Geen gat in de grens voor criminelen in Europa

18 december, 2010 door Sophie in 't Veld

De Tweede Kamer riep deze week op tot het opzetten van een Europees “pedo-register”, in reactie op het bekend worden van een aantal afschuwelijke kindermisbruikzaken. Het mag niet zo zijn dat een gekend kinderverkrachter door simpelweg te verhuizen, zijn criminele verleden onzichtbaar kan maken. Maar zo’n register (ECRIS) staat al in de steigers, en zal in 2012 in werking treden.

Na de zaak van lustmoordenaar Fourniret (die na een gevangenisstraf in Frankrijk, zijn praktijken ongestoord in België voortzette) werd in 2004 besloten tot het opzetten van een strafregister informatie systeem, zodat het niet meer kan voorkomen dat criminelen door simpelweg te verhuizen, hun criminele verleden onzichtbaar kunnen maken.

criminelen hebben belang bij een verdeeld Europa
Er zit een zekere ironie in, hoe effectief criminelen samenwerken over de grenzen heen, terwijl de samenwerking van Europese overheden moeizaam en struikelend gaat. Zonder zeuren over cultuur- of taalbarrières, of nationale identiteit zetten misdadigers hun internationale criminele netwerken op. Criminelen wrijven zich in de handen als politie- en justitiesamenwerking binnen Europa stroef loopt, want ze hebben belang bij een verdeeld en zwak Europa om ongestoord hun misdaden te kunnen plegen.

Europese samenwerking geen natuurlijke reflex
Gelukkig zijn op het terrein van politie- en justitiesamenwerking de laatste jaren veel nieuwe ontwikkelingen in gang gezet, zoals het Europees Arrestatiebevel, het opzetten van Europol en Eurojust, en het uitwisselen van politiebestanden. Maar voor nationale politie- en justitiediensten is Europese samenwerking nog verre van een natuurlijke reflex, en wederzijds vertrouwen en kennis over elkaars systemen zeer beperkt. Daarnaast is het ontwikkelen van rechtsbescherming van de burger, als noodzakelijk tegenwicht, sterk achtergebleven.

Volwaardige Europese politie- en justitiesamenwerking nodig
Om criminaliteit daadwerkelijk te kunnen bestrijden, en om het gat in de grens te dichten voor criminelen die hun verleden willen uitwissen, moet er meer gebeuren dan het opzetten van een pedo-register. Er moet een volwaardige Europese politie- en justitiesamenwerking komen, en op termijn moeten Europol en Eurojust zich ontwikkelen tot respectievelijk een Europese politiedienst en een openbare aanklager. Daarnaast moet de burger overal in Europa een hoog niveau van rechtsbescherming genieten. Zo moet de lang beoogde Europese Ruimte voor Recht en Veiligheid gestalte gaan krijgen, in al zijn facetten. Zodat in Europa kinderverkrachters geen gaten meer in de grens vinden.

Papa’s en Mama’s in Europa

22 oktober, 2010 door Sophie in 't Veld

Dat Europa helemaal geen “Ver-van-m’n-bed-show” is, maar juist heel dicht bij huis is, bleek deze week toen het Europees Parlement stemde over de herziening van de huidige EU regeling voor zwangerschapsverlof.

Het Parlement stemde onder meer voor een volledig doorbetaald zwangerschapsverlof van minstens 20 weken, 2 weken volledig doorbetaald vaderschapsverlof en een gelijke regeling voor adoptie-ouders.

Dit is niet de definitieve regeling, maar slechts de openingszet van het Parlement voor de onderhandelingen met de Raad (de Lidstaten).  Het valt te verwachten dat de Raad de regeling flink wil uitkleden, dus biedt de stevige inzet van het Parlement een kans op een redelijk compromis.  Om die reden heeft D66 vóór gestemd, hoewel we oorspronkelijk voor de optie met 18 weken verlof waren. Dit is ook de minimumnorm die de Internationale Arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties aanhoudt in het belang van de veiligheid en de gezondheid van de moeder. Voor D66 was het ook belangrijk dat er een regeling komt voor vaderschapsverlof en voor adoptie-ouders.

De vernieuwingsagenda van de Europese Unie “EU2020” heeft als doel  gesteld om meer mensen kansen te geven op de arbeidsmarkt, en om vooral de arbeidsmarktdeelname van vrouwen omhoog te krijgen. Eén van de bouwstenen daarvoor is om de combinatie van werk en gezin makkelijker te maken voor jonge ouders. Daarvoor is zwangerschaps- en vaderschapsverlof alléén niet voldoende, maar het is wel een begin. 

