Archief voor maart, 2010

Internetfilters voor kinderporno niet effectief

Dinsdag, 30 maart , 2010

Iedereen zal het erover eens zijn dat kindermisbruik een vreselijke misdaad is, die met alle wettelijke middelen bestreden moet worden. Maatregelen die genomen worden moeten wel effectief zijn en geen schijnmaatregelen. De Europese Commissie heeft nu voorgesteld om lidstaten te verplichten om ervoor te zorgen dat websites geblokkeerd worden waarop je kinderporno kunt zien.

Maar een filter is niet effectief, want het kan makkelijk omzeild worden. Zo lang je afbeeldingen niet van het internet haalt blijven ze zichtbaar. Het probleem is overigens niet dat er geen middelen zijn om kinderporno van het internet te halen, want kinderporno is overal illegaal en overheden hebben allang de verplichting om het van het internet te verwijderen. Binnen de EU kan dit geregeld worden met Europese wetten en politie- en justitiesamenwerking. Het zijn voornamelijk landen buiten de EU die hier veel te laks in zijn. Met name de VS, waar veel van dit soort sites zijn gevestigd, geeft nauwelijks gehoor aan verzoeken van Europese politiediensten.

De oplossing ligt in het handhaven van de wetten en afspraken. Dat kan lastig zijn met landen buiten de EU, maar zeker met een bevriende natie als de VS is het niet aanvaardbaar dat de afspraken niet worden nagekomen. Europa moet zich niet schikken in de onbereidwilligheid van de VS en dan maar met schijnoplossingen komen.

Filters bieden dus geen daadwerkelijke bescherming tegen seksuele uitbuiting van kinderen. Daarnaast hebben filters ook nadelen. Door het blokkeren van sites, en beperken van vrijheid op het internet wordt een precedent geschapen. Misbruik door de overheid, en een sluipende uitbreiding van de doelen waarvoor een site geblokkeerd mag worden zijn niet ondenkbeeldig. Zo kunnen sites met bepaalde politieke denkbeelden als onwenselijk worden aangemerkt, of kunnen vermeende copyrightschendingen of concurrentievervalsing worden aangeroepen als argument voor blokkeren.

De voorstellen van de Europese Commissie zullen niet plotsklaps een einde maken aan de vrijheid op het internet, maar er is geen enkele noodzaak voor dergelijke bevoegdheden, ze staan op gespannen voet met de huidige regels voor vrijheid van meningsuiting, en geen enkel slachtoffertje van kindermisbruik is ermee geholpen.

Ik zeg dus: Niet Doen!

Tanden voor de Tijger?

Vrijdag, 26 maart , 2010

Witte rook: de EU Raad heeft overeenstemming bereikt over hulp aan Griekenland. Dat is goed nieuws, want nog langer dralen zou funest zijn voor de stabiliteit van de euro, onze gemeenschappelijke munt.

Maar hoe het akkoord over steun aan Griekenland nu echt in elkaar zit is lastig te achterhalen. De officiële verklaring (http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/en/ec/113563.pdf) is als altijd nogal neutraal en nietszeggend, en de politici en media in de verschillende Lidstaten hebben elk hun eigen versie van de feiten. Zo stellen de Nederlanders dat Griekenland éérst moet aankloppen bij het IMF, en dat Europese hulp alleen aanvullend is. Iets anders kunnen ze het thuisfront ook niet verkopen.  Maar EU Voorzitter Van Rompuy stelt in de EUObserver nadrukkelijk dat IMF en EU hulp gelijktijdig worden gegeven. De tekst van het Raadsakkoord lijkt eerder die interpretatie te bevestigen.

