig met het leegruimen van mijn Haagse huis en me herinnerde dat ik ook nog een berging had. Naast een lege-flessencollectie waar menig AA-lid door gechoqueerd zal zijn, was hier ook mijn jeugd opgeslagen. In totaal drie dozen met foto’s, waarin alles wat ik de eerste 26 jaar van mijn leven heb bereikt, mijn eerste plaspop (hier ga ik vanzelfsprekend niet op in) en… mijn brokstuk Berlijns beton. Ongewapend, maar levensbedreigend.

Uiteindelijk heb ik alles weggegooid! Alles. Zelfs mijn diploma’s en familiefoto’s heb ik niet meer. Het enige wat ik heb bewaard, was het stuk muur. Waarom? Misschien wel omdat dit een bewijs van het aller-belangrijkste moment van mijn leven was. Het moment dat ik zag hoe die über-lieve Oost-Duitsers op aartslelijke communistenschoenen schoorvoetend de Westerse vrijheid tegemoet traden. Op weg naar de onbekende toekomst, waar ze zo lang naar uitgekeken hadden. Dat mogen we nooit vergeten.

Demoncratie

7 november, 2009 door vincent-van-dijk

Eigenlijk geloof ik niet in democratie. Misschien is het D66-congres vandaag niet de beste plek om dat te roepen. Whoeha. Misschien word ik straks levend gevild door die duivelse democraten. Nee, ik schrik altijd van de mening van de massa. Opeens duikt professor Pim op en hobbelt iedereen achter hem aan. Dan komt er een Wilders op het toneel en marcheert het volk doodleuk achter deze enge freak aan.

Politiek een vak apart. Het leiden van een land is net als het leiden van een bedrijf. Dat moet je aan professionals overlaten die daar hun dagelijks bammetjes mee verdienen en buitenstaanders moeten zich daar niet teveel mee bemoeien. Volgens mij denken alle politici er stiekem ook zo over. Maar dat mogen ze natuurlijk niet roepen. En zeker niet als ze een groen D66-sjaaltje om hebben.

Volgens mij wil de massa zich helemaal niet bezighouden met politiek. Heel af en toe willen ze van zich laten horen. Dan moeten ze even aan de noodrem trekken. Laten weten dat ze het totaal niet eens zijn met hoe we het in Nederland doen. En in dit geval ook terecht, want het kan en moet ook allemaal beter. Of in ieder geval anders.

Ik was afgelopen week bij de Europalezing van Balkenende en daar stond een grijzige ambtenaar een tekst op te lezen. Wat zijn maiden speech als eerste Europees president had moeten zijn, was een laf verhaal dat werd uitgesproken door een vermoeide man. Als dit Europa moet leiden naar een volgende fase, dan kunnen we de tent beter sluiten. Ik kon de hele speech maar aan 1 ding denken: het kan en moet allemaal anders. Of in ieder geval beter.

We hoeven niet bang te zijn voor het morrende volk. Als het erop aankomt, dan stemt de massa toch veilig. Niemand wil een extreme xenofoob als premier. Als er nu verkiezingen zouden zijn, dan zou D66 de grootste partij worden.  Premier Pechtold zou ons land gaan leiden. Onze sympathieke teflonbuikspreekpop staat aan het roer met een vleugje humor en vooral een positieve kijk op het leven. D66 gaat niet winnen omdat het een anti-Wilders partij is. Maar omdat het een partij is met een duidelijk toekomstbeeld en en een positief geluid. Ja. D66, ja.

 

Slaapstad

3 november, 2009 door vincent-van-dijk

 

Den Haag slaapt. Ik doel niet op onze ingesukkelde regering, maar de stad zelf. Den Haag ontspant als een oude man die een heel leven heeft geleefd en eigenlijk niet meer hoeft. Hij laat zich gewillig aankleden en wassen en als het nodig is, dan gaat hij even rechtop zitten.

Als je net uit Rotterdam of Amsterdam in Den Haag komt, dan duik je onder een donzen dekbed van rust. Alle ongeregeldheden worden met dezelfde deken toegedekt. Alleen van de plathaagse taxichauffeurs hoor je soms welke schietincidenten er in de nacht ervoor zijn geweest. Want officieel gebeurt zoiets niet in Den Haag. Want in Den Haag zetelt de regering en troont de Koningin. Den Haag is een stad van vrede en veiligheid. Amen.

