De Grote Boze Woorden van Zuid- en Pijpbelangen (I)

Mag je een andere fractie de maat nemen buiten de vergaderzalen om? Misschien wel in de vorm van een poging om die fractie te begrijpen. Hier dan een fenomenologie van Zuid- en Pijpbelangen, opgesplitst in een deelraadsfractie en een vereniging die voluit als Zuid- en Pijpbelangen tegen deelraadswillekeur door het leven gaat – en die bezwaarschriften tegen deelraadsbesluiten indient, waar de bijbehorende fractie dan weer gretig op ingaat.

Maar laten we rustig beginnen. ZPB is in 1994 van start gegaan in de deelraad de Pijp en heeft in 1998 haar territorium naar Zuid uitgebreid. Op het hoogtepunt, 2002 – 2006, telde de fractie vier leden en daar is er nu nog één van over: politiek leider Theo Keijzer. Daarnaast zit Daphna Brekveld in de raad, die ooit deel uitmaakte van de ZPB-fractie, maar met de Vereniging Oud Zuid voor haarzelf begon.

Anti-van-alles

ZPB was in al die jaren een radicale, anti-van-alles partij, de nachtmerrie van iedere voorzitter en griffier, met Theo Keijzer als frontman en Henk van der Kleij als strateeg op de achtergrond. In het prachtige boek Louter kabouter. Kroniek van een beweging (1996) van Coen Tasman krijgt deze Henk van der Kleij alle aandacht. Er is zelfs een apart lemma aan zijn activistenverleden gewijd.

In 1990 verplaatste hij zijn actieterrein naar De Pijp, waar hij zich met succes inzette voor het behoud van de bomen in het Sarphatipark. Sindsdien maakte hij het tijdens hoorzittingen, commissie- en deelraadsvergaderingen zo bont, dat hem menigmaal de toegang tot het stadsdeelkantoor werd ontzegd.

Ooit vertelde een oud-ambtenaar van de Pijp een anekdote over Theo Keijzer – te mooi om na te trekken of-ie waar is. Theo had voor de zoveelste keer een motie ingediend, maar nu zagen opeens een paar andere partijen er wel wat in. Het ZPB-voorstel haalde het zelfs, maar hij stemde verbouwereerd tegen zijn eigen motie… Overigens heeft ook in Zuid een motie van ZPB wel eens een meerderheid gekregen en nam Theo de felicitaties verlegen lachend in ontvangst – waarschijnlijk is hij niet eens zo onaardig, maar mag hij dat van zichzelf niet zijn.

Cassetterecorder

Toen ik in 1999 in de raad van Oud-Zuid kwam, maakte ik kennis met het fenomeen Zuid- en Pijpbelangen. Theo Keijzer verloor zich steeds meer in het maken van al maar achterdochtiger opmerkingen over de commissie- en raadsnotulen. Het kwam zelfs zover dat hij de vergaderingen op een cassetterecorder op ging nemen. In de verkiezingskrant van 28 februari 2006 staat daar weer bozige taal over:

Intolerantie tegen de in maart 2002 gekozen volksvertegenwoordigers van Zuid- en Pijpbelangen mondde structureel uit in het verschrijven van onze mening in notulen, het wegwerken en weigeren schriftelijke vragen te beantwoorden, of deze ingekomen vragen niet op desbetreffende raadsagenda’s te plaatsen.

Daarnaast was er sprake van stelselmatig storen van mondelinge bijdragen in raads- en commissievergaderingen.

Zelfs structurele intimidatie door het Presidium met dreiging tot uitsluiting is één van die ondemocratische handelingen.

Hetgeen de overige partijen vaak beweren, dat zij hun stadsdeelpolitiek dichter bij de burgers brengen, is één grote farce gebleken!

Wilde Havanna

Bij mijn afscheid van de deelraad op 31 januari 2001 wijdde ik ook wat woorden aan Theo Keijzer:

Over vijftien jaar zal ik misschien de jaren in Zuid en Oud-Zuid beschrijven. Ik hoop dat er dan iets doorklinkt van de verbazing die me in deze zaal af en toe bekruipt – bijvoorbeeld over de bloeddorstigheid waarmee de heer Keijzer de notulen te lijf gaat. Qua uiterlijk is hij toch meer het type dat zich ’s ochtends, bij het opsteken van de eerste Wilde Havanna, eens uitrekt en zich vervolgens afvraagt: wat zullen we vandaag eens bestormen, het zomerpaleis of het winterpaleis.

Ik wil hem een ervaring voorhouden die ik als beginnend deelraadswethouder in Noord opdeed – ik heb de anekdote al eens vaker verteld. Bij de tweede vergadering van de commissie Gemeentewerken maakte ik een paar aanmerkingen op het verslag. De notuliste, ze heette Dora Spier, siste me toen op zaalsterkte toe: ‘mierenneuker!’

Ik wens de heer Keijzer toe dat hij ook een keer de grote, onverbiddelijke vrouw tegenkomt, die mierenneuker tegen hem zegt – en dan zal alles nog goed komen tussen Zuid- en Pijpbelangen en de rest van de raad. Ik sluit overigens niet uit, dat andere fracties ook baat bij haar zouden kunnen hebben.

Reageer:

*


two + 9 =