Een zee van tijd

13 juli, 2010 door Sanna Munnikendam

Het is reces, mijn eerste echte reces sinds ik raadslid ben, op een weekje meivakantie na. De papieren en elektronische postbussen lopen nu nog maar heel langzaam vol, als ze al vol lopen. En lange zomeravonden thuis, ook dat is weer een heel nieuwe ervaring na al die avonden fractievergaderingen, Zaanstad beraden en Raadsvergaderingen. Zeeën van tijd dus om van alles te doen waar ik al heel lang niet meer aan toekwam. Maar ook tijd om af te kicken, op te ruimen, te reflecteren en mijn proefschrift over markttoezichthouders weer op te pakken. Heerlijk rustig, om nu ongestoord weer in mijn boeken te duiken en weer even echt het diepe in te gaan. Of de diepte. Ook hier achter mijn bureau blijft het stil, een enkel mailtje druppelt binnen, slechts af en toe gaat de telefoon. We gaan als D66 fractie schriftelijke vragen stellen aan het college, ja dat gaat natuurlijk gewoon door.

De jongste kinderen zitten op de crèche, die de hele zomer open blijft en de oudste gaat afwisselend naar voetbalkamp en naar de naschoolse opvang. Althans, de eerste twee weken.

En ook ik ga op kamp, volgende week start de D66 summer school, waar we ons verder gaan bekwamen in de fijne kneepjes van het raadswerk, zoals de instrumenten van de raad nog beter leren gebruiken maar ook gaan we begrotingen echt leren lezen.

Uiteraard gaan we ook nog met het hele gezin op vakantie. En als we weer terug zijn, dan heb ik natuurlijk nog steeds zeeën van tijd om verder te gaan aan mijn proefschrift, te lezen, te schrijven, te bloggen. Of niet? De tijd vliegt. Ik moet de kinderen nu al weer gaan halen, maar voor de zekerheid eerst nog even dit reces-blogje posten, voordat ik omkom in deze zee van tijd.

Post to Twitter Tweet This Post

Geen spiegeltjes en kraaltjes

21 juni, 2010 door Sanna Munnikendam

De Tweede Kamer verkiezingen zijn achter de rug. We hebben gestemd op onze volksvertegenwoordigers. Maar wie niet beter wist dacht dat we stemden op een premier, of voor een bepaalde coalitie. We stemden strategisch. Of we stemden op een aardig poppetje.

Wij als kiezers zijn hevig in de war. Ons kiesstelsel niet meer van deze tijd. Laat staan de wijze van informeren en formeren. Wie VVD stemde vanwege Mark Rutte moet nog maar afwachten of diezelfde Mark Rutte daadwerkelijk premier wordt. Wat is onze favoriete coalitie? En wie worden er minister? Daar hebben wij als kiezers helemaal niets over te zeggen. Net zo min hebben wij iets te zeggen over wie onze burgermeester is -nog afgezien van de verschillende petten die een burgemeester op heeft als voorzitter van de raad en als voorzitter van het college van B&W.

En omdat wij als kiezers niets te zeggen hebben, omdat wij niet écht kunnen kiezen maar slechts een hokje van een volksvertegenwoordiger rood kunnen kleuren, daarom zijn de kiezers boos. We voelen ons in de maling genomen door de politici, door de regenten die wel weten wat goed voor ons is. De burger heeft gesproken. Lang leve de democratie, maar nu gaan we een schimmig spelletje spelen. Een soort levend stratego met een koningin, een informateur als verkenner en een formateur als maarschalk. De uitkomst is ongewis.

We schrijven maart 2005, het was de nacht dat ik lid werd van D66. De nacht die de geschiedenisboekjes in zou gaan als de “Nacht van Van Thijn”. Ik werkte in die tijd bij de Directie Wetgeving van het ministerie van Justitie en volgde het hele wetgevingstraject rondom de gekozen burgemeester daarom met extra veel belangstelling. Bovendien grenzen de gebouwen van Justitie en BZK aan elkaar, waardoor Thom de Graaf ook een beetje onze buurman was.
Aan de orde in de Eerste Kamer die nacht was niet het wetsvoorstel Wet introductie gekozen burgemeester, evenmin het wetsvoorstel Wet verkiezing gekozen burgemeester maar de tweede lezing voor het wijzigen van de Grondwet inzake de benoeming van de commissaris van de Koning en de burgemeester.
Dat hield niets meer in dan dat om de gekozen burgemeester mogelijk te maken, eerst de grondwet gewijzigd zou moeten worden omdat daar immers geregeld wordt dat de Kroon de commissaris van Koning en de burgemeester benoemt. Het debat over de grondwetswijziging had zich echter verbreed naar toekomstige wetgeving over de positie van een gekozen burgemeester, vrij uitzonderlijk voor een tweede lezing van een grondwetswijziging in de Eerste Kamer.

