Onder de kop ‘Beheer Abtswoudsebos onbeheersbaar?’ vroeg onze fractie zich kort voor het zomerreces af hoe het kan dat in het Abtswoudsebos ten zuiden van Tanthof bijvoorbeeld een gesloopt bankje in anderhalf jaar niet vervangen wordt. We vroegen wethouder Bolten om dit voor 1 juli op te lossen en ziedaar: kort voor 1 juli verschenen overal mooie nieuwe bankjes.
Hufterproof deze keer, want vastgeklonken aan een betonnen plaat met grind als afdekking. Helaas was dat nodig ook: sommige vandalen leken er een sport van te maken het recreatieplezier van veel Delftenaren te verpesten door bankjes los te wrikken en vervolgens zo scheef te zetten dat je er amper meer op kan zitten, of zelfs in de sloot te donderen. Waar het vervolgens eindeloos bleef liggen.
Bepaald geen zero tolerance. Daar kun je de gemeente op aankijken, maar strikt handhaven in zo’n rustig gebied is natuurlijk ondoenlijk – we zetten de politie liever elders in. Sommigen lijken daar gebruik van te maken door bijvoorbeeld – hoe stoer – een boiler midden in de natuur in duizend stukken uiteen te slopen. Hoe lang zwerft dat nog rond? Wie ruimt dat op en hoeveel werk is dat wel niet? Ronduit asociaal gedrag.
De overheid kan niet alles. Dure gedragscampagnes als ‘Met hetzelfde gemak gooi je het in de afvalbak’ hebben weinig zin als enkelingen er juist moeite in willen steken rotzooi te trappen. Het is weer eens een kleine groep die het voor de rest verpest. Een schoon park is ieders eigen verantwoordelijkheid. En elkaar aanspreken op verkeerd gedrag zou helpen; er zijn immers veel meer recreanten dan agenten. Een ‘handhaver’ is wat mij betreft niet automatisch een agent.
Of het beheer van het Abtswoudsebos op orde is, hangt dus niet alleen van de gemeente af. Maar die – of eigenlijk: het recreatieschap – doet intussen wel weer haar best met nieuwe bankjes en gerepareerde bruggen. En, om dit bericht toch maar vrolijk af te sluiten: het langverwachte fietspad langs het spoor naar Schiedam is eindelijk bijna doorgetrokken.



