De CPN (I): met ijzeren hand

23 mei, 2013 door hermanwals

Alle fracties in de deelraad Noord waren in 1981 doodsbang voor de CPN, met zes zetels weliswaar groot, maar toch de helft kleiner dan de PvdA. Het verhaal ging dat vrijwel alle bewoners‑ en belangengroepen in Noord stevig onder CPN-invloed stonden, om nog maar te zwijgen van het welzijnswerk. Voor de instelling van de stadsdeelraad waren het de buurtactivisten en geestverwante ambtenaren die samen bepaalden wat goed was voor de bewoners. Ze zullen geen boodschap gehad hebben aan het wetenschappelijk vastgestelde feit dat de komst van de deelraad CDA- en VVD-stemmers een toegenomen gevoel van politieke participatie bezorgd had.

In mijn wethoudersperiode kreeg ik volop te maken met de oude, horizontale communisten: de Ans Hagemannen en de Mien de Vriesen. Wat konden die tieren als ze hun zin niet kregen! In de deelraadsfractie van de CPN zat een aantal interessante mensen, afgezien dan van Fie Makkelie en Rie Janissen, over wie ik werkelijk niets te melden heb. En over wethouder Frans Nuijts heb ik het al gehad in Een CPN-wethouder treedt af (19 en 22 juli 2012).

Bertus & Frits

Eigenlijk trad Bertus van der Kuil aan als eerste CPN-wethouder. Een heel geschikte vent, afgekeurd als timmerman. Als representant van de gestaalde kaders draaide hij er zijn hand niet voor om, om op een scheepswerf duizend boze mannen toe te spreken. Maar als hij een paar velletjes papier voor z’n neus kreeg, dan had hij het niet meer. Al snel na zijn benoeming als wethouder kwam hij erachter dat de nieuwe functie problemen met zijn WAO-uitkering op zou gaan leveren. Bertus vertrok na zes weken, overspannen. Niet veel later keerde hij weer als actievoerder terug aan de frontlinie, vaak vergezeld door zijn vrouw Alie. Maar raadslid heeft hij nooit meer willen worden.

Bertus werd in de raad opgevolgd door Frits Varkevisser. Hij kwam van het dok en bezat het nasale, platte accent waar zoveel generaties progressieve studenten uit het Gooi en omstreken zich suf op oefenden (‘bèstè mènsè’). Maar hij was niet helemaal van gisteren en zag de veranderingen in de CPN op zich afkomen. En wou blijkbaar niet achter blijven. Dus veranderde hij, voor mijn gevoel in een weekeinde tijd, van een dogmatisch stalinist in een evenzo dogmatisch feminist. Ik vond het vermakelijk om hem in commissie en raad onophoudelijk voor de zaak van de onderdrukte vrouw (als categorie, natuurlijk) te horen pleiten. De glimp die ik af en toe van zijn vrouw en dochter opving deed me vermoeden dat bij hem thuis theorie en praktijk niet vanzelf samen vielen.

Amsterdam Global Village & de wondertunnel

21 mei, 2013 door hermanwals

Klein geluk in de stad: dochter Francisca sms’te vorige week dinsdag ‘Onder het rijks door!!’ Diezelfde avond fietste ik, voordat ik in Rialto naar The Grandmaster ging kijken, een lusje door de onderdoorgang.  Het voelde geweldig. Ongeveer zoals in de ingezonden brief van Petra Catz, vrijdag in NRC Handelsblad: ‘Het is een wondertunnel die twee werelden verbindt’. Ik ben nu bezig om mijn routes naar de binnenstad weer via het Rijks te verleggen – en ga ervan uit dat ieder deelraadslid dat tegen het onder het museum doorfietsen stemde er zorgvuldig omheen blijft rijden.

Bromfietskoerier

Middelgroot verdriet had ik vorig jaar over het vertrek van mijn geliefde Filmmuseum uit het Vondelpark. Ik ben er een jaar lang in geslaagd om opvolger Eye te boycotten, maar daar is nu een bres in geslagen. Woensdagavond draaide er Amsterdam Global Village van Johan van der Keuken, een film uit 1996 die ik indertijd gemist heb. Dus reisde ik per fiets en pont af naar de noordelijke IJ-oever.

