In mijn periode als raadslid en woordvoerder cultuur (2002-2010), bezocht ik vele theaters, voorstellingen en exposities. In onze prachtige stad was en is een enorm rijk geschakeerd palet van cultureel aanbod, voor ieder wat wils. Precies zoals het een Internationale stad van Vrede en Recht betaamt! Tijdens al die (werk)bezoeken en gesprekken met gepassioneerde cultuurmakers, kwam ik regelmatig bij de vraag wat cultureel ondernemen nu behelst.
Dat kan voor iedereen een ander accent hebben, maar uiteindelijk komt het er op neer dat je in staat bent om economisch rendabel te bestaan. Dat de verstrekte subsidie niet de enige vorm van inkomsten is. Dat je zoekt naar manieren om een zo goed mogelijke stoelbezetting te krijgen, om een zo gevarieerd mogelijk publiek binnen te krijgen, zowel qua leeftijdsopbouw als vanuit de verschillende wijken van de stad. Zoeken naar ander financiers, eventuele sponsors. Dat de bedrijfsvoering op orde is. Kortom, een gezond bedrijf runnen in volgens mij de mooiste sector die er bestaat: CULTUUR.
Dus was het logisch dat niet alleen cultureel ondernemerschap werd genoemd in het D66 verkiezingsprogramma, maar ook dat ik daar als wethouder mee aan de slag ging. Door een heleboel instellingen werd ik hierin gesteund, die waren daar al fors mee bezig. En ook bij diegenen die daar wat minder ver in waren, was er genoeg enthousiasme om er mee door te gaan.
Het is voor culturele instellingen niet makkelijk om de stap te maken van subsidieafhankelijkheid naar financiële zelfstandigheid. Daarom stelde mijn opvolger als cultuurwoordvoerder, D66-raadslid Kim Waanders, voor om een Fonds Stimulering Cultureel Ondernemerschap op te richten. Vanuit dat fonds kunnen culturele instellingen dit jaar tijdelijk steun krijgen, bijvoorbeeld bij de overgang naar financiële zelfstandigheid of bij cofinanciering van een project. Een prachtig initiatief, dat zorgt voor een mooie toekomst voor het cultureel ondernemerschap in Den Haag!
