Posts Tagged ‘Add new tag’

Mevrouw bestaat niet

Donderdag, 5 november , 2009

De offerte kinderopvang 2010 die geadresseerd is aan beide ouders opent met “geachte heer”. De inhoud van de boodschap ontgaat mij in eerste instantie. Geachte heer? Geachte heer? Mijn geachte heer zal deze hele offerte niet eens zien omdat deze “mevrouw-bestaat-niet” hier thuis niet alleen de zakelijke, maar ook de privé correspondentie, boekhouding en financiën regelt. Een handtekening mag hij zetten, dat dan weer wel, maar dan alleen maar omdat het in tweevoud moet. Daarom. Dan bekijk ik de machtiging die met twee verschillende invulvelden nog steeds onderscheid maakt tussen bank- en girorekening. De bovenste voor bank, de onderste voor giro. Ik vul de bovenste in.
Postgiro-Rijkspostspaarbank? Postbank? Girorekening? Dat bestaat toch allemaal allang niet meer. En ook al tik ik voor internetbankieren nog steeds in mijn browserbalk je www.postbank.nl in, ik weet best dat ik dan doorgeleid wordt naar www.ing.nl.
Enfin, mijmerend vul ik de machtiging betreffende onze en/of-rekening bij de ING verder braaf in. Onderaan, op de stippellijn staat voorgedrukt de naam van mijn echtgenoot. Ik zet er mijn eigen handtekening. Het is toch een en/of-rekening.
Dat ik met het zetten van mijn handtekening akkoord ga met het feit dat de kinderopvang van mijn beide kinderen volgend jaar per kind maar liefst bijna 40 euro per maand duurder wordt, moet ik echt even herberekenen. De opvang wordt een kwartje per uur duurder. En in verband met de openstelling tussen kerst en oud- en nieuw gaat het gemiddelde aantal uren per maand omhoog. Ik mag ook het contract ontbinden, de opzegtermijn is twee maanden. Maar dat terzijde.

Nee, ik ben niet gauw perplex en ik ben zeker geen feminist of een geëmancipeerde trut. Ik ben geen echtgenote die op haar strepen gaat staan om alles eerlijk te verdelen in het huishouden. Sommige zaken zijn er in geslopen, dat is met name ontstaan rondom de geboorte van onze oudste. Ik werd ontzien waar het ging om zwaar tilwerk omdat ik vanwege zwangerschap, bekkenpijn en later na een keizersnede niet kon of mocht tillen. Inmiddels is het zo dat wie kookt niet opruimt, dat manlief de buitenboel doet (tuin, schuur, vuilnis) en dat ik binnen doe. Boodschappen doen we hoe het uitkomt evenals de kinderen halen en brengen. Het gaat zoals het gaat en we rekenen elkaar er niet op af. Het is wel duidelijk zo maar niet strikt. Dus nee, je kan van mij niet beweren dat ik een tuinbroeken Dolle Mina type ben. Maar het feit dat een officiële grote professionele organisatie, een kinderopvangorganisatie notabene, het presteert om zich in haar correspondentie uitsluitend te richten op de heer des huizes vind ik eufemistisch gezegd niet kunnen. Zijn het bij kinderopvangorganisaties niet vrijwel uitsluitend vrouwen die er werken? De brief was nota bene opgesteld door een vrouw. Wat is dat dan toch dat vrouwen zichzelf zo kleineren? Glazen plafonds? Nee, als het hier al misgaat is er nog helemaal geen plafond in zicht maar is het één grote papieren barrière, papierbakken vol…

Stem wijzer!