Eén van de belangrijkste protagonisten uit de film is een Marokkaanse bromfietskoerier. En waar kwamen die jongens samen: zomers bij de skateramp op het Museumplein en ’s winters in de onderdoorgang van het Rijks. Ik zag dat lawaaiige groepje opeens weer helemaal voor me. Net als de auto’s die in de film nog onbekommerd over het plein razen, fijn over die rammelende klinkertjes heen. Nog maar zeventien jaar geleden en nu al een beeld uit ja, een vorige eeuw – net zoals de telefooncellen waarmee de stad toen nog bezaaid was en het ontbreken van scooters in het verkeer.

Achterbuurvrouw

De film begon om zeven uur met uitleg van een hoogleraar en om kwart voor twaalf rolden we naar buiten. De associatieve beeldenstroom was aan een overgroot deel van het publiek niet besteed: de man voor me stapte na een uur op, links was een meisje voortdurend met haar mobiele telefoon bezig en rechts zat een Duitse schoolklas die het niet meer had van ellende. Na de pauze was de zaal dan ook flink uitgedund.

Op de pont raakte ik met mijn achterbuurvrouw in gesprek, die bezig was om een verhaal over haar moeder te herschrijven. Na de eerste versie was die moeder van de trap gevallen en overleden, vandaar. Woensdag overdag had deze achterbuurvrouw de hele dag in de bibliotheek gezeten voor het maken van een essay over een Perzisch tapijt. De film moest voor afleiding zorgen, maar ze was er niet onverdeeld positief over.

Geluk

Inderdaad viel er soms geen touw aan vast te knopen. Maar vierenhalf uur lang kijken naar beelden van Amsterdam vormde voor mij bepaald geen straf. Wat wel opviel was dat de regisseur voor het verbeelden van het globale karakter van de stad Amsterdam-Zuid blijkbaar niet nodig had en zich liever richtte op de binnenstad, de Bijlmer en een paar, toen nog verlopen en afgesloofd ogende, negentiende-eeuwse buurten in Oost en West.

In de tegenwoordige tijd van woensdagnacht fietste ik in het donker over de grachten en onder het Rijks door. Toen ik over het weidse plein uitkeek naar de lichtjes van het Concertgebouw aan de overkant doorstroomde een gevoel van geluk me.

Hart

Behalve de intrigerende film van Johan van der Keuken was er een tweede reden om me weer eens te bezinnen op mijn verhouding tot Amsterdam. Op het kandidaatstellingsformulier voor de deelraadsverkiezingen van volgend jaar moet ik in 300 woorden mijn motivatie weergeven. En die draait eigenlijk helemaal om de stad waarin ik geboren en opgegroeid ben en waarmee ik me tot in iedere vezel verwant voel.

Maar hoe formuleer je dat – kun je van een stad houden? Kun je er om geven? Of ben je er toch meer aan gehecht – al klinkt dat wel erg naar pleisters. Betrokkenheid is dan weer te slap. Verknocht beviel me ook niet. Uiteindelijk kwam ik uit op (maar ik houd me aanbevolen voor suggesties):

Hart voor Amsterdam vormt de belangrijkste reden dat ik de politiek ingestapt ben en daarnaast fascinatie voor het functioneren en de vormgeving van de grote stad. Wat me blijft boeien in het deelraadswerk is de invloed die je uit kunt oefenen op je directe woon- en leefomgeving. Dus bemoei ik me actief met de kwaliteit van stedenbouw, architectuur en openbare ruimte in stadsdeel Zuid en met het behoud van monumenten. De stad een beetje mooier maken en een beetje beter laten functioneren, daar gaat het me om. 

Requiem voor een Impeerium (II)

19 mei, 2013 door hermanwals

De PvdA dwong Peer in te stemmen met een heel pakket aan voorwaarden (‘De nieuwe wethouder moest contractueel beloven dat hij de beloftes van zijn voorganger gestand zou doen en moest ook plechtig beloven dat hij zijn collega-wethouders geen oor zou aannaaien tijdens de begrotingsbehandelingen’), maar Peer deed het.

