Alle berichten bij ‘Religie’

Bezoek aan Brussel

Zaterdag, 11 februari , 2012

Door Patrick Bijvoet

Donderdag 2 februari heeft onze werkgroep samen met veel jonge en sommige wat oudere democraten een bezoek gebracht aan het Europees Parlement. Dit is het eerste werkbezoek in een serie.

Allereerst was er een korte meeting olv ondergetekende en het bestuur van de werkgroep met alle deelnemers van het werkbezoek, waar we elkaar even leerde kennen.

Vervolgens was er onder leiding van Sophie in ‘t Veld een meeting van The European Parliament Platform for Secularism in Politics, kort EPPSP. Het was een inspirerende meeting, waar wij als D66 werkgroep Levensbeschouwing en religie veel ideeën en kennis opdeden.

De meeting had een aantal inspirerende sprekers:

Gastvrouw Sophie in ‘t Veld, Nederland
Jean Jacques de Gucht, Lid van het Vlaamse parlement
Keith Porteous Wood, directeur van de National Secular Society in Groot-Brittannië
En de heer Lajos Molnar die Szilvia Németh, onderzoeker bij het Hongaarse Centre for Knowledge Management and Educational Research, verving.

Het onderwerp was Onderwijs en de kerk. Hoewel het aantal kerkgangers sterk afneemt, heeft de kerk, en met name het Vaticaan nog een grote grip op de maatschappij en met name het onderwijs. In Hongarije is de situatie steeds schrijnender door de maatregelen die de regering Orban neemt. Openbare scholen zijn plots Katholieke scholen. Ouders komen onder druk omdat ze hun keuze vrijheid kwijt raken. Kinderen missen onderwijs door financiële problemen. Ook in de EU-landen België en het Verenigd Koninkrijk heeft de kerk een sterke invloed op het onderwijs.

De delegatie van D66 maakte een korte videoimpressie:

Aansluitend aan de EPPSP-meeting hebben we een brede discussie gehad met voorvechters van Seculiere politiek in Europa. Daarbij waren organisaties zoals Catholics for Choice, The National Secular Society met Keith Porteous Wood, Human Rights Without Frontiers met Willy Fautré, The European Humanist Federation met David Pollock en La Association Européenne de la Pensée Libre met Alan Frommer aanwezig. In deze discussie zijn we nog doorgegaan op de vrijheid van onderwijs, Het Nederlandse artikel 23, de invloed van de Britse kerk op de Britse politiek (Bisschoppen zitten in het Hoger Huis), de lobby van het Vaticaan in het EP en bij de VN als staat en misschien nog wel het belangrijkste de seculiere politiek.

Voor de beeldvorming is het belangrijk om mensen met een geloof te vertellen dat seculiere politiek absoluut niet anti-religieus is. Voorstanders van seculiere politiek willen wel dat religie rekening houdt met het standpunt van niet religieuzen, net zoals religie dit andersom ook verwacht. De greep van de kerk kan benauwend zijn, wanneer men niet gelovig is. De dames en heren hebben de werkgroep een hoop food for tought gegeven, waar we erg blij mee zijn.

Ter afsluiting van het werkbezoek hebben we nog een uitgebreide meeting gehad met Sophie in ‘t Veld onze gastvrouw en steunpilaar van de werkgroep. Ook zij heeft ons weer geïnspireerd. In het gesprek met Sophie ging het niet alleen om levensbeschouwing en religie, maar ook over Europese politiek. Het was een enerverende mooie dag, waarbij dit verslag een beetje bleek afsteekt omdat het weinig volledig is.

Het volgende door de werkgroep geplande werkbezoek zal hoogstwaarschijnlijk in maart zijn aan de Joodse geloofsgemeenschap.

Calimerogelovigen en seculiere zelfbeheersing

Zaterdag, 21 januari , 2012

Auteur: Ewout Klei. 

De afgelopen week discussieerden pers en politiek fel over Different, een orthodox-evangelische ‘hulporganisatie’ die homo’s wil ‘genezen’ (iets wat de organisatie nu opeens trouwens ontkent).  Zorgverzekeraars zijn verplicht een behandeling van Different te betalen. Het is een goede zaak dat Minister van Volksgezondheid Edith Schippers meteen besloten heeft om een kritisch onderzoek in te stellen naar de praktijken van Different, hopelijk met als gevolg dat er een cent meer naar deze club gaat.

