Doorbreek taboe van nieuw EU-verdrag

13 oktober, 2011 door Sophie in 't Veld

Europa moet op de schop. D66 wil het taboe doorbreken: er moet een nieuw Europees Verdrag komen. Een verdrag dat het vastgelopen raderwerk van Europa weer lostrekt. Een nieuw verdrag waarmee Europa alle uitdagingen slagvaardig en daadkrachtig aan kan pakken. Een verdrag voor een Europa met lef.

Twee eerdere pogingen om Europa toe te rusten voor de 21e eeuw strandden op groeiend nationalisme. Noch het Verdrag van Nice, noch het Verdrag van Lissabon gaven Europa de slagkracht die het nodig heeft. Na de weggestemde Grondwet in 2005 was de opluchting groot toen in 2009 het Verdrag van Lissabon eindelijk van kracht werd. Maar al het gejubel kon niet verhullen dat het Verdrag te weinig, te laat was. En de urgentie van hervormingen in de Europese Unie is sindsdien alleen maar groter geworden. Wie dat niet gelooft, hoeft alleen maar te kijken naar de chaos en verlamming in de eurozone.

Deze week beleefde Europa de zoveelste cliffhanger: Slowakije stemde tegen verruiming van het noodfonds, omdat één van de coalitiepartijen tegen is. Laat het even doordringen: een klein minipartijtje in een minilandje is in staat een mondiale reservemunt om zeep te helpen! Nu stemt Slowakije in een tweede ronde vóór, en scheert Europa voor de zoveelste keer langs de afgrond. Maar de situatie legt het failliet van het huidige politieke systeem genadeloos bloot: de EU wordt verlamd door veto’s, nationale belangen en achterkamertjes. De eurocrisis is vooral een politieke crisis. De oplossing moet dan ook politiek zijn.

Vele prominente politici, economen, ondernemers en andere opinieleiders dringen aan op snelle en diepgaande hervormingen. Vandaag betoogde ook de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Guido Westerwelle, in de Volkskrant dat er snel een Verdragswijziging moet komen om het Europese noodfonds permanent te maken en een Supercommissaris voor begrotingszaken te kunnen benoemen.

Het voorstel van premier Rutte en anderen voor een nieuwe Eurocommissaris is een stapje in de goede richting. Maar wie de kleine lettertjes leest, ziet dat het oude wijn in nieuwe zakken is. De bezuinigingscommissaris van Rutte wordt net als de Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlands Beleid, een topambtenaar die naar het pijpen van de lidstaten moet dansen en feitelijk vleugellam is. Zo’n ambtenaar wordt voorgedragen door de lidstaten, het Europees Parlement kan hem/haar niet op het matje roepen of naar huis sturen.

D66 wil dat er een nieuw EU Verdrag komt. Het taboe moet doorbroken. Er moet een conventie komen, met vertegenwoordigers uit de lidstaten en het Europees Parlement, die binnen een jaar voorstellen op tafel legt om Europa de slagkracht te geven die nodig is. En dan moet het niet alleen gaan over begrotingsregels en een Supercommissaris, maar óók over een volwaardig EU-buitenlandbeleid zonder verlammende veto’s, en moeten er bindende afspraken over bijvoorbeeld veiligheid, grensbewaking en burgerrechten worden gemaakt. Ook zou de Europese Commissie veel kleiner moeten worden, en moeten individuele Eurocommissarissen door het Parlement naar huis kunnen worden gestuurd.

We kunnen zo niet doormodderen! Rutte en De Jager spelen spelletjes, rispen af en toe iets op dat Europees klinkt en doen alsof het een pro-Europese koerswijziging is. D66 is een verantwoordelijke partij. Wij steunen zelfs een minderheidskabinet, als dat in het algemeen belang is. Maar de tijd van voetje-voor-voetje is voorbij, wij willen een grotere sprong voorwaarts.

Verdragswijzigingen zijn ingrijpend en de procedure is ingewikkeld. Na afwijzing van de Grondwet in 2005 had men de buik vol van constitutionele discussies. Maar wat moet, dat moet! De nood is nu hoog en onder druk wordt alles vloeibaar. Het huidige Verdrag leidt onherroepelijk tot desintegratie van de Europese Unie. Met een nieuw Europees Verdrag kan Europa haar leidende rol in de wereld houden en versterken. D66 gaat ervoor!

Sophie in ‘t Veld, Gerard Schouw

Staat van de Unie: ontbinding of doorstart?

27 september, 2011 door Sophie in 't Veld

Woensdag 28 september houdt Barroso als voorzitter van de Europese Commissie zijn jaarlijkse “Staat van de Unie”-speech. Hij voerde deze nieuwe traditie twee jaar geleden zelf in, om bij de opening van het parlementaire jaar naar voorbeeld van de Amerikaanse State of the Union, het Europees Parlement toe te spreken. Het is een beetje als de Algemene Beschouwingen in Den Haag, alleen met iets minder theater. “Doe ‘ns normaal! – Doe zelf ‘ns normaal, sjongejonge!” zul je hier niet horen. Al is het alleen al omdat het – met vertraging – in 23 talen moet worden vertaald.

Wel zal Barroso ongetwijfeld in gloedvolle bewoordingen spreken over Europa. Maar dat kan niet verhullen dat Europa er beroerd voor staat. De vraag of en hoe het verder gaat met de Europese Unie hangt als een zwarte wolk boven het debat. Eén ding is in elk geval glashelder: de huidige methode van Europese integratie heeft zijn grenzen bereikt. Dat vinden gelukkig inmiddels meer partijen dan alleen D66. Voetje-voor-voetje voortschuifelen met 27 verlammende veto’s werkt niet in een wereld die in razend tempo verandert. We zijn dagelijks getuige van het volstrekte onvermogen van de EU om de problemen in de eurozone onder controle te krijgen.

Niet alleen economisch, ook op allerlei andere terreinen loopt de Europese Unie vast en voldoet ze niet aan de verwachtingen van burgers. Gedreven door populisme houden  regeringen, ook in Nederland, krampachtig vast aan zogenaamde nationale soevereiniteit. Die is echter door de voortschrijdende werkelijkheid al lang uitgehold.