‘Als hij die ketting maar om zijn nek kan hangen’, zo meent Rob Goldsteen, collega-wethouder van Peer tijdens diens dagen in Amsterdam-Noord. ‘Daar was hij in Noord ook altijd op uit.’

In de gemeenteraad herhaalde het van Noord bekende patroon zich: afgeven op collega’s, zelf allerlei beloften doen, die hij niet inloste en tijdig vertrekken (De Groene Amsterdammer: ‘Peers veelgeroemde daadkracht is in het verleden nogal eens ontmaskerd als politiek illusionisme’ en ‘ook het laatste wapenfeit van Edgar Peer als redder van de Amsterdamse haven blijkt een luchtkasteel’). Dat sloeg op de door Peer voor 128 miljoen euro naar Amsterdam gehaalde Ceres-terminal, die drie VVD-wethouders later (Harry Groen, Geert Dales, Mark van der Horst) door Lodewijk Asscher in 2007 voor 48,7 miljoen euro verkocht werd aan de Japanse multinational NYK – die er na nog wat gemodder mee op besloot te houden. Typisch voorbeeld van ondernemertje spelen op kosten van de gemeenschap.

Dan reed Peer op de Leeuwarderweg met een dronken kop tegen een lantaarnpaal aan, maar ook daar blufte hij zich uit. Vermakelijk was zijn mededeling in het Stan Huijgens Journaal van de Telegraaf dat ik de oorzaak was van zijn politieke carrière: door het gedoe rond die asfaltering van de Hilversumstraat waren zijn verontwaardiging én zijn interesse gewekt.

Worstmachines

Ook nu weer konden we in de krant lezen wat voor grote toekomst er voor Peer weggelegd was na zijn afscheid als wethouder in 1998. Hij slaagde er in ieder geval in een baan te vinden: directielid van een worstmachinefabriek in Nieuwerkerk aan den IJssel. Tsja. Een paar jaar later stapte hij over naar de De Boer & Croon Groep – wat ik niet als bewijs van het onderscheidingsvermogen van dit adviesbureau zag. In 2007 verwelkomde de Amplan Groep Peer als directielid, maar deze projectontwikkelaar ging twee jaar later failliet. Hij begon vervolgens zijn eigen ‘Impeerium BV, vastgoed en gebiedsontwikkeling’.

Peer haalde nog twee keer het nieuws, maar niet door bestuurlijke of zakelijke heldendaden. In 2008 spande autodealer Hessing een rechtszaak tegen hem aan, omdat hij een Maserati teruggebracht had met 34.000 euro schade. Toen ik dat bericht nog maar net verwerkt had trof ik op Google Nieuws het grote nieuws aan dat ene Marisa van Kolck zich een verliefde puber voelde, en dat kwam niet door de eerste de beste:

De 47-jarige Van Kolck is tot over haar oren verliefd. De 49-jarige Peer is helemaal haar type. ‘Conservatief en klassiek. Alles klopt zo, dat ik het zelf nauwelijks kan geloven.’ Ze is zo in de wolken dat ze het liefst gelijk zou gaan samenwonen, maar haar verstand houdt haar nog tegen.

Requiem voor een Impeerium (I)

17 mei, 2013 door hermanwals

Het buurtje rond de Hilversumstraat was het rond 1983 niet eens met het vervangen van klinkers door asfalt bij de reconstructie van de weg. Prominent aanwezig bij de actievoerders was de familie Peer. In 1985 verscheen jongste zoon Edgar op de verkiezingslijst van de VVD. Dat viel te begrijpen, want hij was het prototype van een snelle jongen: vlot, vrolijk, welbespraakt en oppervlakkig. Ik had eigenlijk meer op met z’n onberispelijk geklede fractiegenoot Buitendorp, die ik nog eens tegen kwam in een artikel over Nederlanders die een Engelse butleropleiding volgden.

