D66 wil geen schijnmaatregelen voor lastenverlichting

10 maart, 2010 door nathalievankoot

 Een van de speerpunten van D66 tijdens de campagne voor de Europese verkiezingen was dat de administratieve lasten voor bedrijven verminderd moeten worden.

Het Europees Parlement heeft vandaag ingestemd met het voorstel van de Europese Commissie om bedrijfjes met maximaal tien werknemers vrij te stellen van de verplichting om een jaarrekening op te stellen. Dat klinkt misschien op het eerste gezicht sympathiek, omdat het lijkt alsof kleine bedrijfjes hiermee geholpen zijn. Ik geloof alleen niet dat vrijstelling automatisch zal leiden tot minder administratieve lasten voor bedrijfjes. Ze zullen namelijk nog steeds hun jaarrekeningen op orde moeten hebben voor instanties als de Belastingdienst.

Daarnaast wordt het voor kleine bedrijven alleen maar duurder  omdat  banken bij de aanvraag voor een krediet meer tijd en geld kwijt zijn om inzicht te krijgen in de financiële gegevens.

De vrijstelling is slecht voor de concurrentiepositie als landen allemaal hun eigen regels gaan hanteren want dat is nu het gevolg. Stel dat België gebruik gaat maken van de uitzondering voor kleine bedrijven en Nederland niet, dan weten Belgische bedrijven straks veel meer over Nederlandse bedrijven dan omgekeerd. Dat is slecht voor de concurrentiepositie.

Het is belangrijk om paal en perk te stellen aan het oerwoud aan regels voor bedrijven. Maar in plaats van korte termijn symboolpolitiek  moet naar een structurele oplossing worden gezocht waar kleine bedrijven echt iets aan hebben.

WORDT SWIFT DE LAKMOESPROEF VOOR DE EU?

29 januari, 2010 door nathalievankoot

Het besluit over een akkoord met de VS over het doorgeven van bankgegevens (in de wandeling aangeduid als het “Swift-akkoord”, naar de organisatie die internationale betalingen verzorgt) lijkt uit te lopen op een test van de machtsverhoudingen binnen de EU en tussen EU en de VS.

Wat eraan voorafging: in 2006 kwam aan het licht dat de VS al jarenlang gebruik maakten van bankgegevens van Europese burgers, die waren opgeslagen in een data base van Swift in de VS. Naast het feit dat dit jarenlang geheim was gehouden, werd ook vastgesteld dat de doorgifte van Europese bankgegevens in strijd was met Europese regels voor bescherming persoonsgegevens.

Als tijdelijke oplossing werd een vrijwillige overeenkomst opgesteld, waarin de Amerikanen beloofden de gegevens goed te zullen beschermen, en ze uitsluitend te gebruiken voor de strijd tegen terreur. Swift kondigde aan vanaf 1 januari 2010 de Europese gegevens niet langer in de VS op te slaan, maar in een data base in Europa (Zwitserland). De Amerikanen kunnen uiteraard nog steeds bankgegevens opvragen in het kader van de wederzijdse rechtshulp, maar dan wel gericht, op basis van een gerede verdenking, en met toetsing van een rechter.

Sinds 2006 heeft het Europarlement zich uiterst kritisch uitgelaten over de doorgifte van persoonsgegevens, maar onder het Verdrag van Nice waren de Lidstaten alleen bevoegd. In de praktijk betekende dit dat de 27 nationale Ministers achter gesloten deuren afspraken maakten, zonder dat nationale parlementen daar effectieve controle op konden uitoefenen.

Sinds 1 december 2009 is het Verdrag van Lissabon van kracht, en moet het Europees Parlement meebeslissen over internationale akkoorden. Het EP kan geen wijzigingen aanbrengen, maar alleen goedkeuren of verwerpen.

Tot algemene verbazing van het Europees Parlement besloot de Raad (d.w.z. de nationale regeringen) een akkoord te sluiten met de VS, zodat de VS ook na januari 2010 verder beschikking zouden hebben over alle Swift gegevens. Fracties van links tot rechts in het Europees Parlement hebben (net als de Europese toezichthouders bescherming persoonsgegevens) grote vraagtekens bij de noodzaak van dit akkoord over de grootschalige doorgifte van bankgegevens, en bij het afgesproken niveau van bescherming persoonsgegevens. 

Aangezien een aantal Lidstaten (waaronder Duitsland) niet erg warm liepen voor het Swift akkoord, lukte het de Raad niet om het akkoord formeel te sluiten vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december j.l. Daarom moet het Europees Parlement nu instemmen met het akkoord.