Met 27 veto’s en altijd wel ergens verkiezingen lukt het niet een begroting op te stellen die aan de uitdagingen van vandaag voldoet. Internationale schurken werken fluitend samen, over de grenzen heen, maar regeringen houden vast aan hun nationale insteek. Vluchtelingen en illegalen kruipen door de lekke buitengrenzen van de EU, samengepakt in gammele bootjes en verstikkende vrachtwagens, maar de lidstaten trekken de binnengrenzen weer op in ontkenning van de werkelijkheid. De economische en politieke verhoudingen in de wereld zijn aan tectonische bewegingen onderhevig, maar de eurolanden klampen zich vast aan de illusie van een eeuwigdurende westerse hegemonie. Europese mini- en midi-staatjes lijden aan grootheidswaan en denken dat ze wel op eigen houtje de concurrentie met China en India aankunnen.

Europa is nog steeds het welvarendste continent ter wereld, met een enorm potentieel van 500 miljoen goed opgeleide burgers, en de stabiliteit en veiligheid die nodig zijn voor ontwikkeling en vernieuwing. Maar resultaten uit het verleden geven allerminst garantie voor de toekomst. Om onze welvaart, vrede en hoge levenskwaliteit te behouden moeten we bereid zijn tot verandering. Zoals de slogan van een omroep ooit luidde: “Dat krijg je niet zomaar, daar moet je wel wat voor dóen!”.

Wil Europa slagvaardig zijn, dan zou Barroso woensdag plannen moeten voorleggen voor een uitweg uit de economische crisis. Een plan voor handhaving van begrotingsdiscipline bijvoorbeeld, maar ook een plan voor economische groei, voor investeringen in Europa als wereldleider kenniseconomie en duurzaamheid. Plannen voor een open dienstenmarkt en pan-Europese energie- en transportnetwerken. Plannen voor houdbare pensioen- en zorgstelsels. Plannen voor solide buitengrenzen en afbouw van de binnengrenzen van de EU. Plannen voor een solide en betrouwbaar rechtssysteem, veiligheid en gegarandeerde burgerrechten. Plannen hoe Europa een volwaardige buitenlandse politiek kan voeren.

Dát zou Barroso moeten doen. Maar hij is vleugellam en passief, omdat elk van de 27 lidstaten met één druk op de knop dergelijke plannen in de prullenbak kan mikken. Barroso is, om dan toch maar de woorden van Geert Wilders te gebruiken, een beetje de ‘bedrijfspoedel’ van de nationale regeringen.

De Europese Unie is in de huidige opzet niet meer toegerust om Europa in de 21e eeuw te besturen. Europa heeft een daadkrachtig, transparant en modern bestuur nodig. Weg met verlammende veto’s. Weg met de koehandel en de achterkamertjes. Weg met de wildgroei aan ongekozen functionarissen zonder verantwoordingsplicht, en besluitvormingsorganen die door hun veelkoppigheid nauwelijks nog op één foto passen. Weg met het zwakke, onmachtige Europa!

Het Verdrag van Lissabon, waarmee de EU nu wordt bestuurd, kwam moeizaam tot stand na tien jaar politiek getouwtrek en het is nog geen twee jaar van kracht. Er werd destijds gezegd: met dit Verdrag kan de EU weer decennia voort. Sommigen van ons twijfelden daar aan. De huidige crisis legt echter genadeloos de ingebouwde zwakheden bloot en toont aan dat de huidige opzet van het Europese bestuur volstrekt niet meer voldoet.

We hebben in Europa dringend een slagvaardig en modern bestuur nodig. Verdragswijzigingen mogen daarbij niet taboe zijn. Een kleinere Commissie, die is samengesteld volgens de uitslag van de Europese Verkiezingen, geeft de macht terug aan de Europese burgers. Een sterke Eurocommissaris voor begrotingszaken en economisch beleid: jazeker! Maar dan wel een die in het openbaar verantwoording aflegt aan het Europees Parlement, zoals in een volwassen democratie gebruikelijk is. Commissarissen die het vertrouwen verliezen van het Europees Parlement, moeten individueel naar huis kunnen worden gestuurd.

Hiermee scheppen we niet de superstaat die sommigen vrezen, maar een Europa met een krachtig en efficiënt bestuur, dat verantwoording aflegt aan de door de burgers gekozen volksvertegenwoordiging. Het zou de “Staat van de Unie”-speech in elk geval een stuk spannender maken. De tolken doen voor de zekerheid alvast een bijscholing in straattaal.

Back to the future

29 augustus, 2011 door Sophie in 't Veld

Nostalgie is in.  Niet alleen mode en architectuur vertonen retro-trekjes. Op de televisie wordt voortdurend teruggeblikt op vroeger, toen alles nog goed was. En toegegeven, een beetje jeugdsentiment is best leuk. TV-programma’s uit mijn jeugd ontlokken me een glimlach (en jawel, ik herinner me nog twee netten, in zwart/wit).

In de huidige, onzekere tijden lijken we massaal terug te verlangen naar een idyllisch, veilig, knus en overzichtelijk verleden. Een verleden dat er nooit was. Massaal kijkt Nederland naar TV-series uit de jaren ’70, naar zwart/wit journaalbeelden uit de ‘60-er jaren, naar remakes van populaire spelprogramma’s. Ineens zie ik Willem Ruis, Mies Bouwman en de cavia’s van Fred Oster weer op de buis (ook al zo’n retro-woord) voorbij schuiven. Programma’s met veel boerenbont, die de romantiek van het landleven oproepen.

Onze nostalgie is nogal selectief. We kijken door een roze bril terug naar het verleden. Zoals Alexander Pechtold treffend zei: “We willen terug naar de tijd dat we de achterdeur veilig open konden laten staan. Maar dat kon alleen omdat moeder de vrouw de hele dag thuis zat, en er bovendien niks te jatten viel.” De decennia na WOII waren niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Oost- en Zuid-Europa zuchtten onder dictaturen. Individuele vrijheid en gelijkheid van mannen en vrouwen was allesbehalve vanzelfsprekend (wist u dat gedwongen seks binnen het huwelijk in Nederland pas in 1991 strafbaar werd?).

Voor historische momenten als 60 jaar Europese eenwording of 20 jaar val van de Berlijnse muur, gebeurtenissen die bepalend zijn in ons leven, was nauwelijks aandacht, buiten de officiële herdenkingen. Maar televisieprogramma’s uit de oude doos en terugblikken naar vroeger trekken hoge kijkcijfers.

