Ik was onder de indruk op de RTG van de insprekers voor het Theater Aan de Slinger. Een breed pallet aan mensen, een grote variatie aan prachtige verhalen, en bij ieder een zeer grote betrokkenheid bij het theater. De insprekers vormden samen eigenlijk het culturele pallet van Houten. Op een bijzondere wijze werd duidelijk dat het theater zeer breed verankerd is in de Houtense samenleving en wat de betekenis van het theater is voor de ontwikkeling van de inwoners van Houten, jong en oud. Want zeg nu zelf, als we klagen over jongerenoverlast, welke ontwikkelingskansen bieden we diezelfde jongeren?

Wat ons – raad en college – niet lukt om in beeld te brengen, wordt door de insprekers in één keer overtuigend helder gemaakt: de meerwaarde van het theater voor Houten. Ik voelde bijna een gevoel van schaamte dat wij als raad hier al zo lang zo moeizaam mee omgaan.
Wij zitten eigenlijk nog steeds naar het financiële plaatje van het theater te kijken vanuit de oorspronkelijke ideeën over dit theater, als vervanging van de voorstellingen in de raadzaal. En zo blijven we maar denken in termen van dat het theater meer kost dan begroot. Ja, dat lijkt me, denk ik dan … Zouden we niet naar een gesprek over het theater moeten gaan waarin we het theater benoemen in termen van wat het theater werkelijk betekent voor de Houtense samenleving, op dit moment en voor de toekomst van Houten. En dat is een compleet ander en veel groter verhaal dan bij de start werd gedacht. Helaas hebben we dat nauwelijks in beeld, wat overduidelijk werd door de vele insprekers, Volgens mij zullen we in de Raad dan een heel ander gesprek voeren over de werkelijke waarde van het theater en wat we daar voor over (moeten!) hebben. En dan zullen we ook veel genuanceerder naar het financiële plaatje van het theater kijken, want volgens mij doet het theater het financieel waanzinnig goed (goed (zie de vergelijk met andere steden die adviesbureau LaGroup heeft gemaakt).
Tenslotte, bij de vragen over de professionalisering van eindverantwoordelijkheid bij aanwezigheid van bezoekers in het gebouw aan de insprekende vrijwilliger, voelde ik plaatsvervangende schaamte. Ik heb veel moeite met de twijfel van de Raad over de professionalisering, want hoe kunnen we nu vasthouden aan het archaïsche idee dat het toch best goed gaat met vrijwilligers in een rol van eindverantwoordelijke bij diverse voorstellingen in het theater? Want we weten allemaal dat als er maar iets gebeurt we om het hardst gaan roepen dat we ons zeer verbazen dat het theater de organisatie niet professioneel had ingericht, want het bestaat toch niet in een goed georganiseerd land als Nederland dat we de veiligheid niet serieus nemen ….
Peter Hoogenveen
commisielid D66 Houten


Donderdag 11 maart in de raadszaal van de Gemeente Houten. Installatie van de nieuwe Raad. Drie stoelen voor D66 Houten. Aan de linker zijde naast PvdA en Groen Links. Je eigen naam terug zien op een naambordje. Handen schudden met andere raadsleden, ambtenaren, de griffier, de burgemeester. Familie, vrienden, partijgenoten op de tribune. Een toespraak over verantwoordelijkheid. Over het unieke van 29 die voor tienduizenden besluiten nemen. In het algemeen belang dat moeilijk is te omschrijven maar elke vier jaar wordt belichaamd door de nieuwe politieke verhoudingen. De eed of belofte wordt afgelegd: handelen zonder last of ruggespraak. Elke partij geeft kort een reflectie op de verkiezingen. Sommigen kort en algemeen. Andere persoonlijk en gedreven. Weer handen schudden. Felicitaties. Bloemen. Drankjes en hapjes. En dan is het voorbij. Vol nieuwe indrukken rij ik naar huis. Raadslid van de gemeente Houten. Mede verantwoordelijk voor het besturen van de stad. Nemen van besluiten namens, maar vooral samen mét de inwoners. Voor dat laatste ga ik me sterk maken. Want het directe contact met mensen blijft wat mij betreft het leukste aspect van het politieke bedrijf. Ook na de campagne. Moe maar tevreden knip ik het licht uit.
iets te zoeken heeft achter de voordeur. Burgers hebben een eigen verantwoordelijkheid om hun leven in te richten naar eigen goeddunken. De overheid regelt de kwaliteit van het publieke domein, maar bij de voordeur houdt het op. Gelden er andere regels voor mensen die weliswaar zelfstandig wonen, maar door psychiatrische problemen zorg en hulp mijden? De parallel met euthanasie drong zich bij mij op en daar vind ik: eigen verantwoordelijkheid, geen overheidsbemoeienis.
Het dorpse buitengebied van Houten zorgt voor balans tegenover de stedelijke bebouwing van Houten. We koesteren het gebied, zowel in ’t Goy, als in Schalkwijk en Tull en ’t Waal. Het voorziet in ruimte, open landschap, veel recreatieve mogelijkheden en natuurlijk een agrarische functie, vooral melkvee en fruit. Door de veranderingen in de landbouw hebben steeds meer boeren in ons buitengebied het moeilijk: lage melk- en fruitprijzen betekenen dat het rendement op een agrarisch bedrijf zeer onder druk staat. Het is echter juist een actieve boerenstand die het buitengebied aantrekkelijk houdt. Als de economische functie wegvalt, dreigt verrommeling: oude schuren, lege weilanden, vervallen percelen, rommelige erven.
Waarom Noord-Oost? Enkele jaren terug heb ik mij verdiept in de demografische gevolgen van de aanleg van Houten-Zuid. Algemeen werd aangenomen dat de nieuwe woningen werden gekocht of gehuurd door mensen van buiten Houten. In de praktijk bleek echter ook een grote interne volksverhuizing plaats te vinden. Veel Houtenaren die zich inmiddels een beter huis konden veroorloven, gingen van Noord naar Zuid. Hun achtergebleven woningen werden gehuurd of gekocht door nieuwkomers. Voor deze nieuwkomers bestond weinig aandacht, omdat zij in ‘oude’ wijken gingen wonen. Het toenmalige leefbaarheidsonderzoek dat de gemeente tweejaarlijks uitvoert, toonde een relatieve negatieve verschuiving in tevredenheid en toename van eenzaamheid.