Posts Tagged ‘sophie in t veld’

Resistance is futile?

Maandag, 19 november , 2012

This week the European Parliament has to decide whether or not to endorse Maltese Tonio Borg for EU Commissioner for Public Health. Not so long ago, the nomination of an EU Commissioner would be a bureaucratic formality, the outcome of an exchange between diplomats of the Member States, to be rubberstamped by the European Parliament. But ever since the commotion over the nomination of Mr. Buttiglione in 2004, the appointment of EU Commissioners has become political. It demonstrates that Europe is rapidly becoming a mature political union, where those who govern Europe are not selected because they are top notch civil servants, but because of their political program.

Some have accused the opponents of Mr. Borg of religious intolerance. That reproach is completely unfounded. It is a free world, Mr. Borg is entitled to his views and convictions, like any European citizen. We will not tell him what to believe (we are not the thought police), nor do we feel he should be excluded from holding any office. But EU Commissioners are not mere technocrats, they are no political eunuchs. Commissioners are politicians, policy makers. Therefore their political views are very relevant. It makes a difference if the Commissioner for, say, internal market is a communist or a neo-liberal. It makes a difference for public health if the candidate is a moral conservative, or liberal.

We are not being asked to judge Mr. Borg for his religious views, nor for his technical competence. We are being asked if we are willing to entrust him with a particular portfolio, as the responsible Commissioner, and as member of the college. The EU Commission is a political body, shaping the policies of the EU. Therefore it makes complete sense to give or withhold support on account of the candidate’s political agenda.

It is a shame if Mr. Borg feels he has to deny or betray his views. In a political campaign, a candidate should seek support by promoting his political views, not by trying to hide them. Denouncing his earlier views does not make him a more credible candidate. I much prefer a candidate who stands by his views, no matter how much I abhor them. Mr. Borg has tried to assure MEPs of his moderate views, during the confirmation hearing and in a letter. He has made some very positive statements, regarding LGBT rights notably. But of course his track record has to be taken into consideration as well.

MEPs have to consider their own position as well. For years this House has called for EU policies on sexual and reproductive health rights, including safe and legal abortion, as well as for strengthening of LGBT rights. Parliament cannot credibly call for those policies, but appoint a Commissioner who is fiercely opposed to that very political agenda.

This episode is a healthy step on the road to a political, democratic European Union.

Transfer Passenger data, European Parliament to do the dirty work?

Woensdag, 4 april , 2012

On April 20th the European Parliament will take the final vote on the EU-US Agreement on the transfer of Passenger Name Records. The pressure to adopt the Agreement is huge. The supporters of the Agreement claim it is absolutely essential, and that a bad agreement is better than no agreement. However, the urgency is not as straightforward as we might think.

The EU-US Agreement was signed in July 2007. It was then for Member States to ratify the Agreement. However, by the entry into force of the Lisbon Treaty on 1 December 2009, several Member States had not ratified the Agreement, and many others ratified only at the last moment. So for two and a half years the Member States were in no hurry at all to ratify an Agreement they now claim is essential.

Furthermore, the strong pro-Agreement lobby hides from sight the fact that enthusiasm for the Agreement is not equally shared between all Member States.  Germany and Austria did not endorse the 2011 Agreement in the Council, France did not vote and Denmark has no vote on police and justice cooperation.

Denmark has a special position in the EU Treaties, as it does not participate in the chapter on police and justice cooperation. The EU-US PNR Agreement will not apply to Denmark, unless it requests an “opt in” by way of national referendum. It seems unlikely that the Danish government will call for a referendum on this Agreement. Why does Denmark push hard for an agreement that it is not a participant to?

The urgency to adopt the EU-US Agreement is in stark contrast to the complete absence of any urgency in the case of PNR transfer to other countries. The EU-Canada PNR Agreement has lapsed in 2009. Data have been transferred unhindered without an adequate legal base ever since, but the Commission and the Member States seem to be in no hurry to negotiate a new Agreement. Other countries like Japan, Qatar and South Korea have requested the Commission to negotiate an agreement, as they will collect PNR data as well. However, the Commission has refused for years to negotiate, claiming it “does not have the capacity”. Air carriers are in legal limbo and urgently looking for legal certainty, but the Commission and Member States are in no rush to ensure a proper legal base for the transfer of PNR data. One wonders if they will be equally lax if countries like China or Russia will start the collection of PNR data.