Nu is er niks mis met een beetje jeugdsentiment, zolang we met onze voeten stevig in het heden blijven staan, met de blik op de toekomst gericht. Want ook als wij het heden lastig vinden, en weinig perspectief zien voor de toekomst, draait de wereld door.

Mensen mogen genieten van de golden oldies, maar de politiek mag niet meegaan in de nostalgie. Politiek moet zorgen dat we jongeren niet alleen een verleden, maar ook en vooral een toekomst bieden.

Veel van de onrust in delen van Europa en Noord-Afrika heeft te maken met jonge generaties die het niet meer pikken dat ouderen potverteren, krampachtig vasthouden aan hun privileges, en jongeren aan de zijlijn staan, zonder perspectief.

Ook in Nederland en Europa zijn hervormingen en vernieuwing hard nodig. Investeren in kansen voor jongeren, investeren in kennis en innovatie, pensioen- en zorgstelsels hervormen zodat ze betaalbaar en hoogwaardig blijven. Hervorming van de woningmarkt, zodat ook jongere generaties toegang hebben. Een omslag in gebruik van grondstoffen en omgang met het milieu, zodat die niet worden uitgeput voor toekomstige generaties. Zorgen dat Europa een sterke speler blijft in de wereldeconomie, zodat ook toekomstige generaties kunnen genieten van een hoge levensstandaard. Investeren in stabiliteit en ontwikkeling in andere delen van de wereld, zodat we voor de toekomst vrede en welvaart veilig stellen. En de ultieme investering in de toekomst: onderwijs en cultuur.

Als we zorgen voor een toekomstperspectief, kunnen we ons zonder kopzorgen wijden aan een potje Ganzeborden met warme chocolademelk en Een van de Acht.

Hoe Duitsland en Frankrijk de euro om zeep helpen

17 augustus, 2011 door Sophie in 't Veld

Wat ooit de motor was van de Europese eenwording, de Frans-Duitse samenwerking, is verworden tot een goochelshow van het Duo Onwil & Onvermogen. Zoals Merkel en Sarkozy in Deauville vorig jaar het voorstel voor automatische sancties voor eurozondaars om zeep hielpen, zo torpederen ze nu elke hoop op een effectief, daadkrachtig en democratisch bestuur voor de eurozone. In 2005 waren de twee grote eurozondaars van toen, Frankrijk en Duitsland, ook al degenen die het Stabiliteitspact afzwakten.

Gisteren kondigden Sarkozy en Merkel met veel tam tam aan dat ze het eens zijn over het opzetten van een Europese economische regering, en over de noodzaak van Europese belastingen. Dat is inderdaad precies wat Europa dringend nodig heeft, maar dit ‘Merkozy’ voorstel zal Europa alleen nog maar verder de afgrond in helpen.

De weeffout van de eurozone, die werd opgezet zonder effectief bestuur, wordt door deze deal niet verholpen, maar verergerd. De verlammende veto’s blijven, met de bijbehorende koehandel tussen lidstaten om de veto’s te omzeilen. Volgens Merkozy wordt zo’n regering gevormd door een zesmaandelijkse bijeenkomst van regeringsleiders. Merkel en Sarkozy hebben alvast heel autocratisch besloten dat Herman van Rompuy daarvan de voorzitter wordt. De Europese regering van Merkozy kan ingrijpen in nationaal beleid en nationale begrotingen, maar zonder enige democratische verantwoordingsplicht of legitimatie.

Een Europese markt met 500 miljoen inwoners en een gemeenschappelijke munt vergen juist een volwaardige minister van Economische Zaken en een volwaardige minister van Financiën die het dagelijks bestuur gaan voeren. Een Europese regering moet in het openbaar verantwoording afleggen aan de Europese volksvertegenwoordiging.

Merkel en Sarkozy gaan volledig voorbij aan het zogenaamde “sixpack” aan voorstellen om Europa een effectief financieel-economisch bestuur te geven. Over dat pakket zijn de lidstaten en het Europees Parlement het bijna eens. Er was nog maar één open kwestie: het Europees Parlement wil dat de Europese Commissie sancties kan opleggen aan eurozondaars. Maar de lidstaten houden vast aan zelfdiscipline. Die zelfdiscipline heeft in de afgelopen tien jaar aantoonbaar niet gewerkt, dus meer van hetzelfde is niet het juiste antwoord op de crisis. De nationale regeringen praten veel over nieuwe, strengere sancties. Maar dat is een afleidingstactiek. Want zolang de lidstaten zichzelf sancties moeten opleggen, zal het systeem niet werken.

Het Merkozy voorstel gaat ook over de vennootschapsbelasting en een belasting op financiële transacties. Dit is een sigaar uit eigen doos. Een dikke Havanna. Een voorstel van de Europese Commissie voor een gemeenschappelijke grondslag (niet tarief!) voor de vennootschapsbelasting ligt er al jaren, maar wordt geblokkeerd door voornamelijk Ierland. Nederland is ook niet heel enthousiast. De belasting op financiële transacties is buitengewoon omstreden. Los daarvan is er geen enkele reden waarom Europa zo’n belasting zou voorstellen, tenzij het een Europese belasting zou zijn die in de Europese begroting zou vloeien (i.p.v. nationale bijdragen).

Nederland ziet Duitsland altijd als een toonbeeld van discipline en deugd. Maar dat is bedrieglijk. Merkel is maar al te bereid om alle disciplinerende maatregelen binnen de eurozone te torpederen, aangezien die overdracht van soevereiniteit zouden betekenen. Maar nationale veto’s bieden schijnmacht, terwijl ze Europa verlammen.

Merkel en Sarkozy miskennen de werkelijkheid: de tijd van kleine stapjes vooruit met onooglijke compromissen en salamitactiek is voorbij. Europa moet een grote stap vooruit maken naar een federaal Europa (laten we het F-taboe maar eens doorbreken), of Europa zal wegzakken in irrelevantie in de achterhoede. Europa heeft een bestuur nodig dat de uitdagingen van de 21e eeuw het hoofd kan bieden, niet een nostalgisch model uit een voorbij verleden. Politieke leiders moeten die boodschap brengen, dat is een morele plicht aan de kiezers. Maar dat vereist lef. Meer lef dan Merkel en Sarkozy hebben.

