Posts Tagged ‘Zaanstad’

Een zee van tijd

Dinsdag, 13 juli , 2010

Het is reces, mijn eerste echte reces sinds ik raadslid ben, op een weekje meivakantie na. De papieren en elektronische postbussen lopen nu nog maar heel langzaam vol, als ze al vol lopen. En lange zomeravonden thuis, ook dat is weer een heel nieuwe ervaring na al die avonden fractievergaderingen, Zaanstad beraden en Raadsvergaderingen. Zeeën van tijd dus om van alles te doen waar ik al heel lang niet meer aan toekwam. Maar ook tijd om af te kicken, op te ruimen, te reflecteren en mijn proefschrift over markttoezichthouders weer op te pakken. Heerlijk rustig, om nu ongestoord weer in mijn boeken te duiken en weer even echt het diepe in te gaan. Of de diepte. Ook hier achter mijn bureau blijft het stil, een enkel mailtje druppelt binnen, slechts af en toe gaat de telefoon. We gaan als D66 fractie schriftelijke vragen stellen aan het college, ja dat gaat natuurlijk gewoon door.

De jongste kinderen zitten op de crèche, die de hele zomer open blijft en de oudste gaat afwisselend naar voetbalkamp en naar de naschoolse opvang. Althans, de eerste twee weken.

En ook ik ga op kamp, volgende week start de D66 summer school, waar we ons verder gaan bekwamen in de fijne kneepjes van het raadswerk, zoals de instrumenten van de raad nog beter leren gebruiken maar ook gaan we begrotingen echt leren lezen.

Uiteraard gaan we ook nog met het hele gezin op vakantie. En als we weer terug zijn, dan heb ik natuurlijk nog steeds zeeën van tijd om verder te gaan aan mijn proefschrift, te lezen, te schrijven, te bloggen. Of niet? De tijd vliegt. Ik moet de kinderen nu al weer gaan halen, maar voor de zekerheid eerst nog even dit reces-blogje posten, voordat ik omkom in deze zee van tijd.

Post to Twitter Tweet This Post

Live geblogd: valse sleutel of vals slot?

Zaterdag, 17 april , 2010

Vandaag is de afdeling D66 Zaanstad en Wormerland op de fiets naar het D66 congres in de Convention Factory getogen, onder het motto “Van Czaar Peter naar Czaar Peter”. We werden verwelkomd door Tweede Kamerlid en -kandidaat Fatma Koser Kaya die enthousiast in de bakfiets sprong.

Fatma Koser Kaya verwelkomt Zaanse delegatie

Deze bewuste bakfiets hebben wij gekocht toen ons derde kind op komst was, precies in de tijd dat de AXA-sloten affaire speelde: met een zogenaamde moedersleutel (die slotenmakers en fietsenmakers hebben) konden de meeste AXA-sloten gewoon opengemaakt worden. Dus met onze nieuwe aanwinst namen wij bij onze fietsenmaker de proef op de som. En in een handomdraai ging hij open, alsof het zijn eigen sleutel was. En dat noemen ze dan “een valse sleutel”?!
Opeens realiseerde ik me dat er in het centrum van Zaandam allemaal bordjes hingen bij de fietsenrekken met de tekst “Niet goed vastgemaakt? Dus kwijtgeraakt.” Niet goed vastgemaakt? Kwijtgeraakt? Het advies luidde dat je naast een ringslot ook een ketting moest hebben. Dat de poltitie deze ommissie van AXA even onder de platte pet hield om geen mensen op ideeen te brengen was wel begrijpelijk. Maar op het moment dat de gewone burger er achter kwam, moest ook AXA met de billen bloot. Zou je denken. En dat dachten wij ook. AXA zou toch op zijn minst een recall organiseren, net zoals gewone bedrijven bij ondeugdelijke producten gewoon zijn te doen? Een recall, met geld terug of een nieuw slot. Als een auto een gebrek vertoont dan kan je bij de dealer toch immers ook een nieuw wielophangsysteem, sigarettenaansteker of elektrisch circuit krijgen?
Maar AXA, nee, AXA niet. Die gaf de gebruiker, de fietser dus, de schuld. We moesten ten eerste allemaal een extra kettingslot kopen én we moesten uiteraard een nieuw ringslot kopen. Om maar met de woorden van AXA te spreken: “Om de kans op fietsdiefstal te verkleinen wordt u geadviseerd om naast het ringslot dat op uw fiets zit altijd ook een ketting- of kabelslot gebruiken, waarmee u uw fiets vastlegt.” Van AXA kon je dan korting krijgen voor de aanschaf van zo’n ringslot, dat wel.
En AXA? Die kwam er mee weg. Van imagoschade is tot op de dag van vandaag geen sprake. Hoe dat kan is mij nog altijd een raadsel.
En onze fietsen? Die staan in Zaandam nog steeds op een enkel ringslot maar dan van ABUS. We gaan toch niet AXA belonen door ook nog hun kettingsloten te kopen? Al gaven ze me er geld op toe!

