Hoe sterk is het eenzame raadslid? zong het door mijn hoofd, toen de deelraadscommissie Ruimte & Wonen zich over de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht van een deel van Zuid boog. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft Plan Zuid, de Pijp en de Vondelpark/ Concertgebouwbuurt voorgedragen voor die status en de deelraad is gevraagd om daar een advies over uit te brengen. De vergadering voorliep voorspelbaar: alle partijen links van ons (PvdA, Groen Links, SP en buurtpartijen VOZ en ZPB) zijn tegen omdat de huur in de sociale sector in bepaalde gevallen omhoog kan gaan. Rechts (VVD en CDA dus) moet niets hebben van de extra regels die zo’n status met zich mee zou brengen. Het door wethouder De Vries (PvdA) ingebrachte negatieve advies bleef dus glansrijk overeind.
Afwijkend
Het enige afwijkende geluid kwam van de D66 fractie. Ik begon met de vraag te stellen waarom mensen graag in Amsterdam-Zuid willen wonen. Dat komt omdat Zuid een aangenaam woon- en leefklimaat biedt – door de stedenbouwkundige opzet, door de architectuur, door de monumenten, door het groen, door de voorzieningen. Iedere mogelijkheid die zich aandient om die kwaliteiten te behouden en te versterken moet dus worden aangegrepen.
In ons land is het beschermd stadsgezicht daar het ultieme instrument voor. Het is een eer voor een gemeente als een deel ervan voorgedragen wordt als beschermd stadsgezicht. Maar gezien het conceptadvies van het dagelijks bestuur en de reacties van de andere fracties lijkt deze eer niet aan stadsdeel Zuid besteed te zijn. De drie belangrijkste aspecten daarbij waren de huren, de regelgeving en wat ik maar even de inhoud zal noemen.
Huren
De mogelijkheid om de huur met 15 procent te verhogen in een beschermd stadsgezicht is aan vele voorwaarden verbonden. Er bestaat een zevenvoudig filter: (1) het heeft geen betrekking op woningen met geliberaliseerde huren, (2) gaat pas in bij nieuwe verhuur, (3) geldt alleen voor panden van vóór 1945, (4) geldt niet voor beschermde rijksmonumenten, (5) er zijn afspraken met de corporaties om huurprijzen beneden de huursubsidiegrens te houden (in jargon: Bouwen aan de Stad-2), (6) liberalisering kan al via de Donnerpunten, maar vooral (7):
De verhuurder moet kunnen aantonen dat hij geld heeft besteed aan de instandhouding van de monumentale waarde van de woning. Er moet dus na aanwijzing van het gebied, in de instandhouding van de monumentale waarde van de woning worden geïnvesteerd.
Voor hoeveel woningen zou die huurverhoging dan nog gelden? D66 had behoefte aan kwantificering van de omvang van dit probleem – bijvoorbeeld door wat cijfers over door het beschermd stadsgezicht veroorzaakte huurverhogingen in de binnenstad en in vergelijkbare gemeenten –, maar stond daarin alleen. Wethouder de Vries gaf het bekende antwoord dat Zuid natuurlijk nergens mee te vergelijken valt én dat verhuurders er nu eenmaal om bekend staan dat ze iedere kans aangrijpen om de huur te verhogen, zeker nu het ze financieel niet voor de wind gaat.
Regels
Dan de consequentie dat eigenaren voor veel meer zaken een omgevingsvergunning aan zouden moeten vragen dan nu het geval is. Stel dat dat zo is. Als je ‘meer regels’ vertaalt in ‘meer bescherming’ klinkt het al heel anders. Bovendien geldt die extra bescherming alleen voor aanpassingen aan de straatzijde. Gewoon onderhoud, inpandige veranderingen en wijzigingen aan achtergevels of achterdakvlakken blijven vergunningvrij. De beschermde wijken gaan dus niet op slot, zoals ook in een bijlage verstopt vermeld stond – en zoals je ook bepaald niet kunt zeggen dat er in de binnenstad geen enkele bouwactiviteit meer plaatsvindt:
De aanwijzing heeft nadrukkelijk niet de bedoeling om de bestaande situatie te bevriezen of elke verandering tegen te houden. Het doel is wel om het cultuurhistorische karakter zo goed mogelijk intact te laten, waarbij veranderingen zorgvuldig worden begeleid en nieuwe bouwwerken zorgvuldig worden ingepast. Maar zeker niet onmogelijk zullen zijn.
