KGB’s wet dream

5 juni, 2013 door Sophie in 't Veld

We saw it coming miles away: the Russians will start collecting your travel data from July 1st onwards. Like the US, Australia and Canada, Russia will oblige air carriers to transfer their PNR (Passenger Name Records) to the Russian authorities. The European Commission is crying big crocodile tears that they had not been informed by the Russian government, but that is ingenuous, as everyone who wanted to know, knew. Now personal data of Europeans will be transferred to the Russian authorities without any legal safeguards, and carriers are – once again – left in limbo, exposed to legal challenge.

Non-EU countries can determine their own policies, so the EU cannot stop the Russians (or anyone else) from requiring carriers to transfer PNR data. But the EU Commission has a duty to ensure that EU citizens get full legal protection and carriers get legal certainty. By stubbornly ignoring all the signals that Russians wanted to use PNR data, the Commission has once again failed to protect European citizens and European companies.

In view of the erosion of democracy and the rule of law, and particularly in view of the government crackdown on “foreign” NGOs, the massive collection of personal data without any adequate legal framework is extremely worrying.

The EU has concluded agreements with Australia and the US, providing the legal basis for the transfer of PNR data. The Parliament endorsed both agreements, although the agreement with the US was considered wholly inadequate by a substantial minority of Parliament, including myself as rapporteur. Throughout the debates we warned about setting a very dangerous precedent. The agreement with Canada has lapsed (although the Commission does not acknowledge this fact either), but to date the Commission has failed to secure a new, better agreement. For unclear reasons talks with the Canadians have dragged out for years and years.

The Commission should come before the European Parliament urgently, explain the situation and possible solutions. We know that several other countries, not all considered to be mature democracies, are currently setting up systems for the massive collection and storage of PNR data as well. In recent years we have asked the European Commission over and over again about their approach to those countries, but so far the Commission remained in a state of denial. Now is the time for answers. Who is next? China? Saudi Arabia?

My written questions to the EC on Russia and other third countries applying Passenger Name Records Systems.

4200 e-mails en tientallen documenten

31 mei, 2013 door Sophie in 't Veld

De strijd tegen belastingontduiking staat – terecht – hoog op de agenda. In een tijdperk van open grenzen voor kapitaal, is internationale samenwerking tegen belastingontduiking noodzakelijk. Maar dan wel in een degelijk wettelijk kader. Het is verontrustend dat internationale samenwerking tegen belastingontduiking op een ondoorzichtige en ondemocratische manier gebeurt.

Al jarenlang strijd ik voor meer openbaarheid van bestuur in Europa. De Europese Unie moet zich ontwikkelen van een Europa van diplomaten, discretie en geheimhouding naar een Europa van burgers, openbaarheid van bestuur en vertrouwen. Die oude cultuur van geheimzinnigheid vormt een groot obstakel in het verkrijgen van het vertrouwen van de burger.

Een typisch voorbeeld van die geheimzinnigheid is de houding van de Europese Commissie als het gaat om FATCA (the US Foreign Account Tax Compliance Act). FATCA is de Amerikaanse wet tegen belastingontwijking, belastingontduiking en belastingfraude. Alle banken, verzekeraars en beleggingsmaatschappijen met activiteiten in de VS, worden verplicht de gegevens van hun Amerikaanse klanten buiten de VS aan de Amerikaanse overheid te overhandigen. Bij weigering krijgen ze een 30 procent bronbelasting opgelegd. FATCA heeft dus extraterritoriale werking, en de Amerikaanse wet wordt zo feitelijk rechtstreeks op EU-grondgebied toegepast. Maar het zonder meer doorgeven van persoonsgegevens is in strijd met Europese wetgeving. Bovendien betreft het ook EU-burgers, bijvoorbeeld Europeanen met een dubbele nationaliteit of met financiële banden met de VS voor studie, werk of familiebetrekkingen.

Om de doorgifte van persoonsgegevens de schijn van wettigheid te geven, hebben een aantal EU-landen een bilateraal akkoord gesloten met de VS. Bedrijven geven niet meer rechtstreeks gegevens door aan de Amerikaanse belastingdienst, maar via de nationale overheid.

Belastingzaken zijn in de EU een nationale bevoegdheid. Luxemburg en Oostenrijk blokkeerden tot voor kort met hun veto een gezamenlijke EU-positie tegenover FATCA. De Europese Commissie beweert dan ook nauwelijks betrokken te zijn geweest bij de contacten met de VS.