Over Different was er in Nederland een brede overeenstemming. VVD, PvdA, D66, GroenLinks en ook het CDA waren kritisch over de aanpak van Different. De ChristenUnie en de SGP  zagen dit echter anders. ChristenUnie-leider Arie Slob twitterde “Zie veel ophef over #different Organisatie die al jaren actief is. Mensen zijn vrij om daar voor te kiezen. Houden zo!” Kees van der Staaij reageerde ook middels dit medium, met de woorden: “Homoseksuele mensen die bewust kiezen voor begeleiding door Different verdienen onze steun.”

De woorden klinken een vrijzinnige en seculiere mensen vreemd in de oren. Slob en Van der Staaij doen het voorkomen, dat mensen die voor Different kiezen, dit in alle vrijheid doen. De gedachte, dat een bepaalde streng-christelijke omgeving mensen in een keurslijf dwingt zodat ze niet mogen zijn wie ze zijn, komt niet in hun hoofden op. De ‘vrijheid’ waar Slob en Van der Staaij voor pleiten, is geen individuele vrijheid, maar vrijheid voor de groep. De groep moet alle vrijheid hebben om eigen regels te maken en te handhaven. De staat mag zich hier niet mee bemoeien, en moet de groepen het liefst ook financieel ondersteunen, ook als deze groepen discrimineren.

Je kunt mensen niet dwingen om vrij en gelijk te zijn. De Amerikanen dachten in 2003 even democratie in Irak te brengen, maar kwamen van een koude kermis thuis. Ik denk dat al te veel druk op orthodox-christelijke (en orthodox-joodse en orthodox-islamitische) organisaties ook averechts werkt, omdat ze dan in hun schulp kruipen en radicaliseren. Wat je daarentegen wel kunt doen, is de misplaatste calimerohouding ontmaskeren.

Toen eind vorig jaar besloten werd, om een einde te maken aan de praktijk van de zogenoemde weigerambtenaar, klaagden ChristenUnie en SGP over de ‘seculiere intolerantie’. Dat de seculiere partijen van de weigerambtenaar af wilden, zou intolerant zijn en ingaan tegen de eeuwenoude traditie van het Nederlandse plooien en schikken. Het SGP-blad Zicht noemde D66 theocratisch, omdat de Democraten de publieke invloed van religie zoveel mogelijk wilden beperken. Gert Jan Segers van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie ging in de Volkskrant van 10 juni 2011 nog een stapje, en vergeleek het secularisme met de fundamentalistische islam in het Midden-Oosten.  In Nederland was men nog niet zo ver als in Egypte, waar christenen tweederangs burgers waren, maar dit zou in de toekomst misschien/wellicht kunnen veranderen, zo was de gedachte.

SGP en ChristenUnie maken echter een grote logische denkfout. Een bevestiging van een ontkenning is een ontkenning, terwijl een ontkenning van een ontkenning een bevestiging is. SGP en ChristenUnie zijn tolerant/begripvol tegenover intolerante praktijken (weigerambtenaren, het misbruik in de katholieke kerk Different, het religiebeleid van de Hongaarse regering, de apartheidspolitiek van Israël en vroeger die van Zuid-Afrika), terwijl seculiere partijen hier grote moeite mee hebben. SGP en ChristenUnie zijn hier verdedigers van de intolerantie met een misplaatst beroep op de tolerantie, terwijl de seculiere partijen die voor de tolerantie opkomen zich hier geen onterecht schuldcomplex mogen laten aanpraten.