De Europese Unie maakt op grond van de EU Verdragen en het Handvest van de Grondrechten wetten en regels over gezondheid en veiligheid op het werk, en over arbeidsvoorwaarden. Binnen de interne markt is dat bovendien nuttig, om te zorgen dat landen met een hoog beschermingsniveau geen concurrentienadeel ondervinden. Om die reden namen begin jaren ’90 werkgevers en werknemers het initiatief voor een regeling voor zwangerschapsverlof. De huidige voorstellen zijn een modernisering daarvan.

Kleine bedrijfjes maken zich – begrijpelijk – zorgen of een langer verlof voor werknemers geen buitensporige last voor hun organisatie vormt. Natuurlijk is voor een klein team de afwezigheid van een werknemer, en eventuele kosten, vaak heel lastig. Aan de andere kant hoort het stichten van een gezin bij het leven, en moeten we er juist voor zorgen dat het krijgen van kinderen niet leidt tot onnodige uitval van werknemers, zoals oneigenlijk ziekteverlof of het opgeven van de baan. De Europese landen die op dit moment de meest genereuze regelingen hebben – vooral de Scandinavische landen – hebben ook een krachtige en concurrerende economie.

Wat betreft zwangerschapsverlof zit Nederland met 16 weken op dit moment in de middenmoot. Maar op het gebied van vaderschapsverlof loopt Nederland met 2 dagen echt achter op de rest van Europa. Nederland loopt ook achter als het gaat om financiële zelfstandigheid van vrouwen en daarnaast zijn in Nederland de inkomensverschillen tussen mannen en vrouwen groter dan het Europese gemiddelde. Procentueel hebben veel Nederlandse vrouwen een baan, maar omdat het meestal gaat om kleine deeltijdbanen, is het overgrote deel van Nederlandse vrouwen economisch niet zelfstandig, en dus veel kwetsbaarder voor armoede wanneer de hoofdkostwinner wegvalt. Het aandeel vrouwen in topfuncties is nog steeds gênant laag (getuige ook het nieuwe Kabinet met slechts 20% vrouwen).

Om het voor jonge ouders makkelijker te maken om werk en gezin te combineren is meer nodig dan zwangerschapsverlof. Ook betaalbare en goede kwaliteit kinderopvang is daarvoor essentieel, net als flexibiliteit in de werktijden en een arbeidscultuur die rekening houdt met het feit dat mensen een gezin hebben. Op dat terrein valt nog één en ander te verbeteren (zo dragen de werkgevers momenteel nog niet de toegezegde 30% bij in de kosten van kinderopvang).

Er wordt wel betoogd dat dit soort regelingen niet opportuun zijn in tijden van economische crisis. Maar die mensen vergeten dat de regeling – als ze er al komt, en zeker in afgezwakte vorm – pas over enkele jaren van kracht zal worden. Nu investeren in arbeidsmarktdeelname is dan ook een kwestie van een vooruitziende blik.

Mogen EU Lidstaten de regels ongestraft aan hun laars lappen?

13 september, 2010 door Sophie in 't Veld

De botsing over de collectieve uitzetting van Roma uit Frankrijk deze week leek oppervlakkig gezien alleen een morele kwestie. Is er sprake van discriminatie en stigmatiseren van een hele bevolkingsgroep, en zijn uitzettingen niet in strijd met de burgerrechten? Maar de inzet van de strijd was eigenlijk ook een andere: is de EU bereid in te grijpen als een Lidstaat zich niet aan de wet houdt?

De laatste jaren is er een roep om zero tolerance voor burgers die de wet overtreden. Het repressieve instrumentarium van politie, justitie en veiligheidsdiensten is danig uitgebreid, burgervrijheden worden ingeperkt, alles en iedereen wordt aan ingrijpende controles onderworpen.

Merkwaardig genoeg zien we precies het tegenovergestelde als het gaat om overtredingen begaan door EU Lidstaten. Alle Lidstaten (ook het Braafste Jongetje van de Klas) overtreden met grote regelmaat de regels. Of het nu gaat om het wederrechtelijk collectief uitzetten van Roma, het verlenen van ongeoorloofde staatssteun, het inperken van de mediavrijheid, het schenden van de normen van het Stabiliteitspact, of het sjoemelen met EU subsidies. Je zou zeggen dat het principe van zero tolerance ook op wangedrag door Lidstaten van toepassing is, maar niets is minder waar.

In het huidige klimaat van nationalisme lijken de Lidstaten te menen dat ze boven de wet staan. De Europese Commissie is in de meeste gevallen de instantie die moet ingrijpen. Als het gaat om overtreding van de marktregels aarzelt de Commissie geen seconde. Invallen bij het ochtendgloren door de anti-kartelbrigade, of het opleggen van miljardenboetes aan grote bedrijven doet de Commissie zonder met haar ogen te knipperen. Maar als het erom gaat om nationale regeringen tot de orde te roepen en de naleving van de regels en afspraken af te dwingen, is de Commissie terughoudend en laat zich intimideren door de Lidstaten. Lidstaten accepteren geen “bemoeienis” van “Brussel”. Het niet naleven van de regels verzwakt het vertrouwen in de EU.

