Ik ben een Wetenschapsfundamentalist… en daar ben ik trots op.

23 juni, 2011 door Jelmer Schreuder

Daar kwam hij weer eens langs. Altijd als de rechten van religieuzen en ongelovigen recht getrokken worden komen dit soort termen weer naar boven. “Secularisme” heet dat eigenlijk, maar dat wil een partij als de Christenunie ook graag als een vies woord af doen. Vannacht was het echter een koning onder scrabble-woorden: Wetenschapsfundamentalisme. In eerste instantie irriteerde dit “verwijt” van mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink me, tot ik me realiseerde: Ik ben er een.

Ik laat de inleiding van de definitie van de wetenschap graag aan iemand met wat meer credits op dat vlak dan ikzelf:

Scientific method, although in its more refined forms it may seem complicated, is in essence remarkably simple. It consists in observing such facts as will enable the observer to discover general laws governing facts of the kind in question. The two stages, first of observation, and second of inference to a law, are both essential, and each is susceptible of almost indefinite refinement.
Bertrand Russell (zie pagina 1 van look inside op Amazon)

De wetenschappelijke methode betekent dat je hypothesen vaststelt op basis van onafhankelijk verifiëerbare feiten. Deze moeten de competitie aan met andere hypothesen en zijn ten aller tijden onderhevig aan controle en nieuwe inzichten. De wetenschappelijke methode is dus eigenlijk fundamenteel onfundamentalistisch.
Deze houdt namelijk dat niets houdbaar is wanneer een beter of meer objectief bewijs voor een andere hypothese vindbaar is.

Wetenschapsfundamentalisme lijkt dus niet alleen contradictio in terminis, dat is het ook.
Als geuzennaam voor fundamenteel onfundamentalisme vind ik het echter fantastisch. Laat ons dit “verwijt” oppakken.

Ik ben een wetenschapsfundamentalist, en daar ben ik trots op.

Netneutraliteit: de frontlinie tegen libertair evangelisme

4 juni, 2011 door Jelmer Schreuder

Komende week zal het er op aankomen, de kamer zal beslissen wat het woord netneutraliteit betekent in Nederland. Verrassend genoeg gaat het hierbij niet om controle vs vrijheid, kinder-porno bestrijding of zelfs copyright bescherming: de bottom line is vrije-markt vs vrije-markt, of zoals ik het in de titel verwoorde: liberalisme vs liberteins evangelisme. Het ideaal is de vrije markt, evolutie in de markt is het middel en vrijheid van keuze is het doel. De vraag is niet of of we concurrentie en vrije keuze voor de consument willen, maar of die echt bestaat in het voorstel van de andere partij. Netneutraliteit is hiermee voor even de frontlinie tussen de liberale stromingen. Onze vrijheid staat op het spel en het zal de PVV zijn die kiest tussen vrijheid voor de consument en vrijheid voor de telecomaanbieder.

Ik zal hier niet de gehele discussie over de basis van netneutraliteit doornemen, deze is eerder door Nu.nl, Bits of Freedom, Wikipedia en Webwereld (ook deze) reeds in volle glorie uitgewerkt.
Waar ik hier op in wil gaan zijn de reacties vanuit VVD hoek op kritiek op hun voorstel. Ik quote Afke Schaart (@afke1 op twitter):

  • Als het aan de pseudoliberalen van D66 ligt gaan de kosten voor data voor iedereen omhoog. En dan weer klagen dat ze omlaag moeten..” (twitter)
  • Als PVV oppositie steunt leidt dat tot flink meer kosten data abo’s. Als dat 25 Euro extra wordt is het “Geeltje van Geert” geboren!” (twitter)
  • Alleen Chili heeft prijsdifferentiatie verboden. Willen we dat voorbeeld volgen? Dat is funest voor ons investeringsklimaat.” (vvd.nl)
  • Nieuwe businessmodellen nl. helemaal nog niet bekend! Ik ken ze niet. Europese Commissie doet onderzoek, waarom nu al ingrijpen in de markt?” (twitter)
  • Het alternatief is dat de rekening van een relatief kleine groep ‘grootverbruikers’ terecht komt bij de grote massa. Ik vind dat niet eerlijk. Internet moet wel betaalbaar blijven.” (vvd.nl)