Toch heb ik toen, in maart 2012, op grond van de Eurowob alle stukken opgevraagd die betrekking hebben op die contacten over FATCA. Tot mijn grote verrassing bleken er tientallen documenten te zijn en 4200 e-mails. Dat duidt toch eerder op intensieve contacten tussen de Commissie en de VS. Na een jaar en vele correspondentie verder heb ik nu drie documenten gekregen waarvan grote delen onleesbaar zijn gemaakt. De rest van de stukken is me tot nu toe onthouden, omdat de Commissie wil dat ik kenbaar maak welke stukken van die 4200 ik wil hebben. Dat is natuurlijk een cirkelredenering: als ik niet weet wat er in die stukken staat, kan ik ook niet aangeven welke ik wil hebben.

Sinds een paar weken staat de strijd tegen belastingontwijking hoog op de politieke agenda. En daarmee wordt FATCA en de invoering van een ‘Europese FATCA’ opeens heel erg actueel. Ook op de agenda van de G20 staat een voorstel voor een wereldwijde “FATCA”. Het heeft er de schijn van dat de gesprekken tussen Commissie en VS al veel verder gevorderd waren dan de Commissie heeft aangegeven. Is FATCA een goed model voor een Europese of mondiale wet tegen belasting ontduiking? Misschien wel, misschien niet. Maar minstens even belangrijk is dat dergelijke wetgeving niet het resultaat is van achterkamergesprekken van ambtenaren en diplomaten, maar dat ze tot stand komt in een open en democratisch proces, na een publiek debat en onder parlementair toezicht.

Hieronder staan de drie documenten die ik al ontvangen heb. Hopelijk komt de Commissie binnenkort eindelijk met de rest van de stukken en kan ik deze lijst aanvullen.

Taxation Policy Group Meetings, TAXUD reports, EU US Dialogue on FATCA, Meeting Working Party 29

Letter from Council and Commission to US Treasury Secretary, Mr Geithner, and US Internal Revenue Service Commissioner, Mr Shulman

Working Document Working Party IV Direct Taxation on FATCA

Buma’s List, Buma’s Mist

5 februari, 2013 door Sophie in 't Veld

Blij verrast zag ik vanmorgen de krantenkoppen: CDA-leider Buma heeft een Grote Visie voor Europa. “Hoera!”, dacht ik, “er komt beweging in de zaak”.

Als een ware vrijheidsstrijder kondigt Buma aan op te trekken naar Brussel, en daar met leeuwenmoed onze door Brussel geroofde nationale soevereiniteit te heroveren. Nieuwsgierig lees ik verder, maar bij het zien van zijn eisenlijstje verdampen zijn heldhaftige aankondigingen als sneeuw voor de zon. Wat gaat hij allemaal heroveren op Brussel:

  • Persvrijheid: er zijn geen Europese wetten over persvrijheid. Dus er valt niks terug te halen.
  • Pensioenrichtlijn: is nog volop in behandeling, dus geen kwestie van “terughalen”.
  • Inkomensgrens voor sociale huurwoningen: dit is een bevoegdheid van het Nederlandse kabinet, dus geen kwestie van “terughalen”. Sterker nog, deze grens is door een CDA-regering bedacht, en het vorige kabinet, inclusief CDA, weigerde dit aan te passen.
  • Gezinshereniging migranten op punten: is Leers al op stukgelopen.
  • Cookiewetgeving: is Nederlandse wetgeving.
  • Aanbestedingen van kleine (bouw)projecten: er is geen algemene plicht tot aanbesteden. Wel een plicht tot openbaar aanbesteden (in tegenstelling tot de oude praktijken van ondershands aanbesteden aan vriendjes). Nederland heeft net een nieuwe aanbestedingswet aangenomen, en Brussel delibereert over versoepeling van de regels (waar de Europese partij van het CDA overigens tegen is). Hier valt ook niks “terug te halen”.
  • Zwangerschapsverlof: is bedacht door de werkgevers, begin jaren ’90, aangezien verlofregelingen. concurrentiefactor zijn in een interne markt.
  • APK-keuring voor auto’s: er is nog helemaal geen Europese APK. Valt dus niks terug te halen (bovendien lijkt het me wel een goed idee als buitenlandse auto’s op de Nederlandse wegen aan strenge technische normen moeten voldoen).
  • Vrouwenquotum voor bedrijven: er is helemaal geen voorstel voor een vrouwenquotum. Alleen een voorstel voor een niet verplichtend streefcijfer (dus niet eens inspanningsverplichting, en al helemaal geen resultaatverplichting). Bovendien is het voorstel nog volop in behandeling.
  • Bodemrichtlijn: die is er niet. De andere milieunormen zijn inderdaad Europees geregeld (met vele uitzonderingsmogelijkheden), maar Buma wil toch zeker niet beweren dat water- en luchtvervuiling effectief kunnen worden aangepakt binnen de landsgrenzen?