So Member States and the Commission are not exactly consistent and coherent in their calls for agreements with third countries. The push for an EU-US agreement seems to be driven mainly by the concern for transatlantic relations. True, Europe and the United States have a special relationship. But diplomatic relations cannot take precedence over the rights of our own EU citizens. The primary duty of the EU institutions is to uphold European laws and protect the rights of European citizens.

De kracht van het woord

Woensdag, 27 juli , 2011

Na de afschuwelijke gebeurtenissen in Noorwegen is een felle en weinig verheffende loopgravendiscussie losgebarsten over de vermeende verantwoordelijkheid van “rechts” voor de terreurdaden van Anders Breivik.

Voor alle helderheid: voor het gebruik van geweld is uitsluitend de dader aansprakelijk, niemand anders. Er is geen collectieve, morele medeschuld voor terreurdaden, noch van de islam, noch van enige andere religie of politieke beweging.
Dat gezegd hebbende, is er wel degelijk aanleiding voor diepgaande collectieve zelfreflectie. Waarom brengen wij als maatschappij zulke monsters voort? En kunnen we dat voorkomen?

Woorden zijn niet onschuldig. Politici en andere opiniemakers streven nadrukkelijk naar effect met hun woorden. Met woorden wordt beoogd ideeën en gedrag te beïnvloeden. Met woorden willen we mensen mobiliseren, in beweging brengen. We moeten onze woorden dus zorgvuldig wegen, ook op mogelijke negatieve of onbedoelde effecten. De oude tegeltjeswijsheid is een waarheid als een koe: wie wind zaait, zal storm oogsten.

We moeten dus zorgen dat we met onze woorden niet onbedoeld legitimatie geven aan de waanbeelden van gestoorde moordenaars. We moeten zorgen dat we met onze woorden geen klimaat van haat en wantrouwen scheppen, waarin agressie wordt aangewakkerd en mensen worden aangemoedigd hun onlustgevoelens de vrije loop te laten. Het consequente gebruik van karikaturen van allerlei bevolkingsgroepen leidt tot de “ontmenselijking” van die mensen, zodat de drempel naar geweld lager wordt.

Het moddergevecht tussen “links” en “rechts” is verheffend noch zinvol. Waar het om gaat, is de toon van het debat. Daar zijn we allemaal bij, links, midden en rechts. Partijen van rechts én links hebben zich de laatste jaren bezondigd aan xenofobe hate speech. Partijen van rechts én links hebben meegesurfd op de golven van populisme, of gezwegen.

In de praktijk is de culturele, religieuze of politieke achtergrond van de daders minder relevant dan het feit dat het vrijwel uitsluitend om jonge mannen gaat. Misschien dat we ons bij het zoeken naar oorzaken en oplossingen meer daarmee bezig zouden moeten houden, dan met sektarisch en tribaal modder gooien.

In plaats van de polarisatie nog verder op te drijven, moeten we zoeken naar manieren om het oververhitte publieke debat te deëscaleren. Het debat over de politieke inhoud mag op het scherp van de snede worden gevoerd. Maar dat kan heel goed zonder karikaturen, zonder scheldwoorden, zonder opruiende taal. Een beschaafde toon van het debat is een gezamenlijke opgave voor alle politieke partijen.

Minister De Jager, weersta het gezang der Sirenen

Woensdag, 22 juni , 2011

Homerus beschrijft de list van Odysseus tegen de sirenen, die met hun wonderschone gezang de schepen dicht naar hun rotseilandjes lokken, zodat ze te pletter slaan. Odysseus beveelt zijn mannen hem aan de mast vast te binden, zodat hij naar het gezang kan luisteren, maar toch de juiste koers kan varen, zonder op de klippen te lopen.

Het lijkt me een goede tip voor minister De Jager. Onze minister van Financiën begrijpt heel goed dat wat Europa op dit moment nodig heeft, is eendracht, daadkracht en politieke wil. De situatie in Griekenland is zeer wel oplosbaar, maar geen enkele oplossing zal slagen zonder de nodige politieke wil en politieke moed. Minister De Jager realiseert zich terdege dat het redden van de eurozone impopulaire maatregelen zal vergen. Hij weet dat de eurozone stuurloos in gevaarlijke wateren is beland, en elk moment op de klippen kan lopen.