Maar de Raad saboteert het proces aan alle kanten. Al maanden komt er geen enkel serieus antwoord op de vragen van het Europees parlement. Hoewel het akkoord voorlopig wordt toegepast vanaf 1 februari, kwam het officiële verzoek tot instemming van het EP pas op 25 januari. Uiteraard zijn vijf werkdagen volstrekt onvoldoende voor een serieuze behandeling van het onderwerp. Bovendien weigert de Raad het Parlement inzage te geven in alle relevante documenten, zodat het EP niet over dezelfde informatie kan beschikken. Zo weigert de Raad bijvoorbeeld het negatieve advies van de Juridische Dienst van de Raad zelf openbaar te maken (ik ben zelf inmiddels bezig via de rechter het openbaar maken af te dwingen). En deze week toverde de Raad nog een verrassing uit de hoge hoed: er blijkt al maanden in het geheim aan een rapport te worden gewerkt over de doorgifte van bankgegevens, dat op 4 februari gepubliceerd zal worden. Het Parlement is “not amused” over dergelijke ontdekkingen.

De Raad kiest duidelijk voor een ramkoers met het Europees Parlement. Dit wekt in Brussel verbazing omdat de kans op verwerping van het akkoord daarmee alleen maar toeneemt. Het is lastig te verklaren waarom de Ministers op een frontale botsing afsturen. Een verklaring ligt misschien in de enorme druk die wordt uitgeoefend vanuit Washington. Vanuit de allerhoogste kringen wordt er druk uitgeoefend op de Europese regeringen om het Swift akkoord door te zetten. In de VS was men niet onverdeeld enthousiast over de nieuwe macht van het Europees Parlement. Er werd openlijk gezegd dat de VS liever achter gesloten deuren zaken doen met de regeringen. Debatten en stemmingen in het openbaar in het Europees Parlement zijn lastig te sturen.

Een andere achtergrond is dat de Amerikanen de analyse van de bankgegevens  delen met Europa. Dit is voor de Europese regeringen een koopje: in ruil voor toegang tot onze bankgegevens, doen de VS gratis de verwerking.

De verantwoordelijke parlementaire commissie stemt op 4 februari, en het voltallige (plenaire) parlement op 9 of 10 februari.

Versterk het Stabiliteits- en Groeipact!

25 januari, 2010 door nathalievankoot
De gemeenschappelijke munt heeft extra bescherming geboden aan de Europese burgers in tijden van economische crisis, maar de crisis heeft tegelijkertijd de zwakke plekken bloot gelegd. Maar nu de economie prille tekenen van herstel begint te tonen, ebt de urgentie voor hervormingen een beetje weg. Ten onrechte. Het Stabiliteitspact, het regulerend instrument van de Eurozone,  zou juist meer bindend moeten worden gemaakt, en in het uiterste geval moet kunnen worden ingegrepen in nationale Lidstaten. Het huidige sanctie-instrument van boetes is tamelijk onzinnig, voor landen die toch al financieel in de problemen zitten. 

Het Stabiliteitspact heeft onmiskenbaar in de afgelopen tien jaar een disciplinerende werking gehad op de Lidstaten.  Maar als het puntje bij het paaltje komt is het nauwelijks afdwingbaar. Die vrijblijvendheid is door de Lidstaten bewust zo ingevoerd. Lidstaten willen vooral de andere Lidstaten disciplineren en controleren, maar ze dulden zelf geen bemoeienis van Brussel. In goede tijden hoeft dat niet problematisch te zijn, maar niet-naleving in slechte tijden ondermijnt het vertrouwen in onze gemeenschappelijke munt.

Enkele jaren geleden is het Stabiliteitspact versoepeld, onder druk van Lidstaten en vooral van linkse partijen, die het Stabiliteitspact een keurslijf vinden. Tegelijkertijd werd afgesproken dat Lidstaten in goede tijden buffers zouden opbouwen, en dat de pensioenstelsels vergrijzingsbestendig zouden worden gemaakt. Maar die afspraken werden in economisch goede tijden snel vergeten.
De situatie in Griekenland geeft vooral in Duitsland (de paymasters van Europa) aanleiding tot discussies over het al dan niet bijspringen in geval een land failliet gaat. Het is niet helemaal ondenkbaar dat zo’n situatie zich voordoet, en in dat geval moet redding niet worden overgelaten aan het IMF, maar moet Europa zelf bijspringen. Daar tegenover moeten natuurlijk strakkere regels komen, en meer bevoegdheden voor Europees ingrijpen.

In de komende tijd moeten er strakkere regels en meer controlemogelijkheden komen voor de statistische gegevens die door de Lidstaten worden aangeleverd. In uiterste gevallen moet een Lidstaat verplicht kunnen worden de begroting aan te passen als de regels over tekorten en schulden ernstig en systematisch worden geschonden. Een soort curatele-regeling, om handhaving van de normen af te kunnen dwingen.