De Lijst van Buma is niets meer dan het optrekken van mist. Mist die moet verhullen dat Buma geen enkel idee heeft hoe Europa daadwerkelijk ingrijpend te hervormen is tot een moderne en open democratische unie van burgers, in staat om slagvaardig te reageren op de grote vraagstukken van de 21e eeuw.

“Minder Europa” bekt lekker, maar dat betekent in de praktijk een zwak, verdeeld, onmachtig, kibbelend, verlamd Europa. In de wereld van de 21e eeuw hebben we niet minder Europa, maar een beter Europa, een sterker Europa, een democratischer Europa nodig. Een lijstje voor een nieuw, ander Europa:

  • Volledige openbaarheid van bestuur: besluiten in het openbaar. Toegang voor burgers tot alle stukken en informatie is de regel, geheimhouding de uitzondering.
  • De uitslag van de Europese verkiezingen bepaalt de samenstelling van de Commissie, zodat de burgers zelf de politieke richting van het EU-bestuur kunnen bepalen.
  • Geen macht zonder controle op de macht: Eurocommissarissen leggen verantwoording af aan het Europees Parlement en kunnen individueel naar huis worden gestuurd.
  • Het Handvest van de Grondrechten wordt net zo bindend als het Stabiliteitspact, Europa wordt een volwaardige gemeenschap van waarden.
  • Europa krijgt een volwaardig buitenlands beleid, met een minister van buitenlandse zaken, en spreekt met één stem in de wereld.
  • De nationale bijdragen aan Europa en de bijbehorende carrousel van landbouwsubsidies worden afgeschaft en vervangen door eigen middelen, met een jaarlijkse begroting voor prioriteiten als innovatie en kennis.
  • Barrières in de interne markt worden afgebroken, zodat ondernemerschap en talent de vrije ruimte krijgen om banen en welvaart scheppen.
  • De belangen van Europese burgers in de mondiale wedloop om energie en grondstoffen worden veilig gesteld door een sterk Europa in de wereld.

Resistance is futile?

19 november, 2012 door Sophie in 't Veld

This week the European Parliament has to decide whether or not to endorse Maltese Tonio Borg for EU Commissioner for Public Health. Not so long ago, the nomination of an EU Commissioner would be a bureaucratic formality, the outcome of an exchange between diplomats of the Member States, to be rubberstamped by the European Parliament. But ever since the commotion over the nomination of Mr. Buttiglione in 2004, the appointment of EU Commissioners has become political. It demonstrates that Europe is rapidly becoming a mature political union, where those who govern Europe are not selected because they are top notch civil servants, but because of their political program.

Some have accused the opponents of Mr. Borg of religious intolerance. That reproach is completely unfounded. It is a free world, Mr. Borg is entitled to his views and convictions, like any European citizen. We will not tell him what to believe (we are not the thought police), nor do we feel he should be excluded from holding any office. But EU Commissioners are not mere technocrats, they are no political eunuchs. Commissioners are politicians, policy makers. Therefore their political views are very relevant. It makes a difference if the Commissioner for, say, internal market is a communist or a neo-liberal. It makes a difference for public health if the candidate is a moral conservative, or liberal.

We are not being asked to judge Mr. Borg for his religious views, nor for his technical competence. We are being asked if we are willing to entrust him with a particular portfolio, as the responsible Commissioner, and as member of the college. The EU Commission is a political body, shaping the policies of the EU. Therefore it makes complete sense to give or withhold support on account of the candidate’s political agenda.

It is a shame if Mr. Borg feels he has to deny or betray his views. In a political campaign, a candidate should seek support by promoting his political views, not by trying to hide them. Denouncing his earlier views does not make him a more credible candidate. I much prefer a candidate who stands by his views, no matter how much I abhor them. Mr. Borg has tried to assure MEPs of his moderate views, during the confirmation hearing and in a letter. He has made some very positive statements, regarding LGBT rights notably. But of course his track record has to be taken into consideration as well.

MEPs have to consider their own position as well. For years this House has called for EU policies on sexual and reproductive health rights, including safe and legal abortion, as well as for strengthening of LGBT rights. Parliament cannot credibly call for those policies, but appoint a Commissioner who is fiercely opposed to that very political agenda.