Post to Twitter Tweet This Post

Kroonjuwelen voor de deur

Dinsdag, 9 maart , 2010

Overmorgen word ik geïnstalleerd als raadslid voor D66 in Zaanstad. Wat drijft mij hiertoe? Het antwoord is simpel: omdat democratie bij de voordeur begint. Als bestuurslid van de wijkvereniging heb ik al talloze malen meegemaakt dat de gemeente de burgers niet goed genoeg, te laat of zelfs helemaal niet betrekt bij besluitvorming. Wat voor de een de reden was om gedesillusioneerd af te treden als bestuurslid, was voor mij de drijfveer om juist de lokale politiek in te gaan.

Democratie begint bij de voordeur, en de woede en onvrede van de bewoners over “het politieke zooitje” begint ook bij diezelfde voordeur. Dus wil je burgers betrekken bij besluitvorming dan moet je beginnen bij die voordeur, onze eigen straat, het groen, de wipkippen, de hondenpoep en ja, ook de clichématige lantaarnpaal en losliggende stoeptegels.

Alleen dan kan de overheid weer het vertrouwen van de burger terugwinnen. Want de burger, die is boos en voelt zich niet meer serieus genomen. En het vertrouwen win je niet terug door een ver-van-mijn-bed-referendum over de Europese grondwet uit te schrijven die uitmondde in een welles-nietes strijd die niet meer over de inhoud ging. En neem nou de bekendmaking dat Balkenende opnieuw lijsttrekker wordt: “Balkenende heeft in het verleden bewezen dat hij stabiliteit kan brengen, en zal dat in de toekomst weer bewijzen,” aldus CDA partijvoorzitter Van Heeswijk gisteravond.[1] En zo gebeurt het zelfs dat de burger ook de overheid niet meer serieus neemt. De samenleving is niet langer maakbaar, die stuurt zichzelf.[2]

En omdat democratie bij de voordeur begint, moet het vertrouwen dus niet op landelijk niveau teruggewonnen worden maar lokaal, waar nodig gefaciliteerd door nieuwe landelijke wetgeving. De Tweede Kamer verkiezingen komen eraan. Hét moment om de gekozen burgemeester weer op de agenda te zetten.
Wie “gekozen burgemeester” zegt, wordt vaak met opgetrokken wenkbrauw aangestaard, totdat je de vergelijking maakt dat premier Balkenende tevens voorzitter van de Tweede Kamer zou zijn. En is precies wat er in gemeenten gebeurt: de door de Kroon benoemde burgemeester is immers niet alleen voorzitter van B&W maar ook van de gemeenteraad.

De gekozen burgemeester roept tegenwoordig veelal het burgemeestersreferendum in herinnering waarbij twee PvdA heren het tegen elkaar opnamen om het burgemeesterschap in Utrecht. Het referendum werd overigens ongeldig verklaard, de opkomst was nog geen 10%. Dit werd vertaald als signaal van de burgers tegen het referendum. Ik verklaar het eerder als signaal van de burgers tegen de wijze waarop en het gebrek aan keuze.
Dus als iedere partij gelijk met de kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen, tevens een burgemeesterskandidaat voorstelt, dan kan je als burger ieder vier jaar niet alleen je gemeenteraad kiezen maar ook je eigen burgemeester. Dus ook een burgemeester van een lokale partij. Deze burgemeester is daarbij informateur en formateur en zal op een collegeprogramma samenstellen dat gemeenteraadbreed gedragen wordt. De gemeenteraad kiest vervolgens een (technisch) voorzitter uit haar midden.
Wie wil dit niet? En waarom bestaat dit nog niet? Dat komt omdat het te lang een exclusief D66-punt is geweest. Maar het is niet langer meer óns kroonjuweel! Want dit bijna ten grave gedragen kroonjuweel van D66 was telkens weer onderwerp van formatie-onderhandelingen. En even zovele malen sneuvelde de gekozen burgemeester, als wisselgeld of vanwege politiek spel zoals nu precies vijf jaar geleden tijdens de Nacht van Van Thijn.

Als wij als D66 vinden dat het anders kan en anders moet dan moeten we ook dit kroonjuweel teruggeven aan ons allemaal. Ja, ook aan de Wilders stemmers. Uiteindelijk is het ons allemaal om hetzelfde te doen: dat er meer geluisterd wordt naar de burgers. De gekozen burgemeester is daarvoor het middel bij uitstek. De boosheid die voortkomt uit het gebrek aan echt luisteren naar de burger kan en moet omgezet worden naar en brede beweging voor de gekozen burgemeester. Een beweging dwars door alle partijen heen. Vandaar mijn oproep aan alle boze burgers om je stem te laten horen, juist binnen de partij waarop je stemt. Iedere stem telt. Kijk maar naar Rotterdam. Daarnaast raad ik aan om je aan te sluiten bij een politieke partij. Neem contact op met de lokale afdeling en word actief want dit is iets wat door alle partijen heen zal spelen. Het terugwinnen van vertrouwen kan je ook doen door het zelf op de agenda te zetten.

