Archief voor juli, 2011

Pavlov rules

Vrijdag, 29 juli , 2011

Enkele dagen na de aanslagen in Oslo kwamen de terrorisme experts van de lidstaten bijeen in Brussel. Zoals na elke aanslag is er een sterke reflex om nieuwe maatregelen te nemen. Dat is begrijpelijk, want na zo’n schok willen we graag gerustgesteld worden door een daadkrachtige regering die maatregelen neemt waarmee zoiets verschrikkelijks nooit meer kan gebeuren.

Begrijpelijk, maar niet verstandig. In de laatste jaren werd na elke aanslag in grote haast een nieuw pakket maatregelen doorgedrukt. New York, Madrid, Londen gaven steeds weer de aanzet voor een nieuwe ronde maatregelen waarmee terroristen met snode plannen in een vroeg stadium ontdekt zouden worden. De maatregelen bestaan voor een groot deel uit het inzamelen van zoveel mogelijk informatie over zoveel mogelijk burgers, vanuit de gedachte dat bij een visexpeditie met zo’n “sleepnet” die éne potentiële terrorist er ook bij zit.

Dat is echter veel minder logisch dan het lijkt.

Bij vrijwel alle belangrijke aanslagen van de laatste jaren bleek achteraf dat politie en inlichtingendiensten de daders al lang in het vizier hadden, en dat ze heel veel essentiële informatie al hadden. De bevoegdheden om aan die informatie te komen waren dus al voorhanden. Echter, die informatie werd niet of onvoldoende uitgewisseld tussen de verantwoordelijke diensten en tussen landen. En in sommige gevallen was de risico-inschatting verkeerd. Het “gat” zat dus vooral in het gebrek aan samenwerking en uitwisseling, en minder in een gebrek aan informatie en bevoegdheden.

En toch kregen politie, justitie en inlichtingendiensten sinds 9/11 vergaande bevoegdheden voor de grootschalige opslag van gegevens, grotendeels van volstrekt onschuldige mensen en zonder enige toetsing van de rechter. Met andere woorden: we zijn op zoek naar een speld, maar we maken de hooiberg steeds groter. Daarnaast vindt sluipenderwijs een uitbreiding van de bevoegdheden plaats naar doelen buiten terreurbestrijding (“function creep”). Want als gegevensbestanden er eenmaal zijn, is de verleiding groot met al die gegevens ook allerlei andere dingen te doen.

Intussen is “Human Intelligence”, ofwel het vergaren van informatie door direct contact met personen, steeds meer naar de achtergrond geraakt als instrument voor het opsporen van (potentiële) terroristen. Onterecht, dit zou wel eens veel betrouwbaarder informatie kunnen opleveren dan technologie en geautomatiseerde zoektochten.

Het toverwoord is “preventie” geworden. Maar de niet aflatende stroom maatregelen is altijd gericht op de vorige aanslag, achter de feiten aan. Bovendien was er de laatste jaren een bijna obsessieve focus op terreur door moslimfundamentalisten. Het leeuwendeel van de middelen was daarop gericht, terwijl duidelijk was dat ook uit andere hoek de dreiging substantieel was (zoals nu ook is gebleken).

De effectiviteit van de zich opstapelende antiterreurmaatregelen is nooit echt getoetst. Alleen Nederland en Groot-Brittannië hebben een aanzet gegeven tot een evaluatie. In september stemt het Europees Parlement over een rapport van mijn hand, waarin wordt opgeroepen tot een grondige en nuchtere evaluatie van alle Europese antiterreurmaatregelen tot nu toe.

De Europese Commissie en de Raad lijken na Oslo weer nieuwe maatregelen in het leven te willen roepen om internetgebruikers in de gaten te houden. Commissie en Raad zouden er goed aan doen even te wachten met nieuwe maatregelen, en eerst grondig te evalueren wat we al hebben, hoe effectief dat is, en waar bestaande bevoegdheden aantoonbaar tekortschieten.

Pavlov moet zich even beheersen.

