Met de top van de D66 Zaanstad kandidatenlijst togen wij per trein, toen er nog geen sprake was van enige sneeuwval, naar de eerste trainingsavond voor kandidaat-raadsleden. En zoals altijd maakte onze lijsttrekker, nestor Jan de Vries, er weer een gezellige boel van. Dus toen hij –zelf niet de meest slanke persoon– naast een vrouw van eveneens meer dan een gemiddelde Rubens omvang, ging zitten voelde hij zich totaal niet ongemakkelijk, hoewel ze beslist oncomfortabel gezeten moesten hebben. “Gezellig zo saampjes” sprak hij terwijl hij zich nog eens lekker naast haar nestelde. “Sans gêne” waardoor Laura zich niet eens opgelaten voelde. Direct ontstond een geanimeerd gesprek. Laura bleek Mexicaanse en voor de liefde naar Nederland gekomen te zijn. Ze sprak bijna perfect Nederlands met een charmante licht Spaanse tongval. Laura bleek sinds anderhalf jaar woonachtig in Nederland, in Krommenie om precies te zijn. En Laura en Jan bleken bovendien bijna buren van elkaar te zijn. Ze kenden zelfs de buitenkant van elkaars voordeur. Of Laura naar haar werk ging, informeerde Jan. Nee, Laura had geen werk. Niet omdat ze niet zou mogen werken vanwege haar verblijfstatus, ook niet omdat ze de taal nog niet machtig was. Nee, Laura was ietwat te goed opgeleid. In Mexico was ze namelijk advocaat maar hier in Nederland worden haar diploma’s niet erkend. Op het eerste gezicht verbaasde mij dat niet, het Mexicaanse recht en –rechtspleging zijn immers anders dan het Nederlands recht. Het is dus voorstelbaar dat een jurist hier eerst de nodige bijscholing zou moeten volgen alvorens zich ook in ons land advocaat te mogen noemen. Maar na enig doorvragen bleek dat met haar komst naar Nederland haar gehele rechtenstudie én haar advocatenopleiding waardeloos waren geworden. Net alsof ze helemaal geen enkele opleiding had gehad: ze was hier in de categorie ongeschoolde allochtoon beland. En zelfs met deze nieuwe status lukte het haar al anderhalf jaar niet om aan het werk te komen. Ze had inmiddels begrepen dat ze zowel in België als in Duitsland wél aan de slag zou kunnen als jurist, maar nee daar begon ze niet aan. Ze was immers voor de liefde naar Nederland gekomen, helemaal uit Mexico naar Krommenie. Dus geen haar op haar hoofd die Zaanstad nu zou verruilen voor een van onze buurlanden. Dan had ze net zo goed in haar vaderland kunnen blijven.
Hoe is het mogelijk? Terwijl wij EU-onderdanen het trots over ‘Europa Ja’ hebben, blijkt er voor mensen van buiten de EU nog zoveel verschil te zijn waar het gaat om het erkennen van diploma’s.
En Laura? Laura kon aan het werk als vismeisje, getipt door Jan. Laura was dolblij, hoewel ze niet van haring houdt. Maar wel van kibbeling, ook al is dat geen echte vis.
Posts Tagged ‘Onderwijs’
Verse vis in oude kranten
Dinsdag, 22 december , 2009Boekdelen vol beleid
Woensdag, 16 september , 2009De stapel boeken die Alexander Pechtold vanochtend tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen tevoorschijn haalde, sprak letterlijk boekdelen. Deze stapel vormt de trieste aanblik van rapporten die in de afgelopen kabinetsperiode opgesteld zijn. Pechtold noemde onder meer rapporten van de WRR en het rapport van de Commissie Gerritse. Er liggen al zoveel rapporten, en nu wil het huidige kabinet opnieuw een brede maatschappelijke discussie. Ze zijn in ons land erg goed in het instellen van commissies en het maken van beleid. Veel beleid, liefst verpakt met een grote strik van regeltjes. De vliegtaks is daar een mooi voorbeeld van: met een regel proberen de CO2 uitstoot te reduceren. Door belasting te heffen op vliegreizen zou de stoute burger het wel afleren om onnodig te gaan vliegen. We weten inmiddels dat deze vliegbelasting een zachte landing heeft gemaakt in de archieven: de burger is namelijk nogal vindingrijk en laat zich niet vangen in regeltjes en beleid achter de tekentafel uitgedokterd. Nee de burger denkt en handelt praktisch: we willen gewoon zo efficiënt mogelijk van A naar B, en tegenwoordig kijken we over ’s lands grenzen en pakken net zo lief een vlucht vanuit Dusseldorf of Brussel.