De financiële crisis heeft op brute wijze aangetoond dat strak Europees toezicht op financiële markten noodzakelijk is, net zoals de eurozone crisis aantoont dat Lidstaten niet in staat zijn zichzelf te controleren en disciplineren. Ook het uitgeven van EU subsidies door de Lidstaten heeft nog nooit een voldoende gekregen van de Rekenkamer. In al deze gevallen moet de EU bevoegdheid krijgen om te controleren, in te grijpen en sancties op te leggen. Maar de Lidstaten weigeren, en zeggen dus impliciet dat ze niet van plan zijn zich iets aan te trekken van Europese wetten en afspraken.

Van het op handen zijnde VVD, CDA + PVV Kabinet valt niet te verwachten dat het zal pleiten voor meer EU bevoegdheden voor het handhaven van de regels. Een nieuwe variant van gedoogbeleid.

EU burgers of paria’s?

12 september, 2010 door Sophie in 't Veld

De reacties in mijn mailbox liegen er niet om: veel mensen zien Roma als uitschot, onverbeterlijke dieven en viezeriken, die vooral overlast veroorzaken voor fatsoenlijke burgers. Veel mailschrijvers lijken te denken dat dit cultureel of genetisch bepaald is, en dus onoplosbaar. Het massaal uitzetten van Roma krijgt grote bijval van het publiek.

Niemand ontkent de grote problemen met  en voor de Roma. Massa uitzettingen geven kortstondig lucht aan de frustratie, maar lossen niks op.

95% van de Roma hebben de Franse nationaliteit, en kunnen niet worden uitgezet. De maatregelen van Sarkozy richten zich dus op 5% van de mensen, en is dus symboolpolitiek. Degenen die wel worden uitgezet, komen binnen de kortste keren weer terug, vooral omdat de situatie in Roemenië  en Bulgarije nog erger is. Het staat elke EU burger vrij in andere Lidstaten te wonen en te werken, dus ook Roma. Voor Roemenen en Bulgaren gelden tot 2014 bepaalde beperkingen op het recht op vrij verkeer. Maar het enkele feit van het niet hebben van een eigen inkomen is onvoldoende reden voor automatische uitzetting. Er zijn ook geen aanwijzingen voor ernstige misdaden of een massaal beroep op sociale zekerheid door deze mensen.

Uitzetten van EU burgers is toegestaan, maar alleen onder zeer strikte voorwaarden. Elke persoon heeft recht op een individuele beoordeling.  Collectieve uitzettingen zijn niet toegestaan. Uitzetting mag alleen bij ernstig risico voor openbare orde en veiligheid. Er zijn regels m.b.t. de procedure zoals schriftelijke kennisgeving en recht op beroep binnen een maand.

Frankrijk beweert dat aan deze voorwaarden is voldaan, met name omdat het vertrek “vrijwillig” zou zijn. Maar de huisvesting van de Roma werd kort en klein geslagen, zodat ze feitelijk dakloos waren. Er stond een cordon politiemannen omheen, en de Roma kregen de keus: nu vrijwillig vertrekken, of anders gedwongen. Sommige NGO’s melden dat mannen en vrouwen (en kinderen) van elkaar werden gescheiden. Van de uitgezette Roma werden vingerafdrukken genomen, het geen simpelweg illegaal is. Een vertrouwelijk rapport van de Europese Commissie zet dan ook grote vraagtekens bij de legaliteit van de uitzettingen.

Het overgrote deel van de gemeenten weigert te voldoen aan de wettelijke plicht staanplaatsen te voorzien voor de Roma. De Roma zijn daardoor vaak onvermijdelijk aangewezen op illegale staanplaatsen, zonder water, electriciteit en vuilnisinzameling. Reizen is geen misdaad, dus daarvoor moeten we mensen niet bestraffen. Iedereen heeft recht op huisvesting onder fatsoenlijke omstandigheden.

Het Europees Parlement pleit al jaren voor een degelijke strategie voor de Roma. Onderwijs is essentieel, net als huisvesting, medische zorg en werk. De 10-12 miljoen Roma hebben er recht op eindelijk volwaardig deel te nemen aan de Europese samenleving, zonder discriminatie en marginalisering, en zonder overlast te veroorzaken.

Ouders zijn verplicht hun kinderen naar school te sturen. Maar daarnaast is de overheid verplicht te zorgen voor een passende en veilige schoolomgeving. In veel (vooral Oost-Europese) landen worden Roma kinderen automatisch verwezen naar scholen voor kinderen met leermoeilijkheden of zwakbegaafden. Vaak is er sprake van volkomen segregatie, en Roma kinderen op “gewone” scholen worden ernstig gediscrimineerd.

