Op vrijdag 18 februari bracht de D66 statenfractie een werkbezoek aan Alkmaar. Tijdens dit werkbezoek werden twee politieke kwesties aan de orde gesteld: de meest geschikte nieuwe vestigingslocatie voor het Medisch Centrum Alkmaar en de noordelijke ontsluiting van bedrijventerrein Beverkoog.
MCA weg uit de Hout, zoja, waarheen?
Al geruime tijd speelt in Alkmaar de politieke discussie of het MCA in het Hout nog wel op een geschikte plek zit. De verkeersafwikkeling levert geregeld problemen op. Het centrum vormt een regionale voorziening. De afweging over een mogelijk nieuwe vestigingslocatie dient dan ook regionaal gemaakt te worden.
In grote lijnen schetst Hein Struben het afwegingskader, dat de provincie hanteert: “Het MCA beslist, dat als eerste. Indien het MCA op de huidige locatie wil blijven zitten, dienen de knelpunten in de bestaande situatie te worden opgelost. Is vestiging op een nieuwe locatie wel aan de orde, dan zal eerst gekeken moeten worden of vestiging binnen stedelijk gebied gerealiseerd kan worden. Zo niet, dan komen eventuele buitenstedelijke vestigingslocaties in beeld.”
Aspecten die in deze afweging kunnen worden meegenomen zijn: de ontwikkelingen in de regionale gezondheidszorg, de maatschappelijke kosten en baten, het jaar 2016 als mogelijke deadline voor een verhuizing, korte aanrijtijden voor de in het MCA werkzame specialisten, mogelijkheden voor stadsuitbreiding richting Overdie, behoud van de sportvoorzieningen bij Oudorp – als groene buffer – en wellicht ook niet onbelangrijk: de aanvliegroute van traumahelicopters.
De provincie komt in beeld indien de infrastructuur op de beoogde vestigingslocatie aanpassing behoeft. Ook kan de provincie zich inspannen om de bovenlokale samenwerking in de planvorming bevorderen.
De delegatie van D66 bezocht de oude en drie mogelijke nieuwe locaties voor het MCA en ging daarna door naar bedrijventerrein Beverkoog aan de noordzijde van Alkmaar.
Noordelijke ontsluiting als startpunt Westfrisiaweg
De voorzitter van de bedrijvenvereniging Beverkoog maakt duidelijk waarom een noordelijke ontsluiting van het bedrijventerrein noodzakelijk is. Deze ontsluiting was ooit toegezegd door de gemeente Alkmaar, maar is bij gebrek aan bovenlokale samenwerking nooit tot stand gekomen.
Voor de realisatie is in totaal 10 tot 11 miljoen euro benodigd.
Het bedrijfsleven is bereid om hiervan een derde bij te dragen, in de vorm van een baatbelasting. Ook de gemeente is bereid om bij te dragen. Om het budget sluitend te krijgen, wordt nu ook naar de provincie gekeken. Echter, de HIRP-gelden kunnen alleen worden benut voor de – eveneens benodigde – revitalisering van het bedrijventerrein, niet voor de aanleg van infrastructuur.
Het is de vraag of hier een taak ligt voor de provincie. Formeel betalen gemeenten voor de eigen ontsluitingen op het wegennet. Wel kan de provincie bevorderen dat er sprake is van een integrale planbenadering.
Het regionale belang is evident: op het terrein zijn veel industriële en ambachtelijke bedrijven gevestigd, die gezamenlijk werd bieden aan 6000 werknemers uit de regio.
De aanleg van de noordelijke ontsluiting bevordert de bereikbaarheid, draagt bij aan de veiligheid in het geval van calamiteiten en helpt veel onnodige verkeersbewegingen voorkomen. En last but not least: het terrein vormt het startpunt van de Westfrisiaweg. Vanuit die optiek; graag een regionale visie!