Peer was er vooral op uit om de PvdA te behagen. Dat kwam tot uitdrukking in het raadsdebat over het commissariaat van Theo Fransman bij Shipdock. In de eerste termijn ging Peer daar fel tegenin, maar in de tweede termijn draaide hij om als een blad aan een boom, om uiteindelijk vóór te stemmen. Niet gehinderd door enige bescheidenheid vertelde hij in de Noord-Amsterdammer (3 april 1991) over zijn band met Theo Fransman:

Toen ik vijf jaar geleden in de raad kwam was ik de jongste daarvan. Omdat ik tegen Fransman opkeek zei ik meneer tegen hem. Na een poosje zei hij tegen me dat ik daar eens mee op moest houden. ‘Ik heb je nu een aantal keren in de raad gezien,’ zei hij, ‘en ik heb nu al door dat je mijn kroonprins bent. Zeg jij maar gewoon Theo.’ Ik ben inderdaad net als hij heel gedreven bezig om iets voor Noord te doen, maar of ik liever met hem in het DB had gezeten? Ik weet niet of we dan niet enorme ruzies hadden gehad. In een huwelijk moet je niet twee dezelfde karakters hebben.

Drie carrières

Peers opportunisme werd beloond: in 1988 werd hij wethouder en nam de portefeuille ruimtelijke ordening van Rob Goldsteen over. Hij had het onsympathieke trekje om bij kritiek alle verwijten door te schuiven naar zijn voorganger – die nota bene nog met hem in het dagelijks bestuur zat. Peer zou het uiteraard beter doen, maar vertrok wijselijk na één periode, zodat hij niet geconfronteerd kon worden met de niet nagekomen eigen toezeggingen. In de krant vertelde hij dat er van allerlei kanten aan hem getrokken werd: hij kon medisch specialist worden, het bedrijfsleven ingaan of misschien werd het toch een positie als staatssecretaris.

Tot mijn verbazing, want ik vond hem nou niet bepaald een briljant bestuurder (al was Ymkje de Boer van de PSP wél van mening dat het hier een bestuurlijk talent betrof, hoewel ze ook aantekende dat zij in 1985 vier jaar jonger was dan Peer, zodat deze nooit het jongste raadslid kon zijn geweest), kwam hij goed terecht als wethouder Economische Zaken in de stad. In

1996 volgde hij de naar Den Haag vertrokken Frank de Grave op als wethouder Financiën. De Groene Amsterdammer wijdde op 10 juli van dat jaar een lijvig artikel aan De coupe van Peer en op de bezwaren van de PvdA (Eberhard van der Laan!) tegen hem:

Peer heeft in het verleden de linkse goegemeente van de hoofdstad meermalen in de gordijnen gejaagd met zijn pleidooien voor deportaties van Zuidamerikaanse prostituees, verplicht laten afkicken van harddrugsverslaafden en het decimeren van het aantal coffeeshops. Bij een aantal PvdA’ers bestonden bovendien onoverkomelijke bezwaren tegen Peers onmiskenbaar machiavellistische stijl van politiek bedrijven. In zijn tijd als wethouder van Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting bij de stadsdeelraad Noord (1990-1994) en ook in het college van de centrale gemeente toonde Peer zich een liefhebber van de betere politieke intrige. Op de cruciale post van Financiën, met permanent zicht op de noden van zijn collega-wethouders, zou hij dat talent op ongekende wijze kunnen botvieren.
Daarnaast was er de aloude klacht dat Peer te veel in de zak van zakelijke partners van de gemeente zou zitten. Al bij zijn aantreden als wethouder van Economische Zaken was daarover aan de bel getrokken binnen de gemeenteraad. Frank de Grave had toentertijd op verzoek van de burgemeester een speciaal onderzoekje naar Peers zakelijke connecties ingesteld, zo verzekeren doorgaans goed ingewijde bronnen in de Stopera. De Graves onderzoek naar de handel en wandel van zijn partijgenoot leverde toen geen bezwaren van zwaarwegende aard op. ‘De meeste Amsterdamse VVD’ers hebben nu eenmaal het probleem dat ze zeer nauw gelieerd zijn aan het zakenleven,’ aldus een ingewijde.

