Archief voor september, 2009

Oh la la, La Haye

Woensdag, 30 september , 2009

Gisteren hoorde ik dat de Europese Commissie bezig is met het uitreiken van literatuurprijzen. De prijzen zijn bedoeld om de culturele diversiteit in de EU te bevorderen en de rijkdom van de hedendaagse literatuur in Europa meer zichtbaar maken, aldus de website. De prijsuitreiking is een van de weinige initiatieven van de Europese Unie – naast Europese steun voor het vertalen van romans in Europese talen – om lezers kennis te laten maken met hedendaagse literatuur uit andere EU-lidstaten. Met de lancering van de European Union Prize for Literature voor jonge talenten wil de Europese Commissie daar verandering in brengen.
Door eens niet te de nadruk te leggen op de door de burger zo gevreesde Brusselse regels, hoopt de Commissie de EU-onderdanen iets meer van een positief Europa gevoel te geven. Bovendien is het uitgangspunt in het Europees cultuurbeleid ‘Eenheid in verscheidenheid’. Op het terrein van cultuur streven de lidstaten uitdrukkelijk niet naar harmonisatie, maar werkt de Europese Unie zo veel mogelijk samen. Het Europees cultuurbeleid ondersteunt en is dus bedoeld als aanvulling op nationaal beleid.
Gisteren is een begin gemaakt met het uitreiken van de prijzen en in 2011 moet uit elk land ten minste één auteur bekroond zijn. Daarnaast wordt elk jaar één bekende persoonlijkheid uit de literaire wereld verkozen worden tot Europees ambassadeur voor literatuur, zo vervolgt de site. Ik ben eens gaan opzoeken hoe de procedure van deze prestigieuze literatuurprijs in zijn werk gaat en kwam –na best lang zoeken- tot de volgende constatering: De eerste editie had gisteren plaats in Brussel tijdens een ceremonie in aanwezigheid van hooggeplaatste personen uit de culturele, literaire en politieke sector samen met een breed Europees publiek. De Zweedse thrillerauteur Henning Mankell reikte 5000 euro er uit aan onder andere de Ierse auteur Karen Gillece voor haar roman Longshore Drift, Francaise Emmanuelle Pagano voor Les Adolescents Troglodytes en de Noor Carl Frode Tiller voor Innsirkling. De prijzen worden vervolgens in drie fasen uitgereikt, dit jaar, volgend jaar en in 2010. Iedere keer zijn er elf of twaalf winnaars, zodat uiteindelijk in 2011 uit elk van de 34 deelnemende landen van het EU programma cultuur een winnend talent genomineerd is. Beslist ook een prestigieuze procedure te noemen.

Hoewel ik als wetgevingsjurist in Den Haag gewerkt heb en durf te beweren de stad redelijk goed te kennen was er toch een verandering te bespeuren toen ik er afgelopen weekend met A. zijn verjaardag te vierde. Kinderen waren thuis bij een vriendin en een oppas. Het was zalig, eindelijk uitslapen, roomservice bracht ontbijt op bed, fietsen door de duinen naar het strand, cultuur snuiven in musea, winkelen en culinair genieten. Slenterend langs de mooi verlichte Lange Voorhout waanden wij ons in Parijs, winkelend op de Denneweg en Noordeinde waanden wij ons in Parijs en etend in Bistro Le Haricot Vert, met een in Oostende wonende Nederlands sprekende Fransman als gastheer, waanden wij ons in Parijs. Zelfs ons hotel had een Franse naam. Hieruit kan ik maar één conclusie trekken: het vrije verkeer van personen, werknemers, goederen en diensten an sich heeft meer effect op de ontwikkeling van een Europees cultureel gevoel dan de uitreiking van een literaire prijs die jaren duurt, hoe sympathiek ook. Dus wat dat betreft mag Den Haag voortaan wel La Haye heten.