This episode is a healthy step on the road to a political, democratic European Union.

En de winnaar is….

29 juni, 2012 door Sophie in 't Veld

 ….allemaal een beetje. En we leveren ook allemaal een beetje in bij de uitkomst van de jongste Eurotop, zoals altijd. Europa gaat met schuifelstapjes voorwaarts, maar in elk geval voorwaarts.

De resultaten van de Top bevatten dus positieve elementen. Maar het proces is net zo belangrijk als het resultaat. Het proces van koehandel, blufpoker en politiek armpje drukken is ondemocratisch en ondoorzichtig, en bovendien een riskante strategie voor kleinere landen. De aanpak van de Nederlandse regering (opgehitst door Wilders, “pak-ze, pak-ze!”) van stoere taal uitslaan en andere landen behandelen als onmondige kinderen, leidt niet tot meer bereidheid samen grote stappen in de goede richting te nemen. Het is ook vreemd dat uitgerekend Nederland, de uitvinder van het poldermodel van overleg, consensus en samenwerking, kiest voor het conflictmodel. Ook tactisch is het voor een klein land niet erg slim om ruzie te zoeken met iedereen. In het conflictmodel heeft de burger het nakijken.

Het oplossen van het democratisch tekort is zeker net zo urgent als het oplossen van de financiële tekorten. Het versterken van democratische legitimatie en verantwoordingsplicht zijn dan ook expliciete prioriteiten van het “Masterplan” van Van Rompuy c.s.

Met het opzetten van Europees bankentoezicht is een eerste stap gezet in de richting van de broodnodige bankenunie. Toezicht is slechts één van de drie poten van die bankenunie. De andere twee poten zullen er snel aan moeten groeien.

Sommige mediaberichten suggereren dat de bankensteun uit het ESM betekent dat de regering van het betreffende land aan de curatele van de Troika ontsnappen. Er zijn echter volgens de besluiten van gister wel degelijk strenge condities voor landen die steun vragen voor hun banken. Die worden neergelegd in een “Memorandum of Understanding”. Onduidelijk is hoe bindend zo’n MoU is, maar er zal in de praktijk toch een stevig disciplinerende werking van uit gaan.

Omdat deze steun binnen het ESM niet de status van bevoorrechte schuldeiser krijgt, is er meer risico voor de deelnemende landen, zoals Nederland. Tegelijkertijd was die stap nodig om het vertrouwen van beleggers te herstellen en zo de operatie effectief te maken.

De huidige crisis heeft ook zo haar heilzame effecten. Te lang hebben we met elkaar op veel te grote voet geleefd, en onze welvaart was op drijfzand gebouwd. De crisis leidt ertoe dat we de overtollige lucht eruit laten lopen, en dood hout weg snijden. Maar naast saneren moeten we nu ook dringend gaan hervormen, en de resterende economie robuust en dynamisch maken, zodat de economie van Europa weer “lean and mean” wordt.

De karikatuur van de luie, spilzieke en frauderende zuiderling, en van de nijvere, eerlijke, zuinige noorderling, is hardnekkig. Deze door vooroordelen gekleurde visie, beneemt het zicht op het feit  dat er in de landen in de periferie een stevige sanering van de economie plaats vindt, en hervormingen in gang zijn gezet. Op dezelfde manier zijn de landen in Midden- en Oost-Europa in de jaren ’90 ingrijpend gesaneerd en hervormd, net als de Scandinavische landen na hun financiële crisis in diezelfde periode. Hoewel geen enkel land helemaal gespaard blijft voor de economische crisis, blijken juist die landen redelijk robuust te zijn in deze turbulente tijden.

De rentestanden worden door velen gezien als exclusieve graadmeter voor de inspanningen van een land. Hoge rentestanden voor Italië en Spanje worden als bewijs gebruikt dat die landen lui en spilziek zijn. Maar te makkelijk wordt vergeten dat diezelfde financiële markten tien jaar lang niet reageerden op de zwaktes en groeiende problemen in die landen. Dit toont maar weer eens aan dat de factoren “psychologie” en “beeldvorming” in de beoordeling minstens net zo zwaar wegen als de kale cijfers.

Het is spijtig dat er op deze Top niet meer uitvoerig gesproken gaat worden over het “Masterplan” voor de lange termijn. Laten we dus niet op onze handen gaan zitten tot october, maar deze maanden gebruiken om samen met alle betrokken Europese partners verdere stappen op de weg naar een stevige politieke unie voor te bereiden.