Mevrouw Jones maakte schoon

15 mei, 2013 door hermanwals

In die mooie pioniersjaren in Noord was het vaak niet helemaal duidelijk wat een wethouder deed en wat meer tot het ambtelijke domein behoorde. Zo verdiepte ik me eens in een burenruzie die via een milieuklacht uitgevochten werd. De klacht kwam van een bewoner van de Hendrik Soeteboomstraat, Dick te Slaa. Hij leek eerst vrij redelijk, maar later leerde ik hem van een andere kant kennen als manipulator in bewonersgroepjes. Hij heeft ook in de deelraad gezeten, voor de Belangenpartij Noord, maar is daar met knetterende ruzie vertrokken om vervolgens nog langs wat andere partijen te gaan shoppen.

De klacht dus. Die ging over vergiftiging van het grondwater door lysol. Dat bleek een schoonmaakmiddel te zijn. Volgens Te Slaa was mevrouw Jones een schoonmaakfanatica, die iedere dag liters van dat spul door de gootsteen en in de bodem joeg, waardoor zijn gezin vergiftigd werd.

Kersen

Dus fietste ik op een dag naar Oostzanerwerf om bij mevrouw Jones op bezoek te gaan. Een oudere, Surinaamse vrouw in een klein huisje, waar het naar ziekenhuis rook. Ze bleek al sinds jaar en dag met haar buren in onmin te leven. Dat was zo hoog opgelopen dat ze bijvoorbeeld een oude DAF permanent voor de deur geposteerd hield om er voor te zorgen dat Te Slaa zijn auto niet voor haar huis kon parkeren – wat door de buurman weer als een groot onrecht opgevat werd.

Het was een warme dag toen ik bij mevrouw Jones thuis kwam en ze serveerde kersen. Wees maar niet bang dat ik u vergiftig! zei ze spottend. Ze maakte inderdaad fervent schoon, wat ook duidelijk te ruiken viel, maar daar zag ze zelf geen kwaad in. Zo waren de gewoonten nu eenmaal waar zij vandaan kwam. Volgens mevrouw Jones hingen er vieze geuren in haar tuin, gooiden mensen er dode dieren in, deden ze er hun behoefte enzovoort. En dat moest schoon gemaakt worden.

Jannetje

Thuis vertelde ik Jannetje over mevrouw Jones en die kwam onverwacht in een ander licht te staan. Ze had Jannetje les gegeven op de lagere school, de Timotheüsschool aan het Wognummerplantsoen. Volgens Jannetje was ze een heel leuke juf geweest, die haar tienen gaf voor tekenen, vlijt en gedrag. Ik ben nog een keer teruggeweest in de Hendrik Soeteboomstraat. Mevrouw Jones begon te stralen: ja, Jannetje Koelewijn, dat was een lief meisje…

Ik vond haar vooral tragisch: een eenzame, oudere, vrome Surinaamse vrouw in een buurt waar ze geen contacten had. Als die buurt wat aardiger voor haar was geweest zou het zover niet zijn gekomen. Je zult maar zo’n buurman als die Te Slaa hebben (die naar verluid later richting Frankrijk verhuisde). De Milieudienst kon ook niets ernstigs vinden. Mevrouw Jones verdween uit mijn gezichtsveld. Maar soms denk ik nog: hoe zou het haar verder zijn vergaan?

Het CDA in Noord: zwakke broeder

13 mei, 2013 door hermanwals

In de deelraadspolitiek in Noord behoorde de zes man sterke CDA-fractie niet tot de sterke broeders. Ze vormden daar geen partij voor de PvdA en de CPN. Als wethouder had ik niet veel last van ze – voor zover dat een criterium vormt. Werfeigenaar Louis Pietersen (tegen mij: ‘je wordt door het bedrijfsleven niet serieus genomen omdat je je niet fatsoenlijk kleedt’) met zijn wat morsige bonhomie kon aardig uit zijn woorden komen, maar dat zette nooit veel zoden aan de dijk. Henk Nieberg was een lichtgewicht, meneer Van der Steeg te oud om te volgen wat er gebeurde, Abel Tillema, de directeur van bejaardenhuis De Kimme, op zich bekwaam, maar hij kon in de raad nooit echt goed zijn draai vinden.

