Van Weesperkarspel naar Bijlmer

VVD-wethouder Jaensch uit Zuidoost heeft groot gelijk dat hij de naam van zijn stadsdeel wil veranderen, maar hij maakt de verkeerde keuze: Amsterdam in plaats van Weesperkarspel. Ooit behoorde het grondgebied waar nu Zuidoost ligt immers tot de gemeente Weesperkarspel. Het dorpje Driemond is daar het laatste overblijfsel van – ik herinner me verre fietstochten in guur weer naar de uitwedstrijden tegen de fors gebouwde en nooit versagende dorpsvoetballers van Geinburgia. De rest van de polder met haar boerderijen en molens is eind jaren zestig onder een dikke laag zand verdwenen.

Een tijdlang hebben we het over de Bijlmer gehad, totdat die naam een lik verf nodig had: Zuidoost. En nu wil Emile Jaensch daar weer vanaf. Zijn argument is dat huizenkopers eerder toe zullen happen als de toevoeging Zuidoost verdwijnt en Amsterdam overblijft. Jaensch in het Parool:

‘Op zoeksites voor woningen, zoals Funda of Woningnet, lopen mensen dit hele gebied mis. Als je Amsterdam intikt, komen al die mooie gezinswoningen van ons niet naar voren. Amsterdam op slot voor de middeninkomens? Niks ervan. Ruime woning met tuin? Wij hebben ze.’ Jaensch zegt dat het euvel gemakkelijk te verhelpen is door een verandering in de Algemene Plaatselijke Verordening. ‘En door wat bordjes te vervangen, het heeft weinig meer om handen.’

Als Jaensch de makelaars een plezier wil doen, dan hoeft alleen ‘oost’ eraf gehaald te worden, want die beroepsgroep is dol op Amsterdam-Zuid. Maar tegen de rurale uitstraling van Weesperkarspel kan toch ook niemand bezwaar maken.

Naar Diemen

In 1958 kwam onder minister van Binnenlandse Zaken Struycken (KVP) een wetsontwerp tot stand met het voorstel om de gemeente Weesperkarspel, waarin de Bijlmerpolder lag, bij Ouder-Amstel te voegen. Zijn opvolger Toxopeus (VVD) zag meer in een nieuwe gemeente Bijlmermeer, waar behalve Ouder-Amstel ook Diemen onder zou vallen. De gemeente Amsterdam lobbyde zich suf om de Bijlmermeer binnen te halen en liet er zelfs een boek over verschijnen: Om de toekomst van 100.000 Amsterdammers. Door een amendement van PvdA-kamerlid Scheps, aangenomen op 27 oktober 1964, kwam de Bijlmermeer toch bij Amsterdam. De bedoeling was wel dat de polder in 1978 over zou gaan naar de gemeente Diemen, maar de website van het Bijlmermuseum leert ons over dat jaar:

De Bijlmer, zuidoost, wordt officieel grondgebied van de gemeente Amsterdam. Linkse partijen in Amsterdam, de machthebbers, weigeren zelfs te overwegen om van de Bijlmer een zelfstandige groeikern te maken, zoals Amstelveen en Almere, wat nog altijd een mogelijkheid was en veel rijksgeld had kunnen opleveren. Een afscheiding van de stad werd door de CPN gezien als een verzwakking van links dan wel de democratische invloed van de bevolking en een versterking van rechts. Het ooit aangekondigde referendum over de toekomst van de Bijlmer ging dus niet door

Totalitaire stedenbouw

In september 1971 werd ik met de andere eerstejaars studenten politicologie in een bus geladen. We gingen op excursie naar de Bijlmer, want daar voltrok zich een stedenbouwkundig wonder: er werd een nieuwe stad gebouwd voor de nieuwe mens. De vraag is of die mens er vervolgens ook is komen wonen. Voorlopig troffen we veel zand aan met daartussen wat flats in aanbouw. Mogelijk begon daar mijn fascinatie met een bedachte en van bovenaf opgelegde stad – de ultieme droom van totalitaire stedenbouwers én van geestverwante dictators. Grootste voorbeeld is natuurlijk Le Corbusier, die ik als architect dan ook veel hoger heb zitten dan als stedenbouwer.

Mijn belangstelling strekt zich ook uit over uit de grond gestampte steden als Almere en Lelystad. Wijlen Hollands Diep bevatte een mooie artikelenserie over New Towns van Joris van Casteren – die Lelystad op de literaire kaart heeft gezet door er een boek over te schrijven, al werd dat hem ter plaatse niet in dank afgenomen. Constante in al die verhalen is de rigide opvatting van hoe de mensheid in een woonformule gegoten kan worden – dat je mensen kunt dwingen zo te leven als van hogerhand bedacht is dat goed voor ze zou zijn.

Uniformiteit en anonimiteit

In dat verband heb ik Pi de Bruijn ooit horen vertellen over zijn jaren bij de Amsterdamse dienst Volkshuisvesting, waar hij meewerkte aan het ontwerp van de Bijlmer. Hij stelde eens voor om aan de kop van zo’n honingraatflat een raam te maken. Dat werd van hogerhand neergesabeld: alle woningen moesten identiek zijn…

Juist die uniformiteit deed afbreuk aan het oorspronkelijke concept van de Bijlmer: aantrekkelijke flats in het groen, zoemend van het sociale leven. Bovendien werd er bezuinigd op kwaliteit van de woningen – al heb ik de plattegronden wel eens horen roemen. Naast uniformiteit had de Bijlmer te lijden van anonimiteit – veel gemeenschappelijke ruimten die van iedereen dus van niemand waren en zo al de kiem van verwaarlozing in zich droegen. En dan nog het drama van de unheimische parkeergarages en de moeite die het gaf om je als fietser of voetganger op de overal identieke omgeving te oriënteren…

1 reactie op “Van Weesperkarspel naar Bijlmer”

  1. Gene says:

    Die vervelende Jaensch moet z’n kanis houden en teruggaan naar Rotterdam alwaar hij dan wat namen kan gaan veranderen.

    Amsterdam Zuid Oost geeft de geografische ligging t.o.v. Amsterdam op de kaart aan. Het is toch treurig dat deze (slechte) balgehakt dit kennelijk niet door heeft.

    Hij wil eventuele kopers kennelijk zand in de ogen strooien en op papier de indruk wekken dat dit Amsterdam is. SuriAmstel is denk ik een betere benaming offuh Oegandadam.

Reageer:

*


six − = 1