IN VERTROUWEN

30 mei, 2011 door Sophie in 't Veld

Ik wil een oud begrip uit de Europese eenwording weer eens uit de mottenballen halen: Lotsverbondenheid. Lotsverbondenheid ligt niet, zoals vaak gedacht, in een gezamenlijk verleden. Lotsverbondenheid ligt in het kiezen voor een gezamenlijke toekomst. Lotsverbondenheid is gebaseerd op vertrouwen. Maar vertrouwen komt niet vanzelf.

Voor een krachtige Europese Unie is onderling vertrouwen essentieel. Commentatoren wijzen er graag op dat het nooit iets gaat worden met dat Europa, want er is geen saamhorigheidsgevoel onder Europeanen. Vertrouwen is inderdaad niet vanzelfsprekend. We moeten ervoor kiezen. En als we dat doen, zijn we tot grote dingen in staat. Wij Europeanen hebben elkaar in de twintigste eeuw de meest vreselijke dingen aangedaan, en na 1945 en 1989 hadden we méér dan genoeg reden om elkaar te wantrouwen, maar toch hebben we gekozen voor vertrouwen en samenwerking. Daarmee hebben we Europa opgebouwd tot het continent met de beste kwaliteit van leven voor 500 miljoen burgers, een Europa dat de rest van de wereld tot voorbeeld is. Dat is een niet geringe prestatie.

Zelfvertrouwen is een voorwaarde om een ander te durven vertrouwen. Heeft Nederland zelfvertrouwen? Oppervlakkig gezien lijkt het zo. Maar in werkelijkheid lijdt Nederland aan een ernstige mate van zelfgenoegzaamheid en zelfoverschatting. Het gebrek aan zelfreflectie is een rem op verbetering en vernieuwing. Terwijl we grossieren in schimpscheuten over andere landen en ons wentelen in de mythe van Het Beste Jongetje van de Klas, zakt Nederland op alle relevante ranglijstjes en raken we onze koppositie kwijt.

Nationalisme en ongefundeerde prietpraat over onze eigen vermeende superioriteit, en de vermeende inferioriteit van anderen zijn gemeengoed geworden. De politieke leiders belijden lippendienst aan Europese samenwerking, maar door de cynische en spottende toon ontberen hun uitspraken over het belang van Europa elke geloofwaardigheid. Ook door mensen met gezag wordt gesproken over anderen in absurde karikaturen, die steeds vaker als werkelijkheid worden aangenomen. Tegelijkertijd leidt elke externe kritiek tot woedende reacties in een overgevoelig Nederland.

Wie luistert naar het huidige publieke debat, zou denken dat we zijn omgeven door tegenstanders en vijanden, die er op uit zijn om ons een poot uit te draaien, te onderwerpen of anderszins kwaad te doen. We worden geregeerd door angst en wantrouwen. Mensen wantrouwen hun medemensen uit andere landen of culturen. De overheid wantrouwt de burger. De burger wantrouwt de overheid en de politiek. Burgers wantrouwen elkaar.  Wantrouwen is de basis geworden voor alle beleid. We trekken nieuwe muren op om het gevaar buiten te houden, en willen alles controleren en reguleren om alle bedreigingen de baas te blijven.

Als we alleen de bedreigingen zien, worden we blind voor de kansen.  De wereld gaat door een periode van sterke economische en politieke turbulentie. Dat biedt bedreigingen, maar ook heel erg veel kansen voor wie ze wil zien. Juist in tijden van mondiale uitdagingen hebben we een sterk Europa nodig. Verdeeld zijn we zwak, maar samen kunnen we de nieuwe kansen grijpen en ook voor onze kinderen de welvaart en de vrijheid garanderen.

Het wordt hoog tijd voor een terugkeer naar de befaamde Nederlandse nuchterheid, en onze traditionele open blik op de wereld. Vertrouwen hebben in anderen vergt lef, maar ook dat hebben we genoeg.  We hebben genoeg reden tot zelfvertrouwen, en vertrouwen in de medemens. Met onze mede-Europeanen kunnen we kiezen voor een gezamenlijke toekomst, ervoor kiezen om samen te bouwen aan een welvarend, vrij, veilig en duurzaam Europa, dat koploper blijft in de wereld.

Het wordt tijd voor de nieuwe Lotsverbondenheid.

Kabinet: beter handen uit de mouwen dan vermanend vingertje

20 april, 2011 door Sophie in 't Veld

De Tweede Kamer praat vandaag over het zogenoemde nationaal hervormingsprogramma. Rutte en Verhagen moeten aan Brussel laten zien hoe zij gaan voldoen aan de doelstellingen om Europa in 2020 duurzaam en economisch sterker te maken.

Het kabinet Rutte neemt  de Zuid- Europese landen graag de maat, als die hun huishoudboekje niet op orde hebben. Daarbij wordt graag gesproken in karikaturen van vlijtige Hollanders die de rekeningen betalen voor luie knoflooklanden.  Als een strenge schoolmeester tegen een ongehoorzame leerling roepen ze om strenge sancties en drastische hervormingen voor die landen.  Maar tegelijkertijd vindt het kabinet Rutte het niet nodig zich zelf aan de Europese afspraken te houden.