Dinsdag, 20 oktober , 2009

Van de week heb ik voor het eerst een PVV stemmer gesproken: mijn oude buurmeisje uit Amsterdam Zuid, domineesdochter uit een hecht gezin met vijf kinderen. We zijn elkaar jaren geleden uit het oog verloren. Tijdens het gesprek liet ze zich per ongeluk ontvallen PVV gestemd te hebben. Maar wat ik ook over haar stemgedrag mag denken, één ding moet ik haar wel nageven: toen de winkel waar zij werkte onlangs failliet ging, weigerde zij een uitkering aan te vragen. Als gescheiden vrouw van net veertig jaar, met Hbo-diploma die jaren lang met haar ex-man een eigen bedrijf runde, heeft zij zich direct aangemeld bij de thuiszorg. Zij kon binnen een week aan de slag en inmiddels werkt zij er bijna fulltime. Ik moet zeggen dat ik echt bewondering heb voor die eigen kracht.
Mijn buurmeisje kon altijd met iedereen goed overweg, ongeacht kleur, godsdienst of sociaal-maatschappelijke afkomst; iets wat in Amsterdam Zuid kringen niet altijd even vanzelfsprekend was, zoals ook Robert Vuijsjes “Alleen maar nette mensen” pijnlijk illustreert. En die houding is nu precies die eigen kracht waardoor zij zich niet te goed voelt om op haar 41e op haar knieën de wc’s van oude mensen te boenen. Zou de PVV qua eigen kracht dan toch wat gemeen hebben met D66, zij past immers helemaal niet in het beeld van de PVV stemmer.

Ach, dé Nederlander bestaat niet, maar de hardwerkende Nederlander daarentegen bestaat al heel lang. Deze soundbyte werd nieuw leven ingeblazen door VVD-leider Rutte tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in 2007. Een slimme zet, omdat hij hiermee als oppositiepartij probeert alle hardwerkende Nederlanders ongeacht hun politieke kleur aan te spreken. Ooit was er het orakel uit Diever dat trachtte de hardwerkende Nederlander tot medestander te maken tegen een kabinet dat wilde investeren in de samenleving; ‘openbare voorzieningen boven particuliere welvaart’ was het adagium van de Amerikaanse econoom Galbraith, die Joop den Uyl inspireerde tot het motto ‘de boel bij elkaar houden’ opnieuw tot leven gewekt door Job Cohen.

Maar wat klopt er van het beeld dat politiek vroeger bestemd was voor oude grijze heren met bolhoeden die elkaar op eloquente wijze trachtten de loef af te steken, terwijl Kamerleden bewindspersonen tegenwoordig zelfs uitmaken voor “knettergek”? Juist in de tijd van Den Uyl, Wiegel en Van Agt was het debat politiek vuurwerk waarin de mensen zich herkenden. In de jaren daarna veranderde de samenleving in rap tempo. Door het polderen verzandde het debat dat steeds politiek correcter, regentesker en technocratischer werd. Mensen voelden zich niet meer vertegenwoordigd, er ontstond een kloof tussen burger en politiek. Het populisme werd node gemist.
Niet alleen de opkomst (en ondergang) van de LPF en de populariteit van Geert Wilders, ook de financiële crisis en de uitputting van de fossiele brandstoffen nopen tot herwaardering van onze leefomgeving, op macro- en microniveau. En zoals zo vaak is een crisis een opmaat tot verandering. De huidige financiële crisis heeft een toenemend aantal werklozen tot gevolg. Interessant is de manier waarop mensen omgaan met onvrijwillige werkloosheid. In de tijden van Joop den Uyl vierde het sociale vangnet, de bijstandsuitkering, hoogtij. Het recht op een uitkering was welhaast verworden tot een van de grondrechten, het zoeken naar werk allerminst verplicht. Vadertje staat zorgde voor je waardoor de bijstandsgerechtigden (uitkeringstrekkers heetten die toen nog gewoon) meer en meer afhankelijk werden.

Waar kinderen in een gezinssituatie opgevoed worden met als doel zich te ontplooien tot zelfstandige individuen, kwamen de uitkeringsafhankelijken van de jaren zeventig juist steeds verder van de samenleving af te staan. Wilde je niet werken want je vond werken niet zo leuk? Geen probleem, er waren immers genoeg hardwerkende Nederlanders die hun geld welhaast vrijwillig afstonden ten behoeve van deze groep. Passende arbeid moest nog uitgevonden worden en re-integratietrajecten? Dat woord had men toen echt nog niet kunnen verzinnen.
Tegenwoordig zit de gemeente als uitvoerende instantie van de Wet werk en bijstand er bovenop: de werkloze is werkzoekende geworden, banenmarkten, participatie en integratienota’s beogen een ieder te betrekken bij de samenleving, niet alleen op werk maar ook op sociaal-maatschappelijk gebied. Door het opleggen van verplichtingen en controle-instrumenten maak je de huidige werkzoekende vaak ook weer als vleugellam kind onder de vleugels van de paternalistische staat.
Toen ik eind augustus bij de boekpresentatie was van Vertrouw op de eigen kracht van mensen, van de permanente campagnecommissie, lanceerde D66 Utrecht een voorstel voor aanpassing van de Wet werk en bijstand als voorbeeld van deze eigen kracht. Door het geven van een stuk vertrouwen en de mogelijkheid tot kiezen, kan je veel meer bereiken dan door het werken met ge- en verboden. Met mijn oude vriendinnetje komt het vast goed, met haar eigen kracht als kompas voor haar stemwijzer.

