Gerard van Westerloo, Bangarage & circusdieren

Vrij Nederland was in de jaren zeventig een baken voor een ieder die aan de boven hem of haar gestelde autoriteiten twijfelde – en wie deed dat niet in die tijd. Binnen het weekblad heersten twee stromingen – nog afgezien van de heel eigen, ironische zijpaden die hoofdredacteur Rinus Ferdinandusse insloeg. Je had de gedegen, minitieuze maar ook wel erg saaie en overgedetailleerde onderzoeksjournalistiek van Rudie van Meurs en de zijnen. Daar tegenover stonden de briljante portretten van de tijdsgeest die ik vereenzelvig met de afgelopen week overleden Gerard van Westerloo. Wie van mijn generatie kent niet klassiekers als De pont van kwart over zeven, De bestuurders van lijn 16 en Het verval van de Smitstraat.

Toen ik in 1985 bij het Gemeentevervoerbedrijf solliciteerde bleek het een pré dat ik het kleurkatern over lijn 16 van voor naar achter kende – al werd het bedrijf daarin nog zo genadeloos op de pijnbank gelegd. De werkelijkheid bleek in de vijf jaar dat ik daar werkte trouwens nog veel erger dan het onthutsende beeld dat Gerard van Westerloo schetste. Mijn eerste kennismaking met hem dateerde overigens van de voetbalvelden. Als katholieke middenstandszoon uit De Pijp bezocht hij natuurlijk het Ignatius College en voetbalde hij net als ik bij RKAVIC. Ik herinner me hem als een balvaardige, maar al wel wat te zware speler.

De banden werden weer wat aangehaald toen Jannetje, mijn toenmalige echtgenote, begin jaren tachtig voor VN een reportage over overspannen leraren schreef en vervolgens uitgenodigd werd om tot de redactie toe te treden. Gerard was haar leermeester, die de groep van het kleurkatern tot grote hoogten dreef, al waren ook voor VN de gouden jaren zeventig voorbij. In een overlijdensadvertentie heeft de redactie van VN een treffend citaat uit De pont van kwart over zeven opgenomen:

De mensen aan boord hebben hun vaste plek weer opgezocht en volbrengen de overtocht zwijgend.

Dan reppen ze zich naar huis.

Na het avondeten zetten ze de tv aan. De politicus die daarop het woord voert verstaan ze niet.

Dat is nog niet het ergste. Erger nog is dat de politicus die het woord voert niet begrijpt dat hij hún taal allang niet meer verstaat.

Bangarage

Een late nazaat van deze pontgangers stuurde de deelraadsleden vorige week een mailtje over de Bangarage. Voor een goed begrip: in 1989 stelde de gemeenteraad een bestemmingsplan vast, dat het mogelijk maakte om op de plaats van de oude Volvogarage in de Banstraat een hoog gebouw neer te zetten. Nadat de garage vertrokken was zag een projectontwikkelaar daar brood in. Omwonenden hadden onoverkomelijke bezwaren tegen het bouwvolume. De deelraad heeft in een reeks van jaren geprobeerd om daar de nodige meters vanaf te krijgen en zelfs het initiatief genomen tot mediation tussen buurt en projectontwikkelaar.

Alle aanpassingen van de bouwplannen hebben niet tot toenadering geleid: de omwonenden willen de huidige situatie handhaven. Dat lieten de vele insprekers in de commissievergadering Ruimte & Wonen van 9 mei dan ook in alle toonaarden weten – begeleid door het applaus van de eenmansfracties van de Vereniging Oud Zuid en Zuid- en Pijpbelangen. Wij hebben jullie gekozen, jullie zijn er toch voor de bewoners, kregen we als deelraadsleden te horen, zorg er dan ook voor dat daar niet gebouwd wordt. Het verhaal over het bouwrecht van de ontwikkelaar en de verbeteringen ten opzichte van het oude plan vonden geen weerklank.

Een klassiek dilemma waarin belangen tegen elkaar afgewogen moeten worden. Een aantal insprekers was niet erg mild over de raadsleden of wethouder De Vries, maar één mailer maakte het wel erg bont. Een bloemlezing:

  • Voor de gewone man is dit niet te vatten, er wordt niet naar zijn stem geluistert [sic] en het is dan ook kraak helder welk spelletje er gespeeld wordt.
  • Dit kan ook heel anders ingevuld worden wanneer het accent eens een keer op de wil van de buurt gelegd zou worden maar nee, het wordt ons door de strot gedrukt. Een grote schande!
  • Het lijkt wel of besluitvormers nooit leren luisteren naar de mensen waar ze eigenlijk voor werken. De kiezers dus!
  • Laten de Politici eindelijk eens hun gezond verstand gebruiken en luisteren naar de mensen in de buurt en zich niet lekker laten maken voor een succesje op persoonlijke titel. Ik vind het een grof schandaal.
  • Jullie moesten je schamen, terug naar de school banken en leren je gezonde verstand te gebruiken. U kunt eigenlijk ook geen applaus verwachten, een afstraffing wegens non prestatie zou meer op zijn plaats zijn.