Meer Europese bevoegdheden is geen populair thema. Maar voor een stabiele en betrouwbare Euro, onze gemeenschappelijke munt, een noodzakelijke discussie!

Feiten en fictie in de strijd tegen terrorisme

3 januari, 2010 door nathalievankoot

De laatste tijd waren de meeste mensen vooral bezig met het hoofd boven water houden in de economische crisis, maar dank zij een handjevol terroristen is het gevoel van dreiging weer volop terug op de agenda.

In de afgelopen dagen is veel zin en onzin gedebiteerd over veiligheid, met een sterke fixatie op body scanners als dé remedie tegen terrorisme. In het licht van deze discussie wil ik graag eens een paar feiten en ficties op een rijtje zetten.

 FEIT: het Europees Parlement heeft de plaatsing van body scans niet geblokkeerd.
Elke Lidstaat kan gewoon zelf besluiten om de scans te plaatsen. In het EU-voorstel was plaatsing hoe dan ook pas in 2010 voorzien. Het Europees Parlement heeft de democratische plicht elk voorstel voor Europees beleid kritisch door te lichten.

FICTIE: met body scans bereiken we 100% veiligheid.
De gewone body scanners detecteren geen objecten of stoffen die in het lichaam verborgen worden.  Dat weten terroristen ook en die oefenen al lang met het verstoppen van objecten in het lichaam (maag, lichaamsholten). We moeten dus investeren in nog meer geavanceerde technologie.  Met zogeheten Puffer Machines kunnen bijvoorbeeld explosieve materialen worden gedetecteerd. In plaats van nu in grote haast scanners te plaatsen, zou de regering er beter aan doen eens goed na te denken over welk type scanners, en hoe die worden ingepast in een samenhangende, effectieve anti-terreur strategie.

En al zouden we theoretisch luchthavens en vliegtuigen 100% kunnen beveiligen tegen terroristen, dan blijven er nog legio soft targets: winkelcentra, sport- en muziekevenementen, scholen, treinen en bussen, en nog veel meer.

FICTIE: privacywetten zijn een obstakel voor veiligheid.
De meeste anti-terreurmaatregelen kunnen prima worden genomen onder de huidige privacywetten. En ook technologie kan veel bijdragen aan privacy bescherming. Zo heeft Schiphol besloten de scannerbeelden door de computer te laten analyseren, in plaats van door een persoon. Ook moeten er strakke regels zijn voor wie de beelden mag zien, hoe lang ze worden bewaard, etc. Gewone burgers hebben heel veel privacy en vrijheid opgegeven, maar in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht leidt dat niet automatisch tot meer veiligheid. Van veel van de genomen maatregelen is de effectiviteit op zijn zachtst gezegd onduidelijk. De grootschalige opslag van passagiersgegevens bijvoorbeeld levert helemaal geen kant-en-klare lijst van mensen met slechte bedoelingen op. Gegevens op zich leveren helemaal niks op. Alles hangt af van de verwerking ervan, zoals weer eens blijkt uit het geval van de Nigeriaanse terrorist. De passagiersgegevens worden dan ook voor heel andere doeleinden gebruikt dan terreurbestrijding.

FEIT: body scanners en overige screenings op luchthavens zijn slechts een allerlaatst veiligheidsfilter in de hele keten anti-terreur maatregelen.
 Technologie kan geen slechte bedoelingen detecteren. Het vooraf verzamelen van informatie (intelligence gathering) over mogelijke terroristische activiteiten is nog belangrijker dan technische snufjes. Maar het is al jaren bekend dat intelligence gathering juist een zwakke schakel is in de keten. Bij de meest bekende aanslagen – 9/11, Madrid, Theo van Gogh en de Nigeriaanse Kerstvakantie-terrorist – was veel informatie al lang beschikbaar. Probleem is dat veiligheidsdiensten eigen koninkrijkjes zijn die weigeren of falen informatie te delen en uit te wisselen, samenwerking tussen diensten (nationaal en internationaal) is onvoldoende en de risico analyse schiet tekort. De terreurlijsten zijn een rommeltje (volgens rapporten van de VS regering zelf!). Dit alles is al jaren bekend. Technologie en het opslaan van steeds meer gegevens van onschuldige burgers gaat deze tekortkomingen niet oplossen. Integendeel: het risico bestaat dat alle inspanningen zich richten op zaken als body scanners, en dat de noodzakelijke (maar minder sexy) maatregelen ter verbetering van de informatieverzameling achterwege blijven.

