Posts Tagged ‘Broedplaatsen’

Zalig zoet Zaans zeuren

Dinsdag, 15 september , 2009

Zoals Amsterdammers kankeren kunnen Zaankanters zeuren. Teruglezend beginnen mijn blogjes ook wel een wat zeurderige ondertoon te krijgen. Ik heb tot nu toe vooral kritiek op politieke of maatschappelijke huisjes geuit. Daarom liep ik al een paar dagen met iets lekkers in mijn hoofd, een zoet en luchtig onderwerp: Koekjes en chocola!
Onlangs heb ik eindelijk weer een museumjaarkaart aangeschaft. Nu de jongste anderhalf is durfde ik het wel weer aan een museum te betreden. Met A. en de kids waren we bij het Zaans museum beland met het door Koningin Beatrix pas geopende aangrenzende Verkade paviljoen. De jongste had nog nergens oog voor maar de middelste (tweeënhalf) vond het reuze spannend allemaal. Eerst even rennen door het Zaans museum waar vooral de molens hem aanspraken (‘draaimolens’ zoals hij ze noemt). Vervolgens door naar het Verkadepaviljoen zelf waar de nostalgische koek- en chocoladefabriek helemaal nagebouwd is. Er hangen de gele jasjes van de meisjes van Verkade, oude fabrieksfoto’s zijn er te bewonderen, koektrommels en beschuitblikken te zien, maar ook een originele lopende band waar de mariakaakjes en de Verkaderepen vanaf rolden – “koektrein” noemde Middelste die.

En het grappige is dat ik overvallen werd door Zaanse trots, ook al ben ik import. Ik vind het ongelooflijk boeiend dat de Zaanstreek het oudste industriële gebied van Europa, dus ter wereld is. Omdat het houtzagergilde in Amsterdam de komst van molens tegenhield, dat zou maar werkgelegenheid kosten, verrezen de houtzaagmolens in Zaandam. Logistiek gunstig gelegen en als dorp had Zaandam geen gilden. Maar wel een ondernemende bevolking die inspeelde op de nieuwe ontwikkelingen. De nieuwe industrie trok ook weer andere bedrijvigheid aan en zo werd de Zaanstreek één groot industrieel gebied, het eerste (en nu dus oudste) van Europa. Wie kent er niet de Zaanse mosterd, Lassie, Duyvis en niet te vergeten Verkade die nu een lint van industrieel erfgoed aan de Zaan vormen.
Zijn ze daar in Amsterdam nou armer van geworden? Heeft de ondergang van het houtzagergilde door de molens aan de Zaan Amsterdam in de afgrond gedreven? Integendeel, spoedig brak de gouden eeuw aan en Amsterdam werd de rijkste en machtigste stad ter wereld.
De molens aan de paden, die langs de Zaan liggen, zijn weliswaar verdwenen, maar enkele paden midden in het Centrum van Zaandam, zoals het Stuurmanspad, ademen nog de sfeer uit van weleer. Zoals ik eerder al blogde zijn in het post-industriële tijdperk vele oude pakhuizen en fabrieken in oude luister hersteld als broedplaats van creatieve industrie.
Zoals ik eerder al blogde zijn in het post-industriële tijdperk vele oude pakhuizen en fabrieken in oude luister hersteld als broedplaats van creatieve industrie. De Zaan heeft nu een veel meer openbaar karakter gekregen, terrasjes verrijzen, er worden fluisterbootjes verhuurd en de Zaanhopper vormt een lijndienst over water. Dankzij Europese subsidies is er nu ook walstroom waardoor het voor de beroeps- en pleziervaart aantrekkelijker is om aan de Zaan de nacht door te brengen. Een van de meest spraak- en smaakmakende van het moment is de oude Verkadefabriek, tegenwoordig de Zaanse chocoladefabriek genoemd, waar onder andere het hippe restaurant de Koekfabriek is gevestigd.
Verkade sinds 1990 onderdeel van United Biscuits, leeft gewoon voort. De ‘Verenigde Koekjes’ maken nog steeds koekjes onder de naam Verkade; een deel van de oude Verkadefabriek, recht tegenover restaurant de Koekfabriek is nog steeds in bedrijf. Op menig dinsdagochtend mogen wij Zaankanters daarvan getuige zijn als de stad eventjes gedompeld wordt in de geur van Sultana’s, wat ook wel wat heeft. En mede dankzij deze ‘Verenigde Koekjes’ kwam het nieuwe Verkadepaviljoen er, een ode aan de historische Zaanse industrie. Het zou heel dom zijn om ook nu bang te wezen voor veranderingen waarmee wij op dit moment ons geld verdienen. Om vast te houden aan wat we gewend zijn en niet in te spelen op veranderingen en deze als kansen te benutten. Daar wordt niemand armer van, integendeel. Behalve natuurlijk de houtzagers die vasthouden aan het handmatig zagen.
Waarmee ik maar wil zeggen dat bedrijfsovername en Europa niet per definitie een einde aan een merkbeleving hoeft te betekenen, of het opgeven van je nationaliteit. Dankzij de EU leven “onze” meisjes van Verkade juist als nooit te voren.