Klik hier voor het persbericht van het Europees Parlement over het Counter Terrorism rapport van Sophie in ‘t Veld.

 

De kracht van het woord

Woensdag, 27 juli , 2011

Na de afschuwelijke gebeurtenissen in Noorwegen is een felle en weinig verheffende loopgravendiscussie losgebarsten over de vermeende verantwoordelijkheid van “rechts” voor de terreurdaden van Anders Breivik.

Voor alle helderheid: voor het gebruik van geweld is uitsluitend de dader aansprakelijk, niemand anders. Er is geen collectieve, morele medeschuld voor terreurdaden, noch van de islam, noch van enige andere religie of politieke beweging.
Dat gezegd hebbende, is er wel degelijk aanleiding voor diepgaande collectieve zelfreflectie. Waarom brengen wij als maatschappij zulke monsters voort? En kunnen we dat voorkomen?

Woorden zijn niet onschuldig. Politici en andere opiniemakers streven nadrukkelijk naar effect met hun woorden. Met woorden wordt beoogd ideeën en gedrag te beïnvloeden. Met woorden willen we mensen mobiliseren, in beweging brengen. We moeten onze woorden dus zorgvuldig wegen, ook op mogelijke negatieve of onbedoelde effecten. De oude tegeltjeswijsheid is een waarheid als een koe: wie wind zaait, zal storm oogsten.

We moeten dus zorgen dat we met onze woorden niet onbedoeld legitimatie geven aan de waanbeelden van gestoorde moordenaars. We moeten zorgen dat we met onze woorden geen klimaat van haat en wantrouwen scheppen, waarin agressie wordt aangewakkerd en mensen worden aangemoedigd hun onlustgevoelens de vrije loop te laten. Het consequente gebruik van karikaturen van allerlei bevolkingsgroepen leidt tot de “ontmenselijking” van die mensen, zodat de drempel naar geweld lager wordt.

Het moddergevecht tussen “links” en “rechts” is verheffend noch zinvol. Waar het om gaat, is de toon van het debat. Daar zijn we allemaal bij, links, midden en rechts. Partijen van rechts én links hebben zich de laatste jaren bezondigd aan xenofobe hate speech. Partijen van rechts én links hebben meegesurfd op de golven van populisme, of gezwegen.

In de praktijk is de culturele, religieuze of politieke achtergrond van de daders minder relevant dan het feit dat het vrijwel uitsluitend om jonge mannen gaat. Misschien dat we ons bij het zoeken naar oorzaken en oplossingen meer daarmee bezig zouden moeten houden, dan met sektarisch en tribaal modder gooien.

In plaats van de polarisatie nog verder op te drijven, moeten we zoeken naar manieren om het oververhitte publieke debat te deëscaleren. Het debat over de politieke inhoud mag op het scherp van de snede worden gevoerd. Maar dat kan heel goed zonder karikaturen, zonder scheldwoorden, zonder opruiende taal. Een beschaafde toon van het debat is een gezamenlijke opgave voor alle politieke partijen.

Opslag gegevens disproportioneel

Zondag, 3 juli , 2011

Het Europees Parlement moet instemming verlenen aan akkoorden met niet-EU-landen inzake de doorgifte van passagiersgegevens (Passenger Name Records, PNR). Vorig jaar nam het Europees Parlement een resolutie aan van mijn hand, waarin de voorwaarden voor instemming werden vastgelegd.  Als eerste moeten we dit jaar stemmen over een akkoord met Australië. Onderhandelingen met de VS en Canada zijn nog gaande.

Wat is de achtergrond? De Verenigde Staten, Australië en Canada eisen sinds ca. 2003 van inreizende passagiers de persoonsgegevens op via de luchtvaartmaatschappij. De gegevens worden gebruikt om reizigers die het land binnen komen te ‘screenen’. Gezochte personen worden geïdentificeerd (PNR is hiervoor niet noodzakelijk, maar maakt het wel sneller en makkelijker). Personen die niet bekend zijn bij de politie maar wel aan bepaalde risicocriteria voldoen (bijvoorbeeld bepaalde routes, soorten bagage, tickets cash betaald, etc.) worden extra gecontroleerd. Met deze methode worden vooral drugssmokkel en mensenhandel opgespoord.

