
Marco Rensma in gesprek met Joke Geldhof, fractievoorzitter en lijsttrekker D66 Noord-Holland
Al snel na haar lidmaatschap in 1990 werd Joke Geldhof bestuurlijk en politiek actief voor D66. Eerst in haar woonplaats Amsterdam en vervolgens vanaf 1999 onafgebroken als Statenlid van de Provinciale Staten Noord-Holland. In deze hoedanigheid is Joke lid van meerdere Statencommissies waaronder die voor Ruimtelijke ordening & Grondbeleid en Wegen, Verkeer & Vervoer. Als voorzitter van de provinciale onderzoekscommissie die in 2008/2009 de oorzaken van de ‘IJslandse Landsbanki’ affaire voor Noord-Holland onderzocht, heeft Joke in de afgelopen jaren het nodige meegemaakt. Thans is zij gekozen als lijsttrekker van D66-Noord Holland voor de Statenverkiezingen op 2 maart a.s. Op een koude winterochtend in november spraken wij haar over haar politieke en persoonlijke ervaringen als Statenlid en wat wij van D66 in de provincie Noord-Holland de komende jaren mogen verwachten.
‘Nadat ik lid werd van D66 in 1990 ging ik al snel de lokale Amsterdamse politiek in. Ik wilde graag actief betrokken zijn bij veranderingen in mijn buurt en stad’, aldus Joke. Verschillende bestuurs- en raadfuncties binnen de Amsterdamse afdeling volgden elkaar in rap tempo op waarna zij in 1999 tot Statenlid werd gekozen en in 2003 tot voorzitter van de D66 Statenfractie. Ondanks het feit dat Joke voor haar vierde termijn gaat in de provinciale politiek, geniet ze nog elke dag met volle teugen van haar werk. ’Formeel staan er elf uur in week voor, maar daar redt je het echt niet mee. Gemiddeld ben ik dertig tot veertig uur in de week bezig tegen een vergoeding die nog lager ligt dan die voor veel raadsleden. Je moet het dan ook vooral doen vanuit een bepaalde passie, zeg maar gedrevenheid om veranderingen door te willen voeren, anders houd je het niet vol. Voor mij is het ook een functie die ik goed kan combineren met schoolgaande kinderen, omdat veel vergaderingen overdag en ’s avonds zijn.’ Voordat Joke de politiek in ging werkte zij in de modebranche. Omdat de twee banen samen met haar drukke privé leven niet te combineren was, koos zij voor een politieke carrière. Voor haar een weloverwogen keuze: ‘Er zijn zowel overeenkomsten als verschillen tussen mijn baan in de modebranche en die in de politiek. Je moet bij beiden dichtbij de maatschappij staan, weten wat mensen beweegt, maatschappelijke trends volgen om daar snel op te kunnen inspelen. De gevolgen van de Europese handelspolitiek op de modebranche maakten mij destijds nieuwsgierig om meer te weten over hoe politiek wordt bedreven. Het als politicus ook daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen op bijvoorbeeld maatschappelijke ongelijkheid, zoals destijds het aanpakken van de zogenaamde ‘sweatshops’ waar illegaal kleding tegen slechte omstandigheden werd gemaakt, is een belangrijk verschil. Voor mij reden om mijn baan in het bedrijfsleven op te zeggen en de politiek in te gaan.’
Bij de Statenverkiezingen van 2007 verloor D66 twee van de vijf zetels (omdat het aantal Statenleden op dat moment teruggebracht werd van 83 naar 55, lijkt dit verlies groter dan het verhoudingsgewijs was) en kwam zij vanuit de coalitie in de oppositie terecht. Naast Statenlid Zafer Yurdakul heeft de fractie nog drie duo-Statenleden die Joke en Zafer bijstaan in de commissievergaderingen en een fractiemedewerker. ‘Het voelt ook eerder dat wij een fractie van vijf zijn dan van twee. Zo worden wij ook vaak door de andere politieke partijen gezien’, aldus Joke.