Laten we proberen te destilleren wat de hoofdargumenten zijn van de VVD in reactie op kritiek. Ik moet hierbij een beetje interpreteren aangezien mevrouw nergens direct uitlegt waarom de prijzen meer zouden stijgen bij de voorstellen van de andere partijen. Als ik hierbij iets weglaat of verkeerd interpreteer, sta ik open voor kritiek.

  1. Voorstel D66 laat geen differentiatie meer toe en daardoor gaat de prijs omhoog
  2. Iedereen betaalt mee aan “grootverbruikers”, het voorstel van de VVD maakt dit “eerlijker”
  3. De Europeese Commissie heeft nog niets besloten

Het derde punt is natuurlijk het meest vermakelijke. De euro-sceptische VVD die vaak de mond vol had over Brusselse invloed, zien hier nu een goed argument in voor uitstel (…en afstel?). Ik zou hier verder inhoudelijk zelf op in kunnen gaan, maar ik laat hierbij graag het woord aan Eurocommissaris en Vice-President van de Europeese Commissie Neelie Kroes (VVD):

  • Die verantwoordelijkheid ligt bij de landen zelf” (WebWereld)
  • Internetproviders zouden de toegang tot hun diensten of inhoud niet mogen beperken vanuit commerciële overwegingen. Het mag enkel voor de beveiliging of ter bestrijding van spam” (ZDnet.be)

Inmiddels is mevrouw Kroes zoals bekend een onderzoek gestart om te kijken wat vanuit Brussel mogelijk is. Wie de stukken hierover leest leert dat naming and shaming de voorlopige stategie lijkt te worden. Wat echter niet vergeten mag worden is dat Europa door de omvang altijd trager zal bewegen dan de nationale politiek, en waar men hier voor wil waken is dat de Europeese Commissie straks niet hoeft te reageren op de onwenselijke praktijk van een gefragmenteerd internet.
Daarnaast doet mevrouw Schaart alsof onze mobiele operatoren moeten concurreren met het buitenland. Echter iedere aanbieder die hier opereert concurreert slechts met andere aanbieders die hier opereren. De regels zouden onze aanbieders niet benadelen ten opzichte van het buitenland omdat iedere (buitenlandse of binnenlandse) aanbieder die hier haar diensten aanbiedt zich aan de zelfde regels moet houden. Als onze aanbieders het internet wel willen fragmenteren, in het buitenland staat niets hen in de weg om daar op die wijze te concurreren.

Maar laten wij ons nu richten op de hoofd argumenten 1 en 2.

1. Voorstel D66 laat geen differentiatie meer toe en daardoor gaat de prijs omhoog

Dit argument bestaat uit 2 onderdelen: het verbieden van differentiatie en de bewering dat de prijs dan omhoog gaat. In de simpele voorstelling van zaken die de VVD op dit punt bezigt, lijkt dit zelfs nog wel logisch: differentiatie bevordert concurrentie, minder differentiatie verlaagt dat en bij minder concurrentie gaan de prijzen omhoog. Dit argument loopt echter spaak op twee essentiële punten:
1. differentiatie blijft mogelijk op bandbreedte en dataverkeer,
2. dit is alleen waar als bij het tegenvoorstel geen andere problemen zijn.
Dit laatste komt neer op het volgende: mevrouw Schaart gaat er zonder bewijs of zelfs argumentatie vanuit dat de fragmentatie van het internet op basis van apps & websites niet tot hogere prijzen leidt.

