In aanloop naar de nieuwe Kunstenplanperiode organiseer ik een fiks aantal bijeenkomsten. Niet alleen spelen de bezuinigingen een rol, maar de blik op Haagse cultuur een nog veel grotere. Vragen als ‘wat is in ieder geval het basisaanbod in een stad als Den Haag?’, ‘wat is het onderscheidend vermogen van Den Haag tov bv Rotterdam en/of Amsterdam?’, ‘hoe verkrijg je meer publieksbereik, en dus meer inkomsten?’, ‘hoe kunnen we slim investeren in cultuureducatie, Deltaplan voor cultuureducatie?’, etc etc.
Er zijn al een drietal grote bijeenkomsten geweest op diverse lokaties in de stad, waar zowat het hele Haagse cultuurveld kwam en gelukkig af en toe ook een paar raadsleden. Ook vertegenwoordigers uit onderwijs, wijken etc waren aanwezig. Nu ben ik in kleiner verband begonnen met zgn ‘ronde tafel’ gesprekken. 8x zit mijn kamer vol met vertegenwoordigers uit een sector binnen cultuur( bv musea, bv podiumkunsten etc). Met hen wissel ik zo’n 2 uur van gedachten over de eerder genoemde vragen. Daar komen heel interessante ideeen vandaan. Dat alles gaan we met elkaar delen in een soort laatste grote bijeenkomst voor de zomer, waarna ik de opdracht voor de nieuwe Kunstenplanadviescommissie zal formuleren.
En werkelijk, petje af voor allen die ik nu spreek vanuit het hele culturele veld. Iedereen zet zijn of haar schouders er onder. Iedereen is bezig meer samenwerkingsideeen uit te werken of al toe te passen, en kijkt met frisse blik naar bezoekersaantallen. Ongekend positief is iedereen, ik moet zeggen dat ik daar wel erg trots op ben, uiteindelijk gaan we voor kwaliteit!