Overlast en misdaad moeten aangepakt en bestraft worden. Maar tegelijkertijd is duidelijk dat ernstige discriminatie, gebrek aan opleiding, en uitsluiting uit de arbeidsmarkt leiden tot vrijwel volkomen en uitzichtloze werkloosheid en armoede, en dus voortbestaan van de problematiek.

Los van de legaliteit, is de retoriek rondom de uitzettingen verwerpelijk. Het is ronduit onfris hoe Sarkozy en de zijnen een impliciet verband leggen tussen Roma en criminaliteit. En kunnen wij Europeanen met een schoon geweten wegkijken van het bestaan van een kaste van 10 miljoen onaanraakbaren binnen onze gemeenschap?

Wat moet een sportclub met mijn paspoort?

6 september, 2010 door Sophie in 't Veld

Steeds vaker is voor het verkrijgen van een dienst, product of lidmaatschap vereist om een groot aantal persoonsgegevens, waaronder meestal een kopie van paspoort of ID kaart, af te staan aan bedrijven en organisaties.  Telecom aanbieders eisen een kopie van identiteitsbewijs en een bankafschrift voor het verkrijgen van een abonnement, maar ook de plaatselijke sportclub stelt dezelfde eisen voor een lidmaatschap.

Ik heb een aantal bezwaren tegen deze groeiende praktijk, zowel uit oogpunt van privacy als consumentenbescherming. Ten eerste heeft een consument eigenlijk geen echt vrije keus, aangezien in veel gevallen alle bedrijven binnen een sector dezelfde categorieën persoonsgegevens vragen. Het afstaan van een kopie van het identiteitsbewijs en een bankafschrift wordt de facto een voorwaarde voor het verkrijgen van bepaalde diensten en producten. Dit geldt vooral voor essentiële diensten als toegang tot het internet of een telefoonabonnement.

In de tweede plaats lijken de gevraagde gegevens me volstrekt onnodig voor de bedrijfsvoering. Het controleren van de kredietwaardigheid van een klant lijkt in veel gevallen excessief, aangezien het gaat om kleine bedragen voor een dienst die veelal bij wanbetaling simpelweg afgesloten kan worden. In de gevallen waar vooruit moet worden betaald, is het me al helemaal onduidelijk waarom kredietwaardigheid dient te worden getoetst. Ook is mij niet duidelijk waarom het voor een goede bedrijfsvoering essentieel zou zijn om de officiële identiteit van een klant te verifiëren.

Heel veel bedrijven leveren (dure) producten en diensten zonder te vragen om identificatie of kredietwaardigheid. Bijvoorbeeld bestellen van meubels, het verrichten van (verbouwingswerkzaamheden) in huis, het boeken van een vakantiereis, het bezorgen van boodschappen, enzovoort. Mijn grootste bezwaar is echter de grootschalige opslag van de gevraagde persoonsgegevens. Bedrijven leggen feitelijk grote bestanden aan van kopieën van paspoorten en identiteitsbewijzen en bankafschriften. De noodzaak van dergelijke bestanden voor de bedrijfsvoering is mij niet duidelijk. Van veel bedrijven betwijfel ik of ze bekend zijn met de regels inzake bescherming persoonsgegevens (zoals in het voorbeeld van de sportclub), en of de veiligheidsmaatregelen rondom een dergelijk bestand wel adequaat zijn. Dergelijke bestanden brengen aanzienlijke risico’s op verlies, lekken diefstal en fraude met zich mee. Daarnaast is er geen duidelijkheid over de risico’s van gebruik van deze bestanden door derden (inclusief politie, justitie en inlichtingendiensten) en het combineren van deze bestanden met gegevens in andere bestanden.

Een gemiddelde consument komt voor in talloze bestanden. Daardoor kan eenvoudig een gedetailleerd beeld worden gevormd van de levensstijl en activiteiten van een persoon, zonder dat hij/zij zich daarvan bewust is. Tenslotte maakt de interne markt dat bedrijven en consumenten over de grenzen heen diensten en producten kunnen aanbieden respectievelijk afnemen. Dit werpt de vraag op welke regels van toepassing zijn.

(Dit is een bewerking van een brief die Sophie in ‘t Veld eind augustus 2010 heeft geschreven aan het College Bescherming Persoonsgegevens met daarin de vraag of het CBP bekend is met de praktijk en de ontwikkelingen in andere EU Lidstaten)

Centen en handtasjes

10 augustus, 2010 door Sophie in 't Veld

Geheel volgens verwachting roept het voorstel van Eurocommissaris Lewandowski voor eigen middelen voor de EU heftige reacties op in de hoofdsteden van Europa. Maar in plaats van hun vertrouwde licht Eurosceptische reflex, zouden de regeringen er goed aan doen het voorstel serieus te bekijken. Europa heeft dringend behoefte aan een moderne, transparante begroting, toegesneden op de prioriteiten en uitdagingen van deze tijd.