Oh la la, La Haye

Woensdag, 30 september , 2009

Gisteren hoorde ik dat de Europese Commissie bezig is met het uitreiken van literatuurprijzen. De prijzen zijn bedoeld om de culturele diversiteit in de EU te bevorderen en de rijkdom van de hedendaagse literatuur in Europa meer zichtbaar maken, aldus de website. De prijsuitreiking is een van de weinige initiatieven van de Europese Unie – naast Europese steun voor het vertalen van romans in Europese talen – om lezers kennis te laten maken met hedendaagse literatuur uit andere EU-lidstaten. Met de lancering van de European Union Prize for Literature voor jonge talenten wil de Europese Commissie daar verandering in brengen.
Door eens niet te de nadruk te leggen op de door de burger zo gevreesde Brusselse regels, hoopt de Commissie de EU-onderdanen iets meer van een positief Europa gevoel te geven. Bovendien is het uitgangspunt in het Europees cultuurbeleid ‘Eenheid in verscheidenheid’. Op het terrein van cultuur streven de lidstaten uitdrukkelijk niet naar harmonisatie, maar werkt de Europese Unie zo veel mogelijk samen. Het Europees cultuurbeleid ondersteunt en is dus bedoeld als aanvulling op nationaal beleid.
Gisteren is een begin gemaakt met het uitreiken van de prijzen en in 2011 moet uit elk land ten minste één auteur bekroond zijn. Daarnaast wordt elk jaar één bekende persoonlijkheid uit de literaire wereld verkozen worden tot Europees ambassadeur voor literatuur, zo vervolgt de site. Ik ben eens gaan opzoeken hoe de procedure van deze prestigieuze literatuurprijs in zijn werk gaat en kwam –na best lang zoeken- tot de volgende constatering: De eerste editie had gisteren plaats in Brussel tijdens een ceremonie in aanwezigheid van hooggeplaatste personen uit de culturele, literaire en politieke sector samen met een breed Europees publiek. De Zweedse thrillerauteur Henning Mankell reikte 5000 euro er uit aan onder andere de Ierse auteur Karen Gillece voor haar roman Longshore Drift, Francaise Emmanuelle Pagano voor Les Adolescents Troglodytes en de Noor Carl Frode Tiller voor Innsirkling. De prijzen worden vervolgens in drie fasen uitgereikt, dit jaar, volgend jaar en in 2010. Iedere keer zijn er elf of twaalf winnaars, zodat uiteindelijk in 2011 uit elk van de 34 deelnemende landen van het EU programma cultuur een winnend talent genomineerd is. Beslist ook een prestigieuze procedure te noemen.

Hoewel ik als wetgevingsjurist in Den Haag gewerkt heb en durf te beweren de stad redelijk goed te kennen was er toch een verandering te bespeuren toen ik er afgelopen weekend met A. zijn verjaardag te vierde. Kinderen waren thuis bij een vriendin en een oppas. Het was zalig, eindelijk uitslapen, roomservice bracht ontbijt op bed, fietsen door de duinen naar het strand, cultuur snuiven in musea, winkelen en culinair genieten. Slenterend langs de mooi verlichte Lange Voorhout waanden wij ons in Parijs, winkelend op de Denneweg en Noordeinde waanden wij ons in Parijs en etend in Bistro Le Haricot Vert, met een in Oostende wonende Nederlands sprekende Fransman als gastheer, waanden wij ons in Parijs. Zelfs ons hotel had een Franse naam. Hieruit kan ik maar één conclusie trekken: het vrije verkeer van personen, werknemers, goederen en diensten an sich heeft meer effect op de ontwikkeling van een Europees cultureel gevoel dan de uitreiking van een literaire prijs die jaren duurt, hoe sympathiek ook. Dus wat dat betreft mag Den Haag voortaan wel La Haye heten.