Dan was er nog wethouder Jan Veerman, over wie ik al eens eerder de staf gebroken heb (Wethouder Veerman als collega, 15 september 2012). Het enige doel van zijn fractie leek het om hem in het zadel te houden en daartoe leverden ze zich met huid en haar over aan de PvdA. Zoals ik bij mijn afscheid van de deelraad (27 april 1988) zei:

Dat arme CDA. Trouwhartig en braaf als ze zijn, stemmen ze in 98,5% van de gevallen mee met de PvdA. Dat is hun coalitiebaas niet genoeg: met minder dan een Oost-Europese 100% neemt die geen genoegen. Hoe kan iemand die geen lid is van de PvdA politiek eigenlijk sowieso deugen?

Corry

Alleen Corry Weltevreden stak er met kop en schouders bovenuit. Een intelligente, integere en helder denkende en formulerende vrouw, misschien wat te bescheiden tussen die van zichzelf verzekerde mannenbroeders. Ze was voorzitter van de commissie Gemeentewerken waar ik als wethouder bij hoorde. Vierwekelijks bespraken we de commissieagenda voor, waarbij Corry dan vaak haar dochtertje Francijntje meenam, die me ‘Herreman’ noemde en af en toe een tekening cadeau gaf.

Met haar capaciteiten dichtte ik Corry een grote toekomst toe binnen het CDA. In 1985 werd ze derde op de kandidatenlijst, wat mij tot het volgende commentaar verleidde:

Het had 1 of 2 moeten zijn. Die stupide CDA’ers hadden Henk Nieberg tweede gezet. Zijn commentaar tegen Corry: ze was zo hoog geëindigd omdat ze een vrouw was…

Corry volgde Jan Veerman na zijn tussentijdse vertrek op als wethouder en bracht het later tot fractievoorzitter in de gemeenteraad, maar is daar op een gegeven moment afgeknapt. Wel las ik in Het Parool van 29 april 2011 dat mevrouw C.V. Weltevreden-van den Bos, pastoraal vrijwilliger Protestantse Kerk, een koninklijke onderscheiding gekregen heeft.

Enneüs

De zwakke indruk die ik in Noord van het CDA kreeg werd enigszins gecompenseerd door hun wethouder voor Openbare Werken & Economische Zaken in het stadsbestuur, Enneüs Heerma. Het was een open en daadkrachtig man. De eerste keer dat ik bij hem op audiëntie kwam stroopte hij zijn hemdsmouwen op en zei: zo, hoe zullen we dit probleem eens op gaan lossen.

Heerma vertrok in 1986 als gevierd wethouder naar Den Haag, was acht jaar lang een redelijk succesvol staatssecretaris voor de volkshuisvesting, maar werd daarna als fractievoorzitter afgebrand. Dat was wrang: zo’n integere, bekwame man, eigenlijk veel te netjes voor de Haagse politiek, die daar helemaal vermalen werd. Hij trad terug en zou benoemd worden tot burgemeester van Hilversum. Daar kwam het niet van, want hij overleed op 55-jarige leeftijd aan kanker. Zonde.

Het eenzame raadslid & het beschermde stadsgezicht

11 mei, 2013 door hermanwals

Hoe sterk is het eenzame raadslid? zong het door mijn hoofd, toen de deelraadscommissie Ruimte & Wonen zich over de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht van een deel van Zuid boog. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft Plan Zuid, de Pijp en de Vondelpark/ Concertgebouwbuurt voorgedragen voor die status en de deelraad is gevraagd om daar een advies over uit te brengen. De vergadering voorliep voorspelbaar: alle partijen links van ons (PvdA, Groen Links, SP en buurtpartijen VOZ en ZPB) zijn tegen omdat de huur in de sociale sector in bepaalde gevallen omhoog kan gaan. Rechts (VVD en CDA dus) moet niets hebben van de extra regels die zo’n status met zich mee zou brengen. Het door wethouder De Vries (PvdA) ingebrachte negatieve advies bleef dus glansrijk overeind.