Toch roept het hypocriete beroep van SGP en ChristenUnie op de tolerantie een interessante vraag op: als je moeite hebt met intolerante praktijken van een bepaalde groep mensen, loop je dan niet het risico om zelf ook onverdraagzaam te worden?  Dat risico is er volgens mij zeker. Je moet een onderscheid maken tussen de intolerante praktijken zelf, en de groep die ze bedrijft, hoe moeilijk dit soms misschien ook is. Vrouwenbesnijdenis mag nooit een reden zijn, om Somalische moslims weg te zetten als barbaren, of het verbod op inenting SGP’ers in Staphorst als achterlijke zwarte kousen. Een belangrijke reden waarom discussies vaak vastlopen en orthodox-religieuze groeperingen vervallen in een verongelijkte calimerohouding en als gevolg daarvan kunnen radicaliseren, is denk ik omdat dit onderscheid niet wordt gemaakt, of in ieder geval  niet scherp genoeg. We kunnen niet kritisch genoeg over misstanden in streng-religieuze hoek zijn, maar dat mag nooit een excuus zijn om een antireligieuze agenda te voeren, tegen het persoonlijk geloof van mensen op zich.

Om calimerogelovigen van hun syndroom af te helpen, is een seculiere zelfbeheersing noodzakelijk.

D66 Levensbeschouwing en Religie?

Maandag, 9 januari , 2012

Auteur: Patrick Bijvoet 

D66 en levensbeschouwing, dat ging er bij de meeste nog wel in. Maar D66 en religie? Dat was even slikken. Toch leest u het goed. Nee, D66 wijst helemaal religie niet af zoals velen beweren, D66 denkt kritisch na over levensbeschouwing en religie, maar dat is iets anders dan afwijzen.

Welkom op het blog van de werkgroep D66 levensbeschouwing en religie. Wij zijn een nieuwe werkgroep die als doel heeft een visiedocument op te stellen over levensbeschouwing en religie en de dialoog aan te gaan met mensen uit allen gezindten. Wij willen weten wat er leeft. Wat er botst met de lijn van D66 en welke misverstanden er wellicht bestaan. Een zware en verantwoordelijke taak. Want Levensbeschouwing en religie is een onderwerp waar je niet zomaar over praat. Daar moet je over nadenken. Levensbeschouwing en religie is emotie. Voor gelovigen en atheïsten, voor Humanisten, Christenen, Joden, Moslims, Boeddhisten etc. Kijk maar wat er in de naam van het geloof allemaal gebeurt in onze wereld. Maar is dat wel geloof of is dat misbruik van geloof?

Ook zijn atheïsten vaak mensen die zoekende zijn naar erkenning. Onze werkgroep zegt niet de waarheid in pacht te hebben. Ook al hebben wij D66 als ons uitgangspunt, betekent dat niet dat we niet naar anderen willen en durven luisteren. We houden u via dit blog op de hoogte.

Wij zijn een grote groep mensen. Het bestuur bestaat uit:

Anita Van Rootselaar

Naomi Timmer

Alexander Overdiep

 

 

‘We don’t do God’

Donderdag, 5 januari , 2012

Auteur: Sophie in ‘t Veld Fractievoorzitter D66 Europees Parlement

Dit artikel verscheen eerder in de Belgische krant ‘De Morgen’ op 31 januari 2011. 

Religie is steeds meer aanwezig in de Europese politiek. ‘Er ontstaat een Europese pendant van de ‘Religious Right’ in de Verenigde Staten’, betoogt Europarlementslid Sophie in ‘t Veld. In ‘t Veld is Nederlands Europarlementslid voor D66 (ALDE). Ze is tevens voorzitter van de EPPSP (European Parliamentary Platform for Secularism in Politics), het platform voor secularisme in de politiek.

‘We don’t do God.” Dat zei spindoctor Alistair Campbell op een vraag van een journalist naar het christelijke geloof van toenmalig Brits premier Tony Blair. De vraag naar de rol van religie in de Europese politiek is hoog actueel.

Met het ontstaan van de natiestaten werd de scheiding tussen kerk en staat een feit, en in de jaren zestig hebben we ons definitief bevrijd van de verstikkende bemoeizucht van de kerk. Sindsdien leven we in een moderne, seculiere samenleving, waar religie een strikt particuliere aangelegenheid is. Kwestie gesloten. Of toch niet?