Vijf jaar geleden deed ik hetzelfde: in de nacht van Van Thijn werd ik lid van D66, ruim een jaar geleden werd ik lokaal actief voor D66 en overmorgen word ik geïnstalleerd als raadslid. Voor mij heeft het luisteren naar bewoners en ze echt betrekken bij besluitvorming absolute prioriteit.


[1] http://www.nrc.nl/binnenland/article2499693.ece/Balkenende_blijft_lijsttrekker_CDA?

[2] Heldeman 2009, p. 41.

Post to Twitter Tweet This Post

Van zoutbergen tot sneeuwduinen

Dinsdag, 12 januari , 2010

Gelijk met het nieuwe jaar doen nieuwe woorden hun intrede in de winterse Nederlandse taal: sneeuwjacht, sneeuwduinen, zoutkaartje, sneeuwbrij en krotsneeuw.
Het begon al bij de eerste sneeuwvlokjes: het openbare leven ligt nagenoeg stil. Treinen rijden niet of minder, wegen zijn onbegaanbaar voor auto’s en bussen en zelfs verstokte fietsers als ik laten af en toe de fiets staan omdat er geen doorkomen meer aan is. Natuurlijk is het ook leuk om de kinderen met de slee naar de crèche te brengen, en om van de besneeuwde duinen af te sleeën. Want bij het uitblijven van de voorspelde sneeuwduinen konden we immers met een gerust hart naar de besneeuwde duinen. Besneeuwde duinen en hoop op zout, zou er eigenlijk boven dit stukje moeten staan. En hoe Nederlands is het uitsluitend nog te hebben dan over het weer, zeker als het zo winters is als nu en wij dat niet meer gewend zijn. Ik blijf dus niet achter en doe net als mijn medeblogger in Londen lustig mee. Ik heb weer tijd nu het verkiezingsprogramma voor D66 Zaanstad af is.

Toch vraag ik me, inmiddels sneeuwmoe, af waarom strenge winters toen ik kind was nooit zo’n impact hadden op het persoonlijke en openbare leven. Afgelopen weken had ik tijd genoeg om hierover te peinzen terwijl ik me met de bakfiets een weg baande door het Volkspark op weg van de school van oudste naar de crèche van de jongste twee.

Er zijn blijkbaar dingen radicaal veranderd in de afgelopen pakweg dertig jaar waardoor een plotse of langdurige afwijking van het gemiddelde weersbeeld  resulteert in aantasting van onze maakbare samenleving. En inmiddels zijn we zelfs zover gekomen dat Het Weer een politieke aangelegenheid geworden is.
Op lokaal niveau wordt steen en been geklaagd over het strooibeleid van de gemeente, door fietsers maar ook busbedrijf Connexxion dreigt met schadeclaims. Nog dichterbij huis komt  het schoonvegen van de eigen stoep, of die van de minister president, ter sprake.

Dat wij in sommige gevallen niet eens meer onze stoep kunnen bereiken, of met enorme vertraging, komt in eerste instantie doordat onze actieradius zoveel groter is geworden: global village, ook binnen Nederland. Van lopend of hooguit met de koets, willen we altijd zonder vertraging overal naar toe kunnen reizen. Even naar Maastricht met de trein, iedere dag met de auto van Zaanstad naar Rotterdam. Of een dagje op en neer naar Londen, voor een vergadering. Heel gewoon. Totdat het niet meer kan. Als je het omdraait zou je ook kunnen stellen dat het juist heel bijzonder is dat het altijd wél kan.

Met de trein durven we niet meer te reizen sinds de treinwissels van ProRail vastvriezen doordat de waakvlam uitgaat. En wie strandt in de file en ziet hoe strooiwagens en sneeuwschuivers de rijen sluiten, zou zomaar kunnen doodvriezen in ons doorgaans zo veilig gewaande landje. Het KNMI is de eerste die er van langs krijgt. Kamervragen worden gesteld waarom er geen weeralarm uitgegeven is.

Maar toen er wel een ‘vooraankondiging weeralarm’ uitging, en het achteraf met sneeuwjacht wel bleek mee te vallen, was het ook al niet goed. Want we bleven massaal voor niets thuis uit angst voor sneeuwduinen. Deze angst voor sneeuwduinen werd ons mede ingegeven door de landelijke dreigende schaarste van strooizout. Vroeger was er nooit sprake van schaarste van strooizout terwijl de winters niet minder streng waren. De levering van strooizout wordt tegenwoordig Europees aanbesteed. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat daar de kous wringt. De goedkoopste aanbieder won de aanbesteding, maar achteraf blijken aanbieders niet over voldoende zout te kunnen beschikken.

En hoe ironisch, terwijl ik dit schrijf, op de dag dat het rapport van de commissie Davids uitkomt, komt er een spoeddebat. Over Irak? Welnee: over de verkeersellende door de sneeuw! Blijven we toch nog dichtbij het schoonvegen van de stoep van Balkenende.