Afwijkend

Het enige afwijkende geluid kwam van de D66 fractie. Ik begon met de vraag te stellen waarom mensen graag in Amsterdam-Zuid willen wonen. Dat komt omdat Zuid een aangenaam woon- en leefklimaat biedt – door de stedenbouwkundige opzet, door de architectuur, door de monumenten, door het groen, door de voorzieningen. Iedere mogelijkheid die zich aandient om die kwaliteiten te behouden en te versterken moet dus worden aangegrepen.

In ons land is het beschermd stadsgezicht daar het ultieme instrument voor. Het is een eer voor een gemeente als een deel ervan voorgedragen wordt als beschermd stadsgezicht. Maar gezien het conceptadvies van het dagelijks bestuur en de reacties van de andere fracties lijkt deze eer niet aan stadsdeel Zuid besteed te zijn. De drie belangrijkste aspecten daarbij waren de huren, de regelgeving en wat ik maar even de inhoud zal noemen.

Huren

De mogelijkheid om de huur met 15 procent te verhogen in een beschermd stadsgezicht is aan vele voorwaarden verbonden. Er bestaat een zevenvoudig filter: (1) het heeft geen betrekking op woningen met geliberaliseerde huren, (2) gaat pas in bij nieuwe verhuur, (3) geldt alleen voor panden van vóór 1945, (4) geldt niet voor beschermde rijksmonumenten, (5) er zijn afspraken met de corporaties om huurprijzen beneden de huursubsidiegrens te houden (in jargon: Bouwen aan de Stad-2), (6) liberalisering kan al via de Donnerpunten, maar vooral (7):

De verhuurder moet kunnen aantonen dat hij geld heeft besteed aan de instandhouding van de monumentale waarde van de woning. Er moet dus na aanwijzing van het gebied, in de instandhouding van de monumentale waarde van de woning worden geïnvesteerd.

Voor hoeveel woningen zou die huurverhoging dan nog gelden? D66 had behoefte aan kwantificering van de omvang van dit probleem – bijvoorbeeld door wat cijfers over door het beschermd stadsgezicht veroorzaakte huurverhogingen in de binnenstad en in vergelijkbare gemeenten –, maar stond daarin alleen. Wethouder de Vries gaf het bekende antwoord dat Zuid natuurlijk nergens mee te vergelijken valt én dat verhuurders er nu eenmaal om bekend staan dat ze iedere kans aangrijpen om de huur te verhogen, zeker nu het ze financieel niet voor de wind gaat.

Regels

Dan de consequentie dat eigenaren voor veel meer zaken een omgevingsvergunning aan zouden moeten vragen dan nu het geval is. Stel dat dat zo is. Als je ‘meer regels’ vertaalt in ‘meer bescherming’ klinkt het al heel anders. Bovendien geldt die extra bescherming alleen voor aanpassingen aan de straatzijde. Gewoon onderhoud, inpandige veranderingen en wijzigingen aan achtergevels of achterdakvlakken blijven vergunningvrij. De beschermde wijken gaan dus niet op slot, zoals ook in een bijlage verstopt vermeld stond – en zoals je ook bepaald niet kunt zeggen dat er in de binnenstad geen enkele bouwactiviteit meer plaatsvindt:

De aanwijzing heeft nadrukkelijk niet de bedoeling om de bestaande situatie te bevriezen of elke verandering tegen te houden. Het doel is wel om het cultuurhistorische karakter zo goed mogelijk intact te laten, waarbij veranderingen zorgvuldig worden begeleid en nieuwe bouwwerken zorgvuldig worden ingepast. Maar zeker niet onmogelijk zullen zijn.

Onze bestemmingsplannen spelen daar ook een belangrijke rol bij. Het gevolg van de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht is dat het stadsdeel ‘beschermende bestemmingsplannen op moet stellen om de waardevolle onderdelen en structuren te beschermen’. Maar Zuid verkeert in de gelukkige omstandigheid dat vrijwel het gehele genomineerde gebied al ‘beschermd stadsgezicht-proof’ is door het vaststellen van actuele en op bescherming gerichte bestemmingsplannen. De bescherming is al goed geregeld, dus zal de regeldruk niet of nauwelijks toenemen. Deze boodschap van mij kwam blijkbaar niet goed over, want de overige fracties (voor zover ze zich druk maken over dit aspect) bleven van mening dat het beschermde stadsgezicht een onaanvaardbare verhoging van de regeldruk met zich meebrengt.