Speech Wereld Humanisten Congres Oslo

16 augustus, 2011 door Sophie in 't Veld

Dear fellow Humanists,

First of all I would like to extend my condolences to those who lost their loved ones during the terrible events that took place here in Oslo three weeks ago. I would also like to congratulate the Norwegian people and their Prime Minister Stoltenberg on their very wise and balanced response and for showing restraint. It is a good example of how to restore calm and to de-escalate. They show the world that the best response to the enemies of tolerance, openness and human rights, is more tolerance, openness and human rights.

Now I will turn to today’s theme. What role does the European Union play in conflict prevention in the world, and what place do humanist values have in Europe’s external policies?

I would first like to underline that, unlike the UN, in the previous presentation the European Union is not an international organisation, but a political entity. Europe has always been praised for using its “soft power” in the world. Today I would like to have a look at how Europe does that and how effective it is.

Maybe I will start with a few recent quotes by the leaders of the European Union institutions, at the occasion of the 7th “summit” of religious leaders, hosted by Commission President Barroso, in the presence of Council President Van Rompuy, and President of the European Parliament Buzek. The participation of further four European Commissioners and a Vice President of the European Parliament gave this event unusual prominence. This year’s theme was the promotion of democratic rights and freedoms in Europe’s external policies, highly relevant for our debate today.

President Barroso said: “Our task and ambition is to promote democracy, pluralism, the rule of law, human rights and social justice not only in Europe but also in our neighbourhood. I strongly believe these challenges cannot be met without the active contribution of the religious communities.

President Van Rompuy made reference to the Arab spring, and stated that “Values can not survive without spiritual, religious or ethical impetus”.

President Buzek said “Religious communities are of paramount importance for the social fabric in EU countries. This is also true for the dynamic changes in our neighbourhood”.

The words “humanist”, “humanism”, “secular” or “secularism” do not appear anywhere in the statements by the three leaders. Why is this relevant? It is relevant because the ethical values underlying the EU’s external policies are crucial in determining the effectiveness of these policies. I argue that humanism and secularism should get much more prominence in EU policy making.

Despite all its shortcomings and weaknesses, today’s Europe can serve as a model of conflict prevention. The high degree of integration and interdependence between the people and the nations of Europe are a very powerful tool for preventing violent conflict. Although initially European integration was mainly economic in nature, the ideals behind the project may – in hindsight – be typified as humanist. From the start, the aim of European integration was to create a space where people were free and safe from conflict, and where individual rights and freedoms, and equality for all were guaranteed by the state. The period after the biggest violent conflict in the history of mankind, World War II, saw the creation of several instruments for the protection of individual human rights. As a result, nowhere else in the world does the individual enjoy the same level of freedom to live according to his own wishes and views, to express and develop himself, to make his own personal choices without interference of the state or religious authorities. This focus on the self determination of individual human beings and their rights and freedoms corresponds perfectly with the humanist ideals.

Giving such importance to the well being of the individual reduces the potential for conflict between groups. This is revolutionary for a continent that for centuries was marked by war between religions and nations, oppression and discrimination of minority groups, nationalist, religious, political and racist violence. Conflict only ended when we organised society as a community of citizens with individual equal rights, not as a tribal society, based on privileges and dominance of groups.

But does our own experience mean we apply those same principles in our external policies? Conflict prevention outside the EU is a strand of Europe’s wider Foreign and Security Policy. Different aspects of conflict prevention are run by different EU agencies and departments in the area of foreign and security policies, development aid, trade, and other areas.  They tackle widely differing conflict situations, such as conflicts between nations, civil war between different population groups or rebellion against the regime.

It is important to remember that the European Union actually has few exclusive powers in most of these areas. Foreign Policy and development aid are still largely the monopoly of the Member States. A European External Action Service (Eurospeak for Foreign Affairs department) has been set up, but so far it is not very effective. Europe cannot really speak with one voice in external policies, as decisions have to be taken with unanimity, and each of the 27 Member States can block a decision with a veto.

The website of the European External Action Services says the following about conflict prevention:

The EU has strengthened its capacity to deal with tensions and insecurity, in order to prevent the outbreak or re-occurrence of violence. It employs development co-operation and external assistance, trade policy instruments, social and environmental policies, diplomatic instruments and political dialogue, co-operation with international partners and NGOs.

It addresses the root-causes of violent conflict, like poverty, degradation, exploitation and unequal distribution and access to land and natural resources, weak governance, human rights abuses and gender inequality. The EU emphasizes the strengthening of the rule of law, and democratic institutions, the development of civil society and the reform of the security sector.

In post-conflict situations, peace-building initiatives are essential for ensuring lasting peace. The Commission is every day more engaged in rehabilitation activities, de-mobilization, disarmament and reintegration programmes.

Conflict prevention is a package made up of a wide range of policies. We cannot cover everything today. As the previous presentation showed, issues like access to water and energy are key issues, as is trade and agriculture. But today I will leave those aside. Let us have a look at a few randomly chosen examples of policies that are relevant to our debate, to demonstrate how the ethical basis of Europe’s policies has an impact on the results.

One of the important aims is reducing poverty, and supporting economic development. The Millennium Development Goals are a key instrument in reducing poverty. It is telling that MDG5, Maternal health is the MDG that is most behind schedule of all MDGs. There is a direct link with ethical views here. Views on sexual and reproductive health rights and on women’s rights are in most cases determined by religious doctrine, instead of what is best for those women. Women in the countries concerned are rarely allowed any sexual and reproductive autonomy. They are not seen as individuals with the freedom to make their own choices, but they are subject to the rules and traditions of the community. Women have no control over their own bodies, they cannot freely do their own family planning, they cannot chose their own partners, or whether and when to have children, and how many. As a result, millions of women around the world suffer from debilitating diseases and injuries relating to pregnancy and giving birth. Today still, worldwide 360.000 women die in childbirth each year, almost exclusively in developing countries. That is approximately one woman dying in childbirth each minute and a half. These deaths are entirely preventable, as are most of the health problems relating to sexuality, pregnancy and giving birth. This disgraceful waste of human lives and health is an unacceptable destruction of human potential. A country needs a healthy, fit work force for economic development. Equal rights for women, and empowering women, is not only a moral imperative, but it is essential for achieving the goal of poverty reduction.