 Alle lidstaten hebben zich verplicht jaarlijks in april hun hervormingsplannen voor te leggen aan de Commissie, in het zogenaamde “Europese Semester”. Alle landen stellen precies becijferde doelstellingen vast voor groei, arbeidsmarkt en bezuinigingen, in het Nationale Hervormings Programma. Een uitgelezen moment voor het kabinet om de Europese afspraken om te zetten in concrete maatregelen. Echter, het Hervormings Programma dat het kabinet nu presenteert is een samenraapsel van vage intenties, onrealistische aannames en sigaren uit eigen doos, bijeengehouden door de hoop dat moeilijke, impopulaire maatregelen kunnen vermijden, als de bedrijven maar voor genoeg groei zorgen. Blijkbaar is het kabinet van mening dat Nederland er zó goed voor staat, dat wij als enige Europese land de Europese afspraken niet hoeven na te komen.

De broodnodige hervormingen zijn op sterk water gezet omdat de PVV niet wil en het CDA niet durft.Nederland moet niet andere landen de maat nemen, maar zelf het goede voorbeeld geven. Het kabinet Rutte, dat andere landen de oren wast over gebrek aan hervormingszin, maakt zich er zelf wel héél makkelijk vanaf: beetje snijden in de sociale zekerheid, paar ambtenaren eruit, minder regels voor bedrijven, dan komt alles wel in orde, zo is de gedachtengang. Premiers Papandreou, Socrates en Kenny tonen meer moed en daadkracht.

De hoogmoed van dit kabinet is ongerechtvaardigd. Nederland kan het zich niet veroorloven op de lauweren te rusten. Ons land staat stil op de woningmarkt, de arbeidsmarkt en de zorg. De kostbaarste grondstof, kennis, wordt verwaarloosd.

Het IMF waarschuwt voor de hoge hypotheekschuld in Nederland, en de OESO voor een blijvend hoog overheidstekort. De EU Commissie wijst op de enorme Nederlandse achterstand op duurzaamheid.

Het Kabinet zet in op 80% arbeidsparticipatie in 2020, ruim boven het EU doel van 75%. Rutte denkt dat vooral te bereiken door te snijden in sociale zekerheid en voorzieningen, vanuit de gedachte dat uitkeringstrekkers en alleenstaande moedersdaarmee worden geactiveerd. Een echte visie op een dynamische arbeidsmarkt heeft het kabinet niet. Geen enkel scenario voor vergrijzing en krimp. Geen antwoord op de economische onzelfstandigheid van vrouwen. Geen oplossingen voor alle jongeren, allochtonen en laag opgeleiden die moeilijk de arbeidsmarkt opkomen, mede door de rigide bescherming van de insiders. Over de doelstelling terugdringen van sociale uitsluiting doet het kabinet een beetje schouderophalend, alsof het niet over Nederland gaat. Als al die werkende armen gewoon een beetje meer uren gaan draaien komt het vanzelf goed. Maar hoe dat bereikt gaat worden, blijft in het midden.

Wat betreft uitgaven voor Onderzoek en Ontwikkeling, mikt Rutte op 2,5% in 2020, ruim onder het 3% doel van de EU. Hoe Nederland met zo’n laag ambitieniveau bij de Top 5 moet gaan horen blijft een raadsel. Momenteel blijft Nederland steken op een povere 1,8%.

Opvallend is de nul-ambitie van het Kabinet op het punt duurzaamheid. De prestaties van Nederland wat betreft duurzaamheid hebben nu al een “junk rating”. Alle reden dus om de ambities flink op te schroeven. Op papier acht het kabinet de Europese doelen voor een duurzame energievoorziening inderdaad leidend, maar er komt onvoldoende geld voor hernieuwbare energie. Voor de CO2 reductie zet het Kabinet in op “technische maatregelen en gedragsverandering”. Dat strookt niet erg met het voornaamste wapenfeit van Rutte: de verhoging van de maximum snelheid.

Het kabinet stelt vast dat Nederland nu al op de Europese doelstelling van 40% hoger opgeleiden zit, dus hoeven we daar niks voor te doen. Kennelijk is de zesjescultuur uit de periode van premier Balkenende overgenomen door Rutte. In een wereld waar kennis de belangrijkste grondstof is, en waar de strijd om die grondstof zal verhevigen, zal Nederland niet moeten kijken naar prestaties uit het verleden of heden, maar moeten investeren in de knappe koppen van de toekomst.

GRONDRECHTEN NIET WAARDEVAST ONDER VVD

8 april, 2011 door Sophie in 't Veld

Achter de schermen is de VVD al sinds vorig jaar bezig met studeren op mogelijkheden om het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens in te perken. Nu opent VVD-er Stef Blok in een Volkskrant artikel  dan openlijk de aanval op het EVRM. Volgens Blok hinderen rechters de democratie en daarom moeten de mogelijkheden van het EVRM worden ingeperkt.  In deze logica moet de doodstraf worden heringevoerd als  51% van de Tweede Kamerleden dit wil.

