Archief voor april, 2011

Theater aan de Slinger- Wat nu?

Donderdag, 7 april , 2011

Ik was onder de indruk op de RTG van de insprekers voor het Theater Aan de Slinger. Een breed pallet aan mensen, een grote variatie aan prachtige verhalen, en bij ieder een zeer grote betrokkenheid bij het theater. De insprekers vormden samen eigenlijk het culturele pallet van Houten. Op een bijzondere wijze werd duidelijk dat het theater zeer breed verankerd is in de Houtense samenleving en wat de betekenis van het theater is voor de ontwikkeling van de inwoners van Houten, jong en oud. Want zeg nu zelf, als we klagen over jongerenoverlast, welke ontwikkelingskansen bieden we diezelfde jongeren?

Theater ad Slinger
Wat ons – raad en college – niet lukt om in beeld te brengen, wordt door de insprekers in één keer overtuigend helder gemaakt: de meerwaarde van het theater voor Houten. Ik voelde bijna een gevoel van schaamte dat wij als raad hier al zo lang zo moeizaam mee omgaan.

Wij zitten eigenlijk nog steeds naar het financiële plaatje van het theater te kijken vanuit de oorspronkelijke ideeën over dit theater, als vervanging van de voorstellingen in de raadzaal. En zo blijven we maar denken in termen van dat het theater meer kost dan begroot. Ja, dat lijkt me, denk ik dan … Zouden we niet naar een gesprek over het theater moeten gaan waarin we het theater benoemen in termen van wat het theater werkelijk betekent voor de Houtense samenleving, op dit moment en voor de toekomst van Houten. En dat is een compleet ander en veel groter verhaal dan bij de start werd gedacht. Helaas hebben we dat nauwelijks in beeld, wat overduidelijk werd door de vele insprekers, Volgens mij zullen we in de Raad dan een heel ander gesprek voeren over de werkelijke waarde van het theater en wat we daar voor over (moeten!) hebben. En dan zullen we ook veel genuanceerder naar het financiële plaatje van het theater kijken, want volgens mij doet het theater het financieel waanzinnig goed (goed (zie de vergelijk met andere steden die adviesbureau LaGroup heeft gemaakt).

Tenslotte, bij de vragen over de professionalisering van eindverantwoordelijkheid bij aanwezigheid van bezoekers in het gebouw aan de insprekende vrijwilliger, voelde ik plaatsvervangende schaamte. Ik heb veel moeite met de twijfel van de Raad over de professionalisering, want hoe kunnen we nu vasthouden aan het archaïsche idee dat het toch best goed gaat met vrijwilligers in een rol van eindverantwoordelijke bij diverse voorstellingen in het theater? Want we weten allemaal dat als er maar iets gebeurt we om het hardst gaan roepen dat we ons zeer verbazen dat het theater de organisatie niet professioneel had ingericht, want het bestaat toch niet in een goed georganiseerd land als Nederland dat we de veiligheid niet serieus nemen ….

Peter Hoogenveen
commisielid D66 Houten