Posts Tagged ‘Regelzucht’

‘Grozny aan de Zaan’

Donderdag, 6 januari , 2011

Als raadslid en bewoner van Zaandam heb ik met stijgende verbazing het beleid van de Gemeente Zaanstad rondom het fietsparkeren gadegeslagen. Wie verwacht nou dat een Groen Links wethouder nota bene zelf oud bestuurslid van de fietsersbond, op deze manier fietsertje gaat pesten? Je auto kan je makkelijker kwijt dan je fiets. Want wie zijn fiets voor de nieuwe Albert Heijn in het nieuwe stadshart van Zaandam parkeert riskeert verwijdering en 20 euro boete.

Album weergevenAlbum weergevenAlbum weergevenAlbum weergeven
Schoon, heel en heel leeg*

Fietsenrekken passen niet in het plaatje zo vlak voor de winkel, zo heeft de gemeente in al haar wijsheid besloten. Het is echt heel mooi geworden, maar wel leeg. En daarmee bedoel ik stil. Het fietsertje pesten kost klanten, niet alleen voor de AH maar ook voor de verderop gelegen koffiezaak, broodjeswinkel en kaartenwinkel. Consumenten, klanten, ondernemers, kortom wij allen, die door de gemeente “de burger” genoemd worden, laten zich niet aanpraten dat “we” van de geplande gracht moeten genieten en dat dat niet kan als er fietsenrekken staan, althans dat vindt het stadsbestuur. Dus hoe je met twee zware boodschappentassen met aan iedere hand twee peuters naar overvolle verderop gelegen fietsenrekken moet sjouwen, dat zoek je maar uit. Dat je daarbij zelfs een drukke weg moet oversteken als de minst verweg gelegen fietsenrekken vol zijn, dat maakt toch niet uit? En wat als je slecht ter been bent? De fiets als pakezel mag niet meer.

Wat er nu gebeurt  is weer typisch een staaltje van regentesk bestuur dat denkt het beter te weten dan wij. Een stelletje apparatsjiks dat achter de tekentafel een maakbare stad, nee zelfs een maakbare samenleving ontwerpt.
Luisteren naar tegenargumenten, dat doet het Zaanstedelijke bestuur niet. Een aantal keer stelden wij hierover als D66 fractie vragen aan de Groen Links wethouder. De laatste keer echter was de wethouder niet van plan deze vragen persoonlijk te beantwoorden. We moesten ze maar stellen aan de ambtenaren. Niet alleen “de burger”, maar ook raadsleden die niet aan de leiband van het college lopen, worden gezien als een stoorzender binnen hun stedebouwkundig utopia. Wat ons college van B&W zich echter niet realiseert, is dat als er niet op korte termijn iets verandert aan deze starre houding, het centrum van Zaandam wellicht “schoon, heel en veilig” wordt, zoals in het coalitieakkoord beoogd, maar wel leeg. Niet door het economisch tij, maar dankzij ons stadsbestuur dat zo afstevent op een nieuw debakel in het centrum van Zaandam. Toen architect Sjoerd Soeters tien jaar geleden gevraagd werd om een nieuw stadshart voor Zaandam te gaan ontwerpen, maakte hij bij de allereerste kennismaking met de raadsleden niet voor niets de vergelijking met Grozny aan de Zaan.

Lichtpuntje voor de verantwoordelijk wethouder: als hij zo doorgaat heeft hij geen last meer van de burger, die gaat wel elders shoppen.

*© foto’s AH Hermitage

Gijs de Glazenwasser

Vrijdag, 20 november , 2009

Zaanstad heeft een prijs gewonnen voor duurzaam vervoer en energiebesparing. Mijn gemeente kreeg deze prijs voor de investeringen die gedaan zijn tijdens de Week van de Vooruitgang. Zo heeft de gemeente elektrische auto’s en scooters gekocht en oplaadplaatsen gemaakt voor duurzame vervoersmiddelen. Zaanstad is nu ook voorgedragen voor een Europese prijs. En wanneer het nieuwe stadhuis medio volgend jaar eenmaal in gebruik is genomen zal de gemeente Zaanstad een ontmoedigingsbeleid gaan voeren voor de ambtenaren die met de auto willen komen, bijvoorbeeld door nauwelijks parkeerplekken beschikbaar te hebben. Het nieuwe stadhuis ligt immers zo’n beetje ín het station.

Zoals iedere ochtend als ik mijn kinderen in de bakfiets naar school en de crèche breng, keek ik ook deze ochtend weer vol verwondering naar de voortgang van dit nieuwe Zaanse stadshart Inverdan, met een knettergek hote en ons nieuwe stadhuis in wording. Ik vind het machtig mooi om te zien hoe alles wat eerst alleen op papier of digitaal in 3D te zien was, nu ook in real life gestalte krijgt;  helemaal sinds ik sinds deze week door de leden op nummer 2 van de kandidatenlijst voor D66 Zaanstad gekozen ben. Ook mijn middelste van bijna drie volgt met belangstelling wat de Bob de Bouwers allemaal aan het doen zijn, niet alleen vanaf de fiets maar ook vanuit de ramen van zijn crèche: die bevindt zich namelijk eerste rang in de Saentoren middenin Inverdan.