Tijden veranderen, zegt Blok. Klopt als een bus. De tijden veranderen namelijk altijd, maar fundamentele waarden zijn onveranderlijk. Juist daarom is het nodig dat elementaire rechten en vrijheden worden beschermd tegen de waan van de dag. De aanval van de VVD bewijst hoe belangrijk het is dat het EVRM een buffer vormt tegen politieke tendenzen.

Wat in de laatste jaren is veranderd, is niet dat door het EVRM de beleidsruimte van Lidstaten krapper is geworden, maar andersom: sommige lidstaten zoeken steeds vaker de grenzen op of gaan er overheen.

Het is overigens opmerkelijk dat de VVD klaagt dat de rechter politiek bedrijft. Uitspraken van het Europese Hof van Justitie zijn een krachtige impuls geweest voor de ontwikkeling van de Interne Markt, waarbij Lidstaten werden verplicht barrières af te breken. Gek genoeg hoorde je de VVD daar niet over….

Blok vindt dat het EVRM de scheiding der machten bedreigt, en stelt vervolgens onbekommerd voor dat de politici de macht van de rechters moeten inperken. Rechters beschuldigen van een politieke agenda zijn trucs van een Berluscionaans kaliber, waar de VVD zich niet aan moet bezondigen. Zestig jaar VVD-traditie worden hier opgeofferd voor een gedoogakkoord met de PVV.

De EVRM geeft Nederland ruimte. De normen van het EVRM worden onderschreven door 47 landen, waaronder landen die niet bepaald een baken van democratie zijn. Het zijn minimumnormen en die kunnen voor een vooruitstrevende democratie als Nederland onmogelijk knellend zijn.

Het Hof in Straatsburg laat een “margin of appreciation” toe aan de lidstaten. Dat betekent: veel ruimte voor nationaal beleid en tradities. Verruiming van de margin of appreciation zoals de VVD wil levert weinig of niets op aangezien Nederland zelden door het Hof is veroordeeld, en het juist andere staten zullen zijn (zoals onder meer Turkije, Rusland, de Oekraïne, Roemenië) die een ruimere beoordelingsmarge zullen gebruiken om allerlei ernstige mensenrechten­schendingen te rechtvaardigen of om zich aan het toezicht van het Hof te onttrekken.

De Leidse hoogleraar Lawson stelt: ‘Het Hof wijst 95% van de klachten af. Nederland is in de afgelopen drie jaar in zegge en schrijve twee zaken veroordeeld, die allebei niets met de “nationale eigenheid” van ons land te maken hadden. Wat is dan het probleem?”

Het Hof in Straatsburg heeft in de afgelopen decennia inderdaad veel bereikt voor de mensenrechten, juist omdat het is gevrijwaard van politieke inmenging en onnodige inperking van de lidstaten. Als het aan de lidstaten had gelegen, waren er nooit baanbrekende arresten geweest om bijvoorbeeld homorechten te garanderen. Daar heb ik de VVD ook nooit over horen protesteren. Het gaat de VVD dus niet over het principe.

D66 ziet geen feitelijk probleem. Wat Blok eigenlijk wil zeggen is dat het asiel- en immigratiebeleid dat het VVD-CDA Kabinet nastreeft onder druk van de PVV, niet past binnen de zeer ruime grenzen van het EVRM. Een echte Liberaal zou daaruit concluderen dat zijn beleid kennelijk in strijd is met de mensenrechten. Blok concludeert dat de mensenrechten niet stroken met zijn beleid.

Dit waardenrelativisme van de VVD is bijzonder zorgelijk helemaal nu fragiele democratiseringsbewegingen in de Arabische wereld naar Europa kijken als rolmodel voor democratie, vrijheid en mensenrechten.

Op dit moment bereidt de EU zich voor op toetreding tot het EVRM, in lijn met het nieuwe EU Verdrag van Lissabon. Beetje merkwaardig om uitgerekend nu aan de stoelpoten van het EVRM te gaan zagen. De eerdere aanvallen van de Britse Conservatieven en nu ook van de VVD op het EVRM, waarbij het bestaansrecht van het EVRM en het Hof in twijfel worden getrokken, vormen een ernstige bedreiging voor de onafhankelijkheid van het Hof en zijn rechters. Onder zoveel politieke druk van de lidstaten zijn rechters eerder geneigd tot een zeer minimale uitleg van de mensenrechten. Daarbij delft de burger het onderspit.

Het EVRM is ooit ontworpen om burgers te beschermen tegen hun eigen overheid. Dat perkt per definitie de nationale beleidsruimte in. Daar hebben de 47 ondertekenende landen bewust voor gekozen. En de geschiedenis van Europa in de 20ste eeuw heeft afdoende aangetoond waarom het EVRM en het Hof van Straatsburg als luis in de pels moeten fungeren. Die luis in de pels is onmisbaar voor onze vrijheid. Ook als het af en toe jeukt.