Voorbeeldje: ikzelf (met honderdduizenden buitengewoon onschuldige en ongevaarlijke mensen) stond op een lijst voor extra screening, maar de Nigeriaan niet. D66 heeft al vaak haar zorg uitgesproken over deze verspilling van kostbare capaciteit.

FICTIE: Zoete Lieve Gerritje gaat het betalen
De laatste jaren worden steeds vaker bedrijven (luchthavens, luchtvaartmaatschappijen, telecom bedrijven, banken, etc) belast met allerlei veiligheidstaken namens de overheid. Daar is steeds meer geld mee gemoeid. Het zijn publieke taken, moet dus met publiek geld worden gefinancierd. En dat zou trouwens best eens kunnen leiden tot meer terughoudendheid bij het voorstellen van almaar nieuwe maatregelen!

 FEIT: de herhaalde roep van D66 om een grondige evaluatie van anti-terreur maatregelen is urgent!En dat gaat de regering hopelijk ook doen: http://www.nctb.nl/Actueel/persberichten/2009/persbericht_090710.aspx

Bolkestein slaat de plank mis

30 december, 2009 door nathalievankoot

Frits Bolkestein betoogt in de Volkskrant van 24 december jl dat Europa/het Westen zichzelf wegcijfert en andere culturen altijd voor laat gaan. Dit zou alles te maken hebben met de christelijke cultuur van zelfkritiek, zelfrelativering en schuld.

Met zijn analyse slaat hij de plank wat mij betreft volledig mis. Met een betoog over de superioriteit van de christelijke Europese cultuur wordt de achterlijkheid van anderen namelijk niet uitgebannen. Wel door het uitdragen van moderne, liberale, seculiere opvattingen, gestoeld op universele rechten van de mens, individuele vrijheden, de rechtsstaat en democratie. Frits Bolkestein trapt in de val van een valse tegenstelling tussen christelijke en islamitische cultuur. De echte tegenstelling is tussen opvattingen, niet tussen landen of religies.

De ironie is dat hij in het artikel precies datgene doet wat hij moslims verwijt: Bolkestein stelt dat de christelijke cultuur superieur is aan de islam, en hij eindigt met kritiek op de secularisering. Gemakshalve wordt de Europese cultuur gelijkgesteld aan het christendom, vergetend dat de Europese cultuur ook is gestoeld op de antieke Griekse cultuur, op het Romeins Recht, op de Verlichting, op andere godsdiensten, en ja, ook op secularisering en individualisering.

Verderop zegt hij: “..de Europese beschaving, na vele eeuwen van gruwelijke daden, nu ver voor ligt op beschavingen die voortkomen uit de islam”.  De kruistochten, kolonialisme, inquisitie, eeuwenlange jodenvervolgingen en allerlei ander barbaars geweld mogen behoren tot een ver verleden, maar het  fascisme, communisme, Stalin, Franco  en allerlei andere dictators in Griekenland,  en Portugal dan? Uit deze zeer recente voorbeelden blijkt wel dat islam geen monopolie op achterlijkheid heeft. En overigens doet die moreel superieure Westerse wereld maar al te graag zaken met allerlei onfrisse regimes, en gaan in de strijd tegen terreur de christelijke waarden maar al te makkelijk over boord.

De VVD prominent haalt de Paus aan om z’n gelijk te bewijzen.  Deze Paus haalde de banden aan met een gekend holocaustontkenner, heeft aartsconservatieve opvattingen over gelijkheid tussen mannen en vrouwen, verzet zich in de VN tegen decriminalisering van homoseksualiteit,  verklaarde condoomgebruik in Afrika tot een taboe, en onder zijn wacht bleek het decennia lange massale seksuele misbruik van kinderen door priesters onder het tapijt geschoven te zijn.

Zelfs de Italiaanse premier Silvio Berlusconi wordt erbij gehaald. Berlusconi kreeg destijds veel kritiek, ondermeer van de Belgische oud-premier Guy Verhofstadt, op zijn opmerking ‘’dat de westerse beschaving superieur is aan die van de islamitische wereld’’. Maar Berlusconi  mag je toch nauwelijks een voorbeeld van de door Bolkestein ‘geroemde’ schuldcultuur noemen en wat mij betreft al helemaal niet van de christelijke culturele superioriteit.  

Bolkestein lijkt bovendien te zijn vergeten dat ook kleinere restanten van achterlijkheid bij ons nog maar heel recent zijn verdwenen. Gedwongen seks binnen het huwelijk werd in Nederland pas in 1991 strafbaar en het verbod op reclame voor voorbehoedsmiddelen is in de jaren ’70 opgeheven. De jaren zestig waren niet alleen jaren van ‘verwarring’, maar voor heel veel mensen ook jaren van bevrijding (onder andere van een dwingende conservatieve christelijke moraal). De toen verworven individuele vrijheid staat in toenemende mate onder druk van conservatieve en autoritaire krachten van zowel islamitische, christelijke als seculiere aard. Liberalen zouden schouder aan schouder moeten staan om die trend te keren en om Europa inderdaad moreel gezag te geven, en een lichtend voorbeeld te laten zijn van vrijheid en democratie.