Maar de roeiers luisteren vooral naar de stem van de sirenen in hun thuisland. Zo is De Jager gebonden aan de stem van de Tweede Kamer, die hem opdroeg de “moeilijkste minister van Financiën in Europa” te spelen. De Jager kwijt zich braaf van zijn taak, maar met een gepijnigd gezicht. Hij weet dat de opdracht van de Kamer hem dwingt een spaak in het wiel te steken van de reddingsoperatie. Enerzijds willen eurosceptische partijen als de PVV niets liever dan de euro zien stranden. Anderzijds willen enkele oppositiepartijen als de PvdA vooral het Kabinet laten struikelen door de schoenveters aan die van de eurosceptische gedoogpartner te binden. Plasterk neemt voor lief dat daarmee de eurozone op het spel wordt gezet.

De minister zou zich moeten wapenen tegen deze stemmen. Hij moet uiteraard naar de volksvertegenwoordiging (Griekse uitvinding overigens) luisteren, maar hij moet zich niet in gijzeling laten houden. De toekomst van de eurozone moet nu zwaarder wegen dan de partijpolitieke spelletjes in Den Haag. De Jager moet de rug recht houden, en glashelder maken aan de Kamer wat er nodig is om de eurozone te redden. Net zoals Papandreou gisteravond laat van het Griekse Parlement een mandaat voor hervormingen heeft gekregen, moet de Tweede Kamer minister De Jager een mandaat geven om te doen wat nodig is in het algemeen belang.

Alle partijen in de Kamer moeten verantwoordelijkheid tonen voor de eurozone, en de minister voldoende handelingsruimte geven. Met het vertrouwen van de Kamer kan De Jager net als de Griekse held Odysseus tussen de klippen doorzeilen en het schip veilig in de haven brengen.

Geen gat in de grens voor criminelen in Europa

Zaterdag, 18 december , 2010

De Tweede Kamer riep deze week op tot het opzetten van een Europees “pedo-register”, in reactie op het bekend worden van een aantal afschuwelijke kindermisbruikzaken. Het mag niet zo zijn dat een gekend kinderverkrachter door simpelweg te verhuizen, zijn criminele verleden onzichtbaar kan maken. Maar zo’n register (ECRIS) staat al in de steigers, en zal in 2012 in werking treden.

Na de zaak van lustmoordenaar Fourniret (die na een gevangenisstraf in Frankrijk, zijn praktijken ongestoord in België voortzette) werd in 2004 besloten tot het opzetten van een strafregister informatie systeem, zodat het niet meer kan voorkomen dat criminelen door simpelweg te verhuizen, hun criminele verleden onzichtbaar kunnen maken.

criminelen hebben belang bij een verdeeld Europa
Er zit een zekere ironie in, hoe effectief criminelen samenwerken over de grenzen heen, terwijl de samenwerking van Europese overheden moeizaam en struikelend gaat. Zonder zeuren over cultuur- of taalbarrières, of nationale identiteit zetten misdadigers hun internationale criminele netwerken op. Criminelen wrijven zich in de handen als politie- en justitiesamenwerking binnen Europa stroef loopt, want ze hebben belang bij een verdeeld en zwak Europa om ongestoord hun misdaden te kunnen plegen.

Europese samenwerking geen natuurlijke reflex
Gelukkig zijn op het terrein van politie- en justitiesamenwerking de laatste jaren veel nieuwe ontwikkelingen in gang gezet, zoals het Europees Arrestatiebevel, het opzetten van Europol en Eurojust, en het uitwisselen van politiebestanden. Maar voor nationale politie- en justitiediensten is Europese samenwerking nog verre van een natuurlijke reflex, en wederzijds vertrouwen en kennis over elkaars systemen zeer beperkt. Daarnaast is het ontwikkelen van rechtsbescherming van de burger, als noodzakelijk tegenwicht, sterk achtergebleven.