Pensioenen in een notedop

8 maart, 2011 door Sophie in 't Veld

Ondanks een verregaande integratie van markt en munt, bleven de Lidstaten grotendeels autonoom op economisch en fiscaal gebied. Binnen de Europese Unie opereerden de 27 Lidstaten langs elkaar heen, en voerden elk afzonderlijk hun eigen beleid. Af en toe kwamen de regeringsleiders bijeen, spraken plechtige woorden over verregaande economische afstemming onder mooie titels als “Lissabon Strategie” of “EU2020″, om vervolgens elk huiswaarts te keren en onbekommerd door te gaan met business as usual.

Dit ging jarenlang goed, zolang de 27 notendopjes in economisch zonnige tijden op de kalme baren dobberden, elk notendopje met zijn eigen kapitein, autonoom en tevreden.

Losse notendopjes niet bestand tegen economische storm
Maar sinds de storm opstak, en we achtereenvolgens een financiële crisis, een economische crisis en een eurozone crisis te verstouwen kregen, blijkt dat de losse notendopjes niet erg zeewaardig zijn, en begint het besef door te dringen dat een gezamenlijke oceaanstomer veel meer bescherming biedt tegen de storm. Die oceaanstomer gaat dan wel één koers varen, en de notendopjes kunnen niet meer naar believen alle kanten op.

Bindende afspraken over gezonde pensioenstelsels
Dit betekent niet dat er een centrale planeconomie komt of dat Brussel over de details van onze pensioenen en sociale zekerheid gaat. Het gaat om het vaststellen van gemeenschappelijke doelen, en die dan daadwerkelijk naleven. Dat is niets nieuws: in het Stabiliteitspact staat allang dat landen niet alleen het begrotingstekort en de staatsschuld binnen de perken moeten houden, maar ook dat de pensioenstelsels “houdbaar” moeten worden gemaakt, zodat ze geen tijdbom gaan vormen onder onze gezamenlijke euro. Het systeem van niet-verplichtende afspraken, zonder mechanismen om naleving af te dwingen, werkt echter niet. Als landen de afspraken over pensioenhervorming aan hun laars lappen, is er in het oude systeem weinig dat Europa kan doen.

Garantie voor stabiele euro
Daarom is het essentieel dat er bindende afspraken komen over gezonde pensioenstelsels, die (desnoods met sancties) afgedwongen kunnen worden. Dat is geen “ongewenste Brusselse inmenging”, dat is de garantie voor een stabiele euro en de veiligheid van onze pensioenen.

Geen gat in de grens voor criminelen in Europa

18 december, 2010 door Sophie in 't Veld

De Tweede Kamer riep deze week op tot het opzetten van een Europees “pedo-register”, in reactie op het bekend worden van een aantal afschuwelijke kindermisbruikzaken. Het mag niet zo zijn dat een gekend kinderverkrachter door simpelweg te verhuizen, zijn criminele verleden onzichtbaar kan maken. Maar zo’n register (ECRIS) staat al in de steigers, en zal in 2012 in werking treden.

Na de zaak van lustmoordenaar Fourniret (die na een gevangenisstraf in Frankrijk, zijn praktijken ongestoord in België voortzette) werd in 2004 besloten tot het opzetten van een strafregister informatie systeem, zodat het niet meer kan voorkomen dat criminelen door simpelweg te verhuizen, hun criminele verleden onzichtbaar kunnen maken.

criminelen hebben belang bij een verdeeld Europa
Er zit een zekere ironie in, hoe effectief criminelen samenwerken over de grenzen heen, terwijl de samenwerking van Europese overheden moeizaam en struikelend gaat. Zonder zeuren over cultuur- of taalbarrières, of nationale identiteit zetten misdadigers hun internationale criminele netwerken op. Criminelen wrijven zich in de handen als politie- en justitiesamenwerking binnen Europa stroef loopt, want ze hebben belang bij een verdeeld en zwak Europa om ongestoord hun misdaden te kunnen plegen.

Europese samenwerking geen natuurlijke reflex
Gelukkig zijn op het terrein van politie- en justitiesamenwerking de laatste jaren veel nieuwe ontwikkelingen in gang gezet, zoals het Europees Arrestatiebevel, het opzetten van Europol en Eurojust, en het uitwisselen van politiebestanden. Maar voor nationale politie- en justitiediensten is Europese samenwerking nog verre van een natuurlijke reflex, en wederzijds vertrouwen en kennis over elkaars systemen zeer beperkt. Daarnaast is het ontwikkelen van rechtsbescherming van de burger, als noodzakelijk tegenwicht, sterk achtergebleven.

Volwaardige Europese politie- en justitiesamenwerking nodig
Om criminaliteit daadwerkelijk te kunnen bestrijden, en om het gat in de grens te dichten voor criminelen die hun verleden willen uitwissen, moet er meer gebeuren dan het opzetten van een pedo-register. Er moet een volwaardige Europese politie- en justitiesamenwerking komen, en op termijn moeten Europol en Eurojust zich ontwikkelen tot respectievelijk een Europese politiedienst en een openbare aanklager. Daarnaast moet de burger overal in Europa een hoog niveau van rechtsbescherming genieten. Zo moet de lang beoogde Europese Ruimte voor Recht en Veiligheid gestalte gaan krijgen, in al zijn facetten. Zodat in Europa kinderverkrachters geen gaten meer in de grens vinden.