Post to Twitter Tweet This Post

Verse vis in oude kranten

Dinsdag, 22 december , 2009

Met de top van de D66 Zaanstad kandidatenlijst togen wij per trein, toen er nog geen sprake was van enige sneeuwval, naar de eerste trainingsavond voor kandidaat-raadsleden. En zoals altijd maakte onze lijsttrekker, nestor Jan de Vries, er weer een gezellige boel van. Dus toen hij –zelf niet de meest slanke persoon– naast een vrouw van eveneens meer dan een gemiddelde Rubens omvang, ging zitten voelde hij zich totaal niet ongemakkelijk, hoewel ze beslist oncomfortabel gezeten moesten hebben. “Gezellig zo saampjes” sprak hij terwijl hij zich nog eens lekker naast haar nestelde. “Sans gêne” waardoor Laura zich niet eens opgelaten voelde. Direct ontstond een geanimeerd gesprek. Laura bleek Mexicaanse en voor de liefde naar Nederland gekomen te zijn. Ze sprak bijna perfect Nederlands met een charmante licht Spaanse tongval. Laura bleek sinds anderhalf jaar woonachtig in Nederland, in Krommenie om precies te zijn. En Laura en Jan bleken bovendien bijna buren van elkaar te zijn. Ze kenden zelfs de buitenkant van elkaars voordeur. Of Laura naar haar werk ging, informeerde Jan. Nee, Laura had geen werk. Niet omdat ze niet zou mogen werken vanwege haar verblijfstatus, ook niet omdat ze de taal nog niet machtig was. Nee, Laura was ietwat te goed opgeleid. In Mexico was ze namelijk advocaat maar hier in Nederland worden haar diploma’s niet erkend. Op het eerste gezicht verbaasde mij dat niet, het Mexicaanse recht en –rechtspleging zijn immers anders dan het Nederlands recht. Het is dus voorstelbaar dat een jurist hier eerst de nodige bijscholing zou moeten volgen alvorens zich ook in ons land advocaat te mogen noemen. Maar na enig doorvragen bleek dat met haar komst naar Nederland haar gehele rechtenstudie én haar advocatenopleiding waardeloos waren geworden. Net alsof ze helemaal geen enkele opleiding had gehad: ze was hier in de categorie ongeschoolde allochtoon beland. En zelfs met deze nieuwe status lukte het haar al anderhalf jaar niet om aan het werk te komen. Ze had inmiddels begrepen dat ze zowel in België als in Duitsland wél aan de slag zou kunnen als jurist, maar nee daar begon ze niet aan. Ze was immers voor de liefde naar Nederland gekomen, helemaal uit Mexico naar Krommenie. Dus geen haar op haar hoofd die Zaanstad nu zou verruilen voor een van onze buurlanden. Dan had ze net zo goed in haar vaderland kunnen blijven.
Hoe is het mogelijk? Terwijl wij EU-onderdanen het trots over ‘Europa Ja’ hebben, blijkt er voor mensen van buiten de EU nog zoveel verschil te zijn waar het gaat om het erkennen van diploma’s.
En Laura? Laura kon aan het werk als vismeisje, getipt door Jan. Laura was dolblij, hoewel ze niet van haring houdt. Maar wel van kibbeling, ook al is dat geen echte vis.

Post to Twitter Tweet This Post

Gijs de Glazenwasser

Vrijdag, 20 november , 2009

Zaanstad heeft een prijs gewonnen voor duurzaam vervoer en energiebesparing. Mijn gemeente kreeg deze prijs voor de investeringen die gedaan zijn tijdens de Week van de Vooruitgang. Zo heeft de gemeente elektrische auto’s en scooters gekocht en oplaadplaatsen gemaakt voor duurzame vervoersmiddelen. Zaanstad is nu ook voorgedragen voor een Europese prijs. En wanneer het nieuwe stadhuis medio volgend jaar eenmaal in gebruik is genomen zal de gemeente Zaanstad een ontmoedigingsbeleid gaan voeren voor de ambtenaren die met de auto willen komen, bijvoorbeeld door nauwelijks parkeerplekken beschikbaar te hebben. Het nieuwe stadhuis ligt immers zo’n beetje ín het station.

Zoals iedere ochtend als ik mijn kinderen in de bakfiets naar school en de crèche breng, keek ik ook deze ochtend weer vol verwondering naar de voortgang van dit nieuwe Zaanse stadshart Inverdan, met een knettergek hote en ons nieuwe stadhuis in wording. Ik vind het machtig mooi om te zien hoe alles wat eerst alleen op papier of digitaal in 3D te zien was, nu ook in real life gestalte krijgt;  helemaal sinds ik sinds deze week door de leden op nummer 2 van de kandidatenlijst voor D66 Zaanstad gekozen ben. Ook mijn middelste van bijna drie volgt met belangstelling wat de Bob de Bouwers allemaal aan het doen zijn, niet alleen vanaf de fiets maar ook vanuit de ramen van zijn crèche: die bevindt zich namelijk eerste rang in de Saentoren middenin Inverdan.