Inmiddels heeft het immense stadhuis echte dakpannen gekregen. Sowieso vind ik het geweldig dat zo’n gebouw überhaupt een puntdak heeft. We zijn na de jaren ’90 wel een beetje klaar met de platte betonblokken. En tussen die gezellige oranje dakpannen zag ik vanochtend wat onregelmatigheden. Na nog beter gekeken te hebben, voor zover dat kan gezien de hoogte van de gebouwen, meende ik zwaluwkastjes te ontwaren. Als echte gierzwaluw liefhebber, maakte mijn hart een sprongetje. Ik durf gerust te zeggen dat Zaanstad qua duurzaamheid een goed eind op weg is.

Toen ik de kinderen had weggebracht en mijn straat weer in fietste zag ik een enorme hoogwerker manoeuvreren. Dat verbaast mij niets, aangezien onze straat aan de voet van Inverdan ligt, is hier vaak flink wat reuring. Maar wie schetste mijn verbazing toen ik zag dat deze hoogwerker niet bestemd was voor Inverdan maar voor de glazenwassers van een bankfiliaal van maar liefst twee (!) etages “hoog.”

Hoe regelgeving kan doorschieten: terwijl de “Bob de Bouwers” meer dan huizenhoog in tuigjes vastgeklonken op steigers en in hijskranen aan het werk zijn, zijn op een steenworp afstand twee glazenwassers aan het werk. Dat zij in een wolk van CO2 uitstoot omgeven door het immense lawaai van de dieselmotor van de hoogwerker, op slechts een meter of twee of drie van de grond, aan het werk zijn doet daar niet aan af. Om nog maar te zwijgen over het geld dat de huur van een hoogwerker kost.
Een duurzame overheid, duurzaam bouwen, duurzaam bankieren? Om echt duurzaam te werken binnen de héle gemeente hebben we nog een lange weg te gaan….

Stem wijzer!

Dinsdag, 20 oktober , 2009

Van de week heb ik voor het eerst een PVV stemmer gesproken: mijn oude buurmeisje uit Amsterdam Zuid, domineesdochter uit een hecht gezin met vijf kinderen. We zijn elkaar jaren geleden uit het oog verloren. Tijdens het gesprek liet ze zich per ongeluk ontvallen PVV gestemd te hebben. Maar wat ik ook over haar stemgedrag mag denken, één ding moet ik haar wel nageven: toen de winkel waar zij werkte onlangs failliet ging, weigerde zij een uitkering aan te vragen. Als gescheiden vrouw van net veertig jaar, met Hbo-diploma die jaren lang met haar ex-man een eigen bedrijf runde, heeft zij zich direct aangemeld bij de thuiszorg. Zij kon binnen een week aan de slag en inmiddels werkt zij er bijna fulltime. Ik moet zeggen dat ik echt bewondering heb voor die eigen kracht.
Mijn buurmeisje kon altijd met iedereen goed overweg, ongeacht kleur, godsdienst of sociaal-maatschappelijke afkomst; iets wat in Amsterdam Zuid kringen niet altijd even vanzelfsprekend was, zoals ook Robert Vuijsjes “Alleen maar nette mensen” pijnlijk illustreert. En die houding is nu precies die eigen kracht waardoor zij zich niet te goed voelt om op haar 41e op haar knieën de wc’s van oude mensen te boenen. Zou de PVV qua eigen kracht dan toch wat gemeen hebben met D66, zij past immers helemaal niet in het beeld van de PVV stemmer.

Ach, dé Nederlander bestaat niet, maar de hardwerkende Nederlander daarentegen bestaat al heel lang. Deze soundbyte werd nieuw leven ingeblazen door VVD-leider Rutte tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in 2007. Een slimme zet, omdat hij hiermee als oppositiepartij probeert alle hardwerkende Nederlanders ongeacht hun politieke kleur aan te spreken. Ooit was er het orakel uit Diever dat trachtte de hardwerkende Nederlander tot medestander te maken tegen een kabinet dat wilde investeren in de samenleving; ‘openbare voorzieningen boven particuliere welvaart’ was het adagium van de Amerikaanse econoom Galbraith, die Joop den Uyl inspireerde tot het motto ‘de boel bij elkaar houden’ opnieuw tot leven gewekt door Job Cohen.

