Waar staat D66 voor? Die vraag kreeg ik vanaf het moment dat ik politiek actief werd regelmatig voorgelegd. Meestal met de ondertoon dat het hier om een zwabberende, niksige partij zou gaan – in tegenstelling tot partijen met een stevig fundament, of het nou de bijbel of Das Kapital was. Zelf beviel me het ideologisch niet vooringenomen zijn van D66 zeer, want als ik één ding in mijn studie politicologie geleerd heb, dan is het om overal aan te twijfelen (vooral aan de marxistisch-leninistische recepten die daar voor wetenschap doorgingen).
Wel ben ik op zoek gegaan naar aartsvaders, niet zozeer de negentiende-eeuwse liberale stromingen, maar vooral de Vrijzinnig Democratische Bond van voor de oorlog en ook de Radicalen, die zo rond 1900 het politieke leven in Amsterdam flink op hebben geschud. Aan de hand van een aantal van de toespraken die ik bij afsluiting van een deelraadsperiode gehouden heb (1988, 1994, 1998), volgt hieronder een reconstructie van het beeld dat ik al die jaren van D66 uitgedragen heb.
Complex
Een politieke partij is een gebouw. Bij sommige partijen bestaat dat gebouw uit één grote zaal, waar een groot gezelschap eensgezind applaudiseert voor de orakeltaal die vanaf het podium gesproken wordt. Maar D66 bewoont een zich steeds verder uitbreidend, wat rommelig huis met bochtige gangetjes en kamertjes van allerlei afmetingen – zonder plan aan elkaar vastgeplakt en al helemaal niet onder architectuur gebouwd.
Het is soms moeilijk om lid van D66 te zijn. Je moet steeds opnieuw keuzes maken in een complexe samenleving. Een samenleving die te ingewikkeld is geworden voor simpele oplossingen. In de woorden van Hans van Mierlo (De Tijd, 13-09-1985):
D66 is de partij van de toekomst. Partijen zullen gaan lijken op wat nu D66 heet. Het zullen fora zijn waar mensen nadenken over de maatschappij. Niet op grond van verouderde 19de eeuwse grondslagen, maar op grond van de werkelijkheid van nu.
Wat mij stoort is dat er vaak over D66 gepraat wordt in de trant van: de mensen horen nergens meer bij, D66 hoort nergens bij, dus: de mensen horen bij D66! En wat me nog meer stoort, is dat daar een kern van waarheid in zit. Waar het voor D66 de komende jaren op aan zal komen is dat we een goede kwaliteit bestuurders leveren. En dat we bereid zijn om de gevolgen van bestuurlijke verantwoordelijkheid te dragen – en dus niet langer met brandschone handen vrijblijvend langs de zijlijn meningen staan te ventileren.
Bloeddorst
De rol van D66-ers in de politiek is een beetje die van zondagskinderen: politiek is leuk, maar er zijn toch nog zoveel andere mooie dingen in het leven. In mijn fractie werd een opera- of balletvoorstelling dan ook een legitieme reden gevonden om af en toe een politieke bijeenkomst over te slaan.
De misschien wat naïeve en soms zelfs a-politieke toon die nu eenmaal hoort bij een D66-fractie kon andere partijen in de raad tot een ongekende bloeddorst opzwepen. Tot onze stomme verbazing: we bedoelden het immers zo goed. Op de uitslagenavond (1998) merkte ik de onmisbare functie van leedvermaak in de politiek: als D66 weer ergens op z’n donder gekregen had, werd er hier en daar in de zaal gejuicht.
De enige verklaring die ik voor dit verschijnsel heb kunnen vinden is dat de andere gevestigde partijen het verwachtingspatroon hebben dat een fractie zich houdt aan de impliciete regels van het politieke spel en zich niet de ene keer binnen en de andere keer buiten dat spel plaatst. Persoonlijk heb ik er overigens altijd grote moeite mee gehad om niet duidelijk te zijn, maar het is geen automatisme dat je je daar geliefd mee maakt. Zolang je niet in de politiek gaat met het idee om vrienden voor het leven te maken is dat lot trouwens wel te dragen.