Een schoolvoorbeeld

Zondag, 23 augustus , 2009

MKB Amsterdam stelt in 7 adviezen voor 1 amsterdam dat de Amsterdamse politiek o.a. de ambachtsberoepen meer moet promoten las ik gisteren in het Parool. Maatschappelijke en ambachtelijke opleidingen zouden meer perspectief op een baan bieden dan de creatieve beroepen die juist door Amsterdam omarmd worden. Ook in Zaanstad worden oude industriële panden veelal opgeknapt om als broedplaats te dienen voor creatieve bedrijvigheid. Zo schrijf ik dit blogje na een lange drukke dag thuis met mijn drie kindjes en een zieke man, in café-restaurant de Koekfabriek, gevestigd in de oude Verkadefabriek (ja die van de meisjes van Verkade). Ik ben dan ook een echte voorstander van creatieve bedrijvigheid waardoor oude stedelijke gebieden opnieuw tot leven gewekt worden, daarvan is deze Zaanse chocoladefabriek een schoolvoorbeeld. Maar het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Het gaat in beide gevallen immers om het belang van het behouden van kleine bedrijven in de wijk. Niet alleen moet je er cultuur en creativiteit hebben, maar ook kleermakers en herstelbedrijven (zoals garages). MKB Amsterdam stelt terecht de vraag waarom een café wel in de wijk kan blijven en een meubelmaker die met machines werkt niet. Als een gemeente kiest voor behoud van verstedelijking gaat het, zowel voor het café op de hoek als voor de kleermaker verderop in de straat, om het vinden van de balans tussen het handhaven van de leefbaarheid in de wijk en het behouden van een levendige wijk.

Nu lijkt het me niet zeer ingewikkeld om creatievelingen te vinden om broedplaatsen de nodige dosis cultuur te bieden. Veel lastiger is het om tegenwoordig goede ambachtslieden te vinden. Het probleem begint niet pas bij het stimuleren van jongeren om de opleiding te kiezen die de meeste kans biedt op een baan, maar het probleem begint bij die opleidingen zelf. Met de komst van het vmbo werd de lat veel te hoog gelegd. Waarom moeten leerlingen ook nog allerlei theorie leren terwijl ze gewoon heel goed zijn in het werken met hun handen? Terecht vraagt zo’n leerling zich af waarom hij niet lekker mag sleutelen aan auto’s of knutselen met hout. Het onderwijs is een grote regelbrij geworden. Welke hoofdwerker heeft bedacht dat de handwerker onzinnige woordjes moet leren of rijtjes moet stampen?

Het omslagverhaal afgeschreven. Waarom verklaren wij onze jeugd gek?” (Elsevier 28-03 jl.) maakt pijnlijk duidelijk dat het huidige onderwijssysteem debet is aan de hoge schooluitval. Omdat scholen afgerekend worden op resultaat willen zij steeds minder “moeilijke” kinderen. Waar vroeger in elke klas wel een paar lastige kinderen zaten, eist het onderwijs tegenwoordig heel andere zaken dan vlijt en deugd, maar ligt de nadruk op zelfstandigheid en communicatieve en sociale vaardigheden (kringgesprekken!).
Een-gewoon-een-beetje-een-moeilijk-kind komt alleen maar met een indicatiestelling in aanmerking voor extra begeleiding waardoor een kind op de basisschool al een levenslang etiket opgeplakt krijgt. Leerlingen die voordien bij een strenge doch rechtvaardige vakman in de leer gingen, probeert men nu op de leerfabrieken te behouden.

Kwetsbare kinderen zijn slachtoffer van de onderwijsvernieuwing, aldus de Commissie Dijsselbloem. Dijsselbloem in de Volkskrant van 14-02-2008: “Het hele idee van Weer Samen naar School, waarbij moeilijk lerende kinderen in dezelfde klas zitten als normaal begaafde leerlingen, was gebaseerd op het gelijkheidsideaal van de PvdA. Om die reden werden de lom-scholen in het vmbo geïntegreerd. Om die reden kwam de basisvorming er. Gelijk onderwijs zou voor alle kinderen gelijke kansen creëren. De conclusie is hard: het werkt niet.” Parallel hieraan is de evaluatie- en adviescommissie passend onderwijs ingesteld, onder leiding van oud D66-Kamerlid Ursie Lambrechts, met als opdracht dat voor ieder kind dat wordt aangemeld een onderwijsaanbod tot stand komt dat past bij hun specifieke behoeften.

Maar daarmee heb je de oude ambachtsschool nog steeds niet terug. En al schrijvende in de prachtige Koekfabriek, wordt mijn mening gesterkt dat de politiek creatiever moet durven zijn: waarom kunnen we niet oude verlaten fabrieken door leerlingen van de praktijkschool nieuwe stijl laten opknappen? Dan sla je meteen twee vliegen in een klap: creatieve bedrijvigheid tot stand gebracht door ambachtslieden in opleiding.