In Nederland hebben de partijen een unieke kans om de kiezer om een mandaat te vragen voor hun inzet voor die politieke unie. Alle partijen zullen moeten aangeven wat hun standpunt is op het “Masterplan”.

Een nieuw verhaal: Europa gaat een stralende toekomst tegemoet!

7 juni, 2012 door Sophie in 't Veld

Het klinkt bijna potsierlijk in deze turbulente tijden, maar juist nu heeft Europa uitzicht op een glanzende toekomst. Onder druk wordt alles vloeibaar, en juist dan hebben we de kans Europa opnieuw vorm te geven. En dat is hoognodig!

In de beginjaren van de Europese integratie, in de jaren vijftig, belden we met bakelieten telefoons, was er 12 uur TV-uitzending per week en had slechts één op de zeven gezinnen een auto. Vrouwen werden nog maar net handelingsbekwaam, en lidmaatschap van de VARA werd door de Katholieke Kerk verboden. De gasbel bij Slochteren, de Berlijnse Muur en de maanlanding waren allemaal nog niet in zicht. Twee op de drie mensen werkten in de landbouw of industrie. Europa maakte circa 20% uit van een wereldbevolking van 2,5 miljard inwoners.

De wereld is sindsdien radicaal veranderd. Niets bleef hetzelfde. Behalve de manier waarop we Europa besturen. De instellingen die in de jaren vijftig werden opgezet, bleven vrijwel onveranderd. De enige betekenisvolle verandering was de rechtstreekse verkiezing van het Europees Parlement sinds 1979. In de jaren vijftig werd Europa bestuurd door deftige diplomaten, achter gesloten deuren. En dat gebeurt nu nog steeds.

Maar de wereld is sinds de jaren vijftig radicaal veranderd. De wereld die we kenden komt niet meer terug. De geopolitieke verhoudingen zijn radicaal verschoven. De hegemonie van de VS en Europa is verleden tijd. Nieuwe economische grootmachten eisen hun plaats in het politiek leiderschap in de wereld. Terwijl China en Mexico bedrijven opkopen in Europa, en de eurozone een beroep doet op China en het IMF, vertrekken ambitieuze knappe koppen richting booming Brasil. De komende decennia zullen worden gekenmerkt door een hevige mondiale concurrentie om grondstoffen, energie en water. Europa heeft weinig eigen grondstoffen, en zal hard moeten werken om haar belangen veilig te stellen in een wereld waar over enkele decennia een vergrijsd Europa nog maar 5% uitmaakt van een wereldbevolking van 9,5 miljard.

In de jaren vijftig ging Europese eenwording vooral over de onderlinge verhoudingen van Europese landen. Vandaag de dag gaat het vooral om de verhouding van Europa met de wereld.

Informatie- en communicatietechnologie brengen een revolutie teweeg die zich laat vergelijken met de industriële revolutie. Maatschappelijke, economische en bestuurlijke verhoudingen veranderen ingrijpend en onomkeerbaar. De gevestigde orde wordt volledig ondersteboven gegooid. Informatie- en communicatietechnologie doen de betekenis van grenzen in rap tempo vervagen.

Het Model Jaren ’50 van het Europese bestuur is volstrekt niet meer toegerust voor de wereld van vandaag. De crisis legt genadeloos bloot dat de oude structuren vermolmd zijn, en de EU niet slagvaardig kan inspelen op de uitdagingen van vandaag. Het ongenoegen van de bevolking laat zien dat de oude methode van diplomatieke onderhandelingen nu dringend moet worden vervangen door transparante, democratische besluitvorming.

Van Rompuy en Barroso werken aan een ‘Masterplan’ waarmee de financieel-economische integratie van Europa een grote sprong vooruit maakt. Dat is op zich toe te juichen. Maar in plaats van dat achter gesloten deuren uit te onderhandelen, moeten ze juist gebruik maken van het nieuwe momentum in Europa. Nooit eerder was er zoveel debat over Europa, en het denken over Europa evolueert razendsnel. Van Rompuy, Barroso &co moeten niet achter gesloten deuren vergaderen, maar zich mengen in het intensieve publieke debat van vandaag. Premier Rutte moet niet vasthouden aan zichtbaar achterhaalde structuren uit de jaren ’50, maar volop meedoen aan de discussie over de toekomst van Europa. Het gaat niet om irrelevante institutionele reflecties, zoals hij meent, maar om radicale democratisering van Europa. Juist nu.

Het bestuur van Europa is uit de tijd van de bakelieten telefoon. Vandaag hebben we de kans een bestuur op te zetten voor het tijdperk van de iPhone.