This means that in addition to providing funds and health services for women, EU policies must also explicitly promote an approach based on individual rights and freedoms, and self determination, much like the humanist principles. So far EU policies have been fairly sensible, but there have been consistent calls from the increasingly self-confident European “Moral Majority”, to introduce an EU “Global gag rule”, withholding funding from NGOs whose activities include promoting or practicing abortion. This disastrous US policy was fortunately rescinded by the Obama administration. But both in Europe and the US there is still a very vocal and well organized minority advocating sexual and reproductive health policies based on very conservative religious doctrine, even if this is demonstrably counterproductive. (I vividly remember a heated debate in the European Parliament on an amendment of mine, condemning the Pope’s ban on condoms in Africa).

Another important strand of conflict prevention strategies is the promotion and protection of human rights. I would like to look in particular at freedom of religion. Europe attaches great importance to this. The European External Action Service has appointed a special official for freedom of religion.

Freedom of religion is one of the key freedoms: the freedom of every person to hold their own thoughts and beliefs is a corner stone of any democratic society. Like other fundamental rights, freedom of religion is an individual right. However, in practice it is often interpreted as a collective right of a religious group to get certain exceptions and exemptions from the law.  People are defined as member of a (religious) group, not as an individual citizen of the state. The whole concept of the UN “Alliance of Civilizations” is based on this notion, as is the EU “Intercultural dialogue”. Society is organized as a permanent trade off of collective interests and privileges, rather than a community of individual citizens and their individual rights, protected by state institutions. But in a society built on collective, rather than individual interests, there is greater potential for conflict between groups.

Defending and promoting freedom of religion in EU external policies, most often is about protecting religious minorities against persecution, rather than promoting humanist or secular values. Protection of minorities is certainly essential, let there be no mistake. But the focus should be first and foremost on promoting a secular democracy, based on individual citizens’ rights, as the best guarantee for freedom of religion (as well as freedom from religion) for all.

Of course there are practical obstacles to this. Interreligious tensions may be the source of conflict, and therefore the key to conflict resolution lies with religious leaders who are the only interlocutors available. However, as the experience of European integration shows, the humanist idea of individual freedoms, as well as secular state institutions that treat all citizens equally, is a precondition for peace and stability.

The special official on freedom of religion within the European External Action Service is a welcome initiative, but more must be done. I very much support the proposals of a colleague of mine (Dutch Socialist Dennis de Jong) fellow vice chair of the Platform for Secularism in the European Parliament and doing a lot of work on the issue of freedom of religion in EU external policies, who calls for specific guidelines and reporting obligations of the External Action Service on freedom of Religion. I fully agree with him that the issue of freedom of religion must be an explicit element of the external policies agenda. Obviously that would mean freedom of religion as well as freedom from religion.

EU human rights instruments foresee funding for grass roots organizations and local NGOs. Strengthening civil society is of course essential for a healthy democracy. However, how will we make sure that EU support also benefits secular and humanist groups? How do we make sure that funding and support also benefits organizations that do not defend particular interests or promote religious privilege? We have to make sure that EU support will benefit the promotion of the idea of state institutions that protect the rights of all individual citizens.

This question is particularly topical with regard to the EU strategy on the Arab Spring (to the extent there is a strategy). Of course the situation varies widely across the region, and in several cases conflict is raging already, and we are well past the phase of conflict prevention. In other cases we are strictly speaking in the post-conflict phase, and all efforts are aiming to establish democracy and boost economic development. But this does not differ fundamentally from conflict prevention: the aim is still to prevent tensions and violence, and the instruments used are the same as well.

The reaction of Europe to the Arab Spring is like that of a rabbit caught in the headlights of a car that is approaching at high speed. The rabbit seems paralysed, unsure what move to make. Europe does not have much of a strategy. That is remarkable, given that it concerns our neighbouring countries, and we have every interest in stability and economic development in the region. Whatever actions we take seem to be driven mainly by fear, not by a sense of opportunity and hope. We approach the whole situation in terms of security, and treat it like an immigration issue. It is striking to hear people speak of the “crisis” in the region. Crisis? Since when is it a crisis when people rise up and claim democracy, freedom and economic development? That is no crisis, the decades of dictatorship – supported by our countries! -  that preceded the uprising were the real crisis!

One of the main fears of Europeans is that the Arab Spring will bring Muslim fundamentalists to power. But we should not be on the defensive. We can offer a good alternative model of society. The best protection against fundamentalists is promoting democracy, freedom and fundamental rights. The best safeguard against oppression of minorities by a dominant majority, and against tensions between these groups, is promoting a model based on individual rights and freedoms, and equality of all citizens. Therefore EU should not be favouring one group or the other, but it should be favouring democratic principles for all.

In this regard it is essential that the EU insists particularly on gender equality in the new democracies. Without full participation of all citizens, men and women, a democracy is not complete. Strengthening the position of women in society is not a luxury extra, it is fundamental. It is part and parcel of democracy and good governance.

At this point I would like to react to some of yesterday’s speakers, who stated that we should not seek to “impose” our “western values”. They considered that some sort of ethical imperialism. I disagree. First of all we do not seek to impose anything, but we do actively promote our values. And then: if we do not stand up for the values we believe in, then what do we stand up for?!  

An important question to conclude this introduction with is: who shapes EU external policies that are relevant for conflict prevention? Who influences the decision making process in Brussels? How do we ensure EU policies adequately reflect humanist and secularist views?

I note with some concern that conservative religious lobbies are strengthening their presence and growing more influential within the EU institutions, like a European version of the “Moral Majority” in the US. This is partly a consequence of the fact that the European Union is moving into policy areas where ethical aspects and values play a key role, and religious lobbies quickly responded to the changing agenda. For decades, European integration concerned mainly technical issues with little ethical dimension, such as coal and steel, or agriculture policies. But today the European Union makes policies on issues like asylum and immigration, fundamental rights, security or scientific research, where ethical questions do play a role.