Maar wat klopt er van het beeld dat politiek vroeger bestemd was voor oude grijze heren met bolhoeden die elkaar op eloquente wijze trachtten de loef af te steken, terwijl Kamerleden bewindspersonen tegenwoordig zelfs uitmaken voor “knettergek”? Juist in de tijd van Den Uyl, Wiegel en Van Agt was het debat politiek vuurwerk waarin de mensen zich herkenden. In de jaren daarna veranderde de samenleving in rap tempo. Door het polderen verzandde het debat dat steeds politiek correcter, regentesker en technocratischer werd. Mensen voelden zich niet meer vertegenwoordigd, er ontstond een kloof tussen burger en politiek. Het populisme werd node gemist.
Niet alleen de opkomst (en ondergang) van de LPF en de populariteit van Geert Wilders, ook de financiële crisis en de uitputting van de fossiele brandstoffen nopen tot herwaardering van onze leefomgeving, op macro- en microniveau. En zoals zo vaak is een crisis een opmaat tot verandering. De huidige financiële crisis heeft een toenemend aantal werklozen tot gevolg. Interessant is de manier waarop mensen omgaan met onvrijwillige werkloosheid. In de tijden van Joop den Uyl vierde het sociale vangnet, de bijstandsuitkering, hoogtij. Het recht op een uitkering was welhaast verworden tot een van de grondrechten, het zoeken naar werk allerminst verplicht. Vadertje staat zorgde voor je waardoor de bijstandsgerechtigden (uitkeringstrekkers heetten die toen nog gewoon) meer en meer afhankelijk werden.

Waar kinderen in een gezinssituatie opgevoed worden met als doel zich te ontplooien tot zelfstandige individuen, kwamen de uitkeringsafhankelijken van de jaren zeventig juist steeds verder van de samenleving af te staan. Wilde je niet werken want je vond werken niet zo leuk? Geen probleem, er waren immers genoeg hardwerkende Nederlanders die hun geld welhaast vrijwillig afstonden ten behoeve van deze groep. Passende arbeid moest nog uitgevonden worden en re-integratietrajecten? Dat woord had men toen echt nog niet kunnen verzinnen.
Tegenwoordig zit de gemeente als uitvoerende instantie van de Wet werk en bijstand er bovenop: de werkloze is werkzoekende geworden, banenmarkten, participatie en integratienota’s beogen een ieder te betrekken bij de samenleving, niet alleen op werk maar ook op sociaal-maatschappelijk gebied. Door het opleggen van verplichtingen en controle-instrumenten maak je de huidige werkzoekende vaak ook weer als vleugellam kind onder de vleugels van de paternalistische staat.
Toen ik eind augustus bij de boekpresentatie was van Vertrouw op de eigen kracht van mensen, van de permanente campagnecommissie, lanceerde D66 Utrecht een voorstel voor aanpassing van de Wet werk en bijstand als voorbeeld van deze eigen kracht. Door het geven van een stuk vertrouwen en de mogelijkheid tot kiezen, kan je veel meer bereiken dan door het werken met ge- en verboden. Met mijn oude vriendinnetje komt het vast goed, met haar eigen kracht als kompas voor haar stemwijzer.

De Boldootkar van de calculerende overheid

Zondag, 20 september , 2009

De vuilnisophaaldienst, opgericht door Dr. Sarphati eind 19e eeuw, betekende een grote vooruitgang op het gebied van de volksgezondheid. Toen later ook nog een rioleringsstelsel werd aangelegd was dit het definitieve einde van de Boldootkar. De vooruitgang zat hem vooral in het feit dat nu ook de gewone man aangesloten werd op het riool, hetgeen algemene volksgezondheid naar een hoger plan tilde. Geen vuilnis en poep meer in de straten en grachten en je hoefde niet meer je emmertje stront te bewaren tot het dagelijks opgehaald werd.
Nu ruim een eeuw later is de vuilnisophaaldienst veranderd in een vuilnisbrengservice: oud papier, flessen, klein chemisch afval en nu ook plastic moet je als burger apart inzamelen. Dat betekent ook dat je het thuis zo moet regelen dat je een plek en een systeem creëert voor de opslag van deze gescheiden afvalstromen.
Een maand geleden kregen wij in Zaandam een enveloppe van de gemeente geadresseerd aan “de bewoners van dit pand” met een mooie plastic zak erin: vanaf 1 september is het mogelijk om naast GFT, papier, glas, KCA en restafval ook plastic “aan te bieden” op 20 locaties in heel Zaanstad (bijna 150.000 inwoners). Vandaag hadden we een flinke bakfiets vol plastic verzameld en A. ging met de middelste de ervaring van de nieuwe plasticbak eens meemaken. Maar de plasticbak was overvol dus onze zuur verzamelde zak (ieder boterhamzakje, dopje en vleeswarenverpakking was er in verzameld) konden we er niet in kwijt.
Want het klinkt heel mooi maar je kan echt niet iedere ochtend op weg naar je werk met een bakfiets vol kinderen, schooltassen, flessen, papier (wij hebben inmiddels drie kranten) en plastic, nog even langs de diverse bakken rijden. Dat sparen wij dus op.
Daarnaast hebben we in Zaanstad een grijze kliko (dat wóórd!) en een groene, die om de week opgehaald worden. Dat betekent dus dat we (lees: A. want dat is ook hier een mannentaak) de ene week de grijze en de andere week de groene bak buiten mogen aanbieden. Met uitzondering van de zomermaanden, dan mag A. de groene bak zelfs wekelijks op de stoep zetten. Met twee kinderen in de luiers betekent dit overigens dat wij nog steeds onze eigen bolddootkar hebben, die niet eens dagelijks maar eens in de veertien dagen geleegd wordt. Of je dit vooruitgang kan noemen laat ik maar even buiten beschouwing.
We worden als burger door de overheid continu gebombardeerd met hoe slecht we allemaal voor het milieu zijn. We moeten allemaal meewerken, want anders zijn we hartstikke schuldig aan de opwarming van de aarde. Terwijl diezelfde calculerende overheid uitgaat van een inzamel en aanbiedingspercentage van pakweg 10 procent. Pas als de plasticbakken steeds meer blijvend uitpuilen zullen ze de capaciteit uitbreiden. Maar de burger die nu tevergeefs met zijn zak vol plasticafval aankomt is sowieso schuldig. Schuldig aan het naast de voor plasticinzameling bestemde bakken aanbieden van plasticafval, of schuldig aan het niet aanbieden van plasticafval. Wij zijn vanaf vandaag dus schuldig aan het laatste: wij gaan geen plastic meer verzamelen. En zo gaat het idee van plastic inzamelen aan zijn eigen succes ten onder. Als de calculerende overheid nou eens zou beginnen met alle gescheiden afvalstromen thuis op te halen, dan halen ze geheid meer op en sparen ze de burger tevergeefs gesleep met een bonte verzameling afval. En om het positief af te sluiten: het levert een burger op die zich niet meer schuldig maar nuttig voelt.