26092009910

Hotel des Indes: notre petit déjeuner

Klaag niet (meer)!

Maandag, 17 augustus , 2009

“Huisarts moet eerder mond open doen”, maar hoe zit het met de patiënt? Huisartsen moeten patiënten met een zeer ongezonde levensstijl minder ontzien, dat vindt voormalig hoofd van de huisartsenopleiding aan de VU. Dat komt uiteindelijk niet alleen de patiënt ten goede maar ook de kosten van de gezondheidszorg. Bovendien kan het voor de patiënt net dat duwtje in de goede richting zijn om te stoppen met roken of te beginnen met afvallen. In de paar jaar dat ik overgewicht had, heeft mijn huisarts nooit beaamd dat het ongezond is om dik te zijn, en dat je je er ongelukkig door kan voelen. Door het probleem niet te benoemen, lijkt het niet te bestaan. Als patiënt kan je daardoor denken dat het dus wel meevalt. Overigens heb ik mezelf tot de orde geroepen en ga ik inmiddels vijfentwintig kilo lichter en luchtiger door het leven.
Als je voor jezelf en je gezin de beste huisarts wil kiezen dan kan dat dankzij de vrije marktwerking in de zorg, zou je denken. In onze woonplaats Zaandam blijken huisartsen echter elkaar de hand boven het hoofd te houden: je kan niet van huisarts veranderen. Niet vanwege overvolle praktijken, als nieuwkomer van buiten de gemeente is er namelijk gewoon plek.
Dit riekt naar oneerlijke concurrentie: huisartsen hebben onderlinge afspraken en houden elkaar de hand boven het hoofd. Zo houden de minder populaire huisartsen toch een lekker volle praktijk. Niemand vindt het vreemd dat je je brood bij de lekkerste bakker wil kopen, terwijl een andere bakker ook best goed is. Maar de beste huisarts kiezen blijkt niet te kunnen? De zaak aanhangig maken bij de NZa (Nederlandse Zorgautoriteit) bleek na veel ‘contactmomenten’ geen soelaas te bieden omdat een huisarts geen contracteerplicht heeft. Eventueel zouden we nog naar de NMa kunnen gaan maar die kans werd zeer klein geacht. Als gewone consument is dit een wel heel omslachtige bedoening en je moet een flinke dosis tijd, energie en bovenal geduld hebben om door te pakken.

Onwillekeurig moest ik denken aan de betuttelende overheidscampagne over het noodpakket: men neme een radio op batterijen, afgestemd op de nationale rampenzender Radio 1. Dat is pas echt een ramp! De etherfrequentie van Radio 1 is zo slecht dat je soms alleen maar ruis hoort. Ooit heb ik een poging gewaagd te klagen over de slechte dekking van Radio 1, maar strandde ditmaal bij het Agentschap Telecom: ik werd teruggebeld door een zeer vriendelijke meneer die lang-verhaal-kort-gemaakt zei dat je geacht wordt een antenne te hebben die tien meter boven het maaiveld uitsteekt. Alleen wanneer er dan nog sprake is van storing, heeft het zin om te klagen. Over de uitschuifbaarheid tot meer dan tien meter boven het maaiveld van de antenne van de transistorradio van het noodpakket hield ik maar wijselijk mijn mond.

Door dergelijke technocratische en bureaucratische procedures zinkt de moed de gewone burger in de schoenen. Volgens de wet klopt het maar voor het gevoel niet. Ondertussen zijn de oplossingen zo dichtbij: door het opheffen van de numerus fixus voor geneeskundestudenten bijvoorbeeld komen er veel meer artsen waardoor de goede vanzelf boven komen drijven. Stop met het verzinnen van technocratische regels. Laat de markt gewoon zijn werk maar doen.