De rest is geschiedenis: het heeft niet zo ver mogen komen. Van Thijn torpedeerde dit voorstel in wat later “zijn nacht” zou worden, Thom de Graaf trad af als minister van Bestuurlijke Vernieuwing en de kroonjuwelen werden door D66, nog net niet ritueel, begraven. Maar een klein beetje een taboe werden ze wel, die kroonjuwelen. In plaats daar van kwam er een landelijke vernieuwingsagenda en richtingwijzers voor een progressieve sociaal-liberale visie waarmee D66 onder leiding van Alexander Pechtold weer helemaal terugkeerde op de lokale, nationale en Europese kaart.

Een betrouwbare overheid en goed bestuur zijn nog altijd een van de speerpunten van de D66 landelijke vernieuwingsagenda. Tel daarbij op dat raadsleden burgerparticipatie hoog in het vaandel hebben staan, democratie begint immers bij de voordeur, en we kunnen concluderen dat de kroonjuwelen nooit echt zijn verdwenen.
Maar met alleen oppoetsen redden we het niet meer, de kroonjuwelen zijn geen spiegeltjes en kraaltjes meer die bij formatieonderhandelingen al naar gelang ingezet kunnen worden. Nee, het is de hoogste tijd om de kroonjuwelen om te smelten. Dat betekent dat de bestuurlijke vernieuwing niet meer het exclusieve domein van D66 is.

Sterker nog, het is diezelfde Van Thijn die tegenwoordig te pas en te onpas optreedt naar aanleiding van zijn pas verschenen boek “De formatie”. Zijn boodschap luidt dat de democratie in een crisis verkeert. Van Thijn die in het interview in het VNG magazine (28 mei 2010, p. 26-29) bovendien stelt dat hij tegen regentenpolitiek is maar “een beetje regentigheid” onvermijdelijk vindt, durft openlijk te stellen dat hij veel heil blijft verwachten van de gekozen burgemeester, waarvan hij zijn hele politieke leven al voorstander is.

Laten we kiezen voor vooruitgang en de omgesmolten kroonjuwelen teruggeven boze kiezers, waarvan ik er na de nacht van Van Thijn ook een was.

Post to Twitter Tweet This Post

Jack de Vlieger

16 mei, 2010 door Sanna Munnikendam

Eindelijk hebben wij ook een politiek seksschandaal. Maar als het echt waar is dat er op het ministerie van Defensie de laatste driekwart jaar al met stijgende verbazing is gekeken naar de hoge frequentie van buitenlandse reizen die De Vries met zijn geüniformeerde persoonlijk adjudante maakte, zoals te lezen valt in de Volkskrant, dan raakt dit de transparantie en integriteit van onze rijksoverheid. Dit gaat veel verder dan “fatsoen moet je doen” of het door de minister president zo gerespecteerde privéleven van zijn voormalige spindoctor. Is het waar dat Jack de Vries meer buitenlandse reizen maakte dan gebruikelijk voor een staatssecretaris van Defensie en waren deze dienstreizen wel noodzakelijk? En ging zijn minnares inderdaad altijd mee?

Als dat zo is, dan mag het verdwijnen van De Vries uit de openbaarheid beslist niet samenvallen met het in de doofpot stoppen van zijn politieke snoepreisjes.

Dit moet uitgezocht worden, bij voorkeur door de Algemene Rekenkamer. Als dit niet gebeurt dan glijden wij verder af naar Bananenrepubliek, of Knoflookstaat, zegt u het maar.

Post to Twitter Tweet This Post

Live geblogd: valse sleutel of vals slot?

17 april, 2010 door Sanna Munnikendam

Vandaag is de afdeling D66 Zaanstad en Wormerland op de fiets naar het D66 congres in de Convention Factory getogen, onder het motto “Van Czaar Peter naar Czaar Peter”. We werden verwelkomd door Tweede Kamerlid en -kandidaat Fatma Koser Kaya die enthousiast in de bakfiets sprong.