26092009910

Hotel des Indes: notre petit déjeuner

De Boldootkar van de calculerende overheid

Zondag, 20 september , 2009

De vuilnisophaaldienst, opgericht door Dr. Sarphati eind 19e eeuw, betekende een grote vooruitgang op het gebied van de volksgezondheid. Toen later ook nog een rioleringsstelsel werd aangelegd was dit het definitieve einde van de Boldootkar. De vooruitgang zat hem vooral in het feit dat nu ook de gewone man aangesloten werd op het riool, hetgeen algemene volksgezondheid naar een hoger plan tilde. Geen vuilnis en poep meer in de straten en grachten en je hoefde niet meer je emmertje stront te bewaren tot het dagelijks opgehaald werd.
Nu ruim een eeuw later is de vuilnisophaaldienst veranderd in een vuilnisbrengservice: oud papier, flessen, klein chemisch afval en nu ook plastic moet je als burger apart inzamelen. Dat betekent ook dat je het thuis zo moet regelen dat je een plek en een systeem creëert voor de opslag van deze gescheiden afvalstromen.
Een maand geleden kregen wij in Zaandam een enveloppe van de gemeente geadresseerd aan “de bewoners van dit pand” met een mooie plastic zak erin: vanaf 1 september is het mogelijk om naast GFT, papier, glas, KCA en restafval ook plastic “aan te bieden” op 20 locaties in heel Zaanstad (bijna 150.000 inwoners). Vandaag hadden we een flinke bakfiets vol plastic verzameld en A. ging met de middelste de ervaring van de nieuwe plasticbak eens meemaken. Maar de plasticbak was overvol dus onze zuur verzamelde zak (ieder boterhamzakje, dopje en vleeswarenverpakking was er in verzameld) konden we er niet in kwijt.
Want het klinkt heel mooi maar je kan echt niet iedere ochtend op weg naar je werk met een bakfiets vol kinderen, schooltassen, flessen, papier (wij hebben inmiddels drie kranten) en plastic, nog even langs de diverse bakken rijden. Dat sparen wij dus op.
Daarnaast hebben we in Zaanstad een grijze kliko (dat wóórd!) en een groene, die om de week opgehaald worden. Dat betekent dus dat we (lees: A. want dat is ook hier een mannentaak) de ene week de grijze en de andere week de groene bak buiten mogen aanbieden. Met uitzondering van de zomermaanden, dan mag A. de groene bak zelfs wekelijks op de stoep zetten. Met twee kinderen in de luiers betekent dit overigens dat wij nog steeds onze eigen bolddootkar hebben, die niet eens dagelijks maar eens in de veertien dagen geleegd wordt. Of je dit vooruitgang kan noemen laat ik maar even buiten beschouwing.
We worden als burger door de overheid continu gebombardeerd met hoe slecht we allemaal voor het milieu zijn. We moeten allemaal meewerken, want anders zijn we hartstikke schuldig aan de opwarming van de aarde. Terwijl diezelfde calculerende overheid uitgaat van een inzamel en aanbiedingspercentage van pakweg 10 procent. Pas als de plasticbakken steeds meer blijvend uitpuilen zullen ze de capaciteit uitbreiden. Maar de burger die nu tevergeefs met zijn zak vol plasticafval aankomt is sowieso schuldig. Schuldig aan het naast de voor plasticinzameling bestemde bakken aanbieden van plasticafval, of schuldig aan het niet aanbieden van plasticafval. Wij zijn vanaf vandaag dus schuldig aan het laatste: wij gaan geen plastic meer verzamelen. En zo gaat het idee van plastic inzamelen aan zijn eigen succes ten onder. Als de calculerende overheid nou eens zou beginnen met alle gescheiden afvalstromen thuis op te halen, dan halen ze geheid meer op en sparen ze de burger tevergeefs gesleep met een bonte verzameling afval. En om het positief af te sluiten: het levert een burger op die zich niet meer schuldig maar nuttig voelt.

"Plastic kun je beter scheiden"

21e eeuw: is de Boldootkar weer terug?