Volwaardige Europese politie- en justitiesamenwerking nodig
Om criminaliteit daadwerkelijk te kunnen bestrijden, en om het gat in de grens te dichten voor criminelen die hun verleden willen uitwissen, moet er meer gebeuren dan het opzetten van een pedo-register. Er moet een volwaardige Europese politie- en justitiesamenwerking komen, en op termijn moeten Europol en Eurojust zich ontwikkelen tot respectievelijk een Europese politiedienst en een openbare aanklager. Daarnaast moet de burger overal in Europa een hoog niveau van rechtsbescherming genieten. Zo moet de lang beoogde Europese Ruimte voor Recht en Veiligheid gestalte gaan krijgen, in al zijn facetten. Zodat in Europa kinderverkrachters geen gaten meer in de grens vinden.

Papa’s en Mama’s in Europa

Vrijdag, 22 oktober , 2010

Dat Europa helemaal geen “Ver-van-m’n-bed-show” is, maar juist heel dicht bij huis is, bleek deze week toen het Europees Parlement stemde over de herziening van de huidige EU regeling voor zwangerschapsverlof.

Het Parlement stemde onder meer voor een volledig doorbetaald zwangerschapsverlof van minstens 20 weken, 2 weken volledig doorbetaald vaderschapsverlof en een gelijke regeling voor adoptie-ouders.

Dit is niet de definitieve regeling, maar slechts de openingszet van het Parlement voor de onderhandelingen met de Raad (de Lidstaten).  Het valt te verwachten dat de Raad de regeling flink wil uitkleden, dus biedt de stevige inzet van het Parlement een kans op een redelijk compromis.  Om die reden heeft D66 vóór gestemd, hoewel we oorspronkelijk voor de optie met 18 weken verlof waren. Dit is ook de minimumnorm die de Internationale Arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties aanhoudt in het belang van de veiligheid en de gezondheid van de moeder. Voor D66 was het ook belangrijk dat er een regeling komt voor vaderschapsverlof en voor adoptie-ouders.

De vernieuwingsagenda van de Europese Unie “EU2020” heeft als doel  gesteld om meer mensen kansen te geven op de arbeidsmarkt, en om vooral de arbeidsmarktdeelname van vrouwen omhoog te krijgen. Eén van de bouwstenen daarvoor is om de combinatie van werk en gezin makkelijker te maken voor jonge ouders. Daarvoor is zwangerschaps- en vaderschapsverlof alléén niet voldoende, maar het is wel een begin. 

De Europese Unie maakt op grond van de EU Verdragen en het Handvest van de Grondrechten wetten en regels over gezondheid en veiligheid op het werk, en over arbeidsvoorwaarden. Binnen de interne markt is dat bovendien nuttig, om te zorgen dat landen met een hoog beschermingsniveau geen concurrentienadeel ondervinden. Om die reden namen begin jaren ’90 werkgevers en werknemers het initiatief voor een regeling voor zwangerschapsverlof. De huidige voorstellen zijn een modernisering daarvan.

Kleine bedrijfjes maken zich – begrijpelijk – zorgen of een langer verlof voor werknemers geen buitensporige last voor hun organisatie vormt. Natuurlijk is voor een klein team de afwezigheid van een werknemer, en eventuele kosten, vaak heel lastig. Aan de andere kant hoort het stichten van een gezin bij het leven, en moeten we er juist voor zorgen dat het krijgen van kinderen niet leidt tot onnodige uitval van werknemers, zoals oneigenlijk ziekteverlof of het opgeven van de baan. De Europese landen die op dit moment de meest genereuze regelingen hebben – vooral de Scandinavische landen – hebben ook een krachtige en concurrerende economie.

Wat betreft zwangerschapsverlof zit Nederland met 16 weken op dit moment in de middenmoot. Maar op het gebied van vaderschapsverlof loopt Nederland met 2 dagen echt achter op de rest van Europa. Nederland loopt ook achter als het gaat om financiële zelfstandigheid van vrouwen en daarnaast zijn in Nederland de inkomensverschillen tussen mannen en vrouwen groter dan het Europese gemiddelde. Procentueel hebben veel Nederlandse vrouwen een baan, maar omdat het meestal gaat om kleine deeltijdbanen, is het overgrote deel van Nederlandse vrouwen economisch niet zelfstandig, en dus veel kwetsbaarder voor armoede wanneer de hoofdkostwinner wegvalt. Het aandeel vrouwen in topfuncties is nog steeds gênant laag (getuige ook het nieuwe Kabinet met slechts 20% vrouwen).