Naast haar werk als fractielid is zij ook voorzitter van de commissie WAMEN wat staat voor Water, Agrarische Zaken, Milieu, Economie en Natuur. Een brede commissie maar voor Joke tegelijkertijd ook een logische samenstelling. ‘Juist deze terreinen hangen met elkaar samen of het nu economie en milieu is of economie en natuur. Voorheen waren milieu en economie twee gescheiden beleidscommissies, maar dan mis je als provincie juist de onderlinge samenhang die er gewoon is. Het één kan niet zonder het ander.’
De belangrijkste gebeurtenis voor Joke in de afgelopen bestuursperiode was wel de ‘IJsland-affaire’. Joke: ’De Provincie Noord-Holland had drie deposito’s uitstaan, één van € 20 miljoen bij Lehman Bankhaus waar de Duitse overheid garant voor stond bij een eventueel faillissement en twee van in totaal € 78 miljoen bij de IJslandse bank Landsbanki. Beide banken gingen failliet door de kredietcrisis. De gevolgen hiervan zijn nagenoeg bekend. Op verzoek van Provinciale Staten is vervolgens een onderzoekscommissie ingesteld waarvan ik voorzitter mocht zijn. Deze commissie heeft ongeveer zeven maanden lang onderzoek gedaan naar de redenen waarom de Provincie gekozen had voor het onderbrengen van de deposito’s bij deze twee buitenlandse banken en of er wel voldoende gekeken was naar de financiële risico’s voor de Provincie. In de onderzoekscommissie zat één vertegenwoordiger van elke politieke partij. Er werd een groot aantal getuigen onder ede gehoord en via het internet konden burgers de openbare hoorzittingen live volgen. Op 2 juni 2009 werd het onderzoeksrapport overhandigd aan de commissaris van de Koningin in zijn rol als voorzitter van Provinciale Staten. Na het overhandigen van dit rapport dacht ik dat het wat rustiger zou worden, maar een week later op 10 juni stapte het voltallige college van Gedeputeerde Staten op.’ De Provinciale Staten namen de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoeksrapport onverkort over. Onder toenemende politieke druk stapte eind 2009 ook de commissaris van de Koningin op. Voor Joke heeft deze periode veel betekend. Zij is trots op het feit dat de Staten de conclusies van de onderzoekscommissie volledig overnamen, maar uiteraard niet trots op het feit dat dit allemaal binnen de Provincie heeft kunnen gebeuren. Volgens haar heeft de Provincie belangrijke lessen getrokken uit de ‘IJsland-affaire’ die moeten voorkomen dat iets dergelijks in de toekomst weer gebeurd. ‘Het is nu eenmaal belastinggeld waar je als Provincie uitermate zorgvuldig mee om moet gaan’, aldus Joke.
Naast het werk wat zij verrichtte als voorzitter van de onderzoekscommissie heeft Joke zich in de afgelopen vier jaar vooral beziggehouden met ruimtelijke ordening en economie. Twee beleidsterreinen waar zij vanuit haar werkzame verleden in het bedrijfsleven veel affiniteit mee heeft. ‘In het kader van de nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening (nWRO) heeft de Provincie een belangrijke taak gekregen in het ruimtelijk ordeningsbeleid. Daar waar plannen van bovengemeentelijk belang zijn zoals onder andere bij de ontwikkeling en herstructurering van bedrijventerreinen, natuurontwikkeling en infrastructurele werken kan de Provincie volgens deze wet ingrijpen in het gemeentelijk beleid wanneer zij dit nodig acht. Dit heeft de Provincie onder andere gedaan bij het project Wieringerrandmeer. Dit project behelsde het weer onder water zetten van landbouwgrond in de Kop van Noord-Holland ten behoeve van recreatieve doeleinden waarbij tevens aan de rand van het meer bijna 2.000 woningen zouden worden gebouwd. Vanwege oplopende kosten en toenemende financiële risico’s oplopende tot meer dan een kwart miljard heeft de Provincie een wijs besluit genomen en het plan geschrapt’.