In addition to the changing EU agenda, another reason is that the current leaders of the three main EU institutions, Barroso, Van Rompuy and Buzek, all have strong interest in establishing close working relations with church leaders, and much less with secular groups and even liberal strands of religion. All three have officials in their private offices for contacts with religions and non-confessional organisations, with a clear focus on contacts with churches. The European Parliament has charged one of its fifteen vice-presidents with the same portfolio. However, that particular vice-president is no supporter of separation of church and state, to put it mildly.

Article 17 of the Lisbon Treaty provides a basis for a regular dialogue with churches and non-confessional organisations, but in practice secular voices are not treated on an equal footing with conservative religious organisations, even if the former represent a majority of Europeans. The Article 17 Dialogue only provides for organised life stances to be represented, thereby excluding all those millions of individual Europeans who are humanist or secularist, but not a registered member of an association.

Amidst the growing conservative religious presence, we have to step up efforts to ensure a much stronger humanist and secularist involvement with EU policy making. As I set out at the start of my speech, I believe the European model of peace, democracy and freedom is in essence based on humanist principles. Our notion of a state as a community of individuals with equal rights is the only guarantee for lasting stability and peace.

Of course the most important contribution to peace and freedom is for Europe to lead by example. We can only credibly tell other countries to respect fundamental rights of each citizen, if we do so in Europe. But I fear Europe’s moral authority has jaded a bit in this respect. We tell countries in North Africa to create secular democracies and protect fundamental rights for all. But at the same time, in many European countries we witness the erosion of fundamental rights and equality, as conservative Christian forces tighten their grip on politics at the expense of more liberal, humanist, secular forces. Oppression and discrimination of women, institutionalised homophobia, sexual and reproductive health and rights threatened, discrimination of religious minorities, freedom of speech restricted by new blasphemy laws, scientific research banned by law, the media gagged by a religious majority: surely this is not the model we would want countries outside the EU to follow?

This continent has had more tribal and sectarian conflict and violence than any other part of the world. But we have also learned how to make peace and avoid conflict for the future. Humanist values are key to peace and stability.

It is therefore urgent and imperative that humanists and secularists get organised and make themselves heard in the European political debate. Other forces are well organised, and not reticent to make their voice heard and to actively seek political power and influence. It is time we became less timid as humanists. It is time for more assertive, more “militant” humanism. It is crucial not only for our own European citizens, but for the effectiveness of Europe’s soft power in the world. 

Thank you.

Kleine getuigen

1 augustus, 2011 door Sophie in 't Veld

Bij opruiming van een zolderkast komt een stapeltje oude paspoorten van een lang overleden grootvader te voorschijn. Het zijn kleine getuigen van het Europa van vlak na de Oorlog. Op de fiets ging opa al enkele maanden na het einde van de oorlog elke paar weken naar Brussel en Parijs, en later met de trein naar Milaan en Madrid, voor zijn eenmansbedrijfje in im- en export.

Alle pagina’s in zijn paspoort staan vol stempels, zegels en handtekeningen. Voor elk verblijf in Brussel of Parijs moest hij een visum aanvragen. Op de heen- en terugreis moest hij in de rij staan aan de grens voor een stempel. Bij elke reis moest hij deviezen aangeven, geld wisselen. Zijn aantekeningen gaan over de kosten van inklaren van goederen, en de beperkingen en verplichtingen op de handel.

De paspoorten laten zien hoe Europa er uit zag voor een kleine Hollandse ondernemer in een Europa met binnengrenzen. Ze vertellen het verhaal van het na-oorlogse Europa vol obstakels, waarin opa – en velen met hem – ploeterend de wederopbouw tot stand brachten.

Opa heeft helaas de verworvenheden van Schengen en de eurozone niet meer meegemaakt. Maar wat zou hij het geweldig hebben gevonden! En wat zou hij geschokt zijn geweest hoe achteloos we omgaan met die verworvenheden.

Voor mijn opa, en voor al die andere opa’s en oma’s, moeten we het Europa zonder binnengrenzen en met een gemeenschappelijke munt koesteren.

Pavlov rules

29 juli, 2011 door Sophie in 't Veld

Enkele dagen na de aanslagen in Oslo kwamen de terrorisme experts van de lidstaten bijeen in Brussel. Zoals na elke aanslag is er een sterke reflex om nieuwe maatregelen te nemen. Dat is begrijpelijk, want na zo’n schok willen we graag gerustgesteld worden door een daadkrachtige regering die maatregelen neemt waarmee zoiets verschrikkelijks nooit meer kan gebeuren.

Begrijpelijk, maar niet verstandig. In de laatste jaren werd na elke aanslag in grote haast een nieuw pakket maatregelen doorgedrukt. New York, Madrid, Londen gaven steeds weer de aanzet voor een nieuwe ronde maatregelen waarmee terroristen met snode plannen in een vroeg stadium ontdekt zouden worden. De maatregelen bestaan voor een groot deel uit het inzamelen van zoveel mogelijk informatie over zoveel mogelijk burgers, vanuit de gedachte dat bij een visexpeditie met zo’n “sleepnet” die éne potentiële terrorist er ook bij zit.

Dat is echter veel minder logisch dan het lijkt.

Bij vrijwel alle belangrijke aanslagen van de laatste jaren bleek achteraf dat politie en inlichtingendiensten de daders al lang in het vizier hadden, en dat ze heel veel essentiële informatie al hadden. De bevoegdheden om aan die informatie te komen waren dus al voorhanden. Echter, die informatie werd niet of onvoldoende uitgewisseld tussen de verantwoordelijke diensten en tussen landen. En in sommige gevallen was de risico-inschatting verkeerd. Het “gat” zat dus vooral in het gebrek aan samenwerking en uitwisseling, en minder in een gebrek aan informatie en bevoegdheden.

En toch kregen politie, justitie en inlichtingendiensten sinds 9/11 vergaande bevoegdheden voor de grootschalige opslag van gegevens, grotendeels van volstrekt onschuldige mensen en zonder enige toetsing van de rechter. Met andere woorden: we zijn op zoek naar een speld, maar we maken de hooiberg steeds groter. Daarnaast vindt sluipenderwijs een uitbreiding van de bevoegdheden plaats naar doelen buiten terreurbestrijding (“function creep”). Want als gegevensbestanden er eenmaal zijn, is de verleiding groot met al die gegevens ook allerlei andere dingen te doen.