Om het voor jonge ouders makkelijker te maken om werk en gezin te combineren is meer nodig dan zwangerschapsverlof. Ook betaalbare en goede kwaliteit kinderopvang is daarvoor essentieel, net als flexibiliteit in de werktijden en een arbeidscultuur die rekening houdt met het feit dat mensen een gezin hebben. Op dat terrein valt nog één en ander te verbeteren (zo dragen de werkgevers momenteel nog niet de toegezegde 30% bij in de kosten van kinderopvang).

Er wordt wel betoogd dat dit soort regelingen niet opportuun zijn in tijden van economische crisis. Maar die mensen vergeten dat de regeling – als ze er al komt, en zeker in afgezwakte vorm – pas over enkele jaren van kracht zal worden. Nu investeren in arbeidsmarktdeelname is dan ook een kwestie van een vooruitziende blik.

Mogen EU Lidstaten de regels ongestraft aan hun laars lappen?

Maandag, 13 september , 2010

De botsing over de collectieve uitzetting van Roma uit Frankrijk deze week leek oppervlakkig gezien alleen een morele kwestie. Is er sprake van discriminatie en stigmatiseren van een hele bevolkingsgroep, en zijn uitzettingen niet in strijd met de burgerrechten? Maar de inzet van de strijd was eigenlijk ook een andere: is de EU bereid in te grijpen als een Lidstaat zich niet aan de wet houdt?

De laatste jaren is er een roep om zero tolerance voor burgers die de wet overtreden. Het repressieve instrumentarium van politie, justitie en veiligheidsdiensten is danig uitgebreid, burgervrijheden worden ingeperkt, alles en iedereen wordt aan ingrijpende controles onderworpen.

Merkwaardig genoeg zien we precies het tegenovergestelde als het gaat om overtredingen begaan door EU Lidstaten. Alle Lidstaten (ook het Braafste Jongetje van de Klas) overtreden met grote regelmaat de regels. Of het nu gaat om het wederrechtelijk collectief uitzetten van Roma, het verlenen van ongeoorloofde staatssteun, het inperken van de mediavrijheid, het schenden van de normen van het Stabiliteitspact, of het sjoemelen met EU subsidies. Je zou zeggen dat het principe van zero tolerance ook op wangedrag door Lidstaten van toepassing is, maar niets is minder waar.

In het huidige klimaat van nationalisme lijken de Lidstaten te menen dat ze boven de wet staan. De Europese Commissie is in de meeste gevallen de instantie die moet ingrijpen. Als het gaat om overtreding van de marktregels aarzelt de Commissie geen seconde. Invallen bij het ochtendgloren door de anti-kartelbrigade, of het opleggen van miljardenboetes aan grote bedrijven doet de Commissie zonder met haar ogen te knipperen. Maar als het erom gaat om nationale regeringen tot de orde te roepen en de naleving van de regels en afspraken af te dwingen, is de Commissie terughoudend en laat zich intimideren door de Lidstaten. Lidstaten accepteren geen “bemoeienis” van “Brussel”. Het niet naleven van de regels verzwakt het vertrouwen in de EU.

De financiële crisis heeft op brute wijze aangetoond dat strak Europees toezicht op financiële markten noodzakelijk is, net zoals de eurozone crisis aantoont dat Lidstaten niet in staat zijn zichzelf te controleren en disciplineren. Ook het uitgeven van EU subsidies door de Lidstaten heeft nog nooit een voldoende gekregen van de Rekenkamer. In al deze gevallen moet de EU bevoegdheid krijgen om te controleren, in te grijpen en sancties op te leggen. Maar de Lidstaten weigeren, en zeggen dus impliciet dat ze niet van plan zijn zich iets aan te trekken van Europese wetten en afspraken.

Van het op handen zijnde VVD, CDA + PVV Kabinet valt niet te verwachten dat het zal pleiten voor meer EU bevoegdheden voor het handhaven van de regels. Een nieuwe variant van gedoogbeleid.

EU burgers of paria’s?