De Europese “schatkist” wordt voor een deel gevuld met zogeheten “eigen middelen”, die rechtstreeks naar de EU vloeien (vooral uit BTW), en voor een deel met nationale bijdragen. Het aandeel nationale bijdrage is sinds 1988 gegroeid van circa 10% naar 76%. Naarmate de Lidstaten meer bijdragen uit de nationale begroting, groeide het gekrakeel en de koehandel tussen de Lidstaten over de hoogte van de bijdragen. De bijdragen aan Europa werden door Eurosceptici gretig aangegrepen om een beeld te schetsen van een geldverslindend Europa.

De 7-jarige cyclus van onderhandelingen over de meerjarenbegroting ontaardde in een pandemonium van handtasjes-meppende nationale politici, die allemaal met een zo groot mogelijke buit naar hun nationale kiezers willen terugkeren. In een groeiende EU wordt een compromis over de bijdragen afgekocht met flinke bedragen aan landbouwsubsidies en structuurfondsen. De doelstellingen en prioriteiten van de EU doen volstrekt niet ter zake. Het huidige systeem, ontworpen voor zes Lidstaten een halve eeuw geleden, is een perverse uitruil tussen Lidstaten, dat drijft op het in stand houden van de molen van landbouwsubsidies en structuurfondsen. Met andere woorden: de Britten en de Nederlanders krijgen hun korting, maar dan behoudt Frankrijk het landbouwbeleid. Netto opbrengst voor de burger: nul.

In het huidige systeem zijn de Lidstaten tevens verantwoordelijk voor het uitgeven van het grootste deel van de EU begroting. Daar gaan ze zo slordig mee om, dat er tot op heden nog nooit één enkele jaarrekening is goedgekeurd.

Kortom: het huidige systeem heeft afgedaan.

De Europese Liberale ALDE fractie heeft daarom van de nieuwe Europese Commissie geëist met voorstellen te komen voor eigen middelen voor de EU, waarbij de nationale bijdragen omlaag gaan of worden afgeschaft. De EU begroting moet dienen om Europese prioriteiten te financieren, zoals innovatie, kennis, duurzaamheid, en veiligheid, burgerrechten, buitenlandbeleid.

Lewandowski stelt geen Europese inkomensbelasting voor, maar hij stelt voor dat belastingen die hoe dan ook door veel Lidstaten afzonderlijk zullen worden ingevoerd (op luchtvaart en op financiële transacties), beter op EU niveau kunnen worden ingevoerd, en dan rechtstreeks in de EU begroting vloeien. Volgens die methode vallen ook BTW opbrengsten toe aan de EU begroting. Niks nieuws onder de zon dus.

De EU begroting moet in alle transparantie worden vastgesteld, na een openbare discussie over de prioriteiten, en met volledige medezeggenschap voor het Europees Parlement. Dit verdient de voorkeur boven het huidige systeem. De discussie over eigen middelen is niet makkelijk en zeker niet populair. Het getuigt van moed en visie dat Commissaris Lewandowksi en de ALDE fractie het aan de orde stellen.

Nederland verdient een serieuze inhoudelijke en geïnformeerde discussie over dit onderwerp. Een begroting gaat uiteindelijk niet alleen om de centen, maar vooral over hoe we Europa in de komende jaren vorm geven.

HET VRIJE WESTEN – VERLEDEN TIJD?

30 juli, 2010 door Sophie in 't Veld

Het Europees Parlement gaat binnenkort beslissen over de toekenning van de jaarlijkse Sacharovprijs, de prijs voor vrijheid van denken die jaarlijks wordt toegekend aan moedige strijders tegen dictatuur, onderdrukking en intolerantie. De prijs wordt altijd toegekend aan personen in landen ver weg met autoritaire regimes, zoals China of Rusland. Maar is Europa nog wel zo’n baken van vrijheid en democratie? Kunnen we nog wel met hetzelfde moreel gezag anderen de les lezen over democratie en vrijheid?