Intussen is “Human Intelligence”, ofwel het vergaren van informatie door direct contact met personen, steeds meer naar de achtergrond geraakt als instrument voor het opsporen van (potentiële) terroristen. Onterecht, dit zou wel eens veel betrouwbaarder informatie kunnen opleveren dan technologie en geautomatiseerde zoektochten.

Het toverwoord is “preventie” geworden. Maar de niet aflatende stroom maatregelen is altijd gericht op de vorige aanslag, achter de feiten aan. Bovendien was er de laatste jaren een bijna obsessieve focus op terreur door moslimfundamentalisten. Het leeuwendeel van de middelen was daarop gericht, terwijl duidelijk was dat ook uit andere hoek de dreiging substantieel was (zoals nu ook is gebleken).

De effectiviteit van de zich opstapelende antiterreurmaatregelen is nooit echt getoetst. Alleen Nederland en Groot-Brittannië hebben een aanzet gegeven tot een evaluatie. In september stemt het Europees Parlement over een rapport van mijn hand, waarin wordt opgeroepen tot een grondige en nuchtere evaluatie van alle Europese antiterreurmaatregelen tot nu toe.

De Europese Commissie en de Raad lijken na Oslo weer nieuwe maatregelen in het leven te willen roepen om internetgebruikers in de gaten te houden. Commissie en Raad zouden er goed aan doen even te wachten met nieuwe maatregelen, en eerst grondig te evalueren wat we al hebben, hoe effectief dat is, en waar bestaande bevoegdheden aantoonbaar tekortschieten.

Pavlov moet zich even beheersen.

Klik hier voor het persbericht van het Europees Parlement over het Counter Terrorism rapport van Sophie in ‘t Veld.

 

De kracht van het woord

27 juli, 2011 door Sophie in 't Veld

Na de afschuwelijke gebeurtenissen in Noorwegen is een felle en weinig verheffende loopgravendiscussie losgebarsten over de vermeende verantwoordelijkheid van “rechts” voor de terreurdaden van Anders Breivik.

Voor alle helderheid: voor het gebruik van geweld is uitsluitend de dader aansprakelijk, niemand anders. Er is geen collectieve, morele medeschuld voor terreurdaden, noch van de islam, noch van enige andere religie of politieke beweging.
Dat gezegd hebbende, is er wel degelijk aanleiding voor diepgaande collectieve zelfreflectie. Waarom brengen wij als maatschappij zulke monsters voort? En kunnen we dat voorkomen?

Woorden zijn niet onschuldig. Politici en andere opiniemakers streven nadrukkelijk naar effect met hun woorden. Met woorden wordt beoogd ideeën en gedrag te beïnvloeden. Met woorden willen we mensen mobiliseren, in beweging brengen. We moeten onze woorden dus zorgvuldig wegen, ook op mogelijke negatieve of onbedoelde effecten. De oude tegeltjeswijsheid is een waarheid als een koe: wie wind zaait, zal storm oogsten.

We moeten dus zorgen dat we met onze woorden niet onbedoeld legitimatie geven aan de waanbeelden van gestoorde moordenaars. We moeten zorgen dat we met onze woorden geen klimaat van haat en wantrouwen scheppen, waarin agressie wordt aangewakkerd en mensen worden aangemoedigd hun onlustgevoelens de vrije loop te laten. Het consequente gebruik van karikaturen van allerlei bevolkingsgroepen leidt tot de “ontmenselijking” van die mensen, zodat de drempel naar geweld lager wordt.

Het moddergevecht tussen “links” en “rechts” is verheffend noch zinvol. Waar het om gaat, is de toon van het debat. Daar zijn we allemaal bij, links, midden en rechts. Partijen van rechts én links hebben zich de laatste jaren bezondigd aan xenofobe hate speech. Partijen van rechts én links hebben meegesurfd op de golven van populisme, of gezwegen.

In de praktijk is de culturele, religieuze of politieke achtergrond van de daders minder relevant dan het feit dat het vrijwel uitsluitend om jonge mannen gaat. Misschien dat we ons bij het zoeken naar oorzaken en oplossingen meer daarmee bezig zouden moeten houden, dan met sektarisch en tribaal modder gooien.

In plaats van de polarisatie nog verder op te drijven, moeten we zoeken naar manieren om het oververhitte publieke debat te deëscaleren. Het debat over de politieke inhoud mag op het scherp van de snede worden gevoerd. Maar dat kan heel goed zonder karikaturen, zonder scheldwoorden, zonder opruiende taal. Een beschaafde toon van het debat is een gezamenlijke opgave voor alle politieke partijen.

Opslag gegevens disproportioneel

3 juli, 2011 door Sophie in 't Veld

Het Europees Parlement moet instemming verlenen aan akkoorden met niet-EU-landen inzake de doorgifte van passagiersgegevens (Passenger Name Records, PNR). Vorig jaar nam het Europees Parlement een resolutie aan van mijn hand, waarin de voorwaarden voor instemming werden vastgelegd.  Als eerste moeten we dit jaar stemmen over een akkoord met Australië. Onderhandelingen met de VS en Canada zijn nog gaande.

Wat is de achtergrond? De Verenigde Staten, Australië en Canada eisen sinds ca. 2003 van inreizende passagiers de persoonsgegevens op via de luchtvaartmaatschappij. De gegevens worden gebruikt om reizigers die het land binnen komen te ‘screenen’. Gezochte personen worden geïdentificeerd (PNR is hiervoor niet noodzakelijk, maar maakt het wel sneller en makkelijker). Personen die niet bekend zijn bij de politie maar wel aan bepaalde risicocriteria voldoen (bijvoorbeeld bepaalde routes, soorten bagage, tickets cash betaald, etc.) worden extra gecontroleerd. Met deze methode worden vooral drugssmokkel en mensenhandel opgespoord.

Andere landen gaan binnenkort ook PNR opvragen, zoals Zuid-Korea, Qatar, Saoedi-Arabië, Cuba, Zuid-Afrika, en in de toekomst wellicht Rusland of China. Luchtvaartmaatschappijen die weigeren, riskeren hun landingsrechten te verliezen. Maar doorgifte van persoonsgegevens van Europese burgers mag alleen als het voldoet aan de EU privacy regels.