Zondag, 12 september , 2010

De reacties in mijn mailbox liegen er niet om: veel mensen zien Roma als uitschot, onverbeterlijke dieven en viezeriken, die vooral overlast veroorzaken voor fatsoenlijke burgers. Veel mailschrijvers lijken te denken dat dit cultureel of genetisch bepaald is, en dus onoplosbaar. Het massaal uitzetten van Roma krijgt grote bijval van het publiek.

Niemand ontkent de grote problemen met  en voor de Roma. Massa uitzettingen geven kortstondig lucht aan de frustratie, maar lossen niks op.

95% van de Roma hebben de Franse nationaliteit, en kunnen niet worden uitgezet. De maatregelen van Sarkozy richten zich dus op 5% van de mensen, en is dus symboolpolitiek. Degenen die wel worden uitgezet, komen binnen de kortste keren weer terug, vooral omdat de situatie in Roemenië  en Bulgarije nog erger is. Het staat elke EU burger vrij in andere Lidstaten te wonen en te werken, dus ook Roma. Voor Roemenen en Bulgaren gelden tot 2014 bepaalde beperkingen op het recht op vrij verkeer. Maar het enkele feit van het niet hebben van een eigen inkomen is onvoldoende reden voor automatische uitzetting. Er zijn ook geen aanwijzingen voor ernstige misdaden of een massaal beroep op sociale zekerheid door deze mensen.

Uitzetten van EU burgers is toegestaan, maar alleen onder zeer strikte voorwaarden. Elke persoon heeft recht op een individuele beoordeling.  Collectieve uitzettingen zijn niet toegestaan. Uitzetting mag alleen bij ernstig risico voor openbare orde en veiligheid. Er zijn regels m.b.t. de procedure zoals schriftelijke kennisgeving en recht op beroep binnen een maand.

Frankrijk beweert dat aan deze voorwaarden is voldaan, met name omdat het vertrek “vrijwillig” zou zijn. Maar de huisvesting van de Roma werd kort en klein geslagen, zodat ze feitelijk dakloos waren. Er stond een cordon politiemannen omheen, en de Roma kregen de keus: nu vrijwillig vertrekken, of anders gedwongen. Sommige NGO’s melden dat mannen en vrouwen (en kinderen) van elkaar werden gescheiden. Van de uitgezette Roma werden vingerafdrukken genomen, het geen simpelweg illegaal is. Een vertrouwelijk rapport van de Europese Commissie zet dan ook grote vraagtekens bij de legaliteit van de uitzettingen.

Het overgrote deel van de gemeenten weigert te voldoen aan de wettelijke plicht staanplaatsen te voorzien voor de Roma. De Roma zijn daardoor vaak onvermijdelijk aangewezen op illegale staanplaatsen, zonder water, electriciteit en vuilnisinzameling. Reizen is geen misdaad, dus daarvoor moeten we mensen niet bestraffen. Iedereen heeft recht op huisvesting onder fatsoenlijke omstandigheden.

Het Europees Parlement pleit al jaren voor een degelijke strategie voor de Roma. Onderwijs is essentieel, net als huisvesting, medische zorg en werk. De 10-12 miljoen Roma hebben er recht op eindelijk volwaardig deel te nemen aan de Europese samenleving, zonder discriminatie en marginalisering, en zonder overlast te veroorzaken.

Ouders zijn verplicht hun kinderen naar school te sturen. Maar daarnaast is de overheid verplicht te zorgen voor een passende en veilige schoolomgeving. In veel (vooral Oost-Europese) landen worden Roma kinderen automatisch verwezen naar scholen voor kinderen met leermoeilijkheden of zwakbegaafden. Vaak is er sprake van volkomen segregatie, en Roma kinderen op “gewone” scholen worden ernstig gediscrimineerd.

Overlast en misdaad moeten aangepakt en bestraft worden. Maar tegelijkertijd is duidelijk dat ernstige discriminatie, gebrek aan opleiding, en uitsluiting uit de arbeidsmarkt leiden tot vrijwel volkomen en uitzichtloze werkloosheid en armoede, en dus voortbestaan van de problematiek.

Los van de legaliteit, is de retoriek rondom de uitzettingen verwerpelijk. Het is ronduit onfris hoe Sarkozy en de zijnen een impliciet verband leggen tussen Roma en criminaliteit. En kunnen wij Europeanen met een schoon geweten wegkijken van het bestaan van een kaste van 10 miljoen onaanraakbaren binnen onze gemeenschap?