In mijn optiek maken liberalen zich hard voor scheiding van Kerk en Staat, niet voor een wedloop in vermeende culturele superioriteit. Liberalen zien mensen als individuen, niet als leden van een (religieus) collectief. Liberalen zetten zich in voor een wereld waar de leidende waarden die zijn van universele rechten van de mens, vrijheid, democratie en rechtsstaat, individuele vrijheden, scheiding van kerk en staat. Liberalen hebben vertrouwen in de overtuigingskrac ht van deze waarden. Ook in islamitische landen zijn veel mensen die deze waarden nastreven en zeker veel mensen die snakken naar vrijheid en democratie.

 Ik wens de heer Bolkestein een vrij en liberaal 2010 toe!

De ‘quotum-vrouw’ in Europa

19 november, 2009 door nathalievankoot

Bij de woorden Europa en quota denk  je in eerste instantie aan melkquota en boze boeren, of vangstquota en vissers. Maar de laatste dagen verwijst de term ‘quota’ vooral naar het aandeel vrouwen in de hoogste politieke posten in de EU. De Voorzitter van de Europese Commissie (Barroso) en  de Voorzitter van het Europees Parlement (Buzek) zijn al gekozen. Nu nog de Voorzitter van de Raad, de Minister van Buitenlandse Zaken en de 25 overige Eurocommissarissen. Al met al 31 baantjes te verdelen. In het geruchtencircuit circuleren tot nu toe vrijwel uitsluitend namen van mannelijke kandidaten. Het aantal vrouwelijke kandidaten is te tellen op de vingers van een hand. Drie, ofwel een schamele 10%.

In de afgelopen weken is er dan ook een waaier aan initiatieven en acties op touw gezet om meer vrouwen in de EU Top Jobs te krijgen. Die krijgen veel bijval, maar ook veel kritiek. Een greep uit de reacties in mijn inbox van de afgelopen dagen: Kandidaten moeten worden geselecteerd op hun verdiensten, niet op sekse. Geen excuus-Truzen. Er is meer tijd nodig voor een mentaliteitsverandering. Vrouwen draaien pas (!) sinds twee generaties mee in de arbeidsmarkt. Veel vrouwen willen eigenlijk helemaal geen carrière maken. Het viel mij op dat veel van deze opmerkingen van jongeren kwamen en ook uit de progressieve hoek.

Theoretisch kan ik me in de meeste redeneringen wel vinden, maar de praktijk is helaas hardnekkiger. Het argument dat kwaliteitsvrouwen vanzelf door het glazen plafond dringen wordt al meteen gelogenstraft door de huidige situatie. Het is natuurlijk absolute onzin te beweren dat er op 500 miljoen Europese burgers maar drie vrouwen geschikt en bereid zijn. In de vorige Commissie waren er nog acht vrouwelijke Eurocommissarissen, dus drie is zelfs een achteruitgang. Degenen die stellen dat de lijst van kandidaten het resultaat is van selectie puur op kwaliteit, suggereren daarmee dat er kennelijk te weinig kwaliteit bij vrouwen zit (en ze gaan er dus ook van uit dat al die mannelijke kandidaten zonder uitzondering van het hoogste kaliber zijn, hetgeen ik waag te betwijfelen).

Dit alles is geen ‘vrouwenkwestie’. De laatste jaren waait er alom weer een stevig conservatieve wind. Door het schamele aantal vrouwelijke voordrachten geven de regeringen ook aan jonge vrouwen het signaal dat deze posten niet binnen hun bereik liggen, en dat politiek een mannenzaak is.

Het is toch eigenlijk te gek voor woorden dat we anno 2009 nog de straat op moeten voor zoiets vanzelfsprekends als een goede man/vrouw verhouding in het EU politiek leiderschap?! Het systeem van co-optatie binnen het old boysnetwork is na  drie decennia Tweede Feministische golf nog steeds springlevend. Er is dringend een breekijzer nodig om dit te doorbreken. Een quotum is een paardenmiddel, maar wellicht de enige methode om vooruitgang te boeken. Vijf jaar geleden was Neelie Kroes een ‘quotum-vrouw’, maar niemand zal het wagen haar capaciteiten in twijfel te trekken.