— Dit is een korte samenvatting van het vandaag verschenen pamflet Een Nieuw Verhaal. Goed nieuws: Europa gaat een stralende toekomst tegemoet! Klik hier voor meer informatie.

Transfer Passenger data, European Parliament to do the dirty work?

4 april, 2012 door Sophie in 't Veld

On April 20th the European Parliament will take the final vote on the EU-US Agreement on the transfer of Passenger Name Records. The pressure to adopt the Agreement is huge. The supporters of the Agreement claim it is absolutely essential, and that a bad agreement is better than no agreement. However, the urgency is not as straightforward as we might think.

The EU-US Agreement was signed in July 2007. It was then for Member States to ratify the Agreement. However, by the entry into force of the Lisbon Treaty on 1 December 2009, several Member States had not ratified the Agreement, and many others ratified only at the last moment. So for two and a half years the Member States were in no hurry at all to ratify an Agreement they now claim is essential.

Furthermore, the strong pro-Agreement lobby hides from sight the fact that enthusiasm for the Agreement is not equally shared between all Member States.  Germany and Austria did not endorse the 2011 Agreement in the Council, France did not vote and Denmark has no vote on police and justice cooperation.

Denmark has a special position in the EU Treaties, as it does not participate in the chapter on police and justice cooperation. The EU-US PNR Agreement will not apply to Denmark, unless it requests an “opt in” by way of national referendum. It seems unlikely that the Danish government will call for a referendum on this Agreement. Why does Denmark push hard for an agreement that it is not a participant to?

The urgency to adopt the EU-US Agreement is in stark contrast to the complete absence of any urgency in the case of PNR transfer to other countries. The EU-Canada PNR Agreement has lapsed in 2009. Data have been transferred unhindered without an adequate legal base ever since, but the Commission and the Member States seem to be in no hurry to negotiate a new Agreement. Other countries like Japan, Qatar and South Korea have requested the Commission to negotiate an agreement, as they will collect PNR data as well. However, the Commission has refused for years to negotiate, claiming it “does not have the capacity”. Air carriers are in legal limbo and urgently looking for legal certainty, but the Commission and Member States are in no rush to ensure a proper legal base for the transfer of PNR data. One wonders if they will be equally lax if countries like China or Russia will start the collection of PNR data.

So Member States and the Commission are not exactly consistent and coherent in their calls for agreements with third countries. The push for an EU-US agreement seems to be driven mainly by the concern for transatlantic relations. True, Europe and the United States have a special relationship. But diplomatic relations cannot take precedence over the rights of our own EU citizens. The primary duty of the EU institutions is to uphold European laws and protect the rights of European citizens.

Grondwet aflevering 2?

26 maart, 2012 door Sophie in 't Veld

Het scheelde niet veel, of de eurozone was ten onder gegaan. Het was alle hens aan dek, en we hebben gepompt als bezetenen, maar het lijkt erop dat we het gaan redden. De ergste gaten in de romp van het zinkende schip zijn gedicht, en iedereen komt even op adem, moe van de doorstane spanningen.

Maar laten we nu niet tevreden achterover leunen, en denken dat de klus is geklaard. Europa is niet ten onder gegaan in de storm. Het schip heeft het gehouden, maar het is nog lang niet zeewaardig. We hebben de oorzaak van de crisis nog niet aangepakt, alleen de symptomen bestreden.

Dit was niet de eerste economische crisis, en het is vast ook niet de laatste. De kernvraag is: is Europa voldoende toegerust om adequaat op een crisis te reageren?

Het antwoord is “nee”. Dat de crisis in Europa zo kon huishouden, heeft alles te maken met de archaïsche, vermolmde bestuursstructuren, met verlammende veto’s en mistige achterkamertjesdeals waarop de burger nauwelijks invloed kan uitoefenen.

De volgende crisis dient zich alweer aan, en deze zal de eurocrisis veruit overtreffen. Het afdwingen van de regels uit het Stabiliteitspact bleek een enorme krachttoer. Maar het zal kinderspel blijken vergeleken met de volgende testcase: het afdwingen van de Europese Grondrechten en de democratische spelregels uit het EU-Verdrag.

De regering van Hongarije heeft een lange lijst wetten en grondwetswijzigingen doorgevoerd, waarvan een groot deel evident in strijd is met de Europese waarden. Sinds meer dan een jaar trotseert premier Orbán de druk uit Europa om de wetten aan te passen. De Europese Commissie heeft zeer timide en na lang aarzelen enkele kwesties aan de orde gesteld, en verlangt dat Hongarije deze aanpast. Inmiddels hebben vele onpartijdige instanties de Hongaarse wetten en Grondwet grondig juridisch doorgelicht, en hun oordeel is niet mals.

