In de zoektocht naar waar deelraadswethouders terecht komen ben ik inmiddels beland bij degenen die de overstap naar het echte wethouderschap gemaakt hebben. De vorige twee afleveringen ging het over Tweede Kamerleden en burgemeesters – waarbij ik schreef dat ik me niet kon voorstellen hoe je na de Amsterdamse hectiek de bestuurlijke luwte van een kleine gemeente op kon zoeken. Ik ontving van een partijgenoot uit Nieuw-West de reactie dat ik me aldus niet alleen chauvinistisch, maar ook negativistisch toonde. Mijn vraag of hij wel eens van ironie gehoord had, pareerde hij met de opmerking dat de burger die ironie niet doorheeft en daardoor denkt: wat een onaardige meneer.
D66
Goed, ik zal proberen kleine gemeenten respectvol te behandelen – maar weet niet of ik daar de kracht voor heb. Om te beginnen mijn eigen partij. Daarvan houdt de wethoudersscore niet over. Jur Botter, van 1996 tot 1998 wethouder in de Rivierenbuurt, maakt sinds 2010 deel uit van het college in Heemstede (26.291 inwoners).
Een ander verhaal is Leo Cornelissen, met wie ik van 1981 tot 1985 in de deelraad Noord zat, every inch een D66’er. In de jaren negentig maakte hij deel uit van de Amsterdamse gemeenteraad (783.364 inwoners). Toen Ernst Bakker burgemeester van Hilversum werd, volgde Leo hem in januari 1998 als wethouder op. Het werd een ultrakorte bestuursperiode, die duurde tot de installatie van de nieuwe raad in 1998. Later is Leo nog Statenlid geweest en ook heeft hij de D66-afdeling Amsterdam-Noord jarenlang voorgezeten.
Groen Links
Groen Links dan. Dat leverde Ruud Grondel, na twee termijnen in Westerpark, als wethouder aan de Amsterdamse gemeenteraad. Hij werd in 2001 meegesleept in de wethouderscrisis rond Frank Köhler, maar dook een jaar later op in Haarlem (toen nog net geen 150.000 inwoners). Als Haarlems ambtenaar kreeg ik met Ruud te maken en verbaasde me erover dat hij zijn onloochenbare slimheid zo graag in de raadsvergaderingen demonstreerde. Dat was na vier jaar niet meer voor herhaling vatbaar en Ruud reisde verder door naar Diemen (24.983 inwoners), waar hij nog steeds het wethoudersambt bekleedt.
VVD
De VVD deed het op wethoudersgebied beter. Laten we beginnen met Mark van der Horst, die bestuurder in De Baarsjes en Zuidoost was, voordat hij van 2002 tot 2006 wethouder in de centrale stad mocht spelen – zijn naam duikt af en toe nog op in het Noord-Zuidlijndossier. Na een half jaartje waarnemend burgemeesterschap in Heemskerk (39.160 inwoners) dook Mark het advieswezen in. Hij is vandaag de dag ook voorzitter van het MKB Amsterdam.
Ook Edgar Peer is een verhaal apart. Vanaf 1985 zat ik een aantal jaren met hem samen in de stadsdeelraad Noord, waar ik hem het prototype van een snelle jongen vond: vlot, vrolijk, welbespraakt en oppervlakkig. In 1988 werd hij deelraadswethouder, waar hij rondvertelde dat er van allerlei kanten aan hem getrokken werd: hij kon medisch specialist worden, het bedrijfsleven ingaan of misschien werd het toch een positie als staatssecretaris. Edgar mocht uiteindelijk niet klagen met een positie als wethouder in de stad (1994 – 1998), maar maakte dan toch de overstap naar het bedrijfsleven: directeur van een worstmachinefabriek in Nieuwerkerk aan de IJssel – om vervolgens Impeerium BV te beginnen, in vastgoed en gebiedsontwikkeling.
Om de VVD af te ronden de tweede Amsterdamse deelraadswethouder die naar Zaanstad overstapte (na PvdA’er Hans Luiten): Dennis Straat, die tot 2010 in Zeeburg de scepter zwaaide. En natuurlijk Eric van der Burg, die na de jammerlijke collegeonderhandelingen in 2010 D66 van het pluche wist te verdringen. Voorafgaand aan zijn jarenlange gemeenteraadslidmaatschap was hij vijf jaar bestuurder in Zuidoost.
PvdA
Net als de VVD doet ook de PvdA het redelijk goed met de opmars van deelraadswethouders: Hannah Belliot (eerst Zuidoost, van 2002 tot 2006 wethouder in Amsterdam), Tjeerd Herrema (eerst Zeeburg, van 2006 tot zijn vervroegd aftreden vanwege de Noord-Zuidlijn in 2009 wethouder in Amsterdam), Hans Luiten (eerst Bos & Lommer, van 2006 tot 2010 wethouder van Zaanstad met 146.937 inwoners) en Piet Polderman (eerst Rivierenbuurt en Zuideramstel, sinds 2008 wethouder in Vlissingen met 44.645 inwoners).
Rita Weeda neemt voor mij een bijzondere plaats in. Vanuit de gemeenteraad, waar ze de beruchte motie indiende om het Olympisch Stadion te slopen, kwam ze in 1990 in de deelraad Zuid. Als collega-wethouder had ik wel het een en ander op haar functioneren aan te merken, maar dat zal wederzijds geweest zijn. Ze hield het vier jaar langer vol dan ik en raakte daarna weer aan de slag in het welzijnswerk, dat ze een tijdje combineerde met een statenlidmaatschap. Tot m’n grote verbazing werd ze in 2006 wethouder in Arnhem (148.320 inwoners), waar ze drie jaar later struikelde over een kostenoverschrijding bij de beeldententoonstelling Sonsbeek 2008.
Rita zat niet bij de pakken neer en volgde later dat jaar een opgestapte partijgenoot op in Geldermalsen (26.227 inwoners), om in 2010 beroepen te worden in Renkum (31.517 inwoners). Het komt vast weer door mijn onverwoestbare Amsterdamse chauvinisme, maar dat fenomeen van de wethoudersnomaden kan ik niet goed volgen. Je kunt toch een veel betere bestuurder zijn als je wortels hebt in de gemeente die je een tijdje mag dienen? Het laatste nieuws dat ik over Rita op internet gevonden heb is dat ze de aanvraag voor een kiosk tussen de Etos en Sanidrome ter hoogte van de Prins Hendrikstraat in Oosterbeek afgewezen heeft – al vond ze het een sympathiek plan.