Keuze
Waarom D66 voor mij – terwijl ik toch begonnen ben met van m’n 18de tot mijn 23ste lid van de PvdA te zijn. In eerste instantie was het een kwestie van afstrepen. Ik wist goed welke partijen ik niet moest. En er is geen partij waar je je helemaal voor 100% in kunt vinden.
Maar er was toch iets meer aan de hand. Ik ben blij dat ik in een coalitieland leef. Ik kies dan voor een relatief kleine partij (die dan ook geen machtswellustelingen aantrekt), die aan het intellect appelleert in plaats van aan eigenbelang, schuldgevoel, traditie, behoefte aan dogmatiek enzovoort, enzovoort. Als we dan toch over een hokje moeten praten: ik voel me bij D66 thuis omdat ik daar mijn liberaal anarchisme of anarchistisch liberalisme uit kan leven.
Ik ben lid van D66, maar ik zou nooit zeggen: dat is míjn partij. Ik heb sowieso moeite om ergens van te zeggen: dat is van míj – daarom zou ik ook nooit in de VVD kunnen functioneren. Ik vereenzelvig me niet met D66. Het is een manier om mijn maatschappelijke betrokkenheid vorm te geven. Oftewel: ik laat mijn partijlidmaatschap wél van mijn mening afhangen, maar mijn mening niet van mijn partijlidmaatschap.
Uitwisseling
Terug naar de politieke werkelijkheid van 2012. In de meest recente peiling staat D66 op zestien Tweede Kamerzetels, terwijl we er nu tien hebben. De media besteedden veel aandacht aan de opmars van de SP (32 gepeilde zetels tegen vijftien echte) en de afkalving van de PvdA (zeventien om dertig).
NRC Handelsblad (van 21 januari 2012) onderzocht de overlap tussen deze twee partijen door een reeks vragen aan hun volksvertegenwoordigers voor te leggen. Interessant was het antwoord op de vraag bij welke partij ze zich zouden aansluiten als hun eigen partij niet bestond. De score bij de PvdA: Groen Links (40%), D66 (18%), SP (16%) en daarna wat klein grut. De SP gaf een totaal ander beeld: géén andere partij (42%), PvdA (16%), PvdD (10%), Groen Links (9%), lokale partij (5%), ChristenUnie (3%) en in de staartgroep, samen met CDA en VVD, kwam dan D66…
Profiel
De Volkskrant (van 23 januari 2012) deed verslag van een onderzoek van UvA-politicologen onder 55.000 mensen. De onderzoekers constateerden dat de sterke schommelingen in de Nederlandse politiek niet duiden op een gebrek aan vertrouwen in die politiek. De democratie verkeert niet in crisis, maar wel de gevestigde partijen, die niet meer op een vaste achterban kunnen rekenen. De geëmancipeerde kiezer beslist bij elke verkiezing opnieuw welke partij het best bij zijn of haar opvattingen past. Door de toegenomen concurrentie moeten partijen een helder profiel kiezen. Dat de oude machtsblokken versnipperd zijn tot middelgrote partijen bemoeilijkt het vormen van coalities.
Rechtse kiezers wisselen binnen het blok VVD, PVV en CDA, linkse tussen PvdA, Groen Links en SP. Alleen D66 is echt aantrekkelijk voor kiezers uit beide blokken. De electorale positie wordt als volgt geschetst:
Enige echte middenpartij. Trekt rechtse én linkse kiezers. Bij regeringsdeelname moet kleur worden bekend, waarop een deel van de kiezers wegloopt.
Bizar is het dat het CDA zich onlangs tot het radicale midden bekeerd heeft. Omdat, zoals Alexander Pechtold naar voren bracht, D66 zich al op die plek genesteld heeft. Maar ook omdat de begrippen midden en radicaal elkaar uitsluiten. Als je zo nodig radicaal wilt zijn, doe dat dan op de flanken. Wethouder Treub, de aanvoerder van de Radicalen – indertijd het meest linkse deel van de Amsterdamse gemeenteraad –, zou zich zeer vermaakt hebben om Ruth Peetoom en de haren.