Wat pas echt effect gehad zou hebben op het aantal vliegbewegingen is wanneer de HSL van Amsterdam naar Parijs gewoon was gaan rijden volgens planning. Maar nee, men was bijvoorbeeld vergeten de treintjes bijtijds te bestellen. Ondertussen liggen de rails te roesten. Of wat te denken van het doortrekken van een stukje A4? Ook al zo ingewikkeld. Daar moeten we maar weer heel veel rapporten tegenaan gooien
En zo blijft ons landje telkenmale hangen op veel regels zonder daadwerkelijke uitvoering.
Ik roep de poging om musea gratis te maken in herinnering. Gelukkig ging dat niet door. Je moet er toch niet aan denken, musea gratis en dan bezuinigen op personeel? Geen toezicht of service meer. Het museum zou dan de functie van gratis dagopvang krijgen. Vorige week kocht ik een nieuwe museumjaarkaart. Kostte nog geen vier tientjes, die heb je er in een paar keer al uit. Dat is al relatief weinig geld en daarvoor krijg je service, klantvriendelijkheid en een mooi, verzorgd museum.
En wat te denken van de gratis schoolboeken. Lijkt op het eerste gezicht aardig bedacht maar het is uitgelopen op een gedrocht: scholen moeten zelf gaan aanbesteden en hadden een schooljaar de tijd om zich daarop voor te bereiden. Deze aanbestedingswedloop betekent een enorme lastendruk voor de scholen. Waarom dat geld niet beter besteden aan het verhogen van de docentensalarissen?
Als laatste recente voorbeeld noem ik het idee om overgewicht bij kinderen te bestrijden met…regeltjes! Als je maar reclame voor ongezond eten voor kinderen verbiedt dan worden ze niet meer dik? Wel eens gehoord van ouders en opvoeden? Van eigen verantwoordelijkheid? Van kinderen leren zich te beheersen? Van nee zeggen? Heel gewoon hoor. Die van mij willen ook wel lekker frietjes eten of een ijsje. Dat mag soms, tijdens een dagje uit naar sprookjeswonderland afgelopen week bijvoorbeeld, deelden mijn twee jongsten en ik een portie friet en twee kroketten, als lunch. Daarna is het weer gewoon een broodje als lunch en dat vinden ze prima. En zo niet: hoe erg is het als een kind eens huilt als het iets niet krijgt? Dat is helemaal niet erg, integendeel dat is juist heel goed. Daar leert een kind van. Laat het kabinet daar ook eens een lesje uit trekken: zeg eens nee tegen alle reguleringsvoorstellen. Ga voor praktisch en uitvoerbaar. Het gaat immers om wat de mensen werkelijk willen en niet om de overheid die bedenkt wat goed is voor u.
Een schoolvoorbeeld
Zondag, 23 augustus , 2009MKB Amsterdam stelt in 7 adviezen voor 1 amsterdam dat de Amsterdamse politiek o.a. de ambachtsberoepen meer moet promoten las ik gisteren in het Parool. Maatschappelijke en ambachtelijke opleidingen zouden meer perspectief op een baan bieden dan de creatieve beroepen die juist door Amsterdam omarmd worden. Ook in Zaanstad worden oude industriële panden veelal opgeknapt om als broedplaats te dienen voor creatieve bedrijvigheid. Zo schrijf ik dit blogje na een lange drukke dag thuis met mijn drie kindjes en een zieke man, in café-restaurant de Koekfabriek, gevestigd in de oude Verkadefabriek (ja die van de meisjes van Verkade). Ik ben dan ook een echte voorstander van creatieve bedrijvigheid waardoor oude stedelijke gebieden opnieuw tot leven gewekt worden, daarvan is deze Zaanse chocoladefabriek een schoolvoorbeeld. Maar het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Het gaat in beide gevallen immers om het belang van het behouden van kleine bedrijven in de wijk. Niet alleen moet je er cultuur en creativiteit hebben, maar ook kleermakers en herstelbedrijven (zoals garages). MKB Amsterdam stelt terecht de vraag waarom een café wel in de wijk kan blijven en een meubelmaker die met machines werkt niet. Als een gemeente kiest voor behoud van verstedelijking gaat het, zowel voor het café op de hoek als voor de kleermaker verderop in de straat, om het vinden van de balans tussen het handhaven van de leefbaarheid in de wijk en het behouden van een levendige wijk.