Onze bestemmingsplannen spelen daar ook een belangrijke rol bij. Het gevolg van de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht is dat het stadsdeel ‘beschermende bestemmingsplannen op moet stellen om de waardevolle onderdelen en structuren te beschermen’. Maar Zuid verkeert in de gelukkige omstandigheid dat vrijwel het gehele genomineerde gebied al ‘beschermd stadsgezicht-proof’ is door het vaststellen van actuele en op bescherming gerichte bestemmingsplannen. De bescherming is al goed geregeld, dus zal de regeldruk niet of nauwelijks toenemen. Deze boodschap van mij kwam blijkbaar niet goed over, want de overige fracties (voor zover ze zich druk maken over dit aspect) bleven van mening dat het beschermde stadsgezicht een onaanvaardbare verhoging van de regeldruk met zich meebrengt.
Inhoud
Het belangrijkste punt dat ik naar voren bracht was dat naar de mening van D66 het adviesverzoek van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed primair op inhoudelijke gronden beoordeeld moet worden. We ontvingen een toelichting op de adviesaanvraag van 55 bladzijden. De weerlegging van het DB beslaat een paar regels, bestaat uit beweringen in plaats van bewijzen en is in onze ogen flinterdun. Als er een negatief advies moet komen, waarom dan niet een contra-expertise aangevraagd voor een weerlegging op inhoudelijke gronden. Zoals te verwachten viel hadden noch wethouder De Vries, noch de andere zeven fracties behoefte aan een dergelijke onderbouwing. Wat mij de hoop geeft dat de rijksdienst dit magere advies straks terzijde zal schuiven.
Wat ik betreurde was dat het stadsdeel de inwoners geen gelegenheid heeft gegeven om geïnformeerd te worden over het voorstel van de rijksdienst en om zich daarover uit te kunnen spreken – zoals in andere gemeenten tot de goede gewoonte behoort. De reactie van wethouder De Vries luidde dat dat niet nodig was, omdat het DB toch met een negatief advies zou komen…
Brevet
Behalve de ‘eer’, de erkenning en het prestige is het grote voordeel van het beschermde stadsgezicht dat het op een langere termijn dan een bestemmingsplan garanties geeft voor het behoud van de kwaliteiten van de betreffende delen van Zuid. Dat het, zoals de rijksdienst naar voren brengt, zou kunnen leiden tot waardevermeerdering van panden in het gebied neem ik maar even voor kennisgeving aan.
Als er één gebied in Nederland in aanmerking komt voor de status van beschermd stadsgezicht, dan is het wel het internationaal bekende en gewaardeerde Plan Zuid. Als Plan Zuid geen beschermd stadsgezicht wordt, dan kan het instrument beter opgedoekt worden. Maar ook voor de andere wijken geldt dat het stadsdeel trots zou moeten zijn op deze aanvraag. De deelraad geeft zichzelf met dit advies een brevet van onvermogen als hoeder van het cultuurhistorisch erfgoed in Zuid.
En de vraag kwam bij me op of het stedelijk belang dat gediend is met de aanwijzing van beschermde stadsgezichten niet zo groot is, dat de gemeenteraad de advisering over zou moeten nemen. Het is toch vreemd dat stadsdeel Noord de status van beschermd stadsgezicht voor de vooroorlogse wijken omarmt, terwijl een kilometer of wat verderop minstens zo waardevolle gebieden (ik blijf netjes tegenover onze collega’s) afgeserveerd worden. Na al die jaren kan ik er niet van verdacht worden een anti-deelradenstandpunt in te nemen, maar ik ben geneigd in dit geval de eenheid van de stad te laten prevaleren.
Supporters
De andere fracties in de commissie bleken niet erg gecharmeerd van ons andere geluid. Ik kreeg een spervuur van interrupties over me heen, met name van coalitiegenoten PvdA en VVD. De VVD-woordvoerder kreeg blijkbaar zo’n waas voor ogen dat hij me beschuldigde van ‘hobbyisme’. Zelf ben ik niet zo’n voorstander van neerbuigende kwalificaties over de opvattingen die andere partijen in hun politieke DNA hebben zitten – dat doen wij toch ook niet als de VVD weer eens begint over bijvoorbeeld het erfpachtstelsel…
Maar goed, bij het verlaten van de zaal bleek dat het eenzame raadslid toch nog vier supporters had, behalve fractiegenoot Ed natuurlijk: drie leden van het Cuypers-genootschap én de monumentenambtenaar. En ik bedacht, terugfietsend door het Beatrixpark: als er één partij is die zich druk moet maken over de cultuurhistorische waarde van de stad, laat het dan D66 maar zijn.