Inmiddels heeft het immense stadhuis echte dakpannen gekregen. Sowieso vind ik het geweldig dat zo’n gebouw überhaupt een puntdak heeft. We zijn na de jaren ‘90 wel een beetje klaar met de platte betonblokken. En tussen die gezellige oranje dakpannen zag ik vanochtend wat onregelmatigheden. Na nog beter gekeken te hebben, voor zover dat kan gezien de hoogte van de gebouwen, meende ik zwaluwkastjes te ontwaren. Als echte gierzwaluw liefhebber, maakte mijn hart een sprongetje. Ik durf gerust te zeggen dat Zaanstad qua duurzaamheid een goed eind op weg is.

Toen ik de kinderen had weggebracht en mijn straat weer in fietste zag ik een enorme hoogwerker manoeuvreren. Dat verbaast mij niets, aangezien onze straat aan de voet van Inverdan ligt, is hier vaak flink wat reuring. Maar wie schetste mijn verbazing toen ik zag dat deze hoogwerker niet bestemd was voor Inverdan maar voor de glazenwassers van een bankfiliaal van maar liefst twee (!) etages “hoog.”

Hoe regelgeving kan doorschieten: terwijl de “Bob de Bouwers” meer dan huizenhoog in tuigjes vastgeklonken op steigers en in hijskranen aan het werk zijn, zijn op een steenworp afstand twee glazenwassers aan het werk. Dat zij in een wolk van CO2 uitstoot omgeven door het immense lawaai van de dieselmotor van de hoogwerker, op slechts een meter of twee of drie van de grond, aan het werk zijn doet daar niet aan af. Om nog maar te zwijgen over het geld dat de huur van een hoogwerker kost.
Een duurzame overheid, duurzaam bouwen, duurzaam bankieren? Om echt duurzaam te werken binnen de héle gemeente hebben we nog een lange weg te gaan….

Post to Twitter Tweet This Post

De Boldootkar van de calculerende overheid

Zondag, 20 september , 2009

De vuilnisophaaldienst, opgericht door Dr. Sarphati eind 19e eeuw, betekende een grote vooruitgang op het gebied van de volksgezondheid. Toen later ook nog een rioleringsstelsel werd aangelegd was dit het definitieve einde van de Boldootkar. De vooruitgang zat hem vooral in het feit dat nu ook de gewone man aangesloten werd op het riool, hetgeen algemene volksgezondheid naar een hoger plan tilde. Geen vuilnis en poep meer in de straten en grachten en je hoefde niet meer je emmertje stront te bewaren tot het dagelijks opgehaald werd.
Nu ruim een eeuw later is de vuilnisophaaldienst veranderd in een vuilnisbrengservice: oud papier, flessen, klein chemisch afval en nu ook plastic moet je als burger apart inzamelen. Dat betekent ook dat je het thuis zo moet regelen dat je een plek en een systeem creëert voor de opslag van deze gescheiden afvalstromen.
Een maand geleden kregen wij in Zaandam een enveloppe van de gemeente geadresseerd aan “de bewoners van dit pand” met een mooie plastic zak erin: vanaf 1 september is het mogelijk om naast GFT, papier, glas, KCA en restafval ook plastic “aan te bieden” op 20 locaties in heel Zaanstad (bijna 150.000 inwoners). Vandaag hadden we een flinke bakfiets vol plastic verzameld en A. ging met de middelste de ervaring van de nieuwe plasticbak eens meemaken. Maar de plasticbak was overvol dus onze zuur verzamelde zak (ieder boterhamzakje, dopje en vleeswarenverpakking was er in verzameld) konden we er niet in kwijt.
Want het klinkt heel mooi maar je kan echt niet iedere ochtend op weg naar je werk met een bakfiets vol kinderen, schooltassen, flessen, papier (wij hebben inmiddels drie kranten) en plastic, nog even langs de diverse bakken rijden. Dat sparen wij dus op.
Daarnaast hebben we in Zaanstad een grijze kliko (dat wóórd!) en een groene, die om de week opgehaald worden. Dat betekent dus dat we (lees: A. want dat is ook hier een mannentaak) de ene week de grijze en de andere week de groene bak buiten mogen aanbieden. Met uitzondering van de zomermaanden, dan mag A. de groene bak zelfs wekelijks op de stoep zetten. Met twee kinderen in de luiers betekent dit overigens dat wij nog steeds onze eigen bolddootkar hebben, die niet eens dagelijks maar eens in de veertien dagen geleegd wordt. Of je dit vooruitgang kan noemen laat ik maar even buiten beschouwing.
We worden als burger door de overheid continu gebombardeerd met hoe slecht we allemaal voor het milieu zijn. We moeten allemaal meewerken, want anders zijn we hartstikke schuldig aan de opwarming van de aarde. Terwijl diezelfde calculerende overheid uitgaat van een inzamel en aanbiedingspercentage van pakweg 10 procent. Pas als de plasticbakken steeds meer blijvend uitpuilen zullen ze de capaciteit uitbreiden. Maar de burger die nu tevergeefs met zijn zak vol plasticafval aankomt is sowieso schuldig. Schuldig aan het naast de voor plasticinzameling bestemde bakken aanbieden van plasticafval, of schuldig aan het niet aanbieden van plasticafval. Wij zijn vanaf vandaag dus schuldig aan het laatste: wij gaan geen plastic meer verzamelen. En zo gaat het idee van plastic inzamelen aan zijn eigen succes ten onder. Als de calculerende overheid nou eens zou beginnen met alle gescheiden afvalstromen thuis op te halen, dan halen ze geheid meer op en sparen ze de burger tevergeefs gesleep met een bonte verzameling afval. En om het positief af te sluiten: het levert een burger op die zich niet meer schuldig maar nuttig voelt.