Boekdelen vol beleid

Woensdag, 16 september , 2009

De stapel boeken die Alexander Pechtold vanochtend tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen tevoorschijn haalde, sprak letterlijk boekdelen. Deze stapel vormt de trieste aanblik van rapporten die in de afgelopen kabinetsperiode opgesteld zijn. Pechtold noemde onder meer rapporten van de WRR en het rapport van de Commissie Gerritse. Er liggen al zoveel rapporten, en nu wil het huidige kabinet opnieuw een brede maatschappelijke discussie. Ze zijn in ons land erg goed in het instellen van commissies en het maken van beleid. Veel beleid, liefst verpakt met een grote strik van regeltjes. De vliegtaks is daar een mooi voorbeeld van: met een regel proberen de CO2 uitstoot te reduceren. Door belasting te heffen op vliegreizen zou de stoute burger het wel afleren om onnodig te gaan vliegen. We weten inmiddels dat deze vliegbelasting een zachte landing heeft gemaakt in de archieven: de burger is namelijk nogal vindingrijk en laat zich niet vangen in regeltjes en beleid achter de tekentafel uitgedokterd. Nee de burger denkt en handelt praktisch: we willen gewoon zo efficiënt mogelijk van A naar B, en tegenwoordig kijken we over ’s lands grenzen en pakken net zo lief een vlucht vanuit Dusseldorf of Brussel.
Wat pas echt effect gehad zou hebben op het aantal vliegbewegingen is wanneer de HSL van Amsterdam naar Parijs gewoon was gaan rijden volgens planning. Maar nee, men was bijvoorbeeld vergeten de treintjes bijtijds te bestellen. Ondertussen liggen de rails te roesten. Of wat te denken van het doortrekken van een stukje A4? Ook al zo ingewikkeld. Daar moeten we maar weer heel veel rapporten tegenaan gooien
En zo blijft ons landje telkenmale hangen op veel regels zonder daadwerkelijke uitvoering.
Ik roep de poging om musea gratis te maken in herinnering. Gelukkig ging dat niet door. Je moet er toch niet aan denken, musea gratis en dan bezuinigen op personeel? Geen toezicht of service meer. Het museum zou dan de functie van gratis dagopvang krijgen. Vorige week kocht ik een nieuwe museumjaarkaart. Kostte nog geen vier tientjes, die heb je er in een paar keer al uit. Dat is al relatief weinig geld en daarvoor krijg je service, klantvriendelijkheid en een mooi, verzorgd museum.
En wat te denken van de gratis schoolboeken. Lijkt op het eerste gezicht aardig bedacht maar het is uitgelopen op een gedrocht: scholen moeten zelf gaan aanbesteden en hadden een schooljaar de tijd om zich daarop voor te bereiden. Deze aanbestedingswedloop betekent een enorme lastendruk voor de scholen. Waarom dat geld niet beter besteden aan het verhogen van de docentensalarissen?
Als laatste recente voorbeeld noem ik het idee om overgewicht bij kinderen te bestrijden met…regeltjes! Als je maar reclame voor ongezond eten voor kinderen verbiedt dan worden ze niet meer dik? Wel eens gehoord van ouders en opvoeden? Van eigen verantwoordelijkheid? Van kinderen leren zich te beheersen? Van nee zeggen? Heel gewoon hoor. Die van mij willen ook wel lekker frietjes eten of een ijsje. Dat mag soms, tijdens een dagje uit naar sprookjeswonderland afgelopen week bijvoorbeeld, deelden mijn twee jongsten en ik een portie friet en twee kroketten, als lunch. Daarna is het weer gewoon een broodje als lunch en dat vinden ze prima. En zo niet: hoe erg is het als een kind eens huilt als het iets niet krijgt? Dat is helemaal niet erg, integendeel dat is juist heel goed. Daar leert een kind van. Laat het kabinet daar ook eens een lesje uit trekken: zeg eens nee tegen alle reguleringsvoorstellen. Ga voor praktisch en uitvoerbaar. Het gaat immers om wat de mensen werkelijk willen en niet om de overheid die bedenkt wat goed is voor u.