In de komende weken zal het Europees Parlement elke kandidaat-Eurocommissaris toetsen op de individuele kwaliteiten in openbare hoorzittingen. Maar we zullen ook het College van Eurocommissarissen als geheel beoordelen. En als er niet in elk geval een-derde vrouwen in zitten, moeten de Lidstaten hun huiswerk maar opnieuw gaan doen.

 

 

A giant leap voor de Europese Grondrechten

18 september, 2009 door admin

In de eerste Straatsburgzitting van het nieuw gekozen Europees Parlement zijn bijna terloops twee enorme stappen vooruit genomen voor de Europese Grondrechten. Daarmee heeft het Europees Parlement voor de periode 2009-2014 de toon gezet. In deze week heeft het nieuwe Parlement duidelijk te kennen gegeven dat de Grondrechten wel degelijk een Europese aangelegenheid zijn, en dat nationale staten niet het recht hebben onbekommerd de Grondrechten te schenden onder het voorwendsel van subsidiariteit.Ten eerste komt er voor het eerst een Eurocommissaris voor de Grondrechten. Hiermee heeft de herbenoemde Voorzitter van de Europese Commissie Barroso de eis ingewilligd van de Europese Liberalen (ALDE). (Ik heb daar zelf hard op aangedrongen, en ben dus ook wel trots en blij dat het er nu echt van gaat komen). Op dit moment zijn diverse Eurocommissarissen verantwoordelijk voor de Grondrechten, en daarmee dus eigenlijk niemand. Het creëren van een zelfstandige portefeuille Grondrechten is een erkenning van het groeiende belang van de grondrechten als Europees thema. In de komende maanden wordt bekend wie de kandidaat Eurocommissaris zal zijn voor deze portefeuille. Hij/zij zal vervolgens in een hoorzitting in het Parlement aan de tand worden gevoeld. Ik hoop op een soort Neelie Kroes voor de Grondrechten, iemand die zich echt hard maakt en optreedt als waakhond voor de Grondrechten.

Daarnaast heeft het Parlement vandaag een resolutie aangenomen waarin de homofobe Litouwse wet voor de “bescherming van kinderen” scherp wordt veroordeeld. Nu hebben we wel vaker resoluties aangenomen waarin homohaat wordt veroordeeld. Het bijzondere aan dit geval is dat er impliciet wordt erkend dat het naleven van de Grondrechten wel degelijk een EU zaak zijn. In het debat over de resolutie kwam er fel verzet vanuit conservatieve hoek. Zij voeren het argument van subsidiariteit aan: de EU heeft zich niet met nationaal beleid te bemoeien. Maar met het aannemen van deze resolutie stelt het Europees Parlement klip en klaar dat de EU wel degelijk moet toezien op de naleving van de Grondrechten in de Lidstaten. Het geeft daarmee steun aan Eurocommissaris Barrot, die met enige omhaal te verstaan gaf dat de Europese Commissie zal ingrijpen als deze wet van kracht wordt (hij zei het minder rechtstreeks, maar voor de goede verstaander van Eurospeak was het glashelder).

In één week zijn de grondrechten hoog op de politieke agenda gezet, en ondubbelzinnig verklaard tot verantwoordelijkheid van Europa. De anti-homowet in Litouwen is een beetje de lakmoesproef voor Europa: blijft de Europese gemeenschap van waarden een abstract begrip in plechtige politieke verklaringen, of wordt het Europa van gemeenschappelijke waarden een realiteit en waakt Europa actief over het naleven van die waarden? Het lijkt erop dat een eerste bescheiden stap is gezet op weg naar een daadwerkelijk Europa van gedeelde waarden.

Een Hete Herfst? Barroso en het Europees Parlement

17 september, 2009 door admin

Het Parlementaire seizoen in Brussel is rumoerig van start gegaan met de discussies rondom de kandidatuur van Jose Manuel Barroso voor het voorzitterschap. Oppervlakkig gezien lijkt het op kinderachtig touwtrekken om posten en poppetjes (en natuurlijk gaat het als altijd óók om de knikkers). Maar er is meer aan de hand. Het Europees Parlement weigert nog langer blindelings een stempel van goedkeuring te geven aan een kandidaat wiens voordracht simpelweg de uitkomst was van een politieke ruilhandel. Voor het eerst eist het Parlement een politiek programma, een soort regeringsverklaring, van de toekomstige leider van de Europese Commissie. Voor het eerst gaat de stemming niet om de persoon, maar om de inhoud. Naast de gebruikelijke koehandel over baantjes is er een open debat over de politieke prioriteiten en de koers voor de komende vijf jaar. Het Europees Parlement geeft voor het eerst een echt politiek-inhoudelijk mandaat aan de Voorzitter van de Europese Commissie, in plaats van de gebruikelijke stempel van goedkeuring.Tot nog toe waren de leden van de Europese Commissie weliswaar oud-Politici, maar de politieke samenstelling van de Commissie was uiterst breed, en was eerder ambtelijk dan politiek van aard. De goedkeuring van de Commissievoorzitter en van het College was een formaliteit. Doordat alle partijen wel min of meer vertegenwoordigd waren in de Commissie, was er doorgaans brede steun en weinig discussie.