Fatma Koser Kaya verwelkomt Zaanse delegatie

Deze bewuste bakfiets hebben wij gekocht toen ons derde kind op komst was, precies in de tijd dat de AXA-sloten affaire speelde: met een zogenaamde moedersleutel (die slotenmakers en fietsenmakers hebben) konden de meeste AXA-sloten gewoon opengemaakt worden. Dus met onze nieuwe aanwinst namen wij bij onze fietsenmaker de proef op de som. En in een handomdraai ging hij open, alsof het zijn eigen sleutel was. En dat noemen ze dan “een valse sleutel”?!
Opeens realiseerde ik me dat er in het centrum van Zaandam allemaal bordjes hingen bij de fietsenrekken met de tekst “Niet goed vastgemaakt? Dus kwijtgeraakt.” Niet goed vastgemaakt? Kwijtgeraakt? Het advies luidde dat je naast een ringslot ook een ketting moest hebben. Dat de poltitie deze ommissie van AXA even onder de platte pet hield om geen mensen op ideeen te brengen was wel begrijpelijk. Maar op het moment dat de gewone burger er achter kwam, moest ook AXA met de billen bloot. Zou je denken. En dat dachten wij ook. AXA zou toch op zijn minst een recall organiseren, net zoals gewone bedrijven bij ondeugdelijke producten gewoon zijn te doen? Een recall, met geld terug of een nieuw slot. Als een auto een gebrek vertoont dan kan je bij de dealer toch immers ook een nieuw wielophangsysteem, sigarettenaansteker of elektrisch circuit krijgen?
Maar AXA, nee, AXA niet. Die gaf de gebruiker, de fietser dus, de schuld. We moesten ten eerste allemaal een extra kettingslot kopen én we moesten uiteraard een nieuw ringslot kopen. Om maar met de woorden van AXA te spreken: “Om de kans op fietsdiefstal te verkleinen wordt u geadviseerd om naast het ringslot dat op uw fiets zit altijd ook een ketting- of kabelslot gebruiken, waarmee u uw fiets vastlegt.” Van AXA kon je dan korting krijgen voor de aanschaf van zo’n ringslot, dat wel.
En AXA? Die kwam er mee weg. Van imagoschade is tot op de dag van vandaag geen sprake. Hoe dat kan is mij nog altijd een raadsel.
En onze fietsen? Die staan in Zaandam nog steeds op een enkel ringslot maar dan van ABUS. We gaan toch niet AXA belonen door ook nog hun kettingsloten te kopen? Al gaven ze me er geld op toe!

Post to Twitter Tweet This Post

Wat ik je brom!

27 maart, 2010 door Sanna Munnikendam

Alexander Pechtold heeft vanochtend maar liefst drie kuub hout gehakt: “gratis sportschool” constateerde hij tevreden op zijn twitter. Ook Sjef van Gennip, directeur van Reclassering Nederland heeft zijn rondje rennen er weer op zitten voor vandaag twitterde hij mij. Dat bewegen gezond is en zelfs kan helpen depressieve gevoelens te verlichten, mag als algemeen bekend beschouwd worden.
Psychoanalyse uit het basispakket? Voor de wetenschappelijke praktijk misschien zonde, maar een rondje rennen of een stuk fietsen in de buitenlucht doet vaak wonderen. En het is nog gratis ook. En als je je dagelijkse portie beweging weet te integreren in je reguliere bezigheden, hoeft deze “gratis sportschool” nauwelijks meer tijd te kosten.

In een van mijn eerste blogs vroeg ik mij al af of iemand mij kan uitleggen wat het voordeel is van een het tuffen op een stinkend lawaaiproducerend brommertje boven het fietsen. Naast de zojuist genoemde voordelen van de gratis sportschool, stinkt fietsen niet, het maakt geen lawaai en het is goed voor het milieu.
De economische crisis zou aangegrepen moeten worden voor een omslag in hoe wij omgaan met duurzaamheid. Wij hebben de mond er wel vol van maar het ontbreekt nog te veel aan daadkracht. Er is een mentaliteitsverandering voor nodig om echt duurzaam te gaan leven. Dat je het niet meer vindt kunnen om geen duurzaam vlees te kopen, dat je bovendien je gaat schamen als je iedere dag vlees koopt. Denk aan de bewustwordingsreclames van Wakker Dier waarin pijnlijk duidelijk wordt hoe diep we gezonken zijn: kipfilet is soms zelfs goedkoper dan kattenvoer.
Jaren geleden werd actie gevoerd tegen legbatterijeieren, het werd daarna not done om ze te kopen en inmiddels zijn er nergens meer dergelijke eieren te koop. Ook bijproducten zijn inmiddels vrijwel altijd bereid met scharreleieren, zoals Calvé mayonaise. Nu de legbatterij kippen zelf nog.
Zo’n mentaliteitsverandering gaat niet vanzelf, maar wordt meestal vooraf gegaan door regulering van de sector en door overheidsingrijpen. En bij gebrek aan coördinatie door de overheid en doordat de tijd voorbij is dat de doorsnee consument massaal kiest voor het goedkoopste product boven kwaliteit of duurzaamheid, is de tijd volgens een rapport van ING rijp voor de derde industriële revolutie. Een toenemende groep consumenten kiest voor milieuvriendelijk, voor duurzaam. En de multinationals moeten hierin de lead nemen, zeggen zij nu ook zelf in dit rapport.

