In de gemeenteraad van 24 november stond een klein onderwerp op de agenda: Bestemmingsplan Poeldijk. Het gaat om een ‘postzegelgebied’ in ’t Goy, namelijk een woonhuis op een kavel dat voorheen de bestemming bedrijfsruimte had. Niet veel om je druk over te maken, vaak een hamerstuk in Houten. Maar dit keer niet. De raad heeft erover gedebatteerd en ik heb uiteindelijk tegengestemd. Waarom?
Het dorpse buitengebied van Houten zorgt voor balans tegenover de stedelijke bebouwing van Houten. We koesteren het gebied, zowel in ’t Goy, als in Schalkwijk en Tull en ’t Waal. Het voorziet in ruimte, open landschap, veel recreatieve mogelijkheden en natuurlijk een agrarische functie, vooral melkvee en fruit. Door de veranderingen in de landbouw hebben steeds meer boeren in ons buitengebied het moeilijk: lage melk- en fruitprijzen betekenen dat het rendement op een agrarisch bedrijf zeer onder druk staat. Het is echter juist een actieve boerenstand die het buitengebied aantrekkelijk houdt. Als de economische functie wegvalt, dreigt verrommeling: oude schuren, lege weilanden, vervallen percelen, rommelige erven.
Het buitengebied is geen museum. Het moet leven op eigen kracht. De economie van het buitengebied moet de ruimte krijgen om zich te handhaven en -waar mogelijk- verder te ontplooien. D66 Houten heeft daarvoor een open oog. Als het college van mening is dat verrommeling moet worden tegengegaan door woonhuizen neer te zetten op plaatsen waar vroeger bedrijfsgebouwen stonden, lijkt het op de verkeerde weg. De twee tuinders die in de directe omgeving van het beoogde woonhuis hun appel- en perengaarden hebben, moeten de ruimte hebben om hun bedrijf ongestoord voort te zetten. Een woonhuis in hun ‘achtertuin’ levert hen beperkingen op, vooral in de periode van de gewasbescherming. We hebben dat in Houten eerder meegemaakt bij de mogelijke vestiging van een kinderdagverblijf aan de Wickenburgseweg. D66 Houten wil deze tuinders juist ruimte bieden.
De verrommeling in het buitengebied los je niet op met woonhuizen, maar met een gezond economisch klimaat voor bedrijven die altijd de kracht zijn geweest van dit gebied: de tuinbouw- en de veeteeltbedrijven. Dat daarbij in toenemende mate neveninkomsten uit andere bronnen, zoals bijvoorbeeld recreatiefaciliteiten (kamperen bij de boer, theetuinen, B&B) nodig zijn, is helaas een feit. Maar laten we hen vooral de ruimte geven om van onze kleine kernen een aantrekkelijk buitengebied te maken, waar stadse Houtenaren graag recreëren.
Voorgaande blogs van Hans van Zijst lees je hier

Waarom Noord-Oost? Enkele jaren terug heb ik mij verdiept in de demografische gevolgen van de aanleg van Houten-Zuid. Algemeen werd aangenomen dat de nieuwe woningen werden gekocht of gehuurd door mensen van buiten Houten. In de praktijk bleek echter ook een grote interne volksverhuizing plaats te vinden. Veel Houtenaren die zich inmiddels een beter huis konden veroorloven, gingen van Noord naar Zuid. Hun achtergebleven woningen werden gehuurd of gekocht door nieuwkomers. Voor deze nieuwkomers bestond weinig aandacht, omdat zij in ‘oude’ wijken gingen wonen. Het toenmalige leefbaarheidsonderzoek dat de gemeente tweejaarlijks uitvoert, toonde een relatieve negatieve verschuiving in tevredenheid en toename van eenzaamheid.