Zalig zoet Zaans zeuren

Dinsdag, 15 september , 2009

Zoals Amsterdammers kankeren kunnen Zaankanters zeuren. Teruglezend beginnen mijn blogjes ook wel een wat zeurderige ondertoon te krijgen. Ik heb tot nu toe vooral kritiek op politieke of maatschappelijke huisjes geuit. Daarom liep ik al een paar dagen met iets lekkers in mijn hoofd, een zoet en luchtig onderwerp: Koekjes en chocola!
Onlangs heb ik eindelijk weer een museumjaarkaart aangeschaft. Nu de jongste anderhalf is durfde ik het wel weer aan een museum te betreden. Met A. en de kids waren we bij het Zaans museum beland met het door Koningin Beatrix pas geopende aangrenzende Verkade paviljoen. De jongste had nog nergens oog voor maar de middelste (tweeënhalf) vond het reuze spannend allemaal. Eerst even rennen door het Zaans museum waar vooral de molens hem aanspraken (‘draaimolens’ zoals hij ze noemt). Vervolgens door naar het Verkadepaviljoen zelf waar de nostalgische koek- en chocoladefabriek helemaal nagebouwd is. Er hangen de gele jasjes van de meisjes van Verkade, oude fabrieksfoto’s zijn er te bewonderen, koektrommels en beschuitblikken te zien, maar ook een originele lopende band waar de mariakaakjes en de Verkaderepen vanaf rolden – “koektrein” noemde Middelste die.

En het grappige is dat ik overvallen werd door Zaanse trots, ook al ben ik import. Ik vind het ongelooflijk boeiend dat de Zaanstreek het oudste industriële gebied van Europa, dus ter wereld is. Omdat het houtzagergilde in Amsterdam de komst van molens tegenhield, dat zou maar werkgelegenheid kosten, verrezen de houtzaagmolens in Zaandam. Logistiek gunstig gelegen en als dorp had Zaandam geen gilden. Maar wel een ondernemende bevolking die inspeelde op de nieuwe ontwikkelingen. De nieuwe industrie trok ook weer andere bedrijvigheid aan en zo werd de Zaanstreek één groot industrieel gebied, het eerste (en nu dus oudste) van Europa. Wie kent er niet de Zaanse mosterd, Lassie, Duyvis en niet te vergeten Verkade die nu een lint van industrieel erfgoed aan de Zaan vormen.
Zijn ze daar in Amsterdam nou armer van geworden? Heeft de ondergang van het houtzagergilde door de molens aan de Zaan Amsterdam in de afgrond gedreven? Integendeel, spoedig brak de gouden eeuw aan en Amsterdam werd de rijkste en machtigste stad ter wereld.
De molens aan de paden, die langs de Zaan liggen, zijn weliswaar verdwenen, maar enkele paden midden in het Centrum van Zaandam, zoals het Stuurmanspad, ademen nog de sfeer uit van weleer. Zoals ik eerder al blogde zijn in het post-industriële tijdperk vele oude pakhuizen en fabrieken in oude luister hersteld als broedplaats van creatieve industrie.
Zoals ik eerder al blogde zijn in het post-industriële tijdperk vele oude pakhuizen en fabrieken in oude luister hersteld als broedplaats van creatieve industrie. De Zaan heeft nu een veel meer openbaar karakter gekregen, terrasjes verrijzen, er worden fluisterbootjes verhuurd en de Zaanhopper vormt een lijndienst over water. Dankzij Europese subsidies is er nu ook walstroom waardoor het voor de beroeps- en pleziervaart aantrekkelijker is om aan de Zaan de nacht door te brengen. Een van de meest spraak- en smaakmakende van het moment is de oude Verkadefabriek, tegenwoordig de Zaanse chocoladefabriek genoemd, waar onder andere het hippe restaurant de Koekfabriek is gevestigd.
Verkade sinds 1990 onderdeel van United Biscuits, leeft gewoon voort. De ‘Verenigde Koekjes’ maken nog steeds koekjes onder de naam Verkade; een deel van de oude Verkadefabriek, recht tegenover restaurant de Koekfabriek is nog steeds in bedrijf. Op menig dinsdagochtend mogen wij Zaankanters daarvan getuige zijn als de stad eventjes gedompeld wordt in de geur van Sultana’s, wat ook wel wat heeft. En mede dankzij deze ‘Verenigde Koekjes’ kwam het nieuwe Verkadepaviljoen er, een ode aan de historische Zaanse industrie. Het zou heel dom zijn om ook nu bang te wezen voor veranderingen waarmee wij op dit moment ons geld verdienen. Om vast te houden aan wat we gewend zijn en niet in te spelen op veranderingen en deze als kansen te benutten. Daar wordt niemand armer van, integendeel. Behalve natuurlijk de houtzagers die vasthouden aan het handmatig zagen.
Waarmee ik maar wil zeggen dat bedrijfsovername en Europa niet per definitie een einde aan een merkbeleving hoeft te betekenen, of het opgeven van je nationaliteit. Dankzij de EU leven “onze” meisjes van Verkade juist als nooit te voren.