In politieke debatten die aan elkaar hingen van karikaturen over vlijtige, brave Noorderlingen en luie, sjoemelende Zuiderlingen, verklaarden Nederlandse en Duitse politici ferm dat er geen cent van hun belastingen naar Griekenland zou gaan. Dat was vooral bedoeld voor de buehne (in beide landen zijn er binnenkort verkiezingen), want Griekenland laten vallen was nooit een serieuze optie. De stabiliteit van de euro in gevaar brengen door misplaatst nationalisme zou een fout van de eerste orde zijn.

Het IMF is een respectabele instelling, met een enorme deskundigheid en het instrumentarium om landen te helpen hun huishoudboekje op orde te brengen. Maar toch is het jammer dat Europa een beroep doet op het IMF om Europese problemen op te lossen. De onwil en onvermogen van Europa zullen het vertrouwen van de wereld in de euro aantasten. Ook is het een rare situatie dat het IMF, waar ook concurrerende landen in vertegenwoordigd zijn, grip krijgt op een deel van de eurozone. Uiteraard is het IMF onafhankelijk en neutraal, maar het is toch lastig voor te stellen dat de Verenigde Staten een beroep zouden doen op het IMF om, laten we zeggen, een failliete staat Californië te helpen.

De Grieken hebben gefraudeerd met de statistieken. Dat is onvergeeflijk. Er moet dan ook een diepgaand onderzoek komen, met strafrechtelijke sancties voor de verantwoordelijken. In dat onderzoek moet ook worden bekeken wie er binnen de EU allemaal op de hoogte waren dat de cijfers van de Grieken niet klopten.

Maar de fraude is een heel andere kwestie dan de hoge tekorten en schulden. Griekenland is niet de enige. Groot Brittannie heeft bijvoorbeeld een tekort van 12%, Nederland van ruim 6%. Er zijn ook ernstige zorgen over Portugal, Spanje en Ierland. En ook voor de economische crisis waren er al (grote) landen die stelselmatig niet binnen de normen van het Stabiliteitspact bleven. Ironisch genoeg deden juist de armere Oost-Europese landen het niet slecht.

Griekenland is dus eerder het symptoom dan het probleem. Griekenland is een wake up call voor Europa: de crisis toont de zwakte van een muntunie zonder politieke onderbouw. Een munt waar geen politieke macht achter zit, een macht die besluiten kan nemen en problemen kan oplossen, is een zwakke munt die geen vertrouwen zal krijgen van de markten. In dat verband is het verheugend dat de Lidstaten nu eindelijk over willen gaan tot het bindend maken van het Stabiliteitspact. Het Stabiliteitspact heeft goede regels, maar bij gebrek aan handhavingsinstrumenten is het een papieren tijger. Het Stabiliteitspact is de laatste weken ineens weer zeer populair. Iedereen erkent het nut van begrotingsdiscipline. Dat is niet altijd het geval geweest. Vooral de linkse partijen vonden de regels van het Stabiliteitspact te knellend, en tijdens de economische crisis bepleitten ze zelfs een buitenwerking stellen van het Stabiliteitspact.

De situatie in Griekenland toont glashelder aan dat bevoegdheid tot ingrijpen door de EU in nationale zaken essentieel is. Het gister gesloten akkoord lijkt in die richting te wijzen, en dat is toe te juichen. Misschien krijgt de Europese tijger dan toch nog tanden.

Don’t mention the war!

Zaterdag, 20 maart , 2010

Ik heb deze week onbedoeld reuring veroorzaakt met een tweet. Tijdens het Kamerdebat over de steun aan Griekenland ontstond een verhitte discussie op Twitter.  In een Kamermotie werd  elke steun aan Griekenland van Nederlands belastinggeld uitgesloten. Ik was zeer onaangenaam getroffen door de toonzetting van die motie, en het volstrekte gebrek aan solidariteit dat eruit sprak. Er zijn allerlei goede redenen aan te voeren om tegen steun aan Griekenland te zijn (en nog betere om voor te zijn), maar de kille, soms vijandige toon, de karikaturen en vooroordelen over de Grieken in het debat, waren niet erg verheffend. Mijn tweet beoogde dat aan de kaak te stellen, en het contrast te laten zien tussen “niet van mijn belastingcenten” en solidariteit van naties tegenover elkaar.  