Als ik straks moet bijbetalen voor WhatsApp en Facebook  pakketten, zou ik snel meer kwijt kunnen zijn. Zeker als ik ook nog een YouTube pakket nodig heb om dat ook af en toe te mogen bezichtigen. En wie betaalt er dan voor mijn dataverkeer? Of moet ik eerst dataverkeer & snelheid inkopen en moet ik dan nog bijbetalen voor wat ik er mee doe? Of moet ik een YouTube pakket inkopen en betaal ik (als iemand die af en toe een filmpje kijkt) mee aan mensen die de hele dag niets anders doen? Of een combinatie van het voorgaande: koop bandbreedte in die ik niet mag gebruiken voor YouTube want daarvoor moet ik weer apart bandbreedte inkopen?

Het is nu duidelijk dat ik vermoed dat het meer gaat kosten in het voorstel van de VVD dan met het amendement Verhoeven cs.

2. Iedereen betaalt mee aan “grootverbruikers”, het voorstel van de VVD maakt dit “eerlijker”

Deze bewering van mevrouw Schaart is zo volledig onjuist, dat ik haast niet weet waar ik moet beginnen. Wat zij zegt is juist waar het voorstel van Kees Verhoeven ons beschermt en haar voorstel helemaal niets aan doet. In het voorstel van D66 neem je internet af als geheel, hoe je daar gebruik van maakt is aan jou en niet aan je provider. Als jij een beetje mail ophaalt en af en toe Nu.nl bezoekt neem je een kleine databundel en betaal je dus niet mee aan de “grootverbruikers” die de hele dag Youtuben. En als je een “grootverbruiker” bent dan koop je natuurlijk een grotere databundel.

In het voorstel van de VVD is juist geen aanmoediging voor dit soort “eerlijke” prijsdifferentiatie, het laten betalen voor specifieke websites zegt niets over het “grootverbruik”. Hier valt nog veel meer over te zeggen, bijvoorbeeld dat WhatsApp vrijwel geen dataverkeer genereert en ook Skype eigenlijk peanuts is. Echter het bovenstaande is de kern waar het om gaat, al die andere punten zijn slechts bijzaak.

Liberalisme of liberteins evangelisme

De droom van vrijheid in het liberalisme is simpel: concurrentie en keuze op een vrije markt. Liberteinen geloven dat er maar één oplossing is voor ieder probleem: dereguleren. Regels stellen is slecht en maakt de vrije markt kapot. Dergelijke ideeën zijn reeds vele malen achterhaald en ik zou er niet eens een economische crisis voor nodig hebben om daar tegenin te gaan.
Liberalisme draait om die vrije markt van ideeën, van geld, van goederen en gedachten. Liberalisme is een complex evenwicht tussen jouw vrijheid en de mijne, waar die van mij begint en waar die van jou eindigt bepaalt ons beide vrijheid. Wetgeving tegen monopolies, wetgeving tegen discriminatie en wetgeving als idee op zich laat zien dat om die vrijheid tussen jou en mij (of mij en KPN) ook regels nodig heeft. Deze regels beperken ons niet maar zorgen ervoor dat Ingrid van Engelshoven voorzitter kan zijn van D66 tegen de voorkeuren van de SGP en dat Microsoft het bestaan van Apple niet onmogelijk kan maken.

Natuurlijk schieten sommige regels te ver door en gaat het soms mis. Maar het is niet “pseudoliberaal” om de vrijheid van ideeën op het internet te handhaven ten koste van de vrijheid van Vodafone om mij geld te vragen voor WhatsApp. We worden ook niet zomaar Chili als we de kansen van de kleine ondernemers op internet veilig stellen door te voorkomen dat ik straks aan KPN moet betalen om de websites van mijn klanten mobiel bereikbaar te krijgen. In tegendeel zelfs: als slechts de grote jongens het kunnen betalen om op internet te zijn, komen we dichter bij de onvrije samenleving.