Homo participans

Waar ik niet met m’n verstand bij kan is dat iemand denkt dat dit soort teksten zijn of haar standpunt versterken. Zoals de meeste van mijn collega-raadsleden ben ik wel gevoelig voor de kracht van argumenten, maar niet voor scheldtirades. De lezer weet dat ik graag citeer uit eigen werk, zo ook uit het verhaal dat ik in 1999 als voorzitter van de Vrienden van het Batrixpark bij het twintigjarig bestaan van de Stichting Overleg RAI-buurten hield over de homo participans. Daarin formuleerde ik grondregels voor het verkeer tussen overheid en burger. Voor de bewoners had ik er vijf:

  1. Als je als actieve bewoner iets wilt bereiken, dan heb je er niks aan om je gesprekspartner tegen je in het harnas te jagen – een goede belangengroep komt op voor bewoners door zaken te doen met de overheid of met anderen. Maak liever bondgenoten dan vijanden.
  2. Blijf boven de gordel opereren. Ook de actie voerende burger verwerft zich het respect van andere partijen door op een nette en zakelijke manier op te treden. Werk daarbij met argumenten en breng die op sterkte met een scheut emotie.
  3. Als je een resultaat van 90 procent behaalt, dan ben je spekkoper. Incasseer je winst en presenteer die ook als zodanig aan je achterban. Ga niet roepen dat er nog niks bereikt is en blijf evenmin gefrustreerd achter de resterende 10 procent aanjagen.
  4. Maar ook: laat je niet inpakken of in slaap sussen en je tot een tandeloze tijger maken. Blijf scherp en vraag steeds weer aandacht voor je standpunten. Frappez toujours! is het motto.
  5. Ik heb als wethouder ooit met de stichting MAO te maken gehad, dat stond voor Mooie Apollolaan en Omgeving, en ik had de sterke indruk dat als Berlage op aarde terug zou keren hij van die stichting te horen zou krijgen: u hebt weliswaar het Plan Zuid ontworpen, maar er niks van begrepen – dat hebben wij pas gedaan. Dus speciaal voor Amsterdam-Zuid: hou het cynisme en de superioriteitsgevoelens in bedwang, voel je niet bij voorbaat al beter dan die bestuurder of ambtenaar. Je bent heus niet per definitie een minkukel als je kiest voor een loopbaan als deelraadsbestuurder of –ambtenaar.

Circusdieren

Nu ik toch met de oogst van de afgelopen weken bezig ben: de deelraadsleden zijn dagenlang bestookt met honderden mails van mensen die vonden dat er geen wilde dieren in circussen op mogen treden. Ook tegen deze initiatiefnemers zou ik willen zeggen dat dit nu het schoolvoorbeeld van een contraproductieve actie is, omdat het vooral tot irritatie bij de ongewilde ontvangers leidt. Daardoor ben ik niet eens toegekomen aan de portee van hun mailbericht, maar kreeg ik allerlei dwarse fantasieën over het zelfbeschikkingsrecht van circusdieren. Volgende keer graag wat anders verzinnen.

Meningen

Tot slot werd mij maandagavond in de fractievergadering de vraag voorgelegd wat ik van preventief fouilleren vond. Nu heb ik over van alles en nog wat een mening, maar daarover niet. De Grote Roerganger, Hans van Mierlo, heeft daar ooit eens heel treffend over gezegd (De Tijd, 13-09-1985):

Als je al die partijleiders over alles meningen hoort geven denk ik: wat een fantastisch vermogen op al die gebieden à l’instant alle meningen te hebben. Ik heb over ontzettend veel zaken helemaal geen mening. Omdat ik er niet over heb nagedacht.

Hoewel niet zo’n Van Mierlo-adept, voel ik me hier als Vrije Radicaal door aangesproken. De fractie is gewaarschuwd: misschien heb ik wel eens vaker ergens geen mening over.

Reageer:

*


six − = 3