Alle berichten bij ‘Column’

Ik ben een Wetenschapsfundamentalist… en daar ben ik trots op.

Donderdag, 23 juni , 2011

Daar kwam hij weer eens langs. Altijd als de rechten van religieuzen en ongelovigen recht getrokken worden komen dit soort termen weer naar boven. “Secularisme” heet dat eigenlijk, maar dat wil een partij als de Christenunie ook graag als een vies woord af doen. Vannacht was het echter een koning onder scrabble-woorden: Wetenschapsfundamentalisme. In eerste instantie irriteerde dit “verwijt” van mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink me, tot ik me realiseerde: Ik ben er een.

Ik laat de inleiding van de definitie van de wetenschap graag aan iemand met wat meer credits op dat vlak dan ikzelf:

Scientific method, although in its more refined forms it may seem complicated, is in essence remarkably simple. It consists in observing such facts as will enable the observer to discover general laws governing facts of the kind in question. The two stages, first of observation, and second of inference to a law, are both essential, and each is susceptible of almost indefinite refinement.
Bertrand Russell (zie pagina 1 van look inside op Amazon)

De wetenschappelijke methode betekent dat je hypothesen vaststelt op basis van onafhankelijk verifiëerbare feiten. Deze moeten de competitie aan met andere hypothesen en zijn ten aller tijden onderhevig aan controle en nieuwe inzichten. De wetenschappelijke methode is dus eigenlijk fundamenteel onfundamentalistisch.
Deze houdt namelijk dat niets houdbaar is wanneer een beter of meer objectief bewijs voor een andere hypothese vindbaar is.

Wetenschapsfundamentalisme lijkt dus niet alleen contradictio in terminis, dat is het ook.
Als geuzennaam voor fundamenteel onfundamentalisme vind ik het echter fantastisch. Laat ons dit “verwijt” oppakken.

Ik ben een wetenschapsfundamentalist, en daar ben ik trots op.

“Never question another man’s motive. Question his judgment but never his motive.”

Zaterdag, 29 januari , 2011

Deze quote kwam afgelopen nacht bij mij bovendrijven in de context van de politietrainingen in Afghanistan. Het lijdend voorwerp in deze was Jolande Sap die volgens Twitter-analist Kaj Leers een “wit voetje” wilde halen bij het kabinet. Toen ik hier aanstoot aan nam haalde ik in de discussie deze quote aan en noemde deze wijsheid. Na het besluit van die discussie volgde even later een vrij zinloos vervolg met een 3e persoon die zowel de ondergetekende als de inhoud van de boodschap als dom en naïef bestempelde.
De vraag die ik me hier wil stellen is: was mijn kwalificatie juist en was dit niet ook het probleem van het debat in de kamer?

De quote

Ten eerste een stukje achtergrond. De quote van van een zekere Senator Mansfield en kwam mij ter oren in de speech waarmee toenmalig aanstaand Vice-President Joe Biden afscheid nam van de Senaat. De context van het verhaal was dat het een wijsheid was die de oude wijze Mansfield aan de toenmalige jonge nieuwkomer Biden gaf bij zijn aantreden in de Senaat.
Iedereen die door het volk gekozen wordt heeft iets basaal goeds in zich dat zij in hem of haar zagen. En als je daarvan uitgaat kan je met iedereen samenwerken. Aldus de wijsheid.

Zoals met iedere quote is het de context die betekenis geeft, en zoals met iedere wijsheid is hij ook niet van onbeperkt bereik. Het ideaal is dat je in een volksvertegenwoordiging zit om het leven van anderen te verbeteren en dat ieder ander er zit met diezelfde opdracht. Het principe is dat je met al die anderen kan samenwerken om je eigen, en soms ook hun, doelen te bewerkstelligen.
Waarschijnlijk niet op ieder onderwerp en eigenlijk hoef je elkaar niet eens te mogen.

Maar waarom dan niet iemands motieven in twijfel trekken, doen die er dan niet toe? Was na het weglaten van woorden als “naïef” en “dom” de uitdaging die ik vervolgens voor mijn kiezen kreeg.
Uiteraard doen motieven ertoe, de vraag is echter wat je wilt bereiken en vooral of je iets kan bereiken door de motieven in twijfel te trekken.