Onze citymarketeerwethouder doet zijn drinkende best om wat leven in de brouwketel te brengen. En niet alleen richting sluitingstijd. Den Haag wordt roze geschilderd voor de homozaterdag, er worden volkszangers rondgetoerd voor het songfestival en komende vrijdag gaan we hier zelfs naar het meest high-end fashion-event van Nederland: de Dutch Fashion Awards. Ambitieus, maar… moet je slapende honden niet gewoon lekker laten ronken? Wil die schone slaapstad wel worden wakker gepord met grof geweld?

Afgelopen weekend ben ik halsoverkop verhuisd naar Amsterdam. Als ik nu naar mijn drijfpaleis loop, dan worstel ik me door de blowende ramptoeristen en de nonchalant besneakerde copycats op fietsen. In de restaurants en cafés mag het een godswonder heten zijn als de bediening je ziet zitten, in alle betekenissen. Het verschilt hier per dag waar je absoluut wél moet zijn of waar je niet dood gevonden mag worden. Ga jij nog naar de oude George? Nee, je moet naar de nieuwe George! De oude kan echt  niet meer. Boring! Amsterdam speelt wereldstad en als je de trotse inwoners mag geloven, dan lukt dat bijzonder goed.

 

Dakloser

26 oktober, 2009 door vincent-van-dijk

Over precies een week ben ik officieel dakloos. Het is toch niet zo handig om een huurcontract op te zeggen voordat je een nieuwe woning hebt. Ik probeer me vast in te leven in het daklozenbestaan. Waar laden daklozen hun elektrische tandenborstel op?

Wekenlang heb ik op advertenties van Amsterdamse woningen gereageerd. De mooiste woningen werden me aangeboden. Mails met prachtige foto’s en getailleerde omschrijvingen van een Boretti-oven en een eikenhouten vloer, aangevuld met tranentrekkende verhalen. Overleden moeder. Kinderkanker. Borstamputatie. De mails van geleende namen in krakkemikkig Engels eindigden altijd met het verzoek om de borg en de eerste maand huur vast over te maken. De familieadvocaat zorgt verder voor de geruisloze sleuteloverdracht.

Echt hoge eisen stel ik niet. Wat ik zoek is een plek om mijn bed en espressomachine neer te zetten en een dubbel stopcontact om mijn aaifoon en laptop in te kunnen prikken. Mijn boekenwand stop ik wel in een eReader en koken laat ik graag aan professionals over. Wel iets creatiefs en liever geen Vinex- of andere probleemwijk.

Mijn droomwoning: een brugwachtershuisje. Zwevend boven de grachten. Els Iping draait zich om in haar graf. Nee, de gemeente Amsterdam reageerde heel keurig op mijn vraag of ik in zo’n huisje mocht trekken: helaas heeft de gemeenteraad nog niet besloten of Amsterdam overgaat op de afstandbediening en daarna duurt het nog minimaal 7 jaar. Minimaal 7 jaar zwerven is een beetje lang.

Ik zag net probleemzwervers in sommige steden een Spacebox krijgen. Een flexibele woonmodule die van alle gemakken is voorzien. Een keuken, een douche, een raam. Je komt alleen in aanmerking als je echt verknipt bent, dus misschien maak ik een kans. Ik heb zelfs al een plek waar ik mijn ruimtelijke woondoos wil laten landen: het 300-jarige eilandje in de Hofvijver. Lekker veilig en toch centaal.

Eigenlijk is het wel goed om even dakloos te zijn. Even afscheid nemen van materiële zaken. Even denken over waar je naar toe wilt in het leven. Maar ik hoop wel dat het niet te lang duurt. Iemand nog een strak tuinhuisje met minibar over?

Seropositiviteitsgoeroe

16 oktober, 2009 door vincent-van-dijk

De wekker ging en ik keek in de rode ogen van de positiviteitsgoeroe. “Emile, Emile, we moeten eruit.” Hij kroop nog wat dichter tegen me aan. Ik voelde zijn mannelijkheid. Hij huilde zachtjes en jammerde: “Ik ben al een tijdje niet in het nieuws geweest en de laatste keer heb ik zoveel stront over me heen gekregen. Jij bent toch een imago-expert? Je moet mij redden, lieverd.”

 

Ik zei: “je moet gewoon iets roepen waar de hele Nederlandse pers mee aan de haal gaat. Iets over moslims.”

“Nee!” schreeuwde Ratelband. “Homo’s. Ik doe iets met homo’s. Dan ontkracht ik meteen de geruchten dat ik het met jou zou doen. Ik zeg gewoon dat homoseksualiteit een vorm van seksverslaving is. Een ernstige ziekte waar je voor behandeld moet worden.”

