Afgelopen week was ik 3 dagen in Zaragoza, voor het jaarcongres van Eurocities. Dat is een organisatie waar alle EU-landen met meer dan 250.000 inwoners lid van kunnen worden. De diverse burgemeesters (onze burgemeester is 2 jaar voorzitter geweest!) en wethouders (Henk Kool is voorzitter van een belangrijke werkgroep over social affairs) praten, netwerken en delen kennis uit. Dat was voor mij de eerste keer, en ik was er met name om zoveel mogelijk kennis te vergaren van steden die al eens culturele hoofdstad van Europa waren geweest, om te leren van de ’do en don’t’. Uitgangspunt is dat wij erg serieus bezig zijn onder leiding van Aus Greidanus en Miriam Gillisen om het bidbook te schrijven en in 2012 die wedstrijd aan te gaan.
Daarnaast was ik deel van een paneldiscussie met (vice)mayors van Zaragoza, Leipzig, Oslo en Brighton over citymarketing en citybranding. Daar bleek maar weer dat wij, in Den Haag, de rest op dit punt ver vooruit zijn. Iedere stad heeft wel hoog in t vaandel dat men duurzaam, groen, voor alle groeperingen en leeftijdsklassen etc etc wil bouwen. Maar het onderscheidend vermogen is erg gering.
Kijk, ook wij hebben een Koninklijk Huis met paleizen in de stad; ook wij liggen aan zee; ook wij zijn groen en erg divers van samenstelling. Maar ons onderscheidend vermogen is dat we Internationale Stad van Vrede en Recht zijn, en niet alleen zo’n beetje het grootste contingent expats van het continent hebben waar naast de ambassades zo’n 131 internationale organ isaties gehuiesvest zijn; maar ons ook de tweede VN stad kunnen noemen. Dat is citybranding, en daar kun je citymarketing op loslaten!
En uiteindelijk doe je dat allemaal zoals ALLE marketing gebeurt: met het doel ‘het produkt Den Haag’ te versterken en uit te breiden. Om te zorgen dat wij hier financieel en economisch sterk en solide zijn en blijven; met voldoende werkgelegenheid en voldoende aanbod op alle terreinen.