Met de Statenverkiezingen voor de deur, is D66 Noord-Holland in de afgelopen maanden druk bezig geweest met het selecteren van de maar liefst 50 kandidaten voor de kieslijst en het opstellen van het verkiezingsprogramma. ‘In de campagne vragen wij onder meer aandacht voor het punt van meer transparantie in het openbaar bestuur en pleiten wij voor een compacte stad met een open landschap. Dit laatste houdt in dat wij als D66 niet gaan voor nog meer nieuwe bedrijventerreinen wanneer veel bestaande terreinen braak liggen en er een grote leegstand heerst op de kantoormarkt. D66 stelt dan ook ‘nee, tenzij’ centraal in plaats van ‘ja, mits’ wat ik vaak bij andere partijen hoor. Een ander punt waar wij als D66 aandacht voor gaan vragen is het openbaar vervoer. Bij andere politieke partijen zien we dat er te weinig aandacht is het openbaar vervoer, terwijl dit juist de leefbaarheid in de stad en de ontsluiting van het platteland kan verbeteren. Openbaar vervoer heeft voor mij niet alleen een economische maar ook een sociale functie. Zo zijn er in Noord-Holland gemeenten waar na negen uur ‘s avonds geen openbaar vervoer meer rijdt waardoor veel bewoners sterk in hun zelfredzaamheid worden beperkt.‘ Ook de provincie Noord-Holland moet de komende jaren bezuinigen. In 2011 is dat € 60 miljoen, ongeveer tien procent van de totale provinciale begroting. D66 Noord-Holland wil deze bezuinigingen opvangen door de Provincie terug te laten keren naar haar kerntaken. ‘Wanneer andere overheidsorganen, instellingen of bedrijven zaken laten liggen, moet de Provincie niet automatisch in dat gat springen’ aldus Joke.
Tijdens de verkiezingscampagne zal veel aandacht zijn voor Amsterdam. ‘D66 heeft van oudsher veel aanhang in Amsterdam. Als wij in deze stad scoren met onze campagne dan levert dit veel stemmen en dus zetels op. Maar ook in ‘t Gooi, de Haarlemmermeer, Zaanstreek, Alkmaar en in Den Helder doen wij het vaak goed.’ Het ouderwetse canvassen heeft bij Joke de voorkeur boven de verschillende nieuwe sociale media zoals Twitter. ‘Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het deur-aan-deur folderen en in winkelcentra staan meer stemmen oplevert dan Twitteren’, aldus Joke. Op basis van de uitslagen van de afgelopen drie verkiezingen gaat zij er van uit zes zetels te halen en daarmee een belangrijke positie te verwerven bij onderhandelingen over een nieuw te vormen College. ‘Wij hebben hele goede kandidaten en als Statenfractie veel ervaring opgedaan in de afgelopen jaren wat mij sterkt in de overtuiging dat wij een goede coalitiegenoot zijn. Maar uiteraard moeten wij eerst nog campagne voeren en vervolgens het resultaat afwachten alvorens goed gesproken kan worden over wel of niet deelnemen aan een coalitie.’ De PVV zal ook in Noord-Holland meedoen aan de Statenverkiezingen. Joke verwacht dat deze partij ook in haar Provincie sterk uit de bus zal komen: ‘Op basis van de resultaten van de Europese verkiezingen in 2009 was de PVV in Noord-Holland zelfs de grootste politieke partij.’ Maar Joke heeft alle vertrouwen in een goed resultaat voor D66. Daarbij is ze wel bezorgd dat de Statenverkiezingen min of meer zullen worden overvleugeld door de politieke strijd in Den Haag. De gekozen leden van de Provinciale Staten kiezen immers de nieuwe leden van de Eerste Kamer. Een meerderheid van CDA, VVD en PVV in de Eerste Kamer zou het voor het minderheidskabinet in de Tweede Kamer een stuk makkelijker maken om voorgestelde wetswijzigingen door de Eerste Kamer te laten bekrachtigen. ‘D66 Noord-Holland zal aan de kiezers duidelijk maken dat stemmen op 2 maart vooral betekent het duidelijk laten horen dat provincies een essentiële rol spelen in de sociale, economische en bestuurlijke ontwikkeling van Nederland.’
Dit artikel werd in verkorte versie gepubliceerd in “De Democraat”, D66 Ledenmagazine, februari 2011
Tags: Joke Geldhof