“Poes,” aaide ik Emile. “Ik zou het niet doen. Homo’s zijn hip. Straks blijf je hele leven kroketten bakken, en kom je nooit meer op dat podium. Je kunt beter iemand pakken die al jaren dood is. Lady Di of Bin Laden en daar wat negatieve dingen over roepen.”

 

“Nee, ik heb nog een journalist in mijn telefoon staan. Ik bel hem op. Bovendien: ik mag het zeggen: mijn eigen zoon is zo gay als de neten.” Ik probeerde Emile vast te klemmen in mijn armen, maar hij rukte zich los. “Tjakkaa! Homo’s zijn ziek! Heb je die? Dat wordt de kop. Homo’s zijn ziek. En ik mag het zeggen, want mijn eigen zoon is zo gay als de neten. Alleen met zelfdiscipline kunnen ze zichzelf redden.”

 

De lieve man ratelde verder. Alle media namen zijn verhaal gezellig over. Nu zit hij thuis. Zijn patatkraam kan niet meer gered worden, al heeft Wouter Bos het hele weekend rond de tafel gezeten met Bram Ladage en McDonald’s. De telefoon gaat niet meer. Niemand wil een man boeken die Afganistan wil bombarderen en homo’s haat. Rolls en Royce laten hem ook links liggen, net als zijn vrouw. Hij stuurde me gisteren een sms-je. “Ik denk veel aan je. Ik ga een politieke partij beginnen. Ik spring in het gat rechts van de PVV. Kusje erop, E.”

uitgeLeend

14 oktober, 2009 door vincent-van-dijk

Gruwelijke graaiers. Dat zijn alle mensen die nu niet meer kunnen pinnen bij de DSB. Ze wilden een uitbouw, een keuken, een gezinsauto en nog geld voor een kittig truitje ook. Mensen die een bank vertrouwen met het logo van een scheve schaatser en een lening afsluiten bij een Leen die zijn hoofd door een gat steekt, die verdienen straf. Diezelfde mensen kijken waarschijnlijk nu hoe Gerard Joling zijn hele lichaam door een gat gooit, gekleed in een ruimtepak. Ze zijn nu boos en verdrietig omdat ze zelf in hun pensioengat zijn gestapt, dat ze eigenlijk voor een ander hadden gegraven. Maar ik heb nog niemand horen zeggen dat ze ook nooit zo’n koopsompolis hadden moeten afsluiten. Dat ze te hongerig waren en daarom maar hun handtekening zetten onder een financieel monster.

De bespottelijke spotjes werden trouwens gemaakt door Dirk zelf. Met zijn peperdure vakantiecamera filmde hij de aandoenlijke tram-omroeper Edvard Niessing en andere voorbeeldfiguren die lieten zien hoe geweldig betrouwbaar het is om te lenen. Waarom zou je ook werken voor je geld, als je het ook van een bank kunt krijgen? Ed Nijpels (die me tijdens de gayparade nog bijna dood drukte tegen zijn borst en sindsdien Ed Nippels heet) verzorgde het licht. Robin Linschoten met zijn vissige Hanja Maij-oogjes, deed de make-up. En zo had elke VVD-prominent een klein rolletje.

Een reclamemaker kwam er niet aan te pas. Dirk heeft veel bureaus gebeld, maar niemand durfde zijn naam aan de DSB te verbinden. Wij, jonge reclamemakers zijn niet meer de geldbeluste cokesnuivende patsers die alles voor het geld doen. Wij weten als geen ander hoe we de maatschappij kunnen beïnvloeden. Wij moeten allemaal na de reclameacademie de Eed van Hypocritus afleggen, waarin we heilig beloven dat we niemand een poot zullen uitdraaien. Dat we een consument nooit van achter mogen naaien. Tenminste niet onveilig.

Het was niet de schuld van Lakeman die opriep om de stekker uit de bank te trekken. Het was niet de schuld van de beperkte bandbreedte van het internet. Het was zelfs niet die aandoenlijke aardappeleter Scheringa. Die speelde alleen bankje om een voetbalclub te redden. De blonde Berlusconi. AZ leek het meest op AC. Het was de schuld van de graaiers, die er niets van hebben geleerd. Want in plaats dat ze nu inzien dat ze keihard gestraft zijn voor hun gulzigheid, hun gezinsauto omruilen voor een treinabonnement, hun serre gebruiken om groenten voor de Voedselbank te kweken en hun tietentruitje in de zak van Max stoppen, gaan ze pinnen. Of nog liever: bijpinnen. Als consumensen niet minder materialistisch worden, dan blijven de banken bij Bosjes omvallen en dan blijft de economie nog lang in een diep, diep dal.