Papa’s en Mama’s in Europa

22 oktober, 2010 door Sophie in 't Veld

Dat Europa helemaal geen “Ver-van-m’n-bed-show” is, maar juist heel dicht bij huis is, bleek deze week toen het Europees Parlement stemde over de herziening van de huidige EU regeling voor zwangerschapsverlof.

Het Parlement stemde onder meer voor een volledig doorbetaald zwangerschapsverlof van minstens 20 weken, 2 weken volledig doorbetaald vaderschapsverlof en een gelijke regeling voor adoptie-ouders.

Dit is niet de definitieve regeling, maar slechts de openingszet van het Parlement voor de onderhandelingen met de Raad (de Lidstaten).  Het valt te verwachten dat de Raad de regeling flink wil uitkleden, dus biedt de stevige inzet van het Parlement een kans op een redelijk compromis.  Om die reden heeft D66 vóór gestemd, hoewel we oorspronkelijk voor de optie met 18 weken verlof waren. Dit is ook de minimumnorm die de Internationale Arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties aanhoudt in het belang van de veiligheid en de gezondheid van de moeder. Voor D66 was het ook belangrijk dat er een regeling komt voor vaderschapsverlof en voor adoptie-ouders.

De vernieuwingsagenda van de Europese Unie “EU2020” heeft als doel  gesteld om meer mensen kansen te geven op de arbeidsmarkt, en om vooral de arbeidsmarktdeelname van vrouwen omhoog te krijgen. Eén van de bouwstenen daarvoor is om de combinatie van werk en gezin makkelijker te maken voor jonge ouders. Daarvoor is zwangerschaps- en vaderschapsverlof alléén niet voldoende, maar het is wel een begin. 

De Europese Unie maakt op grond van de EU Verdragen en het Handvest van de Grondrechten wetten en regels over gezondheid en veiligheid op het werk, en over arbeidsvoorwaarden. Binnen de interne markt is dat bovendien nuttig, om te zorgen dat landen met een hoog beschermingsniveau geen concurrentienadeel ondervinden. Om die reden namen begin jaren ’90 werkgevers en werknemers het initiatief voor een regeling voor zwangerschapsverlof. De huidige voorstellen zijn een modernisering daarvan.

Kleine bedrijfjes maken zich – begrijpelijk – zorgen of een langer verlof voor werknemers geen buitensporige last voor hun organisatie vormt. Natuurlijk is voor een klein team de afwezigheid van een werknemer, en eventuele kosten, vaak heel lastig. Aan de andere kant hoort het stichten van een gezin bij het leven, en moeten we er juist voor zorgen dat het krijgen van kinderen niet leidt tot onnodige uitval van werknemers, zoals oneigenlijk ziekteverlof of het opgeven van de baan. De Europese landen die op dit moment de meest genereuze regelingen hebben – vooral de Scandinavische landen – hebben ook een krachtige en concurrerende economie.

Wat betreft zwangerschapsverlof zit Nederland met 16 weken op dit moment in de middenmoot. Maar op het gebied van vaderschapsverlof loopt Nederland met 2 dagen echt achter op de rest van Europa. Nederland loopt ook achter als het gaat om financiële zelfstandigheid van vrouwen en daarnaast zijn in Nederland de inkomensverschillen tussen mannen en vrouwen groter dan het Europese gemiddelde. Procentueel hebben veel Nederlandse vrouwen een baan, maar omdat het meestal gaat om kleine deeltijdbanen, is het overgrote deel van Nederlandse vrouwen economisch niet zelfstandig, en dus veel kwetsbaarder voor armoede wanneer de hoofdkostwinner wegvalt. Het aandeel vrouwen in topfuncties is nog steeds gênant laag (getuige ook het nieuwe Kabinet met slechts 20% vrouwen).

Om het voor jonge ouders makkelijker te maken om werk en gezin te combineren is meer nodig dan zwangerschapsverlof. Ook betaalbare en goede kwaliteit kinderopvang is daarvoor essentieel, net als flexibiliteit in de werktijden en een arbeidscultuur die rekening houdt met het feit dat mensen een gezin hebben. Op dat terrein valt nog één en ander te verbeteren (zo dragen de werkgevers momenteel nog niet de toegezegde 30% bij in de kosten van kinderopvang).

Er wordt wel betoogd dat dit soort regelingen niet opportuun zijn in tijden van economische crisis. Maar die mensen vergeten dat de regeling – als ze er al komt, en zeker in afgezwakte vorm – pas over enkele jaren van kracht zal worden. Nu investeren in arbeidsmarktdeelname is dan ook een kwestie van een vooruitziende blik.