Rest de vraag wat ik kan doen als ik weer eens met mijn bakfiets vol peuters de gezonde buitenlucht opzoek en bij een stoplicht achter een tweetakt stinkbrommer sta te wachten. Het stinkt. Het maakt lawaai. Het is slecht voor het milieu. En nou ben ik als democraat en oud wetgevingsjurist helemaal niet voor regulering door middel van verboden. Maar als het gaat om brommertjes wel. Waarom kunnen we de gloeilamp wel verbieden en brommers niet?
Ik pleit daarom voor een brommerverbod, tenzij elektrisch aangedreven. En als bij ieder stoplicht een oplaadpunt voor de accu komt, zullen brommertjes het helemaal niet meer erg vinden om te moeten wachten. Sterker nog, het wordt dan juist een sport wie het meeste oplaadt. Zijn we eindelijk verlost van het opgefokte gas geven tijdens het wachten. En van het lawaai en de uitlaatgassen. Een bromverbod, dat komt er nog eens. Wat ik je brom!

Post to Twitter Tweet This Post

Kroonjuwelen voor de deur

9 maart, 2010 door Sanna Munnikendam

Overmorgen word ik geïnstalleerd als raadslid voor D66 in Zaanstad. Wat drijft mij hiertoe? Het antwoord is simpel: omdat democratie bij de voordeur begint. Als bestuurslid van de wijkvereniging heb ik al talloze malen meegemaakt dat de gemeente de burgers niet goed genoeg, te laat of zelfs helemaal niet betrekt bij besluitvorming. Wat voor de een de reden was om gedesillusioneerd af te treden als bestuurslid, was voor mij de drijfveer om juist de lokale politiek in te gaan.

Democratie begint bij de voordeur, en de woede en onvrede van de bewoners over “het politieke zooitje” begint ook bij diezelfde voordeur. Dus wil je burgers betrekken bij besluitvorming dan moet je beginnen bij die voordeur, onze eigen straat, het groen, de wipkippen, de hondenpoep en ja, ook de clichématige lantaarnpaal en losliggende stoeptegels.

Alleen dan kan de overheid weer het vertrouwen van de burger terugwinnen. Want de burger, die is boos en voelt zich niet meer serieus genomen. En het vertrouwen win je niet terug door een ver-van-mijn-bed-referendum over de Europese grondwet uit te schrijven die uitmondde in een welles-nietes strijd die niet meer over de inhoud ging. En neem nou de bekendmaking dat Balkenende opnieuw lijsttrekker wordt: “Balkenende heeft in het verleden bewezen dat hij stabiliteit kan brengen, en zal dat in de toekomst weer bewijzen,” aldus CDA partijvoorzitter Van Heeswijk gisteravond.[1] En zo gebeurt het zelfs dat de burger ook de overheid niet meer serieus neemt. De samenleving is niet langer maakbaar, die stuurt zichzelf.[2]

En omdat democratie bij de voordeur begint, moet het vertrouwen dus niet op landelijk niveau teruggewonnen worden maar lokaal, waar nodig gefaciliteerd door nieuwe landelijke wetgeving. De Tweede Kamer verkiezingen komen eraan. Hét moment om de gekozen burgemeester weer op de agenda te zetten.
Wie “gekozen burgemeester” zegt, wordt vaak met opgetrokken wenkbrauw aangestaard, totdat je de vergelijking maakt dat premier Balkenende tevens voorzitter van de Tweede Kamer zou zijn. En is precies wat er in gemeenten gebeurt: de door de Kroon benoemde burgemeester is immers niet alleen voorzitter van B&W maar ook van de gemeenteraad.