"Plastic kun je beter scheiden"

21e eeuw: is de Boldootkar weer terug?

Boekdelen vol beleid

Woensdag, 16 september , 2009

De stapel boeken die Alexander Pechtold vanochtend tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen tevoorschijn haalde, sprak letterlijk boekdelen. Deze stapel vormt de trieste aanblik van rapporten die in de afgelopen kabinetsperiode opgesteld zijn. Pechtold noemde onder meer rapporten van de WRR en het rapport van de Commissie Gerritse. Er liggen al zoveel rapporten, en nu wil het huidige kabinet opnieuw een brede maatschappelijke discussie. Ze zijn in ons land erg goed in het instellen van commissies en het maken van beleid. Veel beleid, liefst verpakt met een grote strik van regeltjes. De vliegtaks is daar een mooi voorbeeld van: met een regel proberen de CO2 uitstoot te reduceren. Door belasting te heffen op vliegreizen zou de stoute burger het wel afleren om onnodig te gaan vliegen. We weten inmiddels dat deze vliegbelasting een zachte landing heeft gemaakt in de archieven: de burger is namelijk nogal vindingrijk en laat zich niet vangen in regeltjes en beleid achter de tekentafel uitgedokterd. Nee de burger denkt en handelt praktisch: we willen gewoon zo efficiënt mogelijk van A naar B, en tegenwoordig kijken we over ’s lands grenzen en pakken net zo lief een vlucht vanuit Dusseldorf of Brussel.
Wat pas echt effect gehad zou hebben op het aantal vliegbewegingen is wanneer de HSL van Amsterdam naar Parijs gewoon was gaan rijden volgens planning. Maar nee, men was bijvoorbeeld vergeten de treintjes bijtijds te bestellen. Ondertussen liggen de rails te roesten. Of wat te denken van het doortrekken van een stukje A4? Ook al zo ingewikkeld. Daar moeten we maar weer heel veel rapporten tegenaan gooien
En zo blijft ons landje telkenmale hangen op veel regels zonder daadwerkelijke uitvoering.
Ik roep de poging om musea gratis te maken in herinnering. Gelukkig ging dat niet door. Je moet er toch niet aan denken, musea gratis en dan bezuinigen op personeel? Geen toezicht of service meer. Het museum zou dan de functie van gratis dagopvang krijgen. Vorige week kocht ik een nieuwe museumjaarkaart. Kostte nog geen vier tientjes, die heb je er in een paar keer al uit. Dat is al relatief weinig geld en daarvoor krijg je service, klantvriendelijkheid en een mooi, verzorgd museum.
En wat te denken van de gratis schoolboeken. Lijkt op het eerste gezicht aardig bedacht maar het is uitgelopen op een gedrocht: scholen moeten zelf gaan aanbesteden en hadden een schooljaar de tijd om zich daarop voor te bereiden. Deze aanbestedingswedloop betekent een enorme lastendruk voor de scholen. Waarom dat geld niet beter besteden aan het verhogen van de docentensalarissen?
Als laatste recente voorbeeld noem ik het idee om overgewicht bij kinderen te bestrijden met…regeltjes! Als je maar reclame voor ongezond eten voor kinderen verbiedt dan worden ze niet meer dik? Wel eens gehoord van ouders en opvoeden? Van eigen verantwoordelijkheid? Van kinderen leren zich te beheersen? Van nee zeggen? Heel gewoon hoor. Die van mij willen ook wel lekker frietjes eten of een ijsje. Dat mag soms, tijdens een dagje uit naar sprookjeswonderland afgelopen week bijvoorbeeld, deelden mijn twee jongsten en ik een portie friet en twee kroketten, als lunch. Daarna is het weer gewoon een broodje als lunch en dat vinden ze prima. En zo niet: hoe erg is het als een kind eens huilt als het iets niet krijgt? Dat is helemaal niet erg, integendeel dat is juist heel goed. Daar leert een kind van. Laat het kabinet daar ook eens een lesje uit trekken: zeg eens nee tegen alle reguleringsvoorstellen. Ga voor praktisch en uitvoerbaar. Het gaat immers om wat de mensen werkelijk willen en niet om de overheid die bedenkt wat goed is voor u.