Iedereen die ooit een serieuze discussie heeft gevoerd welke hevig werd, kent de tekenen waar het mis gaat. Soms zijn het krachttermen en soms zijn het precies die onbewijsbare en ongrijpbare beweringen over je “echte” reden voor een mening. Wanneer het niet meer de inhoud is die telt maar de boodschapper wordt aangevallen verzandt de discussie en verliezen beide partijen. Dit laatste niet omdat sowieso beide naar huis zullen gaan met een slecht gevoel, in tegendeel waarschijnlijk in veel gevallen. Echter de winst werd niet geboekt op het inhoudelijk gelijk maar op de vernietiging van de boodschapper.

Mag je dan nooit de motieven van een ander in twijfel trekken en moet je bijvoorbeeld omkoping of populisme maar gewoon laten lopen? Ook hier is het antwoord weer dat het uiteraard belangrijk is, maar het is een paardenmiddel dat pas uit de kast getrokken zou mogen worden wanneer alle andere argumenten uitgeput zijn. En dit laatste geeft ook al aan hoe zwak je meestal staat wanneer je dit punt bereikt: Wanneer alles wat je nog rest een wanhopig “jamaar jij!” is.

Eerst moet de vraag gesteld worden of je nog wel kan bereiken waar je op uit bent, want als je dit niet bewezen krijgt zal iedereen zich je wanhoop en niet het verwijt herinneren. Laat je ook vooral ook niet meeslepen door de ander, maar bevecht een heftig vuur ook niet met een glaasje water. De gulden middenweg is moeilijk gevonden en het gelijk duurt het langst, echter winst op ongelijk heeft een spoedige houdbaarheidsdatum.

Never question another man’s motive. Question his judgment but never his motive.” Het is een wijsheid in iedere discussie en een ideaal om zo lang mogelijk na te streven.

Daar sta ik achter.

De actualiteit van een politietraining in Afghanistan

Helaas toont de werkelijkheid weer dat het  zelden zo simpel is. Dit was een discussie waarbij de emoties hoog opliepen, en wat uitgesproken een voorbeeld was van wat ik eerder aanhaalde. Verwijten op het persoonlijk vlak begonnen al vroeg en gingen over en weer. Ook “krachttermen” in de context van een kamerdebat met woorden als “naïef” werden veelvuldig gebezigd.

Van mijn kant zou ik graag roepen dat PvdA/SP/PVV hun eigen politiek gewin belangrijker vonden dan verantwoordelijkheid nemen en het leven van de Afghanen leefbaar te willen maken. Van hun kant kwam het verwijt van naïviteit en werd er in woorden als “achterkamertjespolitiek” gesuggereerd dat er meer motieven speelden. Populisme riep Brinkman nog plots richting Pechtold en naïef was Sap volgens Thieme.
Gezien mijn eigen emoties bij het aanzien zijn vooral die laatste mij bijgebleven, maar er zijn eveneens harde woorden de andere kant op gegaan. Dit alles bereikte een dieptepunt in de kamer waar Stef Blok het nodig vond om zout in de wonden van Cohen’s premier aspiraties te smeren. Hierbij dreef hij zijn punt, van origine terecht lijkende, zo ver door dat een moreel gelijk op die wijze irrelevant werd.

Ik heb meer verwijten gehoord richting elkaar dan argumenten op de inhoud, maar misschien dat dit was omdat ik pas aan het einde van het A.O. instapte. Hierbij gaat niemand geheel vrijuit, en het zou ook de boodschap hier ontwaarden om wel één kwade aan te wijzen.
Afgelopen week en ook de nasleep hadden maar over twee dingen moeten gaan: wat willen we bereiken en kunnen we dat bereiken. Mijn gevoel is uiteindelijk dat de NRC de spijker op z’n kom sloeg met het hoofdredactioneel commentaar van gisteren. Vreemd genoeg blijkt na al deze verwijten niemand zich door de waan van de dag te hebben laten beïnvloeden, allen waren consequent. Zij sloten af met een stuk tekst dat ik graag onderschrijf:

“Dat was consequent – zie weer de motie [...] Sap en de haren handelde zonder last. En zo hoort het.”