Mogen EU Lidstaten de regels ongestraft aan hun laars lappen?

13 september, 2010 door Sophie in 't Veld

De botsing over de collectieve uitzetting van Roma uit Frankrijk deze week leek oppervlakkig gezien alleen een morele kwestie. Is er sprake van discriminatie en stigmatiseren van een hele bevolkingsgroep, en zijn uitzettingen niet in strijd met de burgerrechten? Maar de inzet van de strijd was eigenlijk ook een andere: is de EU bereid in te grijpen als een Lidstaat zich niet aan de wet houdt?

De laatste jaren is er een roep om zero tolerance voor burgers die de wet overtreden. Het repressieve instrumentarium van politie, justitie en veiligheidsdiensten is danig uitgebreid, burgervrijheden worden ingeperkt, alles en iedereen wordt aan ingrijpende controles onderworpen.

Merkwaardig genoeg zien we precies het tegenovergestelde als het gaat om overtredingen begaan door EU Lidstaten. Alle Lidstaten (ook het Braafste Jongetje van de Klas) overtreden met grote regelmaat de regels. Of het nu gaat om het wederrechtelijk collectief uitzetten van Roma, het verlenen van ongeoorloofde staatssteun, het inperken van de mediavrijheid, het schenden van de normen van het Stabiliteitspact, of het sjoemelen met EU subsidies. Je zou zeggen dat het principe van zero tolerance ook op wangedrag door Lidstaten van toepassing is, maar niets is minder waar.

In het huidige klimaat van nationalisme lijken de Lidstaten te menen dat ze boven de wet staan. De Europese Commissie is in de meeste gevallen de instantie die moet ingrijpen. Als het gaat om overtreding van de marktregels aarzelt de Commissie geen seconde. Invallen bij het ochtendgloren door de anti-kartelbrigade, of het opleggen van miljardenboetes aan grote bedrijven doet de Commissie zonder met haar ogen te knipperen. Maar als het erom gaat om nationale regeringen tot de orde te roepen en de naleving van de regels en afspraken af te dwingen, is de Commissie terughoudend en laat zich intimideren door de Lidstaten. Lidstaten accepteren geen “bemoeienis” van “Brussel”. Het niet naleven van de regels verzwakt het vertrouwen in de EU.

De financiële crisis heeft op brute wijze aangetoond dat strak Europees toezicht op financiële markten noodzakelijk is, net zoals de eurozone crisis aantoont dat Lidstaten niet in staat zijn zichzelf te controleren en disciplineren. Ook het uitgeven van EU subsidies door de Lidstaten heeft nog nooit een voldoende gekregen van de Rekenkamer. In al deze gevallen moet de EU bevoegdheid krijgen om te controleren, in te grijpen en sancties op te leggen. Maar de Lidstaten weigeren, en zeggen dus impliciet dat ze niet van plan zijn zich iets aan te trekken van Europese wetten en afspraken.

Van het op handen zijnde VVD, CDA + PVV Kabinet valt niet te verwachten dat het zal pleiten voor meer EU bevoegdheden voor het handhaven van de regels. Een nieuwe variant van gedoogbeleid.

EU burgers of paria’s?

12 september, 2010 door Sophie in 't Veld

De reacties in mijn mailbox liegen er niet om: veel mensen zien Roma als uitschot, onverbeterlijke dieven en viezeriken, die vooral overlast veroorzaken voor fatsoenlijke burgers. Veel mailschrijvers lijken te denken dat dit cultureel of genetisch bepaald is, en dus onoplosbaar. Het massaal uitzetten van Roma krijgt grote bijval van het publiek.

Niemand ontkent de grote problemen met  en voor de Roma. Massa uitzettingen geven kortstondig lucht aan de frustratie, maar lossen niks op.

95% van de Roma hebben de Franse nationaliteit, en kunnen niet worden uitgezet. De maatregelen van Sarkozy richten zich dus op 5% van de mensen, en is dus symboolpolitiek. Degenen die wel worden uitgezet, komen binnen de kortste keren weer terug, vooral omdat de situatie in Roemenië  en Bulgarije nog erger is. Het staat elke EU burger vrij in andere Lidstaten te wonen en te werken, dus ook Roma. Voor Roemenen en Bulgaren gelden tot 2014 bepaalde beperkingen op het recht op vrij verkeer. Maar het enkele feit van het niet hebben van een eigen inkomen is onvoldoende reden voor automatische uitzetting. Er zijn ook geen aanwijzingen voor ernstige misdaden of een massaal beroep op sociale zekerheid door deze mensen.

Uitzetten van EU burgers is toegestaan, maar alleen onder zeer strikte voorwaarden. Elke persoon heeft recht op een individuele beoordeling.  Collectieve uitzettingen zijn niet toegestaan. Uitzetting mag alleen bij ernstig risico voor openbare orde en veiligheid. Er zijn regels m.b.t. de procedure zoals schriftelijke kennisgeving en recht op beroep binnen een maand.

