Het lijkt weer tijd voor de vallende wethouders. Om er twee te noemen: Marcel la Rose (PvdA) in Zuidoost en in Haarlem Pieter Heiliegers (VVD). Het dualisme en het fenomeen van de rondtrekkende wethouder zouden debet zijn aan de toename van het aantal bestuurders dat voortijdig aftreedt. Binnenlands Bestuur houdt er jaarlijks een lijstje van bij en vorig jaar waren het er honderd. Ik heb dat twee keer van nabij mee mogen maken: Richard Ronteltap (VVD) in 2000 in Oud-Zuid en Frans Nuijts (CPN) in 1984 in Noord. Ronteltap is in alle opzichten een verhaal apart, dus eerst maar Frans Nuijts – een niet onaardige man, opvolger van scheepswerfactivist Bertus van der Kuil, die het maar zes weken als wethouder volhield.
Tegenstemmen
Frans Nuijts was administratief medewerker van het wijkcentrum Vondelpark/ Concertgebouwbuurt geweest en had dat voor zijn eigen bestwil misschien maar beter kunnen blijven. Hij deelde de welzijnsportefeuille met de weinig collegiale Jan Veerman (CDA) en bestierde daarnaast Economische Zaken. In DB‑vergaderingen sloot Frans zich over het algemeen aan bij het standpunt van de meerderheid, dat wil zeggen: de PvdA (waar Jan Veerman volautomatisch in meeging). Totdat hij in zijn fractie kwam en daar de wind van voren kreeg: waar heb je nu weer aan meegewerkt. In de raad bleek hij dan opeens tegen een voorstel te stemmen waar hij het eerst mee eens was geweest. Dat leidde zelfs tot de situatie dat hij tegen een voorstel stemde dat hij als wethouder in had gebracht.
De rest van het DB vroeg hem om dan alsjeblieft op maandagavond, voorafgaand aan de DB‑vergadering, z’n fractie te polsen. Dan wisten we tenminste in de raad waar we aan toe waren. Ook is wel eens geïnformeerd of de twee drijvende krachten achter de fractie, Gwen Huising (dochter van een generaal en een psychiater, dus die moest wel bij de CPN terecht komen) en Frans Odink (iets leidinggevends in de welzijnssector, dus voor honderd procent CPN‑nieuwe‑stijl) geen zin hadden om Frans te vervangen. Maar nee.
Russische beer
Een ander probleem was dat Frans de portefeuille Economische Zaken had. Van oudsher was hem bijgebracht dat als de Russische beer aan de grenzen van Nederland danste, dat dan alle kapitalisten aan de hoogste boom opgeknoopt zouden worden. Zijn omgang met de captains of industry was zacht gezegd problematisch. Wel had hij affiniteit met allerlei kleinschalige werkgelegenheidsprojecten, dat was een wereld waarmee hij uit de voeten kon. Voor het milieu kon hij zich evenmin interesseren, met één uitzondering: de fabriek Kiekens aan het begin van de Kadoelenweg, anno 2012 een krakersbolwerk. Bij dit milieutechnologiebedrijf werkte Jaap Janissen, de man van CPN-deelraadslid Rie, dus daar kon Frans zich iets bij voorstellen. Regelmatig opperde hij dat we als stadsdeel toch wat moesten doen om de afzet van Kiekens te vergroten.
Daar kwam bij dat Frans alleen kon werken met ambtenaren die hij vertrouwde: communistisch georiënteerd dus. In die jaren werd daar niet moeilijk over gedaan. Zo deden Marc Wouters, Jaap Korf en Peter Dortwegt hun intrede in de ambtelijke organisatie – aardige en slimme jongens overigens. Peter van Pelt, die van de centrale EZ-afdeling overgekomen was, compenseerde dat als D66’er weer een beetje. Toen Frans stopte en ik zijn portefeuille nog een jaartje mocht beheren gaf dat wel wat problemen met Jaap en Peter D., die eigenlijk loyaal wilden zijn aan hun geestverwante ex‑wethouder.
Wethouderscrisis
Twee keer eerder dreigde er al een crisis, die door privéproblemen van Frans niet doorbrak. Maar de derde keer was het raak. Toen de rest van het DB dan eindelijk het vertrouwen in hem opzegde, brak er een rel uit. De CPN‑fractie weigerde te aanvaarden dat het om disfunctioneren en niet om politieke opvattingen ging. Er moest een bemiddelaar komen, de voormalige PvdA-wethouder van Financiën Wim Sinnige (inmiddels overleden). Daar hebben we een aantal grootschalige therapeutische sessies mee mogen beleven. Sinnige trok naar mijn smaak wat al te veel partij voor Frans en leverde uiteindelijk een advies af dat aanstuurde op een voortzetting van zijn wethouderschap.
Dat heeft nog een paar maanden geduurd en toen trad Frans uit eigen beweging af. De eer was gered, maar het niveau niet. ‘Ze hebben mijn portefeuille gestolen,’ verklaarde hij in de deelraad en in Het Parool kwamen zijn collega’s aan de beurt:
Ach, soms gingen de belangrijkste gesprekken onderling over de eigen auto, het eigen huis, en er werd gesproken of het salaris van de dagelijks bestuurders niet omhoog moest. Weet je dat ik in het begin de enige wethouder was die op de fiets naar zijn werk ging en die ook op de fiets naar afspraken ging. Dat werd me eerst kwalijk genomen, maar na een tijdje gingen mijn collega’s ook het fietshok in, ze merkten dat het aansprak als je een fiets gebruikte.