Vrijheid van godsdienst is één van de kernvrijheden van onze democratie. In vroeger eeuwen werden mensen automatisch geacht de religie van de heerser van het moment aan te hangen, en velen werden vervolgd om hun geloof. Dat is gelukkig niet meer het geval. Een strikte scheiding van kerk en staat is een absolute voorwaarde voor daadwerkelijke godsdienstvrijheid.

Europa wordt meestal beschouwd als het meest geseculariseerde continent ter wereld. Maar in weinig EU-lidstaten is er een volkomen scheiding tussen kerk en staat. De oude verstrengeling van kerkelijk en wereldlijk gezag is in veel landen tot op heden nog voelbaar. In Groot-Brittannië is het staatshoofd tevens hoofd van de kerk en hebben prelaten zitting in het parlement. Finland en Denemarken hebben nog een staatsgodsdienst, in Griekenland voerde tot voor kort de orthodoxe kerk de burgerlijke stand. Kerken hebben overal een ferme grip op het onderwijs, de zorg- en medische sector, en de media. Kerken hebben formele en informele uitzonderingsposities in de wet, die soms worden misbruikt voor het weigeren van publieke diensten als abortus of homohuwelijk, of om zich te onttrekken aan het wereldlijk gezag in het geval van kindermisbruik.

Europeanen staan weliswaar wantrouwig tegenover politieke leiders die al te publiekelijk gelovig zijn (terwijl ironisch genoeg in de VS een atheïstische president vrijwel ondenkbaar is), maar toch hebben kerken een grotere invloed op de politiek dan veel mensen beseffen. Het Vaticaan heeft een speciale positie, door de sterk gecentraliseerde organisatie, en door de status van land.

Ook binnen de EU-instellingen neemt de politieke invloed van religies toe, hoewel de EU als volstrekt seculier project is opgezet. In het Verdrag van Lissabon is Artikel 17 opgenomen over de dialoog van de EU-instellingen met kerken. Dit wordt aangegrepen voor een jaarlijkse ‘top’ van religieuze leiders met de leiders van de EU-instellingen. Seculiere organisaties worden grotendeels genegeerd. Commissievoorzitter Barroso en Raadsvoorzitter Van Rompuy hebben speciale topambtenaren in dienst voor relaties met kerken. De EU heeft officiële diplomatieke betrekkingen met het Vaticaan. De Katholieke Conferentie van Bisschoppen is één van de machtigste lobbygroepen in Brussel.

Ook andere religies hebben vertegenwoordigers in Brussel, maar zij zijn minder invloedrijk dan de rooms-katholieke kerk. Hun gezamenlijke invloed kan echter niet worden onderschat. Daarnaast hebben religies ook via de kansel invloed, zonodig door te dreigen met excommunicatie als politici standpunten innemen die niet stroken met de officiële doctrine. Religie is steeds meer aanwezig in de Europese politiek. Het gaat dan vooral om uiterst conservatieve krachten, want seculiere bewegingen en progressieve religieuze lobby’s worden nauwelijks gehoord. Er ontstaat een Europese pendant van de ‘Religious Right’ in de Verenigde Staten.

De thema’s zijn in essentie dezelfde als in de nationale discussies in de afgelopen decennia. De ‘clash’ tussen godsdienstige voorschriften en seculiere wetten doet zich vrij eenzijdig voor op het terrein van familierecht, seksualiteit en voortplanting. Er zijn zelden fundamentele conflicten over, zeg, transportbeleid of industriebeleid. Het gaat over vrouwenrechten, homorechten, en reproductieve rechten en gezondheidszorg (als anticonceptie, abortus, condooms, IVF). Ook vrijheid van meningsuiting is een thema, meestal in de vorm van wetten tegen godslastering. Godsdienstvrijheid wordt vaak opgevat als collectief recht van een religie om zich te onttrekken aan de wet, in het bijzonder de Europese Grondrechten.

De religieuze lobby’s ageren bijvoorbeeld fel tegen de brede Europese antidiscriminatierichtlijn die in de maak is. Onder intense druk van religieuze lobby’s durfde de Europese Commissie het aanvankelijk niet aan een richtlijn op tafel te leggen waarmee discriminatie van homo’s kan worden bestreden. Met een beroep op godsdienstvrijheid bedingen de lobby’s uitzonderingen op het discriminatieverbod, o.a. voor het discrimineren van homo’s, of voor het recht van confessionele scholen om te discrimineren. Daarmee worden discriminatoire praktijken feitelijk in steen gebeiteld, terwijl het gelijkheidsbeginsel nu juist één van de pijlers van de Europese eenwording is.