Wat moet een sportclub met mijn paspoort?

Maandag, 6 september , 2010

Steeds vaker is voor het verkrijgen van een dienst, product of lidmaatschap vereist om een groot aantal persoonsgegevens, waaronder meestal een kopie van paspoort of ID kaart, af te staan aan bedrijven en organisaties.  Telecom aanbieders eisen een kopie van identiteitsbewijs en een bankafschrift voor het verkrijgen van een abonnement, maar ook de plaatselijke sportclub stelt dezelfde eisen voor een lidmaatschap.

Ik heb een aantal bezwaren tegen deze groeiende praktijk, zowel uit oogpunt van privacy als consumentenbescherming. Ten eerste heeft een consument eigenlijk geen echt vrije keus, aangezien in veel gevallen alle bedrijven binnen een sector dezelfde categorieën persoonsgegevens vragen. Het afstaan van een kopie van het identiteitsbewijs en een bankafschrift wordt de facto een voorwaarde voor het verkrijgen van bepaalde diensten en producten. Dit geldt vooral voor essentiële diensten als toegang tot het internet of een telefoonabonnement.

In de tweede plaats lijken de gevraagde gegevens me volstrekt onnodig voor de bedrijfsvoering. Het controleren van de kredietwaardigheid van een klant lijkt in veel gevallen excessief, aangezien het gaat om kleine bedragen voor een dienst die veelal bij wanbetaling simpelweg afgesloten kan worden. In de gevallen waar vooruit moet worden betaald, is het me al helemaal onduidelijk waarom kredietwaardigheid dient te worden getoetst. Ook is mij niet duidelijk waarom het voor een goede bedrijfsvoering essentieel zou zijn om de officiële identiteit van een klant te verifiëren.

Heel veel bedrijven leveren (dure) producten en diensten zonder te vragen om identificatie of kredietwaardigheid. Bijvoorbeeld bestellen van meubels, het verrichten van (verbouwingswerkzaamheden) in huis, het boeken van een vakantiereis, het bezorgen van boodschappen, enzovoort. Mijn grootste bezwaar is echter de grootschalige opslag van de gevraagde persoonsgegevens. Bedrijven leggen feitelijk grote bestanden aan van kopieën van paspoorten en identiteitsbewijzen en bankafschriften. De noodzaak van dergelijke bestanden voor de bedrijfsvoering is mij niet duidelijk. Van veel bedrijven betwijfel ik of ze bekend zijn met de regels inzake bescherming persoonsgegevens (zoals in het voorbeeld van de sportclub), en of de veiligheidsmaatregelen rondom een dergelijk bestand wel adequaat zijn. Dergelijke bestanden brengen aanzienlijke risico’s op verlies, lekken diefstal en fraude met zich mee. Daarnaast is er geen duidelijkheid over de risico’s van gebruik van deze bestanden door derden (inclusief politie, justitie en inlichtingendiensten) en het combineren van deze bestanden met gegevens in andere bestanden.

Een gemiddelde consument komt voor in talloze bestanden. Daardoor kan eenvoudig een gedetailleerd beeld worden gevormd van de levensstijl en activiteiten van een persoon, zonder dat hij/zij zich daarvan bewust is. Tenslotte maakt de interne markt dat bedrijven en consumenten over de grenzen heen diensten en producten kunnen aanbieden respectievelijk afnemen. Dit werpt de vraag op welke regels van toepassing zijn.

(Dit is een bewerking van een brief die Sophie in ‘t Veld eind augustus 2010 heeft geschreven aan het College Bescherming Persoonsgegevens met daarin de vraag of het CBP bekend is met de praktijk en de ontwikkelingen in andere EU Lidstaten)

HET VRIJE WESTEN – VERLEDEN TIJD?

Vrijdag, 30 juli , 2010

Het Europees Parlement gaat binnenkort beslissen over de toekenning van de jaarlijkse Sacharovprijs, de prijs voor vrijheid van denken die jaarlijks wordt toegekend aan moedige strijders tegen dictatuur, onderdrukking en intolerantie. De prijs wordt altijd toegekend aan personen in landen ver weg met autoritaire regimes, zoals China of Rusland. Maar is Europa nog wel zo’n baken van vrijheid en democratie? Kunnen we nog wel met hetzelfde moreel gezag anderen de les lezen over democratie en vrijheid?