"Plastic kun je beter scheiden"

21e eeuw: is de Boldootkar weer terug?

Post to Twitter Tweet This Post

Zalig zoet Zaans zeuren

Dinsdag, 15 september , 2009

Zoals Amsterdammers kankeren kunnen Zaankanters zeuren. Teruglezend beginnen mijn blogjes ook wel een wat zeurderige ondertoon te krijgen. Ik heb tot nu toe vooral kritiek op politieke of maatschappelijke huisjes geuit. Daarom liep ik al een paar dagen met iets lekkers in mijn hoofd, een zoet en luchtig onderwerp: Koekjes en chocola!
Onlangs heb ik eindelijk weer een museumjaarkaart aangeschaft. Nu de jongste anderhalf is durfde ik het wel weer aan een museum te betreden. Met A. en de kids waren we bij het Zaans museum beland met het door Koningin Beatrix pas geopende aangrenzende Verkade paviljoen. De jongste had nog nergens oog voor maar de middelste (tweeënhalf) vond het reuze spannend allemaal. Eerst even rennen door het Zaans museum waar vooral de molens hem aanspraken (‘draaimolens’ zoals hij ze noemt). Vervolgens door naar het Verkadepaviljoen zelf waar de nostalgische koek- en chocoladefabriek helemaal nagebouwd is. Er hangen de gele jasjes van de meisjes van Verkade, oude fabrieksfoto’s zijn er te bewonderen, koektrommels en beschuitblikken te zien, maar ook een originele lopende band waar de mariakaakjes en de Verkaderepen vanaf rolden – “koektrein” noemde Middelste die.

En het grappige is dat ik overvallen werd door Zaanse trots, ook al ben ik import. Ik vind het ongelooflijk boeiend dat de Zaanstreek het oudste industriële gebied van Europa, dus ter wereld is. Omdat het houtzagergilde in Amsterdam de komst van molens tegenhield, dat zou maar werkgelegenheid kosten, verrezen de houtzaagmolens in Zaandam. Logistiek gunstig gelegen en als dorp had Zaandam geen gilden. Maar wel een ondernemende bevolking die inspeelde op de nieuwe ontwikkelingen. De nieuwe industrie trok ook weer andere bedrijvigheid aan en zo werd de Zaanstreek één groot industrieel gebied, het eerste (en nu dus oudste) van Europa. Wie kent er niet de Zaanse mosterd, Lassie, Duyvis en niet te vergeten Verkade die nu een lint van industrieel erfgoed aan de Zaan vormen.
Zijn ze daar in Amsterdam nou armer van geworden? Heeft de ondergang van het houtzagergilde door de molens aan de Zaan Amsterdam in de afgrond gedreven? Integendeel, spoedig brak de gouden eeuw aan en Amsterdam werd de rijkste en machtigste stad ter wereld.
De molens aan de paden, die langs de Zaan liggen, zijn weliswaar verdwenen, maar enkele paden midden in het Centrum van Zaandam, zoals het Stuurmanspad, ademen nog de sfeer uit van weleer. Zoals ik eerder al blogde zijn in het post-industriële tijdperk vele oude pakhuizen en fabrieken in oude luister hersteld als broedplaats van creatieve industrie.
Zoals ik eerder al blogde zijn in het post-industriële tijdperk vele oude pakhuizen en fabrieken in oude luister hersteld als broedplaats van creatieve industrie. De Zaan heeft nu een veel meer openbaar karakter gekregen, terrasjes verrijzen, er worden fluisterbootjes verhuurd en de Zaanhopper vormt een lijndienst over water. Dankzij Europese subsidies is er nu ook walstroom waardoor het voor de beroeps- en pleziervaart aantrekkelijker is om aan de Zaan de nacht door te brengen. Een van de meest spraak- en smaakmakende van het moment is de oude Verkadefabriek, tegenwoordig de Zaanse chocoladefabriek genoemd, waar onder andere het hippe restaurant de Koekfabriek is gevestigd.
Verkade sinds 1990 onderdeel van United Biscuits, leeft gewoon voort. De ‘Verenigde Koekjes’ maken nog steeds koekjes onder de naam Verkade; een deel van de oude Verkadefabriek, recht tegenover restaurant de Koekfabriek is nog steeds in bedrijf. Op menig dinsdagochtend mogen wij Zaankanters daarvan getuige zijn als de stad eventjes gedompeld wordt in de geur van Sultana’s, wat ook wel wat heeft. En mede dankzij deze ‘Verenigde Koekjes’ kwam het nieuwe Verkadepaviljoen er, een ode aan de historische Zaanse industrie. Het zou heel dom zijn om ook nu bang te wezen voor veranderingen waarmee wij op dit moment ons geld verdienen. Om vast te houden aan wat we gewend zijn en niet in te spelen op veranderingen en deze als kansen te benutten. Daar wordt niemand armer van, integendeel. Behalve natuurlijk de houtzagers die vasthouden aan het handmatig zagen.
Waarmee ik maar wil zeggen dat bedrijfsovername en Europa niet per definitie een einde aan een merkbeleving hoeft te betekenen, of het opgeven van je nationaliteit. Dankzij de EU leven “onze” meisjes van Verkade juist als nooit te voren.

