Zag in Rialto de Chinese film 11 flowers, waarin we door de ogen van een elfjarig jongetje de uitwassen van de culturele revolutie meemaken. Het is geen nare film, er hangt een soort poëtisch waas overheen, maar de regisseur laat niets te raden over waar ideologische verdwazing anno 1975 toe kon leiden. Wat me dan na al die jaren nog steeds verbijsterd is dat er in ons veilige en comfortabele westen zoveel mensen blind achter het maoïsme aanliepen. Al was ik zelf geen gelovige, mijn omgeving kreeg er een behoorlijke tik van mee.
In de tweede helft van de jaren zestig woonde ik in De Brink, een jongenshuis in de De Lairessestraat. Over één van de jongens, Martin Crone, ging het verhaal dat zijn vader rechter was. Zijn ouders woonden op het Cornelis Troostplein, dus of dat verhaal klopt valt te betwijfelen. Martin was geen licht, maar zag er wel altijd heel tegendraads netjes gekleed uit, met een jasje en een stropdas. Hij had voor een Engelse kostschooljongen door kunnen gaan.
Vuist
Dat nu juist deze (vermeende) telg van een hoeksteen van onze samenleving ultralinks moest worden… Waar alle jongens erop uit waren om zo’n lucratieve krantenwijk van De Telegraaf te bemachtigen, bracht Martin de Waarheid rond. Op ons commentaar dat dat eigenlijk geen krant was met die paar bladzijden, luidde zijn antwoord steevast dat de Waarheid zo dun was omdat er geen leugens in stonden.
Martin verspreidde ook linkse lectuur (het Rode Boekje! ik heb het helaas niet meer in mijn bezit) en allerlei andere communistische parafernalia in het tehuis. Zo kwam ik in het bezit van zo’n prachtig, stralend rood Mao-speldje. Op een keer liep ik door de Kalverstraat met dat speldje op mijn legerjack uit de dump. Een jongen die mij tegemoet kwam stak zijn vuist in de hoogte. Ik had geen idee wat ik moest doen.
Icoon
Vijfendertig jaar later, in 2005, waren er in de Bijenkorf tijdens de Chinaweek wat Mao-spulletjes te koop. Er kwam gedoe over en het bedrijf haalde ze weg. Zoals Elly Boomsma tegen mij zei zal niemand het in zijn hoofd halen om met een horloge met de beeltenis van Hitler rond te gaan lopen. Maar Mao heeft hier in het westen toch een heel andere lading als icoon van de progressieve jaren zestig en zeventig – al heeft hij zeventig miljoen Chinezen de dood in gedreven met zijn megalomane plannen voor landbouw, industrie en wereldheerschappij. Andy Warhol portretteerde wel Mao, maar niet Hitler of Stalin.
De reactie van de Bijenkorf deed me er trouwens aan denken dat we hier in Nederland een grote traditie hebben in het goed zijn na afloop van de (ideologische) oorlog.
Leerlingenzelfbestuur
Terug naar de laten jaren zestig. In de vierde klas van de HBS werd ik met een groepje medescholieren op de korrel genomen door een gezelschap marxistisch-leninistische studenten, die hun thuisbasis op het Instituut van Neerlandistiek hadden. Daar ben ik ook een keer op bezoek geweest, maar mijn voornaamste herinnering aan die zonovergoten dag bestaat uit op het gras luierende studenten. We kregen het voorstel om een studiereisje van een dag naar België te maken, want daar zou op een school leerlingenzelfbestuur in zijn gevoerd.
Dus op maandag 3 november 1969 verzamelden we om kwart voor negen bij Cineclub en vertrokken met drie studenten als begeleider – Thea, Frans en Ivo – met de trein naar Maastricht. Onderweg werd uiteraard fel gediscussieerd en ik zie nog voor me hoe Thea, met onverholen afschuw, tegen mij zei: ‘maar jij bent eigenlijk vreselijk rechts!’ Vanuit Maastricht ging het met de bus naar Genk en vandaar naar een normaalschool in Bosrijk.
We werden beleefd ontvangen door pater-directeur, die uitlegde hoe zijn school functioneerde. We vonden het allemaal erg goed en democratisch, aten een hapje mee en vertrokken in de vroege avond weer met de bus naar Maastricht. Daar hadden onze begeleiders een verrassing: er was geen geld meer om met de trein terug te gaan, dus we moesten maar gaan liften. We gingen in groepjes uit elkaar en ik kwam diep in de nacht in Amsterdam aan. Voorlopig had ik wel weer mijn buik vol van het linkse levensgevoel.
De Internationale
Nog één voorbeeld dan. Aan de middelbare school had ik een erg leuke vriendin overgehouden, Moniek Raadt. Ze ging in Utrecht aan de Academie voor Expressie door Woord & Gebaar studeren. Ik kwam er graag en zag samen met haar heel wat vormingst(h)eater. Troetelkind was Proloog uit Eindhoven. De provincie Noord-Brabant bedreigde dat gezelschap met het intrekken van de subsidie. Dat liet links Nederland niet op zich zitten. Er werden door het hele land solidariteitsmanifestaties gehouden, zo ook in Utrecht.
Samen met Moniek fietste ik naar een grote zaal toe, ergens in een buitenwijk. Proloog speelde een stuk dat ik al een keer gezien had, over de bezetting van de Franse horlogefabriek Lipp door de werknemers (die toen steevast arbeiders heetten). De eigenaren wilden het bedrijf sluiten. De directeur had een dikke buik, een pandjesjas, een hoge hoed en hij rookte een sigaar. De arbeiders wonnen de strijd uiteraard.
Na afloop van de voorstelling werd De Internationale gezongen. De hele zaal rees omhoog en zong het staand met gebalde vuist mee. Alleen ik bleef zitten en kreeg het gevoel dat me wel vaker bekruipt: hier hoor ik niet thuis. Na afloop hadden Moniek en ik midden op een fietspad een onbedaarlijke ruzie. Vele jaren later spraken we er nog een keer over – ze wist zich er niets meer van te herinneren…
Maar al met al is het dus geen wonder dat ik eind jaren zestig, begin jaren zeventig een levenslange allergie op heb gelopen voor fanatiek, vreugdeloos en gelijkhebberig links.