Naarmate de kritiek aanzwelt, graaft Orbán zich dieper in – net als zijn Nederlandse ambtsgenoot overigens. Hij daagt Europa uit: “Ik doe wat ik wil, pak me maar als je durft.”

Er staat veel op het spel. De meeste Europeanen delen de kritiek op de Hongaarse regering. Maar net als in de eurozone kijken ze liever weg als een lidstaat zich niet aan de regels houdt, dan dat ze inmenging uit Brussel dulden. Dat de Europese Commissie de staatssteunregels of de kartelwetten handhaaft wordt algemeen geaccepteerd, maar naleving van Grondrechten is een ander verhaal.

Als Europa nu niet doorpakt, verliest ze alle geloofwaardigheid. Europa heeft een politieke unie nodig, met een volwaardige Europese regering gecontroleerd door het Europees Parlement. Maar als de gemeenschappelijke Europese waarden niet worden gerespecteerd en nageleefd, heeft zo’n Unie geen legitimiteit.

De crisis in de eurozone en de krachtmeting met Hongarije tonen glashelder aan dat de organisatie van het bestuur van de EU dringend aan hervorming toe is. Een Unie met 27 nationale veto’s is onbestuurbaar. Het is tijd voor een discussie over een nieuwe Europese Grondwet.

Zwijgen is zilver, spreken is goud

17 maart, 2012 door Sophie in 't Veld

“Wie zwijgt stemt toe”, zegt het spreekwoord. Nu zijn er talloze onfrisse sites, en we kunnen niet verwachten dat de premier zich over elk daarvan uitspreekt. Dit is echter niet zomaar een site, maar een initiatief van een informeel, maar machtig lid van de regering. Als een bewindspersoon van een andere EU-lidstaat iets naars over Nederland zegt, verwachten wij Nederlanders ook een reactie van de regeringsleider van dat land (zoals in 2006, toen de Italiaanse Minister Giovanardi in 2006 het Nederlandse euthanasiebeleid gelijk stelde met Nazi praktijken).

Sommigen menen dat het beter is om de PVV en haar initiatieven links te laten liggen. Met andere woorden: om de PVV niet serieus te nemen. Maar we kunnen niet de PVV bagatelliseren en ze tegelijkertijd uitnodigen in het Catshuis mee te beslissen over het kabinetsbeleid. Het is het één of het ander.

Premier Rutte onderschat ook de imagoschade van Nederland door deze kwestie. Hij lijkt niet te beseffen dat zijn zwijgen wordt gezien als het legitimeren van de PVV-site, en dus het schofferen van zijn Europese partners. De EU-lidstaten uit Midden- en Oost-Europa hebben zich lang tweederangs EU-leden gevoeld, niet in de laatste plaats door de neerbuigende houding van de “oude” lidstaten. Terwijl de nieuwe lidstaten hun grenzen volledig moesten openen en werden blootgesteld aan concurrentie uit het westen, hield het westen angstvallig de grenzen dicht en ontzegden de mensen uit de nieuwe lidstaten het volwaardig EU-burgerschap, inclusief vrij verkeer van werknemers. De toetreding tot de EU heeft niet alleen maar winnaars opgeleverd. Veel arme Oost-Europeanen misten de aansluiting. Zij betaalden een hoge prijs voor de uitbreiding van de EU (overigens zonder een meldpunt op te richten voor klachten over andere Europeanen…). Het minderwaardigheidsgevoel slijt wel, maar incidenten als de PVV-site rijten oude wonden open, en het zwijgen van Rutte is een bevestiging dat de “oude” lidstaten zich superieur wanen aan de anderen.

Daarnaast staat dit incident niet op zichzelf. Nederland, een van de Founding Fathers van de Europese Unie, en van oudsher een voortrekker in de Europese integratie, is de laatste jaren steeds eurosceptischer geworden, en heeft zo langzamerhand de reputatie van “dwarsligger”. Het “Nee” in het referendum van 2005 viel wel op, maar werd nog gezien als de uitkomst van een normaal democratisch proces. Maar de opeenvolgende blokkades van Nederland op grote en kleine dossiers, zoals bij de meerjarenbegroting in 2005, de toenadering tot Servië, en meer recent de Schengentoetreding van Bulgarije en Roemenië, de ongenaakbare opstelling in de eurozone, en de Alleingang inzake de richtlijn gezinshereniging hebben het imago van Nederland dwarsligger gevestigd.