Deurbelleges

7 oktober, 2009 door vincent-van-dijk

Mijn telefoon rinkelt. Het is Buma/Stemra om te vragen hoe vaak mijn telefoon al is afgegaan en of ik wist dat ik voor ringtones moest betalen? 0,113 Euro per beltoon. Bij eentonige muziek vallen de kosten mee. Ze leggen me uit dat als ik een grammofoonplaat heb gekocht en die op mijn iPhone kopieer, dat ik hiervoor extra moet afdragen. Zeker als deze embedded is. Ik vertel hen dat ik hem zelf heb gecomponeerd en vraag hoe ik me bij hen kan aansluiten, zodat ik ook mee kan verdienen. Elke keer als mijn telefoon gaat. Ik vraag meteen of ze wel eens aan deurbelleges hebben gedacht.

Als ik het woord Buma/Stemra hoor, dan word ik altijd een beetje misselijk. Net als van het woord AbvaKabo. Draken van namen die steeds weer de kop opsteken. Bijna uitgestorven diersoorten. Instellingen die niet zijn meegegaan met hun tijd. Zielige monsters die als ze gewond raken hard gaan huilen, stampen en als een dolle om zich heen slaan. Als helemaal niets meer helpt, dan gaan ze oproepen tot een staking. Want staken helpt altijd tegen alles. Een kind dat voor het karretje in de supermarkt gaat zitten mokken, krijgt altijd een koekje. Want ouders hebben zich er al lang bij neergelegd dat ze eigenlijk niet kunnen opvoeden.


De massa heeft geen zin om door te blijven werken. Straks wordt de mens 150 jaar oud, maar ambtenaren willen het liefst nog voor hun 65 jaar het gouden horloge afhalen. Het is zo sneu dat er mensen zijn die willen stoppen met werken. Dat betekent namelijk dat ze iets doen wat ze niet leuk vinden! Ze hebben ooit de verkeerde studie gevolgd en zijn daarna bij een verkeerd bedrijf gaan werken waar ze langzaam doodgaan. Het ligt niet aan hun baan, maar aan hun eigen instelling. Ik heb een aantal baantjes gehad en ik heb er altijd voor gezorgd dat ik het leuk maakte. Ook al werk je voor een baas, dan ben je nog steeds ondernemer van je eigen minitoko.

Om ervoor te zorgen dat ik alleen maar dingen doe die ik leuk vind, ben ik voor mezelf begonnen. Niet dat ondernemertje spelen in Nederland altijd leuk is. Met de Belastingdienst die als een bloedarmoedige vampier in je nek zit om elke cent eruit te zuigen, met banken die zelf de economie gierend laten instorten waardoor de opdrachtenstroom opdroogt en dan ook nog eens de leningen aan banden willen leggen. Om maar niet te spreken van alle regeltjes waarin ondernemers moeten voldoen. Zoals de verplichting om jezelf loon te geven, ook al neemt een ondernemer in barre tijden ook wel eens genoegen met iets minder kaviaar op zijn droge toastje. Om de zaak overeind te houden. De Bouvrie-manoevre, noemen wij ondernemers dat.

En weer gaat de telefoon. Of we nog een persvoorlieger nodig hebben. Hij mag van zijn contract niet zeggen wie hij is, maar hij heeft erg veel ervaring met rechtlullen en krompraten. Hij is al 66, maar vindt het voorlichten zo leuk, dat hij wil door blijven werken, ook nadat zijn bank is omgevallen.

Crisiskabinet

30 september, 2009 door vincent-van-dijk

 

De sfeer aan de ontbijttafel van ruziënde ouders. Roodomrande ogen en een pijnlijke stilte. In de lege ruimte galmt het geschreeuw van de avond ervoor. Zo zitten de ministers voorin de Tweede Kamer. In de paarse zetels hangen de kinderen, die zich langzaam voorbereiden op de grote klap die komen gaat. Ze zijn er nog niet klaar voor, maar weten dat het onder gruwelijke voorwaarden getrouwde stel is uitgeneukt.

Ja, het is oorlog in het kabinet. De ministers gaan rollebollend over het grijsgroene tapijt van de Trêveszaal. Een PvdA-minister slaat vloekend op de mahoniehouten tafel en de ChristenUnie probeert hem te knevelen. Het CDA huilt. Krachten van binnenuit en uit de entourage proberen het kabinet op te blazen. Elke keer als de ministerraad bijeenkomt, wordt de sfeer grimmiger. Balkenende hamert de stukken hardhandig door en probeert de giftige kabinetskikkers in de kruiwagen te houden.