Post to Twitter Tweet This Post

Vertrouw op je eigen kracht

Maandag, 31 augustus , 2009

Op een mooie zonnige dag ging ik met mijn twee jongste kindjes met de bakfiets een stuk fietsten. Nog afgezien het feit dat ik zo ook nog beweeg, wil ik graag de Zaanstreek beter leren kennen en ook de stukken die ik ken, blijven mooi. Die dag bracht het fietstochtje ons langs de Westzijde van de Zaan, over de nieuwe Julianabrug naar de Zaanse Schans waar wij met onze bakfiets een heuse toeristische attractie vormen. Vooral Spanjaarden en Japanners zetten ons veelvuldig op de foto. Leuk idee dat we aan de andere kant van de wereld in fotoalbums en video’s figureren.
Onderweg kwam ik een vriendin tegen, gehuld in sporttenue op weg naar de sportschool. Wat was ik blij dat ik daar niet naar toe hoefde! Op de Zaanse Schans kwam ik vervolgens een zeer sportieve Zaanse wethouder tegen, trainend voor een binnenkort te lopen marathon waar de Dam tot Dam loop niets bij vergeleken is. Ik vervolgde mijn weg door de polder richting Wormerveer met de industriële zeepziederij waar tegenwoordig het hoofdkantoor van Vanilia huist. Via de Zaan ging ik weer terug naar ons huis in het centrum van Zaandam. Al met al een fietstochtje van een kleine 20 kilometer.

Sinds begin dit jaar hebben wij onze leaseauto ingeleverd omdat A. wegging bij zijn werkgever. We hadden een megagrote turbodieselbak met tankpas die het tot in het buitenland nog deed, inclusief tolwegen. Het gaf een supergevoel van vrijheid maar eerlijk gezegd stond hij vaak een hele week ongebruikt op zijn parkeerplaats. Met drie kleine kinderen rij je niet zomaar op een dolle vrijdagmiddag “even door naar Parijs”. Dus of je hem nu gebruikte of niet, hij kostte ons met bijtelling en eigen bijdrage maandelijks toch best een flinke smak geld. En nu ruim een half jaar verder heb ik de auto eigenlijk geen moment gemist. Onze omgeving verbaast zich hogelijk. Hoe kan je in hemelsnaam leven zonder auto? Het antwoord is: we hebben wel een auto, alleen niet in eigendom. Maar dat was de leaseauto ook niet. Het enige verschil: de auto staat nu 300 meter verderop. We zijn namelijk lid geworden van autodelen.
Maar ook deze autodeelauto gebruiken we nauwelijks. Woon-werk en zakelijk verkeer naar Amsterdam gaat op de fiets. Ook ’s avonds pakken we de fiets – tenzij het regent, maar met buienradar lukt het best aardig tussen de buien door te fietsen trouwens. Fietsen van centrum Zaandam naar centrum Amsterdam (10 kilometer) duurt net zo lang, of is soms zelfs sneller, dan met het OV of de auto. Vreemde blikken, verbaasde blikken zelfs. Fietsen?! Maar ondertussen vinden die mensen het niet vreemd om zich op te sluiten in de sportschool, of zich blessures of een hartaanval te lopen.

Fietsen heeft zo veel voordelen dat ik steeds minder begrijp waarom niet meer mensen het doen: het is gratis (op een bandenplaksetje en een halfjaarlijks bezoekje aan de fietsenmaker na), het stinkt niet, het maakt geen lawaai, het is goed voor het milieu, je hoeft geen parkeerplaats te zoeken, je hoeft niet te betalen voor een parkeerplaats en het is nog gezond ook. O, ja: je staat niet in de file. En als je even lekker doorfietst hoef je niet eens meer naar de sportschool, en dat scheelt ook weer geld trouwens.
Afgelopen maanden ben ik vijfentwintig kilo afgevallen. Zonder sportschool, alleen maar door gezonder te eten en wat vaker te fietsen en dan ietsje harder te trappen.
Soms doet het me denken aan een van de vijf richtingwijzers van D66: vertrouw op de eigen kracht van mensen. En zo is het met fietsen precies zo. Het is gewoon een kwestie van mentaliteit. Duurzaam trappen, dat doe je lekker met je eigen kracht.
Ik trek dan ook meestal een wenkbrauwtje op als ik iemand voorbij zie tuffen op een stinkend, lawaaiproducerend brommertje. En als iemand me eens kan uitleggen wat daar nou het voordeel van is?