De gekozen burgemeester roept tegenwoordig veelal het burgemeestersreferendum in herinnering waarbij twee PvdA heren het tegen elkaar opnamen om het burgemeesterschap in Utrecht. Het referendum werd overigens ongeldig verklaard, de opkomst was nog geen 10%. Dit werd vertaald als signaal van de burgers tegen het referendum. Ik verklaar het eerder als signaal van de burgers tegen de wijze waarop en het gebrek aan keuze.
Dus als iedere partij gelijk met de kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen, tevens een burgemeesterskandidaat voorstelt, dan kan je als burger ieder vier jaar niet alleen je gemeenteraad kiezen maar ook je eigen burgemeester. Dus ook een burgemeester van een lokale partij. Deze burgemeester is daarbij informateur en formateur en zal op een collegeprogramma samenstellen dat gemeenteraadbreed gedragen wordt. De gemeenteraad kiest vervolgens een (technisch) voorzitter uit haar midden.
Wie wil dit niet? En waarom bestaat dit nog niet? Dat komt omdat het te lang een exclusief D66-punt is geweest. Maar het is niet langer meer óns kroonjuweel! Want dit bijna ten grave gedragen kroonjuweel van D66 was telkens weer onderwerp van formatie-onderhandelingen. En even zovele malen sneuvelde de gekozen burgemeester, als wisselgeld of vanwege politiek spel zoals nu precies vijf jaar geleden tijdens de Nacht van Van Thijn.

Als wij als D66 vinden dat het anders kan en anders moet dan moeten we ook dit kroonjuweel teruggeven aan ons allemaal. Ja, ook aan de Wilders stemmers. Uiteindelijk is het ons allemaal om hetzelfde te doen: dat er meer geluisterd wordt naar de burgers. De gekozen burgemeester is daarvoor het middel bij uitstek. De boosheid die voortkomt uit het gebrek aan echt luisteren naar de burger kan en moet omgezet worden naar en brede beweging voor de gekozen burgemeester. Een beweging dwars door alle partijen heen. Vandaar mijn oproep aan alle boze burgers om je stem te laten horen, juist binnen de partij waarop je stemt. Iedere stem telt. Kijk maar naar Rotterdam. Daarnaast raad ik aan om je aan te sluiten bij een politieke partij. Neem contact op met de lokale afdeling en word actief want dit is iets wat door alle partijen heen zal spelen. Het terugwinnen van vertrouwen kan je ook doen door het zelf op de agenda te zetten.

Vijf jaar geleden deed ik hetzelfde: in de nacht van Van Thijn werd ik lid van D66, ruim een jaar geleden werd ik lokaal actief voor D66 en overmorgen word ik geïnstalleerd als raadslid. Voor mij heeft het luisteren naar bewoners en ze echt betrekken bij besluitvorming absolute prioriteit.


[1] http://www.nrc.nl/binnenland/article2499693.ece/Balkenende_blijft_lijsttrekker_CDA?

[2] Heldeman 2009, p. 41.

Post to Twitter Tweet This Post

Warme truiendag

12 februari, 2010 door Sanna Munnikendam

Wat er ook gebeurt, duurzame energie zal altijd duurder zijn dan fossiele brandstoffen. En dat komt deze wintermaanden wel heel hard aan bij ons thuis. We wonen namelijk in een groot, niet geïsoleerd huis met energielabel Z.
Bij ons is het dan ook niet alleen vandaag maar altijd warme truiendag, en warme sokken helpen overigens ook erg goed. Om toch nog een beetje aan energiebesparing te kunnen doen, staat de thermostaat overdag als we thuis zijn niet hoger dan achttien graden. Alleen in de avond gaat hij naar negentien graden, om rond 20:00 weer af te slaan, behalve voor gasten want anders komen ze nooit meer terug.

Als kind van de jaren zeventig groeide ik op met het beeld van het wereldbolletje dat als een kaars opbrandde.
De boodschap die we meekregen was duidelijk: wees zuinig met energie, want de fossiele brandstoffen raken echt uitgeput.

Nu ruim dertig jaar later is dezelfde boodschap echter gekanteld. Het gaat nog steeds mis met de aarde en de fossiele brandstoffen. Niet omdat ze opgaan, maar vanwege het broeikas probleem. Tegenwoordig moeten we de fossiele brandstoffen juist helemaal niet meer opmaken, maar ze tot in de eeuwigheid heel diep in de grond laten zitten. In plaats daarvan gaan we op zoek naar vernieuwbare, duurzame bronnen, met name zon- en windenergie, dichtbij huis.