Terwijl de VVD en het CDA achter gesloten deuren delibereren over regeren met de PVV (op het pluche dan wel vanuit de coulissen), neem ik de zomerberichten door. Een greep:

-          de OECD brengt een rapport uit over toenemende persbreidel in Europa

-          De VS gaan niet de daders vervolgen van kwalijke zaken rondom Afghanistan, maar boodschapper WikiLeaks

-          Minister Hirsch Ballin, zijn Franse collega, Hortefeux, de Burgemeester van Berlijn, en de VS regering hebben diverse voorstellen om de burger te kunnen bespieden en bestraffen zonder tussenkomst van de rechter. Communicatie van burgers mag worden onderschept, en vreedzame demonstranten worden gefilmd en in een databestand opgeslagen

-          Ik begin intussen mijn zoveelste rechtszaak om openbaarheid van bestuur te bewerkstelligen (momenteel over vertrouwelijke documenten rondom SWIFT en ACTA)

-          Uit een rapport blijkt dat de Nederlandse opsporingsdiensten de regels aan hun laars lappen bij het opvragen van persoonsgegevens voor opsporingsdoeleinden. Van de FBI was dat al jaren bekend, zoals ook weer blijkt uit het Top Secret America onderzoek van de Washington Post

-          Italië stuurt zonder wroeging honderden asielzoekers naar Lybie, waar ze worden opgesloten of de woestijn in worden gestuurd om te sterven, terwijl Frankrijk zint op manieren om Roma groepsgewijs en tegen de regels in, het land uit te zetten.

Niet in de pers komt hoe de VS (met enthousiaste steun van Europese regeringen) achter de schermen geen enkel middel schuwen om de hand te leggen op alle persoonsgegevens van Europese burgers, waarbij rechtsbescherming resoluut tot een betekenisloos minimum wordt beperkt.

Lichtpuntje: in Groot-Brittannië begint een onderzoek naar de rol in ondervragingen van terreur-verdachten. Maar in de rest van Europa blijft het oorverdovend stil over de medeplichtigheid aan extraordinary renditions, geheime gevangenissen, vervoer van honderden verdachten naar Guantanamo, en marteling en harde, onwettige verhoormethodes waaraan westerse ondervragers meewerkten of een oogje toeknepen.

Het vrije Westen, Europa en de VS, waren decennia lang de koplopers in democratie en vrijheid. Maar de laatste tien jaar zijn de burgerrechten drastisch ingeperkt, krijgen overheden schrikbarend brede bevoegdheden terwijl omgekeerd controle op de macht vrijwel onmogelijk wordt doordat steeds meer beleidsactiviteiten tot vertrouwelijk en geheim worden bestempeld. De burger leeft in een glazen huis, de overheid achter gesloten deuren. Gerechtelijke toetsing wordt geminimaliseerd.

Kritische (pers)stemmen wordt steeds vaker de mond gesnoerd, en elk afwijkend geluid wordt door de overheid scherp gemonitord. “Nationale veiligheid” en “openbare orde” zijn de klassieke toverwoorden waarmee dit alles gelegitimeerd wordt. Als een kikker die langzaam wordt gekookt in heet water, blijft een reactie van de burger uit, terwijl zijn vrijheid en rechten dag na dag, maatregel na maatregel worden ingeperkt. Het bouwwerk van mensenrechten, internationaal recht en burgervrijheden dat we na WOII hebben opgebouwd, wordt met de salamitactiek aan alle kanten ondermijnd, onder onnozel applaus van politici die in naam staan voor vrijheid en democratie.

Dit schiet me allemaal door het hoofd terwijl VVD en CDA praten over een mogelijke coalitie met de partij die pretendeert de vrijheid te verdedigen. Ik probeer me voor te stellen hoe het er na vier jaar VVD-PVV-CDA voor zal staan met de burgerrechten en de mensenrechten. Geen opwekkende gedachte. Maar des te meer reden om alle zeilen bij te zetten voor de vrijheid, de rechtsstaat en de democratie, zodat de Sacharovprijs niks van zijn glans verliest.

Gele en rode kaarten bij schending EU Grondrechten

10 juli, 2010 door Sophie in 't Veld

Wie zich niet aan de regels houdt, krijgt straf. Dat is een algemeen aanvaard principe, zowel in het voetbal alsook binnen de EU. Bij illegale staatssteun, milieudelicten, kartels en andere overtredingen van EU wetgeving treedt de Commissie ferm op, legt miljardenboetes op of stapt naar de rechter om Lidstaten en bedrijven in het gareel te krijgen.

Maar als het gaat om grondrechten, kijkt de Commissie timide de andere kant op. De EU heeft een heel arsenaal aan regels en wetten betreffende de democratische spelregels en de grondrechten. Maar die regels worden soms door de Lidstaten met de voeten getreden. Homohaat van staatswege, bemoeienis van de politiek met de media, wettelijke beknotting van de persvrijheid, zonder proces terugsturen van asielzoekers, het opleggen van een staatsgodsdienst ten koste van andere levenbeschouwelijke en religieuze groepen, of het op grote schaal meewerken aan illegale ontvoeringen en uitlevering aan martelende regimes door de CIA: voorbeelden te over van kwesties waar EU ingrijpen en sancties volstrekt op hun plaats zouden zijn.