Rutte wuift dit alles weg, alsof het niet relevant is. En natuurlijk zit Nederland als EU-lid gewoon aan tafel bij alle besprekingen en we hebben nog steeds stemrecht. Maar de Europese samenwerking is niet gebaseerd op overmacht en stemgewicht, maar op consensus en goodwill. Dat laatste verspeelt Nederland nu in hoog tempo.

Het Europees Parlement heeft zich de laatste jaren steeds meer ontwikkeld tot de arena waar wordt gediscussieerd over gemeenschappelijke Europese waarden (en de naleving of schending daarvan). In de afgelopen jaren nam het Parlement bijvoorbeeld resoluties aan over de persvrijheid in Italië, over de uitzetting van de Roma door Frankrijk, over de homo-discriminatie in Litouwen en over een breed scala aan anti-democratische tendensen in Hongarije. Wat door sommigen wordt gezien als Europese bemoeizucht, is in feite een teken dat de EU zich tot een volwassen politieke unie ontwikkelt, waarin de democratische spelregels en de grondrechten uit de EU-verdragen niet langer een papieren tijger zijn, maar daadwerkelijk in de praktijk worden gehandhaafd. Een gemeenschap van waarden.

Overlast aanpakken kan heel wel zonder discriminerende websites. En een verklaring van Rutte zou veel bijdragen aan de goede verstandhouding met onze mede-Europeanen. Daar heeft Nederland baat bij.

Europese lente

16 februari, 2012 door Sophie in 't Veld

In de Griekse mythologie ontstaat orde uit chaos. In het Europa van vandaag is het niet anders. We beleven een ongekende politieke turbulentie, maar in de chaos tekenen zich de contouren af van iets nieuws. Een van de belangrijkste: de Europese democratie begint volwassen te worden, de EU zet grote stappen in de richting van een politieke unie. Het Europa als diplomatiek project laten we achter ons, en beetje bij beetje ontstaat een prille Europese democratie. Steeds vaker is het Europees Parlement wat een volksvertegenwoordiging moet zijn: de arena voor politiek debat. Decennialang ging Europa vooral over technische kwesties als landbouwquota en kolen en staal. Maar nu gaan de debatten over onze gezamenlijke Europese waarden, over wat ons tot een gemeenschap maakt.

Vandaag stemde het Europees Parlement met een comfortabele meerderheid van Liberalen, Groenen en Socialisten in met een resolutie over de situatie in Hongarije. Sinds ruim een jaar uit het Europees Parlement grote zorgen en kritiek op de autocratische regeerstijl van premier Orbán en op de lange lijst van controversiële wetswijzigingen waarmee Orbán de burgerrechten en –vrijheden inperkt, en de democratische checks and balances ondermijnt. Orbán zelf kwam al tweemaal naar het Europees Parlement om te debatteren over de stand van de democratie en de grondrechten in Hongarije. De fractie van Orbáns politieke familie, de christendemocratische Europese Volkspartij (EVP) die in vrijwel alle lidstaten in de regering zit, stond vierkant achter hem.

Deze week kwam Mario Monti, premier van Italië, naar het Europees Parlement voor een discussie over de stand van zaken in de eurozone en de hervormingen in Italië. Monti, een veteraan in Europa, kreeg van links tot rechts warm applaus. Hij reageerde ad rem op de honende kreten vanuit de bankjes van nationalisten en extreemrechts.

Deze week was de Polen-website van de PVV, en vooral het zwijgen daarover door premier Rutte, zowel in Nederland als in Straatsburg het gesprek van de dag. De Europese fractievoorzitters besloten tot een parlementair debat over dit soort stigmatiserende initiatieven in de lidstaten. De leider van de EVP, de Fransman Joseph Daul, voegde er eigenhandig (niet geheel gespeend van partijpolitieke motieven) aan toe dat premier Rutte bij dat debat wordt uitgenodigd om zijn standpunt over de PVV-site toe te lichten. Rutte heeft nog niet gereageerd bij het ‘ter perse gaan’ van deze blog, maar ik zou het hem willen aanbevelen. Waar beter dan in het Europees Parlement kan hij klip en klaar zijn liberale standpunten laten horen? Waar beter dan in het Europees Parlement kunnen we het publieke debat voeren over welke waarden ons binden? Als ik Rutte was, zou ik die kans grijpen.

Het is bijna lente. Het politieke debat in Europa komt tot bloei.