We zijn er allemaal gloeiend bij!

Vrijdag, 4 september , 2009

Met leedwezen las ik de necrologie voor de gloeilamp in NRC-Handelsblad: we zijn er massaal ingeluisd. Ergens tussen de kleine lettertjes in de slotverklaring van een Europese top is de gloeilampverbanning erin geslopen, te beginnen met een productiestop op de 100 watt lamp sinds 1 september. En de lampenlobby is de lachende derde. Op spaarlampen wordt veel meer verdiend dan op gloeilampen. Wat zal Philips hier blij mee zijn.
Het hele gloeilampenverbod levert overigens een verwaarloosbare besparing op maar wel veel ergernissen: Onze middelste is zindelijk aan het worden. Zodra hij moet klinkt het: “gauw gauw, rennen rennen!” Wel eens een peuter in die toestand op een wc gezet met een spaarlamp? Tegen de tijd dat een peuterplasje klaar is, is het licht pas op volle sterkte. Moeten we hem in het donker laten plassen? Of de hele dag de spaarlamp laten branden? Over besparing gesproken. Wat te denken van een flesje wijn uit de kelder halen? Dan mag je voortaan een zaklamp meenemen of komen daar ook spaarlampen in?
Waar je ook niemand over hoort: een lamp zelf geeft ook warmte af; ‘s winters branden lampen vaker en langer vanwege de donkere, korte dagen. Dat levert dus rechtstreeks een besparing op de gasrekening op.
Gelukkig hebben we Human Lights Watch en heeft Boris van der Ham spijt. Want afgezien van bovenstaand klein huishoudelijk en betuttelend leed, valt veel meer op het gloeilampverbod af te dingen. Ik noem de blauwwaardes van spaarlampen (vergelijkbaar met een beeldscherm) die de aanmaak van melatonine remmen, het hormoon dat nodig is om onze biologische klok te regelen. Mensen met slaapstoornissen, zoals mensen met ADHD of met DSPS (delayed sleep phase syndrome), wordt afgeraden ’s avonds te lang achter het beeldscherm te zitten. Wordt hen straks ook afgeraden ’s avonds het licht aan te doen?

Wij hebben hier in huis overigens al jaren op strategische plekken spaarlampen hangen: namelijk op die plekken waar lampen langdurig branden, zoals de buitenlampen bij de voordeur. Wel hebben we kroonluchters, met dimmers. Inderdaad, voor sfeerverlichting, die lampen zijn nooit op volle sterkte dankzij de dimmers. Dat spaart ook weer. Ooit een kroonluchter met spaarlampen gezien. Ik kan er alleen maar heel hard om lachen.
Wat nou een beter milieu begint bij jezelf? Een beter milieu begint bij verandering van mentaliteit, zoals zelf zo slim zijn om spaarlampen op de juiste plekken te hangen, vaker fietsen, de auto de deur uit te doen en te gaan autodelen, zoals minder of alleen nog maar biologisch vlees eten (lees mijn vorige blogs). De overheid moet ook hier op de eigen kracht van mensen vertrouwen.
Wij zijn dus begonnen met hamsteren van gloeilampen. Onzin? Tuttig? Kan mij niets schelen. Ik vind het gloeilampenverbod de ultieme vorm van betutteling.

Over de overheid achter de voordeur gesproken –en dan wordt er serieus gezegd dat het niet verboden wordt om gloeilampen in huis te hebben. Dat zou er nog bij moeten komen: handhaving door de gloeilamppolitie. Nou dan zijn we er al snel allemaal gloeiend bij!
Laat de overheid eens zorgen dat mensen de overheid nog wel vertrouwen. Bij de glasbak leren we peutertje braaf wit en bont glas te scheiden, wat hij natuurlijk niet snapt en wat menig traan gekost heeft: waarom mag het in dat ene gat wel en dat andere gat niet? Maar nu zagen we gisteren hoe de glasbak geleegd werd: bont en wit allemaal in een grote container. Dus peutertje mag van ons weer lekker mixen en hopelijk tot het einde der tijden kapotte gloeilampen de glasbak in kieperen! Geen spaarlampen, want die zitten vol kwik, over milieuvriendelijk gesproken..