Het enige en tevens cruciale probleem is dat duurzame bronnen altijd duurder zullen zijn dan fossiele brandstoffen. Aardolie en aardgas liggen immers kant en klaar onder een hele hoop zand in Saoedi-Arabië en Iran. Terwijl de kostprijs slechts een paar dollar is, wordt de prijs van een vat ruwe olie kunstmatig heel hoog gehouden.  Groene stroom is nu eenmaal duurder dan grijze en dat zal altijd wel zo blijven. Ook als het goedkoper wordt om groene stroom op te wekken: de kunstmatig hoge olieprijs zal dan evenredig mee zakken. Als we zo blijven doorgaan zal er voorlopig niets veranderen. De vraag naar olie blijft groot en de uitstoot van CO2 zal onverminderd doorgaan. Dus stopt het gebruik van fossiele brandstoffen pas als het op is. Het is niets meer dan een kwestie van economie boven duurzaamheid.

Wat kunnen we doen om het tij echt te keren? Het enige wat ons rest is geforceerd overgaan op duurzame energiebronnen. Dit zal in onze maatschappij met marktdenken heel moeilijk gaan. Een zeer visionaire docent van mij zei begin jaren negentig al dat we slechts door middel van dictatuur kunnen overgaan op duurzame energiebronnen. Als Democraat in hart en nieren vind ik dit uiteraard geen optie. Maar het zet wel aan het denken. Ik zie de huidige crisis dan ook als kans, als hét moment om de fossiele brandstoffen definitief in de schoot van moeder aarde te laten. Wanneer de fossiele brandstoffen niet meer vermarkt worden hebben we daar uiteindelijk alleen maar profijt van. De keuze om wel of niet een missie naar Uruzgan voort te zetten, zal voortaan een stuk makkelijker worden. Bovendien komen de harde euro’s en dollars tevens niet meer ten goede van rijke oliesjeiks die hun goudmijn alleen maar zien groeien. Zonne- en windenergie lijkt dan wel duurder, maar wanneer we echt één op één investeren in duurzame energiebronnen dichtbij huis, komt dat de lokale economie ook ten goede.  Ik waag het zelfs te voorspellen dat dit gezien kan worden als een keerpunt om uit de huidige financiële crisis te komen.

Zover is het nog niet, over ruim twee maanden komen de gierzwaluwen weer, maar voorlopig ik trek mijn sokken nog even op voordat ik me met mijn dekentje op de bank voor de buis nestel. Koude voetendag, brrrr.

Post to Twitter Tweet This Post

Van zoutbergen tot sneeuwduinen

12 januari, 2010 door Sanna Munnikendam

Gelijk met het nieuwe jaar doen nieuwe woorden hun intrede in de winterse Nederlandse taal: sneeuwjacht, sneeuwduinen, zoutkaartje, sneeuwbrij en krotsneeuw.
Het begon al bij de eerste sneeuwvlokjes: het openbare leven ligt nagenoeg stil. Treinen rijden niet of minder, wegen zijn onbegaanbaar voor auto’s en bussen en zelfs verstokte fietsers als ik laten af en toe de fiets staan omdat er geen doorkomen meer aan is. Natuurlijk is het ook leuk om de kinderen met de slee naar de crèche te brengen, en om van de besneeuwde duinen af te sleeën. Want bij het uitblijven van de voorspelde sneeuwduinen konden we immers met een gerust hart naar de besneeuwde duinen. Besneeuwde duinen en hoop op zout, zou er eigenlijk boven dit stukje moeten staan. En hoe Nederlands is het uitsluitend nog te hebben dan over het weer, zeker als het zo winters is als nu en wij dat niet meer gewend zijn. Ik blijf dus niet achter en doe net als mijn medeblogger in Londen lustig mee. Ik heb weer tijd nu het verkiezingsprogramma voor D66 Zaanstad af is.

Toch vraag ik me, inmiddels sneeuwmoe, af waarom strenge winters toen ik kind was nooit zo’n impact hadden op het persoonlijke en openbare leven. Afgelopen weken had ik tijd genoeg om hierover te peinzen terwijl ik me met de bakfiets een weg baande door het Volkspark op weg van de school van oudste naar de crèche van de jongste twee.

Er zijn blijkbaar dingen radicaal veranderd in de afgelopen pakweg dertig jaar waardoor een plotse of langdurige afwijking van het gemiddelde weersbeeld  resulteert in aantasting van onze maakbare samenleving. En inmiddels zijn we zelfs zover gekomen dat Het Weer een politieke aangelegenheid geworden is.
Op lokaal niveau wordt steen en been geklaagd over het strooibeleid van de gemeente, door fietsers maar ook busbedrijf Connexxion dreigt met schadeclaims. Nog dichterbij huis komt  het schoonvegen van de eigen stoep, of die van de minister president, ter sprake.