Volgens Europees recht mogen persoonsgegevens alleen worden gebruikt en opgeslagen als kan worden aangetoond dat het noodzakelijk is voor het doel. PNR zijn zeker nuttig voor het opsporen van criminelen bij het passeren van de grens. Gegevens in geanonimiseerde vorm zijn ook nuttig voor statistieken en onderzoek. Maar de langdurige opslag van identificeerbare gegevens van àlle reizigers vanuit de gedachte ‘je weet nooit of het nog van pas komt’, is buiten alle proportie. Zelfs de topjuristen van de Europese Commissie en de Raad zelf wijzen in recente adviezen deze langdurige opslag af als disproportioneel.

Uiteraard is het voor een overheid reuze handig om een database te hebben waarin ze àlle gegevens, van àlle burgers jarenlang opslaan, voor het geval ze ooit in de toekomst misschien eens een misdaad begaan. Maar in een rechtsstaat is dat bezwaarlijk. Bovendien vermoed ik dat burgers toch echt in opstand zouden komen als de overheid die data niet onzichtbaar via luchtvaartmaatschappijen (en banken, telecomaanbieders, etc) zou opvragen en opslaan, maar alle burgers zou sommeren die gegevens zelf aan te leveren voor een grote database waar politie, justitie en AIVD zonder enige rechterlijke toetsing in konden grasduinen.

Het Europees Parlement eist dat de gegevens uitsluitend worden gebruikt in de strijd tegen terreur en zware internationale misdaad. Daarnaast mogen de identificeerbare gegevens niet langer worden opgeslagen dan strikt noodzakelijk, moeten er hele strikte regels zijn voor het inzien en verwerken van de gegevens, moet er hele strikte beveiliging zijn en mogen gegevens niet worden gebruikt voor profiling (mensen als verdacht aanmerken op grond van een profiel, i.p.v. op basis van daadwerkelijke handelingen). Bovendien mogen derde landen niet langer de gegevens zelf ophalen uit Europese computerbestanden (zoals nu het geval is, waarbij de VS een ‘login’ hebben), maar worden ze vanuit de EU, door de Europeanen zelf gefilterd en verstuurd.

Moeilijkheid in de onderhandelingen is dat (in tegenstelling tot de zaak SWIFT, de doorgifte van bankgegevens aan de VS) andere landen zelf bepalen welke gegevens ze vragen van personen die willen inreizen. Dat maakt het lastig om de eigen normen af te dwingen. Europa bepaalt onder welke voorwaarden luchtvaartmaatschappijen de gegevens mogen doorgeven (hoewel het slecht denkbaar is dat we het hele transatlantische luchtverkeer gaan stilleggen).

Aan de andere kant zijn de drie EU instellingen – Parlement, Raad en Commissie - behoorlijk eensgezind. De Raad (Lidstaten) hebben scherpe kritiek geuit op de (ontwerp-)akkoorden. Het Europees Parlement is al jaren uitermate kritisch over PNR (o.l.v. de eerste rapporteur in 2003, D66′er Johanna Boogerd, stapte het EP naar het Hof en liet het eerste PNR akkoord met de VS nietig verklaren). Maar ook Raad en Commissie zijn gaan inzien dat gebruik van persoonsgegevens strak gereguleerd moet worden, en dat vooral bij doorgifte van gegevens van EU burgers aan derde landen grote zorgvuldigheid moet worden betracht.

In het debat maandag voeren we de druk nog verder op.

Wordt vervolgd.

Minister De Jager, weersta het gezang der Sirenen

22 juni, 2011 door Sophie in 't Veld

Homerus beschrijft de list van Odysseus tegen de sirenen, die met hun wonderschone gezang de schepen dicht naar hun rotseilandjes lokken, zodat ze te pletter slaan. Odysseus beveelt zijn mannen hem aan de mast vast te binden, zodat hij naar het gezang kan luisteren, maar toch de juiste koers kan varen, zonder op de klippen te lopen.

Het lijkt me een goede tip voor minister De Jager. Onze minister van Financiën begrijpt heel goed dat wat Europa op dit moment nodig heeft, is eendracht, daadkracht en politieke wil. De situatie in Griekenland is zeer wel oplosbaar, maar geen enkele oplossing zal slagen zonder de nodige politieke wil en politieke moed. Minister De Jager realiseert zich terdege dat het redden van de eurozone impopulaire maatregelen zal vergen. Hij weet dat de eurozone stuurloos in gevaarlijke wateren is beland, en elk moment op de klippen kan lopen.

Maar de roeiers luisteren vooral naar de stem van de sirenen in hun thuisland. Zo is De Jager gebonden aan de stem van de Tweede Kamer, die hem opdroeg de “moeilijkste minister van Financiën in Europa” te spelen. De Jager kwijt zich braaf van zijn taak, maar met een gepijnigd gezicht. Hij weet dat de opdracht van de Kamer hem dwingt een spaak in het wiel te steken van de reddingsoperatie. Enerzijds willen eurosceptische partijen als de PVV niets liever dan de euro zien stranden. Anderzijds willen enkele oppositiepartijen als de PvdA vooral het Kabinet laten struikelen door de schoenveters aan die van de eurosceptische gedoogpartner te binden. Plasterk neemt voor lief dat daarmee de eurozone op het spel wordt gezet.

De minister zou zich moeten wapenen tegen deze stemmen. Hij moet uiteraard naar de volksvertegenwoordiging (Griekse uitvinding overigens) luisteren, maar hij moet zich niet in gijzeling laten houden. De toekomst van de eurozone moet nu zwaarder wegen dan de partijpolitieke spelletjes in Den Haag. De Jager moet de rug recht houden, en glashelder maken aan de Kamer wat er nodig is om de eurozone te redden. Net zoals Papandreou gisteravond laat van het Griekse Parlement een mandaat voor hervormingen heeft gekregen, moet de Tweede Kamer minister De Jager een mandaat geven om te doen wat nodig is in het algemeen belang.

Alle partijen in de Kamer moeten verantwoordelijkheid tonen voor de eurozone, en de minister voldoende handelingsruimte geven. Met het vertrouwen van de Kamer kan De Jager net als de Griekse held Odysseus tussen de klippen doorzeilen en het schip veilig in de haven brengen.