Nu lijkt het me niet zeer ingewikkeld om creatievelingen te vinden om broedplaatsen de nodige dosis cultuur te bieden. Veel lastiger is het om tegenwoordig goede ambachtslieden te vinden. Het probleem begint niet pas bij het stimuleren van jongeren om de opleiding te kiezen die de meeste kans biedt op een baan, maar het probleem begint bij die opleidingen zelf. Met de komst van het vmbo werd de lat veel te hoog gelegd. Waarom moeten leerlingen ook nog allerlei theorie leren terwijl ze gewoon heel goed zijn in het werken met hun handen? Terecht vraagt zo’n leerling zich af waarom hij niet lekker mag sleutelen aan auto’s of knutselen met hout. Het onderwijs is een grote regelbrij geworden. Welke hoofdwerker heeft bedacht dat de handwerker onzinnige woordjes moet leren of rijtjes moet stampen?
Het omslagverhaal “afgeschreven. Waarom verklaren wij onze jeugd gek?” (Elsevier 28-03 jl.) maakt pijnlijk duidelijk dat het huidige onderwijssysteem debet is aan de hoge schooluitval. Omdat scholen afgerekend worden op resultaat willen zij steeds minder “moeilijke” kinderen. Waar vroeger in elke klas wel een paar lastige kinderen zaten, eist het onderwijs tegenwoordig heel andere zaken dan vlijt en deugd, maar ligt de nadruk op zelfstandigheid en communicatieve en sociale vaardigheden (kringgesprekken!).
Een-gewoon-een-beetje-een-moeilijk-kind komt alleen maar met een indicatiestelling in aanmerking voor extra begeleiding waardoor een kind op de basisschool al een levenslang etiket opgeplakt krijgt. Leerlingen die voordien bij een strenge doch rechtvaardige vakman in de leer gingen, probeert men nu op de leerfabrieken te behouden.
Kwetsbare kinderen zijn slachtoffer van de onderwijsvernieuwing, aldus de Commissie Dijsselbloem. Dijsselbloem in de Volkskrant van 14-02-2008: “Het hele idee van Weer Samen naar School, waarbij moeilijk lerende kinderen in dezelfde klas zitten als normaal begaafde leerlingen, was gebaseerd op het gelijkheidsideaal van de PvdA. Om die reden werden de lom-scholen in het vmbo geïntegreerd. Om die reden kwam de basisvorming er. Gelijk onderwijs zou voor alle kinderen gelijke kansen creëren. De conclusie is hard: het werkt niet.” Parallel hieraan is de evaluatie- en adviescommissie passend onderwijs ingesteld, onder leiding van oud D66-Kamerlid Ursie Lambrechts, met als opdracht dat voor ieder kind dat wordt aangemeld een onderwijsaanbod tot stand komt dat past bij hun specifieke behoeften.
Maar daarmee heb je de oude ambachtsschool nog steeds niet terug. En al schrijvende in de prachtige Koekfabriek, wordt mijn mening gesterkt dat de politiek creatiever moet durven zijn: waarom kunnen we niet oude verlaten fabrieken door leerlingen van de praktijkschool nieuwe stijl laten opknappen? Dan sla je meteen twee vliegen in een klap: creatieve bedrijvigheid tot stand gebracht door ambachtslieden in opleiding.