Dat wij in sommige gevallen niet eens meer onze stoep kunnen bereiken, of met enorme vertraging, komt in eerste instantie doordat onze actieradius zoveel groter is geworden: global village, ook binnen Nederland. Van lopend of hooguit met de koets, willen we altijd zonder vertraging overal naar toe kunnen reizen. Even naar Maastricht met de trein, iedere dag met de auto van Zaanstad naar Rotterdam. Of een dagje op en neer naar Londen, voor een vergadering. Heel gewoon. Totdat het niet meer kan. Als je het omdraait zou je ook kunnen stellen dat het juist heel bijzonder is dat het altijd wél kan.

Met de trein durven we niet meer te reizen sinds de treinwissels van ProRail vastvriezen doordat de waakvlam uitgaat. En wie strandt in de file en ziet hoe strooiwagens en sneeuwschuivers de rijen sluiten, zou zomaar kunnen doodvriezen in ons doorgaans zo veilig gewaande landje. Het KNMI is de eerste die er van langs krijgt. Kamervragen worden gesteld waarom er geen weeralarm uitgegeven is.

Maar toen er wel een ‘vooraankondiging weeralarm’ uitging, en het achteraf met sneeuwjacht wel bleek mee te vallen, was het ook al niet goed. Want we bleven massaal voor niets thuis uit angst voor sneeuwduinen. Deze angst voor sneeuwduinen werd ons mede ingegeven door de landelijke dreigende schaarste van strooizout. Vroeger was er nooit sprake van schaarste van strooizout terwijl de winters niet minder streng waren. De levering van strooizout wordt tegenwoordig Europees aanbesteed. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat daar de kous wringt. De goedkoopste aanbieder won de aanbesteding, maar achteraf blijken aanbieders niet over voldoende zout te kunnen beschikken.

En hoe ironisch, terwijl ik dit schrijf, op de dag dat het rapport van de commissie Davids uitkomt, komt er een spoeddebat. Over Irak? Welnee: over de verkeersellende door de sneeuw! Blijven we toch nog dichtbij het schoonvegen van de stoep van Balkenende.

Post to Twitter Tweet This Post

Verse vis in oude kranten

22 december, 2009 door Sanna Munnikendam

Met de top van de D66 Zaanstad kandidatenlijst togen wij per trein, toen er nog geen sprake was van enige sneeuwval, naar de eerste trainingsavond voor kandidaat-raadsleden. En zoals altijd maakte onze lijsttrekker, nestor Jan de Vries, er weer een gezellige boel van. Dus toen hij –zelf niet de meest slanke persoon– naast een vrouw van eveneens meer dan een gemiddelde Rubens omvang, ging zitten voelde hij zich totaal niet ongemakkelijk, hoewel ze beslist oncomfortabel gezeten moesten hebben. “Gezellig zo saampjes” sprak hij terwijl hij zich nog eens lekker naast haar nestelde. “Sans gêne” waardoor Laura zich niet eens opgelaten voelde. Direct ontstond een geanimeerd gesprek. Laura bleek Mexicaanse en voor de liefde naar Nederland gekomen te zijn. Ze sprak bijna perfect Nederlands met een charmante licht Spaanse tongval. Laura bleek sinds anderhalf jaar woonachtig in Nederland, in Krommenie om precies te zijn. En Laura en Jan bleken bovendien bijna buren van elkaar te zijn. Ze kenden zelfs de buitenkant van elkaars voordeur. Of Laura naar haar werk ging, informeerde Jan. Nee, Laura had geen werk. Niet omdat ze niet zou mogen werken vanwege haar verblijfstatus, ook niet omdat ze de taal nog niet machtig was. Nee, Laura was ietwat te goed opgeleid. In Mexico was ze namelijk advocaat maar hier in Nederland worden haar diploma’s niet erkend. Op het eerste gezicht verbaasde mij dat niet, het Mexicaanse recht en –rechtspleging zijn immers anders dan het Nederlands recht. Het is dus voorstelbaar dat een jurist hier eerst de nodige bijscholing zou moeten volgen alvorens zich ook in ons land advocaat te mogen noemen. Maar na enig doorvragen bleek dat met haar komst naar Nederland haar gehele rechtenstudie én haar advocatenopleiding waardeloos waren geworden. Net alsof ze helemaal geen enkele opleiding had gehad: ze was hier in de categorie ongeschoolde allochtoon beland. En zelfs met deze nieuwe status lukte het haar al anderhalf jaar niet om aan het werk te komen. Ze had inmiddels begrepen dat ze zowel in België als in Duitsland wél aan de slag zou kunnen als jurist, maar nee daar begon ze niet aan. Ze was immers voor de liefde naar Nederland gekomen, helemaal uit Mexico naar Krommenie. Dus geen haar op haar hoofd die Zaanstad nu zou verruilen voor een van onze buurlanden. Dan had ze net zo goed in haar vaderland kunnen blijven.
Hoe is het mogelijk? Terwijl wij EU-onderdanen het trots over ‘Europa Ja’ hebben, blijkt er voor mensen van buiten de EU nog zoveel verschil te zijn waar het gaat om het erkennen van diploma’s.
En Laura? Laura kon aan het werk als vismeisje, getipt door Jan. Laura was dolblij, hoewel ze niet van haring houdt. Maar wel van kibbeling, ook al is dat geen echte vis.

