Een enerverende week.
De afgelopen week is op z’n minst enerverend te noemen. 3 Commissievergaderingen en een inspraakavond over de Havendreef. Zeker in de commissievergadering waar het haalbaarheidsonderzoek van de Vomar supermarkt aan de orde kwam, was het afgeladen. De insprekers waren stuk voor stuk goed voorbereid en hun argumenten zullen worden meegenomen bij het onderzoek waarvan het voorstel de komende tijd wordt voorbereid. Ook deze week een stand van zaken discussie met het College over de voortgang van het collegeakkoord en de wijze van samenwerking. Eigenlijk zijn we redelijk content over de wijze waarop het nu gaat en de onderlinge samenwerking. Maar we realiseren ons goed dat er geen plaats is voor zelfgenoegzaamheid. Daarnaast deze week de reguliere overleggen met de afdeling, met externen en regionale overleggen met collega wethouders. Donderdag een nieuwjaarsreceptie op het Provinciehuis. Deze week werd afgesloten met een werkbezoek dat was georganiseerd voor Raadsleden aan De Meerlanden.
Omdat vorige week in het Haarlems Dagblad een artikel over de OV taxi en de problematiek rondom de aanbesteding heeft gestaan, was dit voor mij een aanleiding om mijn blog/column ditmaal aan het fenomeen aanbestedingen te besteden.
Complexe processen
De afgelopen jaren is het aanbesteden en uitbesteden van activiteiten door de overheid sterk in zwang gekomen. Het buiten de deur zetten van activiteiten en diensten heeft veel voordelen. Bovendien willen we graag met elkaar het beste product tegen de beste prijs. Ook willen we concurrentie bevorderen zodat de innovatieve kracht van organisaties niet indut. Ze moeten elkaar scherp houden. Marktwerking heet dat. En inderdaad er zijn heel veel goede voorbeelden waar aanbesteding de marktwerking heeft bevorderd waardoor het product uiteindelijk is verbeterd tegen soms zelfs lagere kosten. Er is de afgelopen jaren veel bespaard en gemeenten hebben veel meer zicht gekregen op de werkelijk te maken kosten. Niets mis mee dus.
Maar in sommige gevallen is het maar de vraag of de dienst of service zich leent voor marktwerking. Dan doet zich de vraag voor of dit voor alle partijen wel de beste aanpak is. Zeker wanneer bedrijven in een situatie terecht komen waarbij de werkzaamheden arbeidsintensief zijn en er veel medewerkers in het geding zijn, is het maar de vraag of het altijd goed is en goed gaat. Voorbeelden waarop ik doel zijn onder andere huishoudelijke hulp en het vervoer voor ouderen en gehandicapten de zogenaamde OV taxi’s. Maar het geld in meer of mindere mate ook voor de hulpmiddelen die in het kader van de Wmo worden verstrekt.
Waar zit ‘m volgens mij dan het probleem? Ik zal het proberen uit te leggen. Vaak gaat het bij aanbesteden om de aanbesteding van het werkzaamheden of diensten. Hierop schrijven bedrijven in. Er wordt door de overheid, bijvoorbeeld een gemeente, een “bestek” gemaakt. Wat willen we hebben voor diensten? Daaraan worden vaak voorwaarden gekoppeld: het mag maximaal dit of dat kosten; tegen een bepaald serviceniveau, medewerkers van een bepaalde kwaliteit, het moet tussen die en die tijd worden uitgevoerd; het moet bijvoorbeeld in samenwerking met Paswerk etc. Vaak zit er ook een conditie aan vast dat het personeel van de vorige aanbieder moet worden overgenomen. Kortom er is wel sprake van “marktwerking” maar wel onder heel wat condities. Veel aanbestedingen zijn voor de duur van 4 jaar. Aanbestedingstrajecten zijn vaak arbeidsintensief en duren lang. Omdat het steeds complexer wordt, gaan veel gemeenten ertoe over om deskundigheid van buiten in te huren.