Frankrijk beweert dat aan deze voorwaarden is voldaan, met name omdat het vertrek “vrijwillig” zou zijn. Maar de huisvesting van de Roma werd kort en klein geslagen, zodat ze feitelijk dakloos waren. Er stond een cordon politiemannen omheen, en de Roma kregen de keus: nu vrijwillig vertrekken, of anders gedwongen. Sommige NGO’s melden dat mannen en vrouwen (en kinderen) van elkaar werden gescheiden. Van de uitgezette Roma werden vingerafdrukken genomen, het geen simpelweg illegaal is. Een vertrouwelijk rapport van de Europese Commissie zet dan ook grote vraagtekens bij de legaliteit van de uitzettingen.

Het overgrote deel van de gemeenten weigert te voldoen aan de wettelijke plicht staanplaatsen te voorzien voor de Roma. De Roma zijn daardoor vaak onvermijdelijk aangewezen op illegale staanplaatsen, zonder water, electriciteit en vuilnisinzameling. Reizen is geen misdaad, dus daarvoor moeten we mensen niet bestraffen. Iedereen heeft recht op huisvesting onder fatsoenlijke omstandigheden.

Het Europees Parlement pleit al jaren voor een degelijke strategie voor de Roma. Onderwijs is essentieel, net als huisvesting, medische zorg en werk. De 10-12 miljoen Roma hebben er recht op eindelijk volwaardig deel te nemen aan de Europese samenleving, zonder discriminatie en marginalisering, en zonder overlast te veroorzaken.

Ouders zijn verplicht hun kinderen naar school te sturen. Maar daarnaast is de overheid verplicht te zorgen voor een passende en veilige schoolomgeving. In veel (vooral Oost-Europese) landen worden Roma kinderen automatisch verwezen naar scholen voor kinderen met leermoeilijkheden of zwakbegaafden. Vaak is er sprake van volkomen segregatie, en Roma kinderen op “gewone” scholen worden ernstig gediscrimineerd.

Overlast en misdaad moeten aangepakt en bestraft worden. Maar tegelijkertijd is duidelijk dat ernstige discriminatie, gebrek aan opleiding, en uitsluiting uit de arbeidsmarkt leiden tot vrijwel volkomen en uitzichtloze werkloosheid en armoede, en dus voortbestaan van de problematiek.

Los van de legaliteit, is de retoriek rondom de uitzettingen verwerpelijk. Het is ronduit onfris hoe Sarkozy en de zijnen een impliciet verband leggen tussen Roma en criminaliteit. En kunnen wij Europeanen met een schoon geweten wegkijken van het bestaan van een kaste van 10 miljoen onaanraakbaren binnen onze gemeenschap?

Wat moet een sportclub met mijn paspoort?

6 september, 2010 door Sophie in 't Veld

Steeds vaker is voor het verkrijgen van een dienst, product of lidmaatschap vereist om een groot aantal persoonsgegevens, waaronder meestal een kopie van paspoort of ID kaart, af te staan aan bedrijven en organisaties.  Telecom aanbieders eisen een kopie van identiteitsbewijs en een bankafschrift voor het verkrijgen van een abonnement, maar ook de plaatselijke sportclub stelt dezelfde eisen voor een lidmaatschap.

Ik heb een aantal bezwaren tegen deze groeiende praktijk, zowel uit oogpunt van privacy als consumentenbescherming. Ten eerste heeft een consument eigenlijk geen echt vrije keus, aangezien in veel gevallen alle bedrijven binnen een sector dezelfde categorieën persoonsgegevens vragen. Het afstaan van een kopie van het identiteitsbewijs en een bankafschrift wordt de facto een voorwaarde voor het verkrijgen van bepaalde diensten en producten. Dit geldt vooral voor essentiële diensten als toegang tot het internet of een telefoonabonnement.

In de tweede plaats lijken de gevraagde gegevens me volstrekt onnodig voor de bedrijfsvoering. Het controleren van de kredietwaardigheid van een klant lijkt in veel gevallen excessief, aangezien het gaat om kleine bedragen voor een dienst die veelal bij wanbetaling simpelweg afgesloten kan worden. In de gevallen waar vooruit moet worden betaald, is het me al helemaal onduidelijk waarom kredietwaardigheid dient te worden getoetst. Ook is mij niet duidelijk waarom het voor een goede bedrijfsvoering essentieel zou zijn om de officiële identiteit van een klant te verifiëren.

Heel veel bedrijven leveren (dure) producten en diensten zonder te vragen om identificatie of kredietwaardigheid. Bijvoorbeeld bestellen van meubels, het verrichten van (verbouwingswerkzaamheden) in huis, het boeken van een vakantiereis, het bezorgen van boodschappen, enzovoort. Mijn grootste bezwaar is echter de grootschalige opslag van de gevraagde persoonsgegevens. Bedrijven leggen feitelijk grote bestanden aan van kopieën van paspoorten en identiteitsbewijzen en bankafschriften. De noodzaak van dergelijke bestanden voor de bedrijfsvoering is mij niet duidelijk. Van veel bedrijven betwijfel ik of ze bekend zijn met de regels inzake bescherming persoonsgegevens (zoals in het voorbeeld van de sportclub), en of de veiligheidsmaatregelen rondom een dergelijk bestand wel adequaat zijn. Dergelijke bestanden brengen aanzienlijke risico’s op verlies, lekken diefstal en fraude met zich mee. Daarnaast is er geen duidelijkheid over de risico’s van gebruik van deze bestanden door derden (inclusief politie, justitie en inlichtingendiensten) en het combineren van deze bestanden met gegevens in andere bestanden.