Post to Twitter Tweet This Post

Een schoolvoorbeeld

Zondag, 23 augustus , 2009

MKB Amsterdam stelt in 7 adviezen voor 1 amsterdam dat de Amsterdamse politiek o.a. de ambachtsberoepen meer moet promoten las ik gisteren in het Parool. Maatschappelijke en ambachtelijke opleidingen zouden meer perspectief op een baan bieden dan de creatieve beroepen die juist door Amsterdam omarmd worden. Ook in Zaanstad worden oude industriële panden veelal opgeknapt om als broedplaats te dienen voor creatieve bedrijvigheid. Zo schrijf ik dit blogje na een lange drukke dag thuis met mijn drie kindjes en een zieke man, in café-restaurant de Koekfabriek, gevestigd in de oude Verkadefabriek (ja die van de meisjes van Verkade). Ik ben dan ook een echte voorstander van creatieve bedrijvigheid waardoor oude stedelijke gebieden opnieuw tot leven gewekt worden, daarvan is deze Zaanse chocoladefabriek een schoolvoorbeeld. Maar het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Het gaat in beide gevallen immers om het belang van het behouden van kleine bedrijven in de wijk. Niet alleen moet je er cultuur en creativiteit hebben, maar ook kleermakers en herstelbedrijven (zoals garages). MKB Amsterdam stelt terecht de vraag waarom een café wel in de wijk kan blijven en een meubelmaker die met machines werkt niet. Als een gemeente kiest voor behoud van verstedelijking gaat het, zowel voor het café op de hoek als voor de kleermaker verderop in de straat, om het vinden van de balans tussen het handhaven van de leefbaarheid in de wijk en het behouden van een levendige wijk.

Nu lijkt het me niet zeer ingewikkeld om creatievelingen te vinden om broedplaatsen de nodige dosis cultuur te bieden. Veel lastiger is het om tegenwoordig goede ambachtslieden te vinden. Het probleem begint niet pas bij het stimuleren van jongeren om de opleiding te kiezen die de meeste kans biedt op een baan, maar het probleem begint bij die opleidingen zelf. Met de komst van het vmbo werd de lat veel te hoog gelegd. Waarom moeten leerlingen ook nog allerlei theorie leren terwijl ze gewoon heel goed zijn in het werken met hun handen? Terecht vraagt zo’n leerling zich af waarom hij niet lekker mag sleutelen aan auto’s of knutselen met hout. Het onderwijs is een grote regelbrij geworden. Welke hoofdwerker heeft bedacht dat de handwerker onzinnige woordjes moet leren of rijtjes moet stampen?

Het omslagverhaal afgeschreven. Waarom verklaren wij onze jeugd gek?” (Elsevier 28-03 jl.) maakt pijnlijk duidelijk dat het huidige onderwijssysteem debet is aan de hoge schooluitval. Omdat scholen afgerekend worden op resultaat willen zij steeds minder “moeilijke” kinderen. Waar vroeger in elke klas wel een paar lastige kinderen zaten, eist het onderwijs tegenwoordig heel andere zaken dan vlijt en deugd, maar ligt de nadruk op zelfstandigheid en communicatieve en sociale vaardigheden (kringgesprekken!).
Een-gewoon-een-beetje-een-moeilijk-kind komt alleen maar met een indicatiestelling in aanmerking voor extra begeleiding waardoor een kind op de basisschool al een levenslang etiket opgeplakt krijgt. Leerlingen die voordien bij een strenge doch rechtvaardige vakman in de leer gingen, probeert men nu op de leerfabrieken te behouden.

Kwetsbare kinderen zijn slachtoffer van de onderwijsvernieuwing, aldus de Commissie Dijsselbloem. Dijsselbloem in de Volkskrant van 14-02-2008: “Het hele idee van Weer Samen naar School, waarbij moeilijk lerende kinderen in dezelfde klas zitten als normaal begaafde leerlingen, was gebaseerd op het gelijkheidsideaal van de PvdA. Om die reden werden de lom-scholen in het vmbo geïntegreerd. Om die reden kwam de basisvorming er. Gelijk onderwijs zou voor alle kinderen gelijke kansen creëren. De conclusie is hard: het werkt niet.” Parallel hieraan is de evaluatie- en adviescommissie passend onderwijs ingesteld, onder leiding van oud D66-Kamerlid Ursie Lambrechts, met als opdracht dat voor ieder kind dat wordt aangemeld een onderwijsaanbod tot stand komt dat past bij hun specifieke behoeften.

Maar daarmee heb je de oude ambachtsschool nog steeds niet terug. En al schrijvende in de prachtige Koekfabriek, wordt mijn mening gesterkt dat de politiek creatiever moet durven zijn: waarom kunnen we niet oude verlaten fabrieken door leerlingen van de praktijkschool nieuwe stijl laten opknappen? Dan sla je meteen twee vliegen in een klap: creatieve bedrijvigheid tot stand gebracht door ambachtslieden in opleiding.

Post to Twitter Tweet This Post