Zuid- en Pijpbelangen dus. Een column van Max Pam (de Volkskrant, 4 maart 2010), met als kop Leve de Partij voor Pijpbelangen! geeft ons een uniek kijkje in het hoofd van een ZPB-stemmer.
Maar nu eerst gemeenteverkiezingen. Of het bij veel Nederlanders anders is, weet ik niet, maar stemmen is voor mij een aftreksom. Ik ga altijd eerst na op welke partij ik niet wil stemmen. Veel blijft er dan meestal niet over. Omdat ik Amsterdam woon, moet ik zowel voor de gemeenteraad als voor de deelraad mijn stem uitbrengen. Eerst het verkiezingsvel voor de deelraad. Er staan maar liefst 22 partijen op, terwijl aan de alles omvattende gemeenteraadverkiezingen 19 partijen meedoen. Sinds mijn provojaren ben ik geneigd voor de deel- en de gemeenteraad op een lokale partij te stemmen. Het debacle met de Noord/Zuidlijn, dat toch vooral op conto staat van de gevestigde partijen, heeft aangetoond dat je op kleine schaal even goed voor de charme van amateurisme kunt kiezen.
In mijn deelraad zijn drie lokale partijen, waarvan Zuid- en Pijpbelangen het meest mijn buurt lijkt te vertegenwoordigen. De naam van de partij is wat ongelukkig gekozen, maar niet getreuzeld: ik stem op Marianne Dicker van Pijpbelangen.
Zou zij diezelfde Marianne Dicker zijn, die vroeger aan het toneel was gelieerd? Had ze niet iets met Lodewijk de Boer? Hoe zij het tegenwoordig met haar gaan? Lang niet gezien. Zou ze nog rood haar hebben? Ik bedoel maar: in de lokale democratie kies voor je vrienden, kennissen en buren.
Zo, die stem zit erop.
Ik nodig Max Pam van harte uit om een keer de vertoningen van zijn favoriete fractie gade te komen slaan. Marianne Dicker hebben we trouwens nooit in de buurt van de raadszaal gezien.
Verongelijkt
Wat we in de deelraad van ZPB merken is toch vooral dat er lange, grondig voorbereide en geharnaste verhalen van papier opgedreund worden. Dat ze moeite met de vergaderorde hebben, sterk de nadruk leggen op instrumentele kwesties en vooral verongelijktheid uitstralen. Dat culmineert dan in reacties van vijf kantjes op het verslag van een vergadering, die vervolgens aan dat verslag gehecht worden – aan bespreking waagt niemand zich meer.
We lezen dat er ‘schandelijk in het concept is gemanipuleerd’ en dat in een discussie over de verkoop van woningen argumenten gebruikt worden die ‘onjuist, beledigend en stigmatiserend’ zijn voor de betreffende buurten. Of dat het DB iets ‘misdadigs’ doet als zij ZPB niet volgt in haar mening over asbestsanering in de Diamantbuurt. Of wethouder ‘De Vries luistert uitsluitend naar de belangen van de projectontwikkelaar’. Of ‘er is nu sprake van een politiek prestigeplan gericht op nog meer verdichting, groensloop, geldmaken en vriendjespolitiek’. Erg veel pijn doet dat inmiddels niet meer.
Wereldbeeld
Ik heb wel eens gedacht dat achter dit alles een simpel wereldbeeld schuil gaat: de politiek is één grote samenzwering tegen het door Zuid- en Pijpbelangen verdedigde volksdeel. In Zuideramstel kreeg ik eens de vraag voorgelegd waar ZPB nu eigenlijk voor staat. Ze maken heel duidelijk waar ze tegen zijn, maar ik kon zo snel geen positieve standpunten bedenken. Hier toch een poging om de positieve keuzes van ZPB te achterhalen:
Het consequent eens zijn met bewoners die het met deelraad oneens zijn.
Tegen het slopen, oftewel voor het behoud van huizen en gebouwen.
Tegen het kappen, oftewel voor het behoud van bomen.
Voor strikte handhaving van milieuwetgeving.
Voor sociale huur(ders).
Voor welzijnswerk.
Op het eerste punt na wijkt dit niet bijzonder af van de ideeën die andere partijen aan de verre linkerzijde van het politieke spectrum huldigen. Net zomin als het binnen en buiten de politiek actie willen voeren. Waar ZPB zich mee onderscheidt is de toonzetting, het zich verlustigen in over het algemeen verkeerd begrepen procedures en ook wel de drammerigheid. Bij wijze van gedachte-experiment probeer ik me af en toe een voorstelling te maken van een wereld die volgens de denkbeelden van ZPB ingericht is. Het lukt me niet en eerlijk gezegd ben ik er ook niet erg benieuwd naar…