Een schoolvoorbeeld

Zondag, 23 augustus , 2009

MKB Amsterdam stelt in 7 adviezen voor 1 amsterdam dat de Amsterdamse politiek o.a. de ambachtsberoepen meer moet promoten las ik gisteren in het Parool. Maatschappelijke en ambachtelijke opleidingen zouden meer perspectief op een baan bieden dan de creatieve beroepen die juist door Amsterdam omarmd worden. Ook in Zaanstad worden oude industriële panden veelal opgeknapt om als broedplaats te dienen voor creatieve bedrijvigheid. Zo schrijf ik dit blogje na een lange drukke dag thuis met mijn drie kindjes en een zieke man, in café-restaurant de Koekfabriek, gevestigd in de oude Verkadefabriek (ja die van de meisjes van Verkade). Ik ben dan ook een echte voorstander van creatieve bedrijvigheid waardoor oude stedelijke gebieden opnieuw tot leven gewekt worden, daarvan is deze Zaanse chocoladefabriek een schoolvoorbeeld. Maar het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Het gaat in beide gevallen immers om het belang van het behouden van kleine bedrijven in de wijk. Niet alleen moet je er cultuur en creativiteit hebben, maar ook kleermakers en herstelbedrijven (zoals garages). MKB Amsterdam stelt terecht de vraag waarom een café wel in de wijk kan blijven en een meubelmaker die met machines werkt niet. Als een gemeente kiest voor behoud van verstedelijking gaat het, zowel voor het café op de hoek als voor de kleermaker verderop in de straat, om het vinden van de balans tussen het handhaven van de leefbaarheid in de wijk en het behouden van een levendige wijk.

Nu lijkt het me niet zeer ingewikkeld om creatievelingen te vinden om broedplaatsen de nodige dosis cultuur te bieden. Veel lastiger is het om tegenwoordig goede ambachtslieden te vinden. Het probleem begint niet pas bij het stimuleren van jongeren om de opleiding te kiezen die de meeste kans biedt op een baan, maar het probleem begint bij die opleidingen zelf. Met de komst van het vmbo werd de lat veel te hoog gelegd. Waarom moeten leerlingen ook nog allerlei theorie leren terwijl ze gewoon heel goed zijn in het werken met hun handen? Terecht vraagt zo’n leerling zich af waarom hij niet lekker mag sleutelen aan auto’s of knutselen met hout. Het onderwijs is een grote regelbrij geworden. Welke hoofdwerker heeft bedacht dat de handwerker onzinnige woordjes moet leren of rijtjes moet stampen?

Het omslagverhaal afgeschreven. Waarom verklaren wij onze jeugd gek?” (Elsevier 28-03 jl.) maakt pijnlijk duidelijk dat het huidige onderwijssysteem debet is aan de hoge schooluitval. Omdat scholen afgerekend worden op resultaat willen zij steeds minder “moeilijke” kinderen. Waar vroeger in elke klas wel een paar lastige kinderen zaten, eist het onderwijs tegenwoordig heel andere zaken dan vlijt en deugd, maar ligt de nadruk op zelfstandigheid en communicatieve en sociale vaardigheden (kringgesprekken!).
Een-gewoon-een-beetje-een-moeilijk-kind komt alleen maar met een indicatiestelling in aanmerking voor extra begeleiding waardoor een kind op de basisschool al een levenslang etiket opgeplakt krijgt. Leerlingen die voordien bij een strenge doch rechtvaardige vakman in de leer gingen, probeert men nu op de leerfabrieken te behouden.

Kwetsbare kinderen zijn slachtoffer van de onderwijsvernieuwing, aldus de Commissie Dijsselbloem. Dijsselbloem in de Volkskrant van 14-02-2008: “Het hele idee van Weer Samen naar School, waarbij moeilijk lerende kinderen in dezelfde klas zitten als normaal begaafde leerlingen, was gebaseerd op het gelijkheidsideaal van de PvdA. Om die reden werden de lom-scholen in het vmbo geïntegreerd. Om die reden kwam de basisvorming er. Gelijk onderwijs zou voor alle kinderen gelijke kansen creëren. De conclusie is hard: het werkt niet.” Parallel hieraan is de evaluatie- en adviescommissie passend onderwijs ingesteld, onder leiding van oud D66-Kamerlid Ursie Lambrechts, met als opdracht dat voor ieder kind dat wordt aangemeld een onderwijsaanbod tot stand komt dat past bij hun specifieke behoeften.

Maar daarmee heb je de oude ambachtsschool nog steeds niet terug. En al schrijvende in de prachtige Koekfabriek, wordt mijn mening gesterkt dat de politiek creatiever moet durven zijn: waarom kunnen we niet oude verlaten fabrieken door leerlingen van de praktijkschool nieuwe stijl laten opknappen? Dan sla je meteen twee vliegen in een klap: creatieve bedrijvigheid tot stand gebracht door ambachtslieden in opleiding.