De Europese Commissie voert als reden vaak het slappe argument aan dat ze onvoldoende bevoegdheden en middelen heeft. Dat is flauwekul. De Commissie heeft voldoende handvaten om deze zaken daadkrachtig aan te pakken, zoals de EU Verdragen en het EU Handvest van de Grondrechten, anti-discriminatie richtlijnen, richtlijnen voor mediaconcentraties, enzovoort. De EU gaat zelfs toetreden tot het EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens).

In een uiterst geval is er de mogelijkheid tot schorsing voorzien in het EU Verdrag. Na de episode Haider en de boycot van Oostenrijk werd een artikel in het Verdrag opgenomen (1), waarmee Lidstaten kunnen worden geschorst bij ernstige en systematische schendingen van de democratische spelregels en de grondrechten. Sinds Haider heb ik nog wel radicalere opvattingen gehoord. Een situatie als in Italië geeft wel degelijk aanleiding om heel serieus na te denken over sancties, en de anti-homowet in Litouwen moet door de Commissie voor de rechter worden aangevochten.

Het argument dat de Grondrechten geen EU aangelegenheid zijn, en dat de Commissie onvoldoende bevoegdheden heeft, houdt dus geen steek. In andere gevallen (gekke koeien ziekte, eurozone crisis) blijkt dat de EU ook met een heel dunne of zelfs afwezige rechtsgrondslag wel degelijk kan handelen, als de politieke wil er maar is.

Dat geldt overigens evenzeer voor het Europees Parlement zelf. Te vaak blokkeren de twee grote fracties van christen-democraten en socialisten debatten over misstanden binnen de EU Lidstaten. Te vaak lopen ze met een grote boog om gevoelige kwesties heen, terwijl we er als de kippen bij zijn om landen buiten de EU te kapittelen over democratie en mensenrechten.

Van kandidaat Lidstaten eisen we – terecht – dat ze aan de hoogste normen voldoen. Maar EU Lidstaten die op geen stukken na die normen halen, worden met rust gelaten, volgens de methode Herenakkoord-met-non-interventiebeginsel (de Lidstaten houden elkaar de hand boven het hoofd). De Europese Commissie is de laatste jaren danig verzwakt, en durft niet tegen de Lidstaten op te treden. Maar als we van Europa echt een gemeenschap van waarden willen maken, en ons moreel gezag in de wereld willen herstellen, dan moeten we serieus werk gaan maken van het naleven van de grondrechten.

Wie de democratische spelregels en de Grondrechten schendt, moet op het strafbankje!

  1: zie http://www.europa-nu.nl/id/vh25de3ygpxe/artikel_7_schorsing_rechten_lidstaat

 

Van hooiberg naar speld: stap vooruit, maar geen triomf

26 juni, 2010 door Sophie in 't Veld

 In juli stemt het Europees Parlement over de doorgifte van bankgegevens aan de VS. Het bereikte compromis zet niet direct aan tot het ontkurken van de champagneflessen. Alle positieve en negatieve punten bij elkaar opgeteld is het op z’n best een zes min.

De rechtsbescherming voor burgers is met vraagtekens omgeven, en er zijn twijfels of alle partijen wel serieus van zins zijn zich aan de afspraken te houden. Alle kritische opmerking van diverse kanten zijn zeer zeker terecht.

Maar één belangrijk punt is wel bereikt: op afzienbare termijn wordt de grootschalige doorgifte van data in bulk vervangen door een systeem waarbij data eerst binnen de EU worden gefilterd. Met andere woorden: als de VS om een speld vragen, sturen we ze niet langer de hele hooiberg, maar alleen de speld. Dit is voor D66 een kernpunt.

In het kader van een concreet politie-onderzoek, op grond van een gerede verdenking, en met enige vorm van gerechtelijke toetsing, valt het gebruik van persoonsgegevens binnen de kaders van de rechtstaat. Maar D66 is tegen het ongericht en grootschalig gebruik van volledige data bestanden, met het risico van o.a. data mining en profiling.

Het compromis biedt ook kansen op een grotere rol voor de Toezichthouder Bescherming Persoonsgegevens, en voor betere gerechtelijke toetsing.

Is het hiermee een goed akkoord? Nee. D66 had het veel liever anders gezien, en ook bij ons bestaan twijfels en aarzelingen. Maar gelijk hebben en gelijk krijgen zijn niet hetzelfde. Betere opties zijn niet voorhanden. Allereerst zitten de grootste tegenstanders van een betere regeling niet in Washington, maar in de Europese hoofdsteden: het zijn vooral de nationale regeringen in Europa die vasthouden aan deze regeling. Zij laten de bankgegevens van Europese burgers liever doorzoeken door Amerikanen, dan door een Europese instelling.