We zijn er allemaal gloeiend bij!

Vrijdag, 4 september , 2009

Met leedwezen las ik de necrologie voor de gloeilamp in NRC-Handelsblad: we zijn er massaal ingeluisd. Ergens tussen de kleine lettertjes in de slotverklaring van een Europese top is de gloeilampverbanning erin geslopen, te beginnen met een productiestop op de 100 watt lamp sinds 1 september. En de lampenlobby is de lachende derde. Op spaarlampen wordt veel meer verdiend dan op gloeilampen. Wat zal Philips hier blij mee zijn.
Het hele gloeilampenverbod levert overigens een verwaarloosbare besparing op maar wel veel ergernissen: Onze middelste is zindelijk aan het worden. Zodra hij moet klinkt het: “gauw gauw, rennen rennen!” Wel eens een peuter in die toestand op een wc gezet met een spaarlamp? Tegen de tijd dat een peuterplasje klaar is, is het licht pas op volle sterkte. Moeten we hem in het donker laten plassen? Of de hele dag de spaarlamp laten branden? Over besparing gesproken. Wat te denken van een flesje wijn uit de kelder halen? Dan mag je voortaan een zaklamp meenemen of komen daar ook spaarlampen in?
Waar je ook niemand over hoort: een lamp zelf geeft ook warmte af; ‘s winters branden lampen vaker en langer vanwege de donkere, korte dagen. Dat levert dus rechtstreeks een besparing op de gasrekening op.
Gelukkig hebben we Human Lights Watch en heeft Boris van der Ham spijt. Want afgezien van bovenstaand klein huishoudelijk en betuttelend leed, valt veel meer op het gloeilampverbod af te dingen. Ik noem de blauwwaardes van spaarlampen (vergelijkbaar met een beeldscherm) die de aanmaak van melatonine remmen, het hormoon dat nodig is om onze biologische klok te regelen. Mensen met slaapstoornissen, zoals mensen met ADHD of met DSPS (delayed sleep phase syndrome), wordt afgeraden ’s avonds te lang achter het beeldscherm te zitten. Wordt hen straks ook afgeraden ’s avonds het licht aan te doen?

Wij hebben hier in huis overigens al jaren op strategische plekken spaarlampen hangen: namelijk op die plekken waar lampen langdurig branden, zoals de buitenlampen bij de voordeur. Wel hebben we kroonluchters, met dimmers. Inderdaad, voor sfeerverlichting, die lampen zijn nooit op volle sterkte dankzij de dimmers. Dat spaart ook weer. Ooit een kroonluchter met spaarlampen gezien. Ik kan er alleen maar heel hard om lachen.
Wat nou een beter milieu begint bij jezelf? Een beter milieu begint bij verandering van mentaliteit, zoals zelf zo slim zijn om spaarlampen op de juiste plekken te hangen, vaker fietsen, de auto de deur uit te doen en te gaan autodelen, zoals minder of alleen nog maar biologisch vlees eten (lees mijn vorige blogs). De overheid moet ook hier op de eigen kracht van mensen vertrouwen.
Wij zijn dus begonnen met hamsteren van gloeilampen. Onzin? Tuttig? Kan mij niets schelen. Ik vind het gloeilampenverbod de ultieme vorm van betutteling.

Over de overheid achter de voordeur gesproken –en dan wordt er serieus gezegd dat het niet verboden wordt om gloeilampen in huis te hebben. Dat zou er nog bij moeten komen: handhaving door de gloeilamppolitie. Nou dan zijn we er al snel allemaal gloeiend bij!
Laat de overheid eens zorgen dat mensen de overheid nog wel vertrouwen. Bij de glasbak leren we peutertje braaf wit en bont glas te scheiden, wat hij natuurlijk niet snapt en wat menig traan gekost heeft: waarom mag het in dat ene gat wel en dat andere gat niet? Maar nu zagen we gisteren hoe de glasbak geleegd werd: bont en wit allemaal in een grote container. Dus peutertje mag van ons weer lekker mixen en hopelijk tot het einde der tijden kapotte gloeilampen de glasbak in kieperen! Geen spaarlampen, want die zitten vol kwik, over milieuvriendelijk gesproken..