Post to Twitter Tweet This Post

Gijs de Glazenwasser

20 november, 2009 door Sanna Munnikendam

Zaanstad heeft een prijs gewonnen voor duurzaam vervoer en energiebesparing. Mijn gemeente kreeg deze prijs voor de investeringen die gedaan zijn tijdens de Week van de Vooruitgang. Zo heeft de gemeente elektrische auto’s en scooters gekocht en oplaadplaatsen gemaakt voor duurzame vervoersmiddelen. Zaanstad is nu ook voorgedragen voor een Europese prijs. En wanneer het nieuwe stadhuis medio volgend jaar eenmaal in gebruik is genomen zal de gemeente Zaanstad een ontmoedigingsbeleid gaan voeren voor de ambtenaren die met de auto willen komen, bijvoorbeeld door nauwelijks parkeerplekken beschikbaar te hebben. Het nieuwe stadhuis ligt immers zo’n beetje ín het station.

Zoals iedere ochtend als ik mijn kinderen in de bakfiets naar school en de crèche breng, keek ik ook deze ochtend weer vol verwondering naar de voortgang van dit nieuwe Zaanse stadshart Inverdan, met een knettergek hote en ons nieuwe stadhuis in wording. Ik vind het machtig mooi om te zien hoe alles wat eerst alleen op papier of digitaal in 3D te zien was, nu ook in real life gestalte krijgt;  helemaal sinds ik sinds deze week door de leden op nummer 2 van de kandidatenlijst voor D66 Zaanstad gekozen ben. Ook mijn middelste van bijna drie volgt met belangstelling wat de Bob de Bouwers allemaal aan het doen zijn, niet alleen vanaf de fiets maar ook vanuit de ramen van zijn crèche: die bevindt zich namelijk eerste rang in de Saentoren middenin Inverdan.

Inmiddels heeft het immense stadhuis echte dakpannen gekregen. Sowieso vind ik het geweldig dat zo’n gebouw überhaupt een puntdak heeft. We zijn na de jaren ‘90 wel een beetje klaar met de platte betonblokken. En tussen die gezellige oranje dakpannen zag ik vanochtend wat onregelmatigheden. Na nog beter gekeken te hebben, voor zover dat kan gezien de hoogte van de gebouwen, meende ik zwaluwkastjes te ontwaren. Als echte gierzwaluw liefhebber, maakte mijn hart een sprongetje. Ik durf gerust te zeggen dat Zaanstad qua duurzaamheid een goed eind op weg is.

Toen ik de kinderen had weggebracht en mijn straat weer in fietste zag ik een enorme hoogwerker manoeuvreren. Dat verbaast mij niets, aangezien onze straat aan de voet van Inverdan ligt, is hier vaak flink wat reuring. Maar wie schetste mijn verbazing toen ik zag dat deze hoogwerker niet bestemd was voor Inverdan maar voor de glazenwassers van een bankfiliaal van maar liefst twee (!) etages “hoog.”

Hoe regelgeving kan doorschieten: terwijl de “Bob de Bouwers” meer dan huizenhoog in tuigjes vastgeklonken op steigers en in hijskranen aan het werk zijn, zijn op een steenworp afstand twee glazenwassers aan het werk. Dat zij in een wolk van CO2 uitstoot omgeven door het immense lawaai van de dieselmotor van de hoogwerker, op slechts een meter of twee of drie van de grond, aan het werk zijn doet daar niet aan af. Om nog maar te zwijgen over het geld dat de huur van een hoogwerker kost.
Een duurzame overheid, duurzaam bouwen, duurzaam bankieren? Om echt duurzaam te werken binnen de héle gemeente hebben we nog een lange weg te gaan….

Post to Twitter Tweet This Post