De Europese Commissie durft nauwelijks op te treden als lidstaten met beroep op godsdienstvrijheid de EU-grondrechten met voeten treden. Bijvoorbeeld in het geval van Litouwen, waar een wet is aangenomen die ‘promotie van homoseksualiteit’ verbiedt, waardoor holebi’s effectief onzichtbaar worden. Ook de huidige omstreden Hongaarse mediawet bevat zo’n paragraaf, die stelt dat de media respect moeten tonen voor het huwelijk en het instituut familie, waarbij de regering grondwettelijk wil vastleggen dat het huwelijk uitsluitend tussen man en vrouw is. De nieuwe Hongaarse toezichthouder voor de media heeft uitingen van homoseksualiteit al gekwalificeerd als strijdig met die normen, en dus potentieel strafbaar onder de nieuwe wet. Dergelijke discriminatie is evident in strijd met het discriminatieverbod in de EU-verdragen.

Bij asiel- en immigratiewetgeving ijveren religieuze lobby’s voor een conservatieve definitie van ‘gezin’ ten behoeve van ‘gezinshereniging’, of tegen het erkennen van homoseksualiteit als grond voor een asielverzoek.

Ook de strijd tegen hiv/aids of het terugdringen van kraamvrouwensterfte vormen het doelwit van religieuze lobby’s, die pogen om hun eigen seksuele moraal op te leggen, zoals een condoomverbod.

Dit is misbruik van godsdienstvrijheid. Vrijheid van godsdienst was bedoeld om het individu te beschermen tegen onderdrukking en dwang van het regime. Religies bepalen niet waar de grenzen van de grondrechten liggen. De EU-grondrechten krijgen momenteel steeds meer hun beslag in wetgeving. Het is onaanvaardbaar als die wetgeving eenzijdig wordt gevormd naar een streng religieuze moraal. Het wordt hoog tijd de seculiere aard van het Europese project te onderstrepen. Europe doesn’t do God.

Misschien wordt het tijd om ‘vrijheid van godsdienst’ te vervangen door vrijheid van levensbeschouwing of geweten, een individueel recht waar 500 miljoen Europeanen in al hun diversiteit aanspraak op kunnen maken.

Vrijgemaakt

Woensdag, 4 januari , 2012

Auteur: Ewout Klei. 

 

Een Thema-afdeling van D66 voor Religie en Levensbeschouwing lijkt een beetje overbodige luxe. Op het eerste gezicht leven we in een vrij land en in een vrij werelddeel. Je mag geloven wat je wilt, ook als je helemaal nergens in wilt geloven: gereformeerd-vrijgemaakt of van-god-vrijgemaakt, het kan allemaal.

In veel landen in Azië en Afrika is het met deze vrijheid echter gans anders gesteld. Daar worden minderheden niet zelden geconfronteerd met discriminatie, en soms zelfs met vervolging. Denk bijvoorbeeld aan de Ahmadiyya moslims in Pakistan, de Bahai in Iran, de Kopten in Egypte en de Falun Gong in China.

Europa ook is niet meer wat het (een tijdje althans) geweest is. In Hongarije is nu een christelijk-conservatieve partij aan de macht, die dankzij haar tweederde meerderheid in het parlement de grondwet kan wijzigen. De regering drukt er nu allemaal wetten door, die in strijd zijn met de mensenrechten. Zo worden een heleboel geloofsgemeenschappen – moslims, hindoes, vrijzinnige christenen en vrijzinnige joden – niet meer erkend, en hun bezittingen geconfisqueerd. D66-Europarlementariër Sophie in ’t Veld protesteerde uiteraard, maar zal Europa ook maatregelen tegen de reactionaire regering-Órban willen nemen?