Terwijl de VVD en het CDA achter gesloten deuren delibereren over regeren met de PVV (op het pluche dan wel vanuit de coulissen), neem ik de zomerberichten door. Een greep:

-          de OECD brengt een rapport uit over toenemende persbreidel in Europa

-          De VS gaan niet de daders vervolgen van kwalijke zaken rondom Afghanistan, maar boodschapper WikiLeaks

-          Minister Hirsch Ballin, zijn Franse collega, Hortefeux, de Burgemeester van Berlijn, en de VS regering hebben diverse voorstellen om de burger te kunnen bespieden en bestraffen zonder tussenkomst van de rechter. Communicatie van burgers mag worden onderschept, en vreedzame demonstranten worden gefilmd en in een databestand opgeslagen

-          Ik begin intussen mijn zoveelste rechtszaak om openbaarheid van bestuur te bewerkstelligen (momenteel over vertrouwelijke documenten rondom SWIFT en ACTA)

-          Uit een rapport blijkt dat de Nederlandse opsporingsdiensten de regels aan hun laars lappen bij het opvragen van persoonsgegevens voor opsporingsdoeleinden. Van de FBI was dat al jaren bekend, zoals ook weer blijkt uit het Top Secret America onderzoek van de Washington Post

-          Italië stuurt zonder wroeging honderden asielzoekers naar Lybie, waar ze worden opgesloten of de woestijn in worden gestuurd om te sterven, terwijl Frankrijk zint op manieren om Roma groepsgewijs en tegen de regels in, het land uit te zetten.

Niet in de pers komt hoe de VS (met enthousiaste steun van Europese regeringen) achter de schermen geen enkel middel schuwen om de hand te leggen op alle persoonsgegevens van Europese burgers, waarbij rechtsbescherming resoluut tot een betekenisloos minimum wordt beperkt.

Lichtpuntje: in Groot-Brittannië begint een onderzoek naar de rol in ondervragingen van terreur-verdachten. Maar in de rest van Europa blijft het oorverdovend stil over de medeplichtigheid aan extraordinary renditions, geheime gevangenissen, vervoer van honderden verdachten naar Guantanamo, en marteling en harde, onwettige verhoormethodes waaraan westerse ondervragers meewerkten of een oogje toeknepen.

Het vrije Westen, Europa en de VS, waren decennia lang de koplopers in democratie en vrijheid. Maar de laatste tien jaar zijn de burgerrechten drastisch ingeperkt, krijgen overheden schrikbarend brede bevoegdheden terwijl omgekeerd controle op de macht vrijwel onmogelijk wordt doordat steeds meer beleidsactiviteiten tot vertrouwelijk en geheim worden bestempeld. De burger leeft in een glazen huis, de overheid achter gesloten deuren. Gerechtelijke toetsing wordt geminimaliseerd.

Kritische (pers)stemmen wordt steeds vaker de mond gesnoerd, en elk afwijkend geluid wordt door de overheid scherp gemonitord. “Nationale veiligheid” en “openbare orde” zijn de klassieke toverwoorden waarmee dit alles gelegitimeerd wordt. Als een kikker die langzaam wordt gekookt in heet water, blijft een reactie van de burger uit, terwijl zijn vrijheid en rechten dag na dag, maatregel na maatregel worden ingeperkt. Het bouwwerk van mensenrechten, internationaal recht en burgervrijheden dat we na WOII hebben opgebouwd, wordt met de salamitactiek aan alle kanten ondermijnd, onder onnozel applaus van politici die in naam staan voor vrijheid en democratie.

Dit schiet me allemaal door het hoofd terwijl VVD en CDA praten over een mogelijke coalitie met de partij die pretendeert de vrijheid te verdedigen. Ik probeer me voor te stellen hoe het er na vier jaar VVD-PVV-CDA voor zal staan met de burgerrechten en de mensenrechten. Geen opwekkende gedachte. Maar des te meer reden om alle zeilen bij te zetten voor de vrijheid, de rechtsstaat en de democratie, zodat de Sacharovprijs niks van zijn glans verliest.