Andere landen gaan binnenkort ook PNR opvragen, zoals Zuid-Korea, Qatar, Saoedi-Arabië, Cuba, Zuid-Afrika, en in de toekomst wellicht Rusland of China. Luchtvaartmaatschappijen die weigeren, riskeren hun landingsrechten te verliezen. Maar doorgifte van persoonsgegevens van Europese burgers mag alleen als het voldoet aan de EU privacy regels.

Volgens Europees recht mogen persoonsgegevens alleen worden gebruikt en opgeslagen als kan worden aangetoond dat het noodzakelijk is voor het doel. PNR zijn zeker nuttig voor het opsporen van criminelen bij het passeren van de grens. Gegevens in geanonimiseerde vorm zijn ook nuttig voor statistieken en onderzoek. Maar de langdurige opslag van identificeerbare gegevens van àlle reizigers vanuit de gedachte ‘je weet nooit of het nog van pas komt’, is buiten alle proportie. Zelfs de topjuristen van de Europese Commissie en de Raad zelf wijzen in recente adviezen deze langdurige opslag af als disproportioneel.

Uiteraard is het voor een overheid reuze handig om een database te hebben waarin ze àlle gegevens, van àlle burgers jarenlang opslaan, voor het geval ze ooit in de toekomst misschien eens een misdaad begaan. Maar in een rechtsstaat is dat bezwaarlijk. Bovendien vermoed ik dat burgers toch echt in opstand zouden komen als de overheid die data niet onzichtbaar via luchtvaartmaatschappijen (en banken, telecomaanbieders, etc) zou opvragen en opslaan, maar alle burgers zou sommeren die gegevens zelf aan te leveren voor een grote database waar politie, justitie en AIVD zonder enige rechterlijke toetsing in konden grasduinen.

Het Europees Parlement eist dat de gegevens uitsluitend worden gebruikt in de strijd tegen terreur en zware internationale misdaad. Daarnaast mogen de identificeerbare gegevens niet langer worden opgeslagen dan strikt noodzakelijk, moeten er hele strikte regels zijn voor het inzien en verwerken van de gegevens, moet er hele strikte beveiliging zijn en mogen gegevens niet worden gebruikt voor profiling (mensen als verdacht aanmerken op grond van een profiel, i.p.v. op basis van daadwerkelijke handelingen). Bovendien mogen derde landen niet langer de gegevens zelf ophalen uit Europese computerbestanden (zoals nu het geval is, waarbij de VS een ‘login’ hebben), maar worden ze vanuit de EU, door de Europeanen zelf gefilterd en verstuurd.

Moeilijkheid in de onderhandelingen is dat (in tegenstelling tot de zaak SWIFT, de doorgifte van bankgegevens aan de VS) andere landen zelf bepalen welke gegevens ze vragen van personen die willen inreizen. Dat maakt het lastig om de eigen normen af te dwingen. Europa bepaalt onder welke voorwaarden luchtvaartmaatschappijen de gegevens mogen doorgeven (hoewel het slecht denkbaar is dat we het hele transatlantische luchtverkeer gaan stilleggen).

Aan de andere kant zijn de drie EU instellingen – Parlement, Raad en Commissie - behoorlijk eensgezind. De Raad (Lidstaten) hebben scherpe kritiek geuit op de (ontwerp-)akkoorden. Het Europees Parlement is al jaren uitermate kritisch over PNR (o.l.v. de eerste rapporteur in 2003, D66′er Johanna Boogerd, stapte het EP naar het Hof en liet het eerste PNR akkoord met de VS nietig verklaren). Maar ook Raad en Commissie zijn gaan inzien dat gebruik van persoonsgegevens strak gereguleerd moet worden, en dat vooral bij doorgifte van gegevens van EU burgers aan derde landen grote zorgvuldigheid moet worden betracht.

In het debat maandag voeren we de druk nog verder op.

Wordt vervolgd.