Een gemiddelde consument komt voor in talloze bestanden. Daardoor kan eenvoudig een gedetailleerd beeld worden gevormd van de levensstijl en activiteiten van een persoon, zonder dat hij/zij zich daarvan bewust is. Tenslotte maakt de interne markt dat bedrijven en consumenten over de grenzen heen diensten en producten kunnen aanbieden respectievelijk afnemen. Dit werpt de vraag op welke regels van toepassing zijn.

(Dit is een bewerking van een brief die Sophie in ‘t Veld eind augustus 2010 heeft geschreven aan het College Bescherming Persoonsgegevens met daarin de vraag of het CBP bekend is met de praktijk en de ontwikkelingen in andere EU Lidstaten)

Centen en handtasjes

10 augustus, 2010 door Sophie in 't Veld

Geheel volgens verwachting roept het voorstel van Eurocommissaris Lewandowski voor eigen middelen voor de EU heftige reacties op in de hoofdsteden van Europa. Maar in plaats van hun vertrouwde licht Eurosceptische reflex, zouden de regeringen er goed aan doen het voorstel serieus te bekijken. Europa heeft dringend behoefte aan een moderne, transparante begroting, toegesneden op de prioriteiten en uitdagingen van deze tijd.

De Europese “schatkist” wordt voor een deel gevuld met zogeheten “eigen middelen”, die rechtstreeks naar de EU vloeien (vooral uit BTW), en voor een deel met nationale bijdragen. Het aandeel nationale bijdrage is sinds 1988 gegroeid van circa 10% naar 76%. Naarmate de Lidstaten meer bijdragen uit de nationale begroting, groeide het gekrakeel en de koehandel tussen de Lidstaten over de hoogte van de bijdragen. De bijdragen aan Europa werden door Eurosceptici gretig aangegrepen om een beeld te schetsen van een geldverslindend Europa.

De 7-jarige cyclus van onderhandelingen over de meerjarenbegroting ontaardde in een pandemonium van handtasjes-meppende nationale politici, die allemaal met een zo groot mogelijke buit naar hun nationale kiezers willen terugkeren. In een groeiende EU wordt een compromis over de bijdragen afgekocht met flinke bedragen aan landbouwsubsidies en structuurfondsen. De doelstellingen en prioriteiten van de EU doen volstrekt niet ter zake. Het huidige systeem, ontworpen voor zes Lidstaten een halve eeuw geleden, is een perverse uitruil tussen Lidstaten, dat drijft op het in stand houden van de molen van landbouwsubsidies en structuurfondsen. Met andere woorden: de Britten en de Nederlanders krijgen hun korting, maar dan behoudt Frankrijk het landbouwbeleid. Netto opbrengst voor de burger: nul.

In het huidige systeem zijn de Lidstaten tevens verantwoordelijk voor het uitgeven van het grootste deel van de EU begroting. Daar gaan ze zo slordig mee om, dat er tot op heden nog nooit één enkele jaarrekening is goedgekeurd.

Kortom: het huidige systeem heeft afgedaan.

De Europese Liberale ALDE fractie heeft daarom van de nieuwe Europese Commissie geëist met voorstellen te komen voor eigen middelen voor de EU, waarbij de nationale bijdragen omlaag gaan of worden afgeschaft. De EU begroting moet dienen om Europese prioriteiten te financieren, zoals innovatie, kennis, duurzaamheid, en veiligheid, burgerrechten, buitenlandbeleid.

Lewandowski stelt geen Europese inkomensbelasting voor, maar hij stelt voor dat belastingen die hoe dan ook door veel Lidstaten afzonderlijk zullen worden ingevoerd (op luchtvaart en op financiële transacties), beter op EU niveau kunnen worden ingevoerd, en dan rechtstreeks in de EU begroting vloeien. Volgens die methode vallen ook BTW opbrengsten toe aan de EU begroting. Niks nieuws onder de zon dus.

De EU begroting moet in alle transparantie worden vastgesteld, na een openbare discussie over de prioriteiten, en met volledige medezeggenschap voor het Europees Parlement. Dit verdient de voorkeur boven het huidige systeem. De discussie over eigen middelen is niet makkelijk en zeker niet populair. Het getuigt van moed en visie dat Commissaris Lewandowksi en de ALDE fractie het aan de orde stellen.

Nederland verdient een serieuze inhoudelijke en geïnformeerde discussie over dit onderwerp. Een begroting gaat uiteindelijk niet alleen om de centen, maar vooral over hoe we Europa in de komende jaren vorm geven.