Nederland is er gelukkig beter aan toe dan Hongarije. We hebben een minderheidskabinet, dat slechts gedoogsteun krijgt van de ondemocratische PVV en SGP. VVD en CDA hebben nog steeds het woord ‘democratie’ respectievelijk ‘democratisch’ in hun partijnaam staan, en een verregaande wetswijziging in Hongaarse zin komt hier het parlement niet door. PVV en SGP kunnen hooguit de boel (tijdelijk) tegenhouden. Geert Wilders wil niet dat de hypotheekrente wordt afgeschaft, stuurt een theatraal tweetje, en de boel gaat weer op slot. De SGP wil niet dat er bezuinigd wordt op de kinderbijslag, gaat even bij Mark Rutte langs, en alles blijft bij het oude. Verontruste vrijzinnigen die geloven dat we dankzij  de gedoogsteun van de SGP zijn beland ‘in handen van de Poldertaliban’, kunnen – om oud-premier Hendrikus Colijn even te parafraseren – rustig slapen. De SGP heeft maar twee zetels in het parlement en haar meest verregaande standpunten wijken te zeer van de mainstream af, om ooit wet te zullen worden. Een onverwachte bondgenoot vinden we hier soms zelfs in de PVV, die voor het voorstel van GroenLinks-Kamerlid Ineke van Gent stemde om de homodiscriminerende weigerambtenaar straks te weigeren. De gedoogsteun van de SGP is goed voor de verkoop van kinderwagens, maar de partij wordt nooit meer dan een bijwagentje.

De afwezigheid van Hongaarse toestanden betekent overigens niet, dat we in Nederland op onze lauweren kunnen luieren. Godsdienstvrijheid betekent voor D66, dat een individu mag en kan geloven wat zij/hij wil. Dan alleen kun je waarlijk vrijgemaakt zijn. In Nederland bestaat deze vrijheid de jure, maar de facto komt het nog vaak voor dat de groep het individu dwingt om zus en zo te geloven, op straffe van uitsluiting uit de hemel (in theorie maar dit hoef je niet te geloven) en uitsluiting uit de groep (in de praktijk komt het hier op neer). Op dit moment is het zo dat de overheid de discriminatie van bijvoorbeeld gelovige homoseksuelen door religieuze organisaties faciliteert, door partijen en scholen te subsidiëren die aan ‘afwijkende’ mensen geen ruimte willen geven. Godsdienstvrijheid kun je pas echt genieten, als de overheid helemaal neutraal is. Dat is nu niet het geval. De SGP mag vrouwen weren uit openbare functies, iets wat volstrekt ondenkbaar is in andere Europese landen. Daarnaast wordt er in de publieke ruimte dikwijls een uitzondering gemaakt voor een religieus beroep op ´gewetensbezwaren´ (bijvoorbeeld bij inentingen, abortus, euthanasie en het homohuwelijk), met als gevolgd dat er voor (conservatieve) gelovigen blijkbaar andere regels gelden dan voor de rest van de burgers. Ten slotte bevat onze wetgeving theocratische restjes, zoals het verbod op godslastering en de zondagswetgeving.

D66 staat nu voor een duivels dilemma: In hoeverre moet de overheid het individu tegen de dwang van de groep in bescherming nemen, zonder dat er misschien een seculiere meerderheidsdwang ontstaat? Kiezen we voor de smalle weg van het ‘vrijzinnige paternalisme’ van Dick Pels van het Wetenschappelijk Bureau GroenLinks, die van mening is dat een overheid als een goede herder met (zachte) dwang de stijfkoppige schaapjes over de seculiere dam moet leiden? Of willen we de brede de weg van Mark Rutte bewandelen, die de SGP ooit een ‘leuke partij met leuke mensen’ noemde? Na de moord op Pim Fortuyn sprak zijn opvolger Mat Herben de profetische woorden: “Pim heeft ons de weg gewezen, die wij moeten gaan. Loopt u met mij mee?” In tegenstelling tot Herben ben ik niet op zoek naar dociele discipelen, maar naar vrije zinzoekers. Mijn woorden klinken daarom wellicht wat weifelender: “Dick heeft een weg gewezen en Mark heeft een weg gewezen, ik weet nog niet precies welke weg wij als D66´ers moeten gaan. Zoekt u met mij mee?”