Zaanstad heeft een prijs gewonnen voor duurzaam vervoer en energiebesparing. Mijn gemeente kreeg deze prijs voor de investeringen die gedaan zijn tijdens de Week van de Vooruitgang. Zo heeft de gemeente elektrische auto’s en scooters gekocht en oplaadplaatsen gemaakt voor duurzame vervoersmiddelen. Zaanstad is nu ook voorgedragen voor een Europese prijs. En wanneer het nieuwe stadhuis medio volgend jaar eenmaal in gebruik is genomen zal de gemeente Zaanstad een ontmoedigingsbeleid gaan voeren voor de ambtenaren die met de auto willen komen, bijvoorbeeld door nauwelijks parkeerplekken beschikbaar te hebben. Het nieuwe stadhuis ligt immers zo’n beetje ín het station.
Zoals iedere ochtend als ik mijn kinderen in de bakfiets naar school en de crèche breng, keek ik ook deze ochtend weer vol verwondering naar de voortgang van dit nieuwe Zaanse stadshart Inverdan, met een knettergek hotel en ons nieuwe stadhuis in wording. Ik vind het machtig mooi om te zien hoe alles wat eerst alleen op papier of digitaal in 3D te zien was, nu ook in real life gestalte krijgt; helemaal sinds ik sinds deze week door de leden op nummer 2 van de kandidatenlijst voor D66 Zaanstad gekozen ben. Ook mijn middelste van bijna drie volgt met belangstelling wat de Bob de Bouwers allemaal aan het doen zijn, niet alleen vanaf de fiets maar ook vanuit de ramen van zijn crèche: die bevindt zich namelijk eerste rang in de Saentoren middenin Inverdan.
Inmiddels heeft het immense stadhuis echte dakpannen gekregen. Sowieso vind ik het geweldig dat zo’n gebouw überhaupt een puntdak heeft. We zijn na de jaren ’90 wel een beetje klaar met de platte betonblokken. En tussen die gezellige oranje dakpannen zag ik vanochtend wat onregelmatigheden. Na nog beter gekeken te hebben, voor zover dat kan gezien de hoogte van de gebouwen, meende ik zwaluwkastjes te ontwaren. Als echte gierzwaluw liefhebber, maakte mijn hart een sprongetje. Ik durf gerust te zeggen dat Zaanstad qua duurzaamheid een goed eind op weg is.
Toen ik de kinderen had weggebracht en mijn straat weer in fietste zag ik een enorme hoogwerker manoeuvreren. Dat verbaast mij niets, aangezien onze straat aan de voet van Inverdan ligt, is hier vaak flink wat reuring. Maar wie schetste mijn verbazing toen ik zag dat deze hoogwerker niet bestemd was voor Inverdan maar voor de glazenwassers van een bankfiliaal van maar liefst twee (!) etages “hoog.”
Hoe regelgeving kan doorschieten: terwijl de “Bob de Bouwers” meer dan huizenhoog in tuigjes vastgeklonken op steigers en in hijskranen aan het werk zijn, zijn op een steenworp afstand twee glazenwassers aan het werk. Dat zij in een wolk van CO2 uitstoot omgeven door het immense lawaai van de dieselmotor van de hoogwerker, op slechts een meter of twee of drie van de grond, aan het werk zijn doet daar niet aan af. Om nog maar te zwijgen over het geld dat de huur van een hoogwerker kost.
Een duurzame overheid, duurzaam bouwen, duurzaam bankieren? Om echt duurzaam te werken binnen de héle gemeente hebben we nog een lange weg te gaan….