In 2004 kwam daar verandering in. Barroso kreeg in de zomer van dat jaar de goedkeuring van het Europees Parlement, en hij ging met de nationale hoofdsteden aan de slag om het College van Eurocommissarissen te vormen. Barroso had weliswaar geen gedetailleerd werkprogramma op papier gezet, maar allengs werd duidelijk dat hij inzette op een centrum-rechts economisch profiel. Hij leek te mikken op de steun van Christen Democraten en Liberalen, in plaats van de gebruikelijke consensus tussen alle fracties. Hij zocht een mandaat voor zijn economisch programma. Hiermee zouden er voor het eerst meerderheids- en oppositiepartijen ontstaan in het Europees Parlement. Het hele feest ging echter niet door, toen de Liberalen afhaakten om de kandidaat Eurocommissaris Buttiglione.

De huidige discussies over het programma van Barroso maken het proces meer politiek dan ooit tevoren, en maken van het Europees Parlement steeds meer de politieke arena die een Parlement moet zijn. De verschillende fracties hebben een aantal zeer concrete zaken binnen gehaald, zoals de post van Eurocommissaris van de grondrechten. Barroso moet zich publiekelijk committeren aan zijn toezeggingen. Of hij zich daaraan gaat houden is een tweede, maar dit is absolute winst in termen van transparantie.

Voor alle duidelijkheid: voor D66 is Barroso niet de juiste man voor de job. In de afgelopen vijf jaar was hij passief en terughoudend als het om gevoelige kwesties ging, en liet zijn oren hangen naar de nationale hoofdsteden. Hij hield zijn beloftes niet en was ondanks zijn vurige speeches nauwelijks ergens op vast te pinnen. Vijf jaar geleden heeft D66 zijn kandidatuur niet ondersteund, en hij heeft ons in de afgelopen vijf jaar weinig reden gegeven onze mening te herzien.

Maar het proces rondom zijn benoeming heeft voor de democratie ontegenzeggelijk winst opgeleverd, en – ironisch genoeg – de Commissievoorzitter niet verzwakt maar versterkt. Misschien gaat Barroso volgende week een meerderheid halen, wellicht met de hakken over de sloot. Maar op de lange termijn zou wel eens kunnen blijken dat een Voorzitter die campagne heeft moeten voeren voor zijn politieke overtuigingen, en een eenvoudige meerderheid behaalt, een sterker mandaat heeft als politiek leider, dan Voorzitters wier goedkeuring met unanimiteit een ambtelijke formaliteit was.

Heldring, Karlsruhe en sluiptechnieken

14 juli, 2009 door sophie_intveld

In zijn NRC column van 9 juli j.l. verbaast J.L. Heldring zich over mijn reactie op de uitspraak van het Duitse Constitutionele Hof in Karlsruhe vorige week. Heldring concludeert eruit dat D66 voorstander is van een “sluiptechniek”. Dat is ironisch, want D66 is juist enige partij die openlijk zegt dat de EU op een aantal terreinen meer bevoegdheden moet krijgen, vanzelfsprekend met besluitvorming in het openbaar en democratische controle van het Europees Parlement. Heldring is duidelijk een voorstander van een intergouvernementeel Europa, waarbij besluiten worden genomen in diplomatiek overleg, achter gesloten deuren, waarbij de nationale parlementen het nakijken hebben. D66 wil de democratische methode, niet de diplomatieke methode. Want dat is pas een sluiptechniek.

De uitspraak van het Hof in Karlsruhe is schokkend om een aantal redenen. Ten eerste is het merkwaardig dat rechters bepalen wat de aard van de Europese Unie is. Het lijkt mij dat de burgers dat zelf wel bepalen, via hun volksvertegenwoordigers. De aard en vorm van de Europese Unie is een politieke kwestie, die bepaald wordt in een publiek debat en besluitvorming in de daartoe aangewezen democratische instellingen, niet in de rechtbank.

Ten tweede gaat het Hof volstrekt voorbij aan het concept van het Europese burgerschap, geïntroduceerd in het Verdrag van Amsterdam. Europees burgerschap is aanvullend aan het nationaal burgerschap. De Europese Unie is niet alleen een samenwerkingsverband van staten, maar ook een gemeenschap van burgers. Zij kiezen rechtstreeks hun vertegenwoordigers in het Europees Parlement, niet via een getrapte procedure. Veel EU wetten en regels zijn rechtstreeks van toepassing, zonder tussenkomst van de nationale overheid.