Als hij zijn stem twee octaven heeft verhoogd en niet meer over het verbaal geweld van de bewindslieden heen kan komen, dan opent hij zijn koffertje en zwaait hij met de brief aan Beatrix die al weken geleden is geschreven. De datum is nog niet ingevuld, maar de inhoud staat vast. De neuzen wijzen in alle windrichtingen en onze bestuurders kunnen niet meer door een deur. Er is maar een uitweg mogelijk: een scheiding van tafel en wet.

Elke keer als Balkenende demonstratief de brief dichtlikt en wegbeent, verbergt hij zijn hoofd achter zijn koffertje. Hij is doodsbang voor de blikken van Stadhouder-Koning Willem III en de vrouwen van Vrijheid, Vrede en Overvloed aan de wand. Want iedereen lacht hem uit. Het liefst zou hij uit het raam springen en in een snelle trein naar Europa rijden. Zijn enige uitweg. Alle deuren worden geblokkeerd door angstige Kamerleden.

De regerende fracties kunnen het wel shaken als er nu nieuwe verkiezingen komen. Ze worden weggemaaid van het pluche. De extreme partijen hebben de boel nog niet eens op orde voor de gemeenteraadsverkiezingen, laat staan voor het besturen van het land. Buiten slaat de gure crisiswind tegen de gepantserde ruiten. De timing lijkt bizar, maar het is juist nu tijd voor actie.

Jongens, schiet die kogel door de kerk. Ga als vrienden uit elkaar, voordat er echt doden vallen. De harde beslissingen worden toch uitgesteld, dus in feite is het kabinet al demissionair. Deze tijd kunnen we beter gebruiken door met een paar frisse koppen een krachtige strategie neer te leggen. Doe het voor het land. Uiteindelijk is het beter voor die arme, arme kinderen. 

Kwalitijd

27 september, 2009 door vincent-van-dijk

2010: het jaar van de daadkracht en duidelijkheid. Na alle jaren van angst en negativisme willen we schoon schip maken en positieve geluiden horen. Afgelopen jaren hebben we onszelf steeds willen troosten. We hebben veel gekocht, in de hoop dat de mooie spullen ons troost konden bieden. We zijn gevlucht door verre reizen te maken en hebben een harnas willen bouwen van snelle auto’s en grote villa’s. Daarna kregen we een grote dreun. De economische luchtballon werd doorgeprikt en ons lekke mandje stortte in noodvaart naar beneden.

 

Volgend jaar gaan we massaal proberen om ons leven opnieuw in te richten. We doen afstand van alle overbodige hebbedingen. We kiezen voor helderheid in ons interieur, maar ook in ons hoofd. We gaan kritisch kijken naar onze financiën en willen duidelijk weten waar we ons geld aan uitgeven. We worden niet zuinig, maar investeren bewust. In kwalitatieve dingen. In een mooie wijn, of een mals stuk vlees van de slager. Daarnaast gaan we weer genieten van free pleasures. De geur van een versgebakken cake of een vriendelijke opmerking van een vreemde.

 

Na jarenlang op onszelf gefocust te zijn, hebben we in 2010 eindelijk weer eens aandacht voor elkaar. We willen zelf ook verrast worden. Niet zozeer in materiële zin, want niemand zit meer te wachten op cadeaus. Maar door elkaar te helpen, gewoon of aardig te zijn. De x-factor wordt de gunfactor. Zowel privé als in business. Sociale netwerken groeien en niet alleen op internet. We willen weer de warmte voelen van een omhelzing. Geen oppervlakkig gekus meer. Ook wordt het het jaar van de ontseksualisering. Samen slapen wordt belangrijker dan oppervlakkig klaarkomen. We zijn seksmoe en willen meer diepgang. Een goed gesprek. Ook staat algemene ontwikkeling hoog in het vaandel. We lezen liever een goed boek dan dat we naar een kopie van een kopie op TV kijken.

 

Ook in de politiek willen we daadkracht en helderheid. Geen uitstel, geen gedraai, maar ferme beslissingen! We willen best een stapje terug doen, als we maar weten waar we aan toe zijn. Maar het belangrijkste: we willen geen gesomber en gekat meer. We willen vol optimisme vooruit.

 

Meer trends voor 2010 zijn te vinden in de So HBMEO Trendlist 2010.

 

Trendlist 2010 bij Goedemorgen Nederland [11:07]