Klaag niet (meer)!

Maandag, 17 augustus , 2009

“Huisarts moet eerder mond open doen”, maar hoe zit het met de patiënt? Huisartsen moeten patiënten met een zeer ongezonde levensstijl minder ontzien, dat vindt voormalig hoofd van de huisartsenopleiding aan de VU. Dat komt uiteindelijk niet alleen de patiënt ten goede maar ook de kosten van de gezondheidszorg. Bovendien kan het voor de patiënt net dat duwtje in de goede richting zijn om te stoppen met roken of te beginnen met afvallen. In de paar jaar dat ik overgewicht had, heeft mijn huisarts nooit beaamd dat het ongezond is om dik te zijn, en dat je je er ongelukkig door kan voelen. Door het probleem niet te benoemen, lijkt het niet te bestaan. Als patiënt kan je daardoor denken dat het dus wel meevalt. Overigens heb ik mezelf tot de orde geroepen en ga ik inmiddels vijfentwintig kilo lichter en luchtiger door het leven.
Als je voor jezelf en je gezin de beste huisarts wil kiezen dan kan dat dankzij de vrije marktwerking in de zorg, zou je denken. In onze woonplaats Zaandam blijken huisartsen echter elkaar de hand boven het hoofd te houden: je kan niet van huisarts veranderen. Niet vanwege overvolle praktijken, als nieuwkomer van buiten de gemeente is er namelijk gewoon plek.
Dit riekt naar oneerlijke concurrentie: huisartsen hebben onderlinge afspraken en houden elkaar de hand boven het hoofd. Zo houden de minder populaire huisartsen toch een lekker volle praktijk. Niemand vindt het vreemd dat je je brood bij de lekkerste bakker wil kopen, terwijl een andere bakker ook best goed is. Maar de beste huisarts kiezen blijkt niet te kunnen? De zaak aanhangig maken bij de NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) bleek na veel ‘contactmomenten’ geen soelaas te bieden omdat een huisarts geen contracteerplicht heeft. Eventueel zouden we nog naar de NMa kunnen gaan maar die kans werd zeer klein geacht. Als gewone consument is dit een wel heel omslachtige bedoening en je moet een flinke dosis tijd, energie en bovenal geduld hebben om door te pakken.

Onwillekeurig moest ik denken aan de betuttelende overheidscampagne over het noodpakket: men neme een radio op batterijen, afgestemd op de nationale rampenzender Radio 1. Dat is pas echt een ramp! De etherfrequentie van Radio 1 is zo slecht dat je soms alleen maar ruis hoort. Ooit heb ik een poging gewaagd te klagen over de slechte dekking van Radio 1, maar strandde ditmaal bij het Agentschap Telecom: ik werd teruggebeld door een zeer vriendelijke meneer die lang-verhaal-kort-gemaakt zei dat je geacht wordt een antenne te hebben die tien meter boven het maaiveld uitsteekt. Alleen wanneer er dan nog sprake is van storing, heeft het zin om te klagen. Over de uitschuifbaarheid tot meer dan tien meter boven het maaiveld van de antenne van de transistorradio van het noodpakket hield ik maar wijselijk mijn mond.

Door dergelijke technocratische en bureaucratische procedures zinkt de moed de gewone burger in de schoenen. Volgens de wet klopt het maar voor het gevoel niet. Ondertussen zijn de oplossingen zo dichtbij: door het opheffen van de numerus fixus voor geneeskundestudenten bijvoorbeeld komen er veel meer artsen waardoor de goede vanzelf boven komen drijven. Stop met het verzinnen van technocratische regels. Laat de markt gewoon zijn werk maar doen.

MRSA en andere vlezigheden

Vrijdag, 7 augustus , 2009

Binnen een maand tijd was hij nog een keer langsgekomen. Dat hadden wij niet afgesproken! Slopend, niet alleen voor A. maar zeker ook voor mij. Het begon de eerste keer met een schijnbaar onschuldig steenpuistje waarvan ik dacht “typisch mannen, beetje zeuren om een klein puistje”. Totdat Jongste (dochtertje, anderhalf) een paar dagen later tegen zijn been aan stond en A. het werkelijk uitschreeuwde van de pijn. Dat werd de huisartsenpost – het was natuurlijk weekend, zal je altijd zien.