Het liberalisme is geen evangelie, het is een continue discussie tussen ons allen hoe wij onze vrijheid kunnen garanderen. Vereng die niet tot een “geeltje van Geert”, Chili of pseudo-wat-dan-ook. Voer deze op de inhoud, leg uit waarom je dingen vindt en roep niet zomaar “bij hullie wordt het duurder”.
Denk alsjeblieft nog even heel goed na voor je beslist of committeert.

Dat is mijn oproep, niet alleen aan mevrouw Schaart maar aan de gehele Tweede Kamer, als zij binnenkort bepalen of wij tot de eerste landen met echte internetvrijheid behoren of op dit gebied onze kans op een voorbeeldfunctie in de wereld laten schieten. Ooit hadden wij lef en legaliseerden wij het homo-huwelijk, gedoogden wij soft-drugs en maakten wij een einde aan uitzichtloos lijden.
Laat ons dat lef hervinden.

Voor de volledigheid: het amendement Verhoeven cs is mede ingediend door Martijn van Dam (PvdA), Sharon Gesthuizen (SP) en Bruno Braakhuis (GroenLinks). Jhim van Bemmel (PVV) heeft in eerste instantie steun toegezegd. Bits of Freedom heeft een aanmoediging/complimenteer pagina aangemaakt met hun contactgegevens.
Aan de andere kant kunt u de contact gegevens van Afke Schaart hier vinden als u haar deelgenoot wilt maken van uw (beschaafde!) afkeuring.

“Never question another man’s motive. Question his judgment but never his motive.”

29 januari, 2011 door Jelmer Schreuder

Deze quote kwam afgelopen nacht bij mij bovendrijven in de context van de politietrainingen in Afghanistan. Het lijdend voorwerp in deze was Jolande Sap die volgens Twitter-analist Kaj Leers een “wit voetje” wilde halen bij het kabinet. Toen ik hier aanstoot aan nam haalde ik in de discussie deze quote aan en noemde deze wijsheid. Na het besluit van die discussie volgde even later een vrij zinloos vervolg met een 3e persoon die zowel de ondergetekende als de inhoud van de boodschap als dom en naïef bestempelde.
De vraag die ik me hier wil stellen is: was mijn kwalificatie juist en was dit niet ook het probleem van het debat in de kamer?

De quote

Ten eerste een stukje achtergrond. De quote van van een zekere Senator Mansfield en kwam mij ter oren in de speech waarmee toenmalig aanstaand Vice-President Joe Biden afscheid nam van de Senaat. De context van het verhaal was dat het een wijsheid was die de oude wijze Mansfield aan de toenmalige jonge nieuwkomer Biden gaf bij zijn aantreden in de Senaat.
Iedereen die door het volk gekozen wordt heeft iets basaal goeds in zich dat zij in hem of haar zagen. En als je daarvan uitgaat kan je met iedereen samenwerken. Aldus de wijsheid.

Zoals met iedere quote is het de context die betekenis geeft, en zoals met iedere wijsheid is hij ook niet van onbeperkt bereik. Het ideaal is dat je in een volksvertegenwoordiging zit om het leven van anderen te verbeteren en dat ieder ander er zit met diezelfde opdracht. Het principe is dat je met al die anderen kan samenwerken om je eigen, en soms ook hun, doelen te bewerkstelligen.
Waarschijnlijk niet op ieder onderwerp en eigenlijk hoef je elkaar niet eens te mogen.

Maar waarom dan niet iemands motieven in twijfel trekken, doen die er dan niet toe? Was na het weglaten van woorden als “naïef” en “dom” de uitdaging die ik vervolgens voor mijn kiezen kreeg.
Uiteraard doen motieven ertoe, de vraag is echter wat je wilt bereiken en vooral of je iets kan bereiken door de motieven in twijfel te trekken.

