“Wij zijn Utrecht en wij zijn de Beste!” Het college en de faculteitsbesturen trekken nog net niet in een bus feestend en scanderend door Utrecht en de andere Nederlandse universiteitssteden als er weer een Elsevier- of andere hoger onderwijs ranking gepubliceerd wordt. Valt de uitslag tegen? GEEN PANIEK!: snel worden er andere lijstjes bij gepakt om te laten zien dat Utrecht heus wel goed is en dat er overduidelijk wat fout is met die ene slechte.
Ook internationaal mag Utrecht graag meetellen. In de TIMES higher education ranking is de UU met plaats 68 de hoogst genoteerde Nederlandse instelling, maar Utrecht wil meer. De nieuwe slogan van de UU master programma’s is dan ook: Dare to Excel. (“De universiteit doet het, nu de studenten nog!” moeten ze gedacht hebben op de Heidelberglaan.)
Maar, is Utrecht wel klaar om een internationale top universiteit te worden? Ontbreekt het de UU immers niet aan de middelen, de rijke alumni en de gunstige docent-student ratio die een Harvard en een Princeton tot hun beschikking hebben? Illustratief zijn de lustra van de UU en Harvard (beiden 1636): terwijl Jules Deelder optrad in de Botanische Tuinen, kwam Yo Yo Ma op zijn cello tokkelen in Harvard’s eigen concertzaal.
Echter, een top universiteit is niet alleen rijk. Natuurlijk, geld helpt, maar dat maakt iets nog niet goed. Excellentie, zoals een vriend van me altijd zegt, hangt voornamelijk af van een goede wisselwerking tussen student en docent. Om dat te bereiken is een cultuurshock nodig in Utrecht.
Aan UCLA (de nummer dertien van de wereld) word je bijvoorbeeld constant meegenomen door docenten en professoren naar barbecues, restaurants, wandeltochten, etc. Dat is niet alleen gezellig en bevorderlijk voor de onderlinge band, het motiveert ook om een betere student te zijn. Ik moet zeggen dat ik de meeste Utrechtse docenten of professoren niet de Dom op zie sjouwen met een plukje studenten.
Utrechtse studenten, aan de andere kant, zullen ook moeten veranderen. Docenten zijn niet eng of uit op je totale vernietiging. Over het algemeen willen ze alleen maar helpen, maar daar moet je zelf ook wel wat voor doen.
Zodra student en docent bereid zijn tot verandering is er geen houden meer aan: binnen enkele jaren zal Utrecht de top tien zijn binnen gedrongen en zal het geld binnenstromen. En ze leefden nog lang en gelukkig.
JvV