De eerste keer hadden we zelfs wat lang gewacht, puistje bleek een bacteriële infectie: een streptokok of stafylokok van het type waardoor Balkenende een maand met zijn voet – en blackberry- in het ziekenhuis belandde of waaraan sommigen in coma geraken of erger nog, zelfs overlijden. De antibiotica sloeg aanvankelijk niet aan, de dosis werd verhoogd, een extra soort werd toegevoegd totdat A. uiteindelijk op 6 gram antibiotica per dag zat. Zo hoog dat de apotheker met de huisarts belde om te vragen of het recept wel klopte. Iedere dag hing een ziekenhuisopname als een zwaard van Damocles boven ons hoofd maar uiteindelijk sloeg de kuur aan en de wond genas langzaamaan. Ondertussen had ik nu niet drie maar vier kinderen waarvan er drie iedere ochtend om uiterlijk 8.15 aangekleed, gewassen en ontbeten op de bakfiets moesten zitten, op weg naar school, respectievelijk crèche. Normaal helpt A. altijd mee, of doet hij het brengrondje. Maar de kuur bleek zo heftig dat zelfs tot bijna twee weken nadien ik er alleen voorstond. Het went wel, maar blij word je er niet van kan ik zeggen.

En toen kwam de infectie opeens terug! Gelukkig waren we nu wel op tijd, door ervaring wijzer geworden herkenden we meneer Streptokok direct. Dit betekende weer een nieuwe kuur terwijl A. net de eerste te boven was gekomen. Dus terug naar af en weer die zware ochtenddiensten draaien. Dat deze zwaar waren lag niet in de laatste plaats aan het feit dat Middelste (jongen, tweeënhalf) zich tussen vijf en zes uur ’s ochtends meldt en dan echt niet meer naar bed te krijgen is. Na weer een nieuwe kuur van tien dagen, gevolgd door weer minstens tien dagen van uitputting door ons beiden hadden we deze periode vorige week afgesloten met een desinfecteer actie met dettol. Op aanraden van de huisarts hebben we samen met onze hulp urenlang ons hele huis gedesinfecteerd, net zoals ze in ziekenhuizen doen bij een MRSA-infectie, ook wel bekend als ziekenhuisbacterie.

Vanochtend was het de derde ochtend dat A. weer ochtenddienst kon draaien. Tegen zessen meldde Middelste zich, voor zijn doen laat. Ik mocht me nog even omdraaien en zette gewoontegetrouw het Radio 1 journaal aan. Het nieuws van vanochtend was het medicijnplan van landbouwminister Gerda Verburg om veeartsen te verbieden de medicijnen te verstrekken die ze zelf voorschrijven. Reden: veeartsen zouden teveel antibiotica voorschrijven. Hierdoor – zo hadden wij net aan den lijve ondervonden– komen er steeds meer resistente bacteriën. Deze kunnen MRSA –de S staat voor Streptokok– veroorzaken in ziekenhuizen en aanverwante instellingen. Een probleem dat je moet bestrijden door de patiënt te isoleren en de afdeling te desinfecteren. Weer typisch dit kabinet trouwens: met nieuwe regels proberen een probleem aan te pakken, dacht ik en draaide me nog eens lekker om. Vervolgens kwam de reclame voorbij, die begon met een hoop tromgeroffel, gevolgd door de retorische vraag “warm hè vandaag!” Maar op de barbecue zou het nog veel warmer zijn. Heerlijk we moesten vanavond allemaal kip Hawaï gaan eten. “Campagne gesponsord door de Europese Unie” wordt er nog heel snel achteraan gesist, alsof het gaat om “in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.”

Hoewel ik helemaal geen Partij voor de Dieren-type of milieuactivist ben, moet ik wel altijd grinniken om de spotjes van Wakker Dier over kip die nog nooit zoveel ruimte heeft gehad als bij jou in de oven en die eindigen met “kip het meest mishandelde stukje vlees.” Dus toen het volgende spotje begon met “Wát een barbecuepakket voor maar 2,25 per persoon?!” dacht ik dat het zo’n Wakker Dier spotje betrof, maar tot mijn stomme verbazing was het serieuze reclame van Jumbo Supermarkten! En dat terwijl Jumbo onlangs als beste heeft gescoord in de eerste editie van de Supermarktmonitor voor biologisch vlees en vleesvervangers. Volgens dit onderzoek van Varkens in Nood en Milieudefensie kunnen bewuste vleeseters en (parttime) vegetariërs het best hun boodschappen doen bij Jumbo. En ligt hier niet net de crux van het probleem achter het medicijnplan van landbouwminister Verburg? Als de minister zo graag regeltjes wil maken laat ze dan eens regelen dat dieren meer ruimte krijgen – nog niet zo lang geleden stonden koeien nog gewoon in de wei en was rundvlees als vanzelf biologisch. Nu staan de meeste koeien het hele jaar door op stal. Geef ze weer de ruimte en ook de opgehokte en doorgefokte varkens en kippen. Dat scheelt pas antibiotica. Met het instellen van vee-apothekers verschuif je het probleem alleen maar van vee-arts naar vee-apotheker en voeg je weer een nieuwe schakel toe. Het wordt alleen maar ingewikkelder en duurder. Terwijl het allemaal veel simpeler kan: geef de dieren gewoon de ruimte. Als je je ’s ochtends in bed nog even mag omdraaien ben je er zo uit.