Neveneffecten
De neveneffecten die aan deze manier van werken vastzitten, kunnen talrijk zijn. Neem bijvoorbeeld het aanbieden onder de werkelijke kostprijs. Dit lijkt wellicht handig voor de vragen (overheid) maar wanneer de aanbieder in problemen komt en niet meer kan leveren, moeten we maar afwachten of er andere aanbieders zijn die wel willen leveren (tegen dezelfde prijs). Die zelfde prijs is belangrijk omdat er anders weer een nieuwe aanbesteding moe plaatsvinden anders krijg je problemen met de Europese wet en regelgeving. In het verleden hebben veel thuiszorginstellingen te lage offertes geboden en er zijn dan ook veel van deze instellingen in de problemen gekomen. Inmiddels wordt door de overheid in veel gevallen een bodem ingebouwd. Je mag geen diensten leveren onder de kostprijs. Maar dan nog is er geen zekerheid dat het goed gaat. Er zullen nog steeds instellingen zijn die te laag begroten. Wanneer dat tijdens de rit uitkomt zitten de afnemers van de diensten (de burgers die de diensten krijgen en de overheid) met de gebakken peren.
Voor medewerkers van de instellingen kan het ook vervelend zijn. Iedere keer van de één naar de andere werkgever. Daarbij kan ook aan de orde zijn dat er loonoffers worden gevraagd. Loonoffers in een sector waar de lonen toch al niet heel erg hoog zijn.
Nog vervelender wordt het wanneer de nieuwe aanbieder ervan uitgaat dat het overgrote deel van het personeel overgaat van de oude naar de nieuwe werkgever. Zoals in het geval van de OV taxi. Sinds 1 januari jl. hebben we in de regio een nieuwe aanbieder de BIOS-groep, maar een groot deel van het Connexxion personeel dat wel had toegezegd te zullen overgaan, ging uiteindelijk niet over. Gevolg, te weinig chauffeurs om de bussen te rijden. Wat weer lange wachttijden en veel klachten tot gevolg had. Inmiddels heeft de BIOS groep uit het hele land chauffeurs opgetrommeld en probeert men alles weer volgens de aanbieding te laten verlopen. Geeft de BIOS groep even de tijd om erin te komen. Maar laat weten of het goed of fout gaat. Het feit dat chauffeurs uit andere delen van het land komen, mag er niet toe leiden dat gebruikers te laat komen omdat zij de weg niet kennen. Dit hoort nu eenmaal bij de aanbesteding ook al is het misschien iets anders gelopen dan dat de aanbieder had gehoopt. Wat mij betreft hebben wij in de regio vanaf eind februari een goed functionerende OC taks en zijn de kinderziektes als sneeuw voor de zon vertrokken.
Welke lessen
Ik heb geen enkele illusie dat een wethouder uit Heemstede in staat is dit hele systeem terug te draaien of op een zodanige manier aan te pakken dat dergelijke “bijeffecten” niet meer zullen voorkomen. Wel ben ik erop aanspreekbaar en verantwoordelijk. Maar die verantwoordelijkheid kan ik in feite niet alleen dragen. Ik heb de oren en ogen nodig van de gebruikers.
Cliëntenorganisaties en belangenbehartigers en Wmo-raden zijn hard nodig om ook bij die instellingen erop aan te dringen de dienstverlening te verbeteren. Als er klachten zijn, blijf deze melden ook al wordt u er moedeloos van. Eerst bij de daartoe geëigende instanties, vervolgens bij de belangenbehartigers en de politiek. Pas wanneer we een goed zicht hebben op klachten kunnen we er ook daadwerkelijk iets aan doen. Daartoe wil ik mij persoonlijk inzetten. Wij als bestuurders en de overheid moeten nagaan of alles op deze manier moet worden aanbesteed en dat daar waar wordt aanbesteed, moet ervoor gezorgd worden dat de kansen op risico’s verkleind wordt. We moeten meteen ingrijpen wanneer het fout gaat of dreigt te gaan en het niet laten voortmodderen. Juist voor deze groep mensen (die vaak van alle regelingen gebruik moeten maken, huishoudelijke hulp, OV taxi, hulpmiddelen) moeten we opkomen. Het is een kwetsbare groep die vanwege positie of beperking het vaak al moeilijk genoeg heeft. En laten we wel zijn, deze groep wordt in Heemstede alleen maar groter.
Samengevat.
Ik ben niet in z’n algemeenheid tegen aanbestedingen. Daarvoor heb ik ook voldoende positieve voorbeelden gezien. Wel lijkt het mij verstandig dat wij ons iedere keer opnieuw de vraag willen stellen om een uitgebreide aanbesteding te starten. Ook het ritme van iedere 4 jaar is (te) snel. De problematiek van het personeel blijft een belangrijk aandachtspunt. Dit geldt eveneens voor het serieus be- en afhandelen van klachten.
De terugblik op de afgelopen week komt door bovenstaande column deze week te vervallen.
Reacties, suggesties opmerkingen zijn meer dan welkom.
Gegroet, Jur Botter