In 2005 onderhandelden de EU Lidstaten over de Meerjarenbegroting. Nederland eiste dat de nationale bijdrage omlaag ging waarop de onderhandelingen leken vast te gaan lopen. De (toen) nieuwe Oost-Europese Lidstaten toonden toen grote inschikkelijkheid, en waren bereid met minder genoegen te nemen (of zelf meer bij te dragen, afhankelijk van je perspectief) om de onderhandelingen vlot te trekken. Die landen hadden aanmerkelijk minder te verteren dan wij. Hierbij gaat het om solidariteit, niet om liefdadigheid of onbaatzuchtigheid. En er is niks mis met een dosis gezond eigenbelang, maar ook solidariteit, steun en saamhorigheid zijn essentieel in de internationale gemeenschap (en dus indirect ook in ons eigen belang).

Natuurlijk zijn de Grieken zelf verantwoordelijk voor hun situatie, en moeten ze het ook zelf oplossen. Dat spreekt vanzelf. Maar Nederland mag toch hopen dat als wij onverhoopt ooit eens in de penarie van eigen makelij zitten, andere landen ons meer solidariteit betonen dan wij nu bereid zijn te geven.

Gezien het risico op misverstanden door de Marshallhulp erbij te halen had ik, terugkijkend, beter een ander voorbeeld kunnen kiezen. Vooral omdat de ophef de werkelijke kwestie aan het zicht heeft onttrokken. Ik heb op Twitter meteen duidelijk gemaakt wat ik bedoelde. Ondanks dat heeft Elsevier toch een kop op de site gezet waarin staat dat ik steun aan Griekenland met de Marshallhulp vergelijk. Ook na een mondelinge toelichting aan de journalist bleef de kop staan.

Laat ik helder zijn: steun aan het in financiële nood verkerende Griekenland heeft helemaal niets te maken met de Marshallhulp van de VS aan Europa na WOII. De tweet die tot ophef leidde ging dan ook niet over steunoperaties zelf, maar over de reflex van solidariteit met andere landen.

D66 wil geen schijnmaatregelen voor lastenverlichting

Woensdag, 10 maart , 2010

 Een van de speerpunten van D66 tijdens de campagne voor de Europese verkiezingen was dat de administratieve lasten voor bedrijven verminderd moeten worden.

Het Europees Parlement heeft vandaag ingestemd met het voorstel van de Europese Commissie om bedrijfjes met maximaal tien werknemers vrij te stellen van de verplichting om een jaarrekening op te stellen. Dat klinkt misschien op het eerste gezicht sympathiek, omdat het lijkt alsof kleine bedrijfjes hiermee geholpen zijn. Ik geloof alleen niet dat vrijstelling automatisch zal leiden tot minder administratieve lasten voor bedrijfjes. Ze zullen namelijk nog steeds hun jaarrekeningen op orde moeten hebben voor instanties als de Belastingdienst.

Daarnaast wordt het voor kleine bedrijven alleen maar duurder  omdat  banken bij de aanvraag voor een krediet meer tijd en geld kwijt zijn om inzicht te krijgen in de financiële gegevens.

De vrijstelling is slecht voor de concurrentiepositie als landen allemaal hun eigen regels gaan hanteren want dat is nu het gevolg. Stel dat België gebruik gaat maken van de uitzondering voor kleine bedrijven en Nederland niet, dan weten Belgische bedrijven straks veel meer over Nederlandse bedrijven dan omgekeerd. Dat is slecht voor de concurrentiepositie.

Het is belangrijk om paal en perk te stellen aan het oerwoud aan regels voor bedrijven. Maar in plaats van korte termijn symboolpolitiek  moet naar een structurele oplossing worden gezocht waar kleine bedrijven echt iets aan hebben.