Daarnaast was in het Europees Parlement een absolute meerderheid van Socialisten en Christen Democraten bereid zonder noemenswaardige voorwaarden voor het akkoord te stemmen. Andere partijen wilden liever aan de zijlijn blijven staan, en waren niet bereid tot een compromis. Alleen omdat de Liberale ALDE fractie de leiding nam – eerst met rapporteur Jeanine Hennis-Plasschaert, daarna Alexander Alvaro – kon de beëindiging van de grootschalige doorgifte van data worden bedongen.

Ook al zou het Parlement het Akkoord een tweede keer afschieten, dan zouden de VS een overeenkomst sluiten met afzonderlijke Lidstaten, vooral België en Nederland, waar resp de hoofdzetel van SWIFT en de server staan. Het is onwaarschijnlijk dat het Nederlandse of Belgische parlement betere voorwaarden had weten af te dwingen.

D66 sluit zich dus aan bij het compromis. Niet met vreugde, en niet zonder twijfels. Mij persoonlijk gaat dit niet makkelijk af. Vaak houden we vast aan een zuivere, principiële lijn. Maar dat is niet altijd effectief, en aan de zijlijn kan je weinig bereiken voor de burgers. Soms kiezen we voor een compromis, omdat het betere kansen biedt om dingen beter te maken. D66 loopt niet weg voor moeilijke keuzes.

Doorgifte bankgegevens aan VS – de tweede ronde

16 juni, 2010 door Sophie in 't Veld

In Februari bezorgde het Europees Parlement de Raad (Lidstaten) een blauw oog met de verwerping van het EU-VS akkoord over de doorgifte van bankgegevens. Het Europees Parlement stelde tevens een lijstje op met voorwaarden waaraan een nieuw akkoord zou moeten doen.

De Europese Commissie ging terug naar de tekentafel, onderhandelde met de Amerikanen, en op 11 juni werd een nieuw akkoord gepresenteerd.

Hoewel het nieuwe akkoord zeker een aantal verbeteringen bevat, zoals betere rechtsbescherming voor EU burgers, schiet het voor D66 op een cruciaal punt nog steeds te kort. D66 eist dat het gebruik van persoonsgegevens alleen is toegestaan voor concrete onderzoeken van politie of justitie, als er een concrete verdenking is. Met andere woorden: geen doorgifte van hele bestanden (“in bulk”) en geen complete visexpedities in databestanden, zoals profiling of datamining.

In het nieuwe akkoord is weliswaar keurig vastgelegd dat alleen gegevens mogen worden doorgegeven in het kader van een concreet onderzoek, maar er is een addertje onder het gras: Europa bezit niet de technologie om die specifieke gegevens uit het databestand te filteren. Dus geeft de EU dan maar het hele (of een groot deel van) het databestand aan de Amerikanen, die wel de technologie hebben. Op deze manier kregen de VS feitelijk toegang tot vrijwel het gehele zoegeheten SWIFT bestand, door simpelweg elke maand één concreet verzoek om gegevens in te dienen.

Je zou zeggen dat dit probleem eenvoudig is op te lossen: geef ons de technologie, en we filteren de gegevens op EU grondgebied, en geven de VS alleen die gegevens waar ze om hebben gevraagd. Dit is precies wat het Europees Parlement had voorgesteld: laat het doorzoeken van de gegevensbestanden uitvoeren door Europol, de EU organisatie van samenwerkende politiediensten met hoofdkantoor in Den Haag.

Maar daar kwam de aap uit de mouw: de regeringen van de Lidstaten voelen daar helemaal niks voor. De nationale regeringen vinden het namelijk prima dat de Amerikanen onze bankgegevens krijgen en doorzoeken. De regeringen stellen dat dit een heel goede regeling is, want zo doen de VS gratis en voor niks het zoek- en analysewerk. Eigenlijk wordt dus het werk van inlichtingen- en politiediensten uitbesteed aan de VS, in plaats van dat we het door ons eigen Europol laten doen.

De nationale regeringen staan dus eigenlijk aan de kant van de Amerikanen, en willlen vasthouden aan de doorgifte in “bulk” van onze bankgegevens. Het Europees Parlement eist dat daar een einde aan komt. Beiden moeten het akkoord goedkeuren. Dat maakt de positie van Eurocommissaris Malmström buitengewoon lastig.

Veel Europarlementsleden vinden dat het nieuwe akkoord niet aan de voorwaarden voldoet. Maar de druk is groot om een tweede afwijzing te voorkomen. Bij een tweede ´nee´ is het waarschijnlijk dat de VS bilaterale afspraken gaan maken met de EU Lidstaten, waardoor de situatie nog ondoorzichtiger en ongrijpbaarder wordt.

Wordt vervolgd.