Ten derde stelt het Karlsruher Hof dat het Europees Parlement de Europese bevolking niet kan vertegenwoordigen. Het mag zo zijn dat de leden van het Hof dat vinden, maar feit is dat het rechtstreeks gekozen parlement 30 jaar geleden is ingesteld door diezelfde souvereine volken waar Heldring het over heeft, en sindsdien steeds versterkt, en dat het Hof zijn boekje te buiten gaat door zich uit te spreken over de taken van een EU instelling met een eigen democratische legitimatie. Volgens Heldring zijn de nationale regeringen de facto de ware beslissers over Europa. Daarbij gaat hij volkomen voorbij aan het feit dat het Europees Parlement op een groeiend aantal terreinen volledige mede-beslissingsbevoegdheid heeft.

Tenslotte valt me op dat Heldring veelvuldig verwijst naar de historische context. Maar daarbij is hij wel selectief, en beperkt zich tot de geschiedenis van – pakweg – de 20e eeuw. Hij lijkt voor het gemak te vergeten dat de huidige natiestaat een relatief recente uitvinding is (in veel gevallen nog maar zo’n twee eeuwen oud), en dat Europa voor die tijd bestond uit een lappendeken van stadstaatjes en vorstendommetjes. De natiestaat is weliswaar een zeer succesvol concept gebleken, maar hij werd in veel gevallen met kracht en geweld opgelegd, waarbij de culturele diversiteit vakkundig werd gesmoord. De Europese integratie is een vrijwillig proces, zonder een afgedwongen Europese identiteit. Europeanen moeten zelf kiezen of ze inderdaad een gemeenschap willen vormen, of er inderdaad een lotsverbondenheid is. Misschien willen we dat, misschien ook niet. Maar wij maken het als Europeanen altijd nog zelf uit. Dat hoeft het Duitse Constitutionele Hof niet voor ons te beslissen.

Stop het afluisteren van burgers, niet alleen in Iran!

3 juli, 2009 door sophie_intveld

In de laatste zitting voor het reces heeft de Tweede Kamer zich uitgesproken voor een verbod op het leveren van afluistertechnologie aan Iran, omdat de Iraanse regering die technologie gebruikt tegen haar eigen burgers.

De uitspraak is op zich prijzenswaardig, maar de Tweede Kamer meet wel met twee maten. In democratische landen – ook in Europa en in de Verenigde Staten – is de praktijk van afluisteren en bespieden van burgers wijd verbreid. Net als in Iran, China en andere dictaturen, worden in onze verlichte Westerse democratieën telecombedrijven verplicht mee te werken aan het bespieden van burgers. Ook in onze eigen democratische samenleving wordt afluister- en bewakingstechnologie ingebouwd in telecomsystemen (zoals telefooncentrales). Nederland is een van de ijverigste landen als het gaat om het in de smiezen houden van onschuldige burgers.

Laten we vooraal geen illusies hebben: burgers overal ter wereld worden bespied, in democratieën niet minder dan in dictaturen. Het verschil is dat burgers in een democratie rechtsbescherming genieten tegen misbruik en willekeur van de overheid, en dat er democratische controle is op de bevoegdheden van de overheid. In een democratie heeft de burger controle over de overheid, in een dictatuur is het andersom. Met verkiezingen alleen is een land nog geen democratie.

Maar juist de rechtsbescherming, de burgerrechten- en vrijheden, en de democratische controle zijn de laatste jaren in het democratisch deel van de wereld in rap tempo uitgekleed. Daarmee hebben we onze eigen democratie van binnenuit uitgehold. Met enthousiaste instemming van de Tweede Kamer. “Wie niks te verbergen heeft, hoeft niks te vrezen”, roepen politici in koor. Die stelling wordt ongetwijfeld onderschreven door het Iraanse regime.

De Tweede Kamer maakt zich terecht zorgen over de afluistertechnologie die wordt misbruikt door het Iraanse regime. Maar de Tweede Kamer zou consistent moeten zijn, en zich moeten uitspreken tegen het ongebreideld afluisteren van burgers overal ter wereld, ook in Nederland. Het is volstrekt ongeloofwaardig om bedrijven in eigen land te verplichten mee te werken aan het afluisteren van burgers, maar ze met een beschuldigende vinger te wijzen als ze precies hetzelfde moeten doen van regeringen in andere landen. Leg de bal niet bij de bedrijven, maar neem als wetgever de eigen verantwoordelijkheid. Stop het afluisteren van burgers!