Iedereen die ooit een serieuze discussie heeft gevoerd welke hevig werd, kent de tekenen waar het mis gaat. Soms zijn het krachttermen en soms zijn het precies die onbewijsbare en ongrijpbare beweringen over je “echte” reden voor een mening. Wanneer het niet meer de inhoud is die telt maar de boodschapper wordt aangevallen verzandt de discussie en verliezen beide partijen. Dit laatste niet omdat sowieso beide naar huis zullen gaan met een slecht gevoel, in tegendeel waarschijnlijk in veel gevallen. Echter de winst werd niet geboekt op het inhoudelijk gelijk maar op de vernietiging van de boodschapper.

Mag je dan nooit de motieven van een ander in twijfel trekken en moet je bijvoorbeeld omkoping of populisme maar gewoon laten lopen? Ook hier is het antwoord weer dat het uiteraard belangrijk is, maar het is een paardenmiddel dat pas uit de kast getrokken zou mogen worden wanneer alle andere argumenten uitgeput zijn. En dit laatste geeft ook al aan hoe zwak je meestal staat wanneer je dit punt bereikt: Wanneer alles wat je nog rest een wanhopig “jamaar jij!” is.

Eerst moet de vraag gesteld worden of je nog wel kan bereiken waar je op uit bent, want als je dit niet bewezen krijgt zal iedereen zich je wanhoop en niet het verwijt herinneren. Laat je ook vooral ook niet meeslepen door de ander, maar bevecht een heftig vuur ook niet met een glaasje water. De gulden middenweg is moeilijk gevonden en het gelijk duurt het langst, echter winst op ongelijk heeft een spoedige houdbaarheidsdatum.

Never question another man’s motive. Question his judgment but never his motive.” Het is een wijsheid in iedere discussie en een ideaal om zo lang mogelijk na te streven.

Daar sta ik achter.

De actualiteit van een politietraining in Afghanistan

Helaas toont de werkelijkheid weer dat het  zelden zo simpel is. Dit was een discussie waarbij de emoties hoog opliepen, en wat uitgesproken een voorbeeld was van wat ik eerder aanhaalde. Verwijten op het persoonlijk vlak begonnen al vroeg en gingen over en weer. Ook “krachttermen” in de context van een kamerdebat met woorden als “naïef” werden veelvuldig gebezigd.

Van mijn kant zou ik graag roepen dat PvdA/SP/PVV hun eigen politiek gewin belangrijker vonden dan verantwoordelijkheid nemen en het leven van de Afghanen leefbaar te willen maken. Van hun kant kwam het verwijt van naïviteit en werd er in woorden als “achterkamertjespolitiek” gesuggereerd dat er meer motieven speelden. Populisme riep Brinkman nog plots richting Pechtold en naïef was Sap volgens Thieme.
Gezien mijn eigen emoties bij het aanzien zijn vooral die laatste mij bijgebleven, maar er zijn eveneens harde woorden de andere kant op gegaan. Dit alles bereikte een dieptepunt in de kamer waar Stef Blok het nodig vond om zout in de wonden van Cohen’s premier aspiraties te smeren. Hierbij dreef hij zijn punt, van origine terecht lijkende, zo ver door dat een moreel gelijk op die wijze irrelevant werd.

Ik heb meer verwijten gehoord richting elkaar dan argumenten op de inhoud, maar misschien dat dit was omdat ik pas aan het einde van het A.O. instapte. Hierbij gaat niemand geheel vrijuit, en het zou ook de boodschap hier ontwaarden om wel één kwade aan te wijzen.
Afgelopen week en ook de nasleep hadden maar over twee dingen moeten gaan: wat willen we bereiken en kunnen we dat bereiken. Mijn gevoel is uiteindelijk dat de NRC de spijker op z’n kom sloeg met het hoofdredactioneel commentaar van gisteren. Vreemd genoeg blijkt na al deze verwijten niemand zich door de waan van de dag te hebben laten beïnvloeden, allen waren consequent. Zij sloten af met een stuk tekst dat ik graag onderschrijf:

“Dat was consequent – zie weer de motie [...] Sap en de haren handelde zonder last. En zo hoort het.”