Inhoud

Het belangrijkste punt dat ik naar voren bracht was dat naar de mening van D66 het adviesverzoek van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed primair op inhoudelijke gronden beoordeeld moet worden. We ontvingen een toelichting op de adviesaanvraag van 55 bladzijden. De weerlegging van het DB beslaat een paar regels, bestaat uit beweringen in plaats van bewijzen en is in onze ogen flinterdun. Als er een negatief advies moet komen, waarom dan niet een contra-expertise aangevraagd voor een weerlegging op inhoudelijke gronden. Zoals te verwachten viel hadden noch wethouder De Vries, noch de andere zeven fracties behoefte aan een dergelijke onderbouwing. Wat mij de hoop geeft dat de rijksdienst dit magere advies straks terzijde zal schuiven.

Wat ik betreurde was dat het stadsdeel de inwoners geen gelegenheid heeft gegeven om geïnformeerd te worden over het voorstel van de rijksdienst en om zich daarover uit te kunnen spreken – zoals in andere gemeenten tot de goede gewoonte behoort. De reactie van wethouder De Vries luidde dat dat niet nodig was, omdat het DB toch met een negatief advies zou komen…

Brevet

Behalve de ‘eer’, de erkenning en het prestige is het grote voordeel van het beschermde stadsgezicht dat het op een langere termijn dan een bestemmingsplan garanties geeft voor het behoud van de kwaliteiten van de betreffende delen van Zuid. Dat het, zoals de rijksdienst naar voren brengt, zou kunnen leiden tot waardevermeerdering van panden in het gebied neem ik maar even voor kennisgeving aan.

Als er één gebied in Nederland in aanmerking komt voor de status van beschermd stadsgezicht, dan is het wel het internationaal bekende en gewaardeerde Plan Zuid. Als Plan Zuid geen beschermd stadsgezicht wordt, dan kan het instrument beter opgedoekt worden. Maar ook voor de andere wijken geldt dat het stadsdeel trots zou moeten zijn op deze aanvraag. De deelraad geeft zichzelf met dit advies een brevet van onvermogen als hoeder van het cultuurhistorisch erfgoed in Zuid.

En de vraag kwam bij me op of het stedelijk belang dat gediend is met de aanwijzing van beschermde stadsgezichten niet zo groot is, dat de gemeenteraad de advisering over zou moeten nemen. Het is toch vreemd dat stadsdeel Noord de status van beschermd stadsgezicht voor de vooroorlogse wijken omarmt, terwijl een kilometer of wat verderop minstens zo waardevolle gebieden (ik blijf netjes tegenover onze collega’s) afgeserveerd worden. Na al die jaren kan ik er niet van verdacht worden een anti-deelradenstandpunt in te nemen, maar ik ben geneigd in dit geval de eenheid van de stad te laten prevaleren.

Supporters

De andere fracties in de commissie bleken niet erg gecharmeerd van ons andere geluid. Ik kreeg een spervuur van interrupties over me heen, met name van coalitiegenoten PvdA en VVD. De VVD-woordvoerder kreeg blijkbaar zo’n waas voor ogen dat hij me beschuldigde van ‘hobbyisme’. Zelf ben ik niet zo’n voorstander van neerbuigende kwalificaties over de opvattingen die andere partijen in hun politieke DNA hebben zitten – dat doen wij toch ook niet als de VVD weer eens begint over bijvoorbeeld het erfpachtstelsel…

Maar goed, bij het verlaten van de zaal bleek dat het eenzame raadslid toch nog vier supporters had, behalve fractiegenoot Ed natuurlijk: drie leden van het Cuypers-genootschap én de monumentenambtenaar. En ik bedacht, terugfietsend door het Beatrixpark: als er één partij is die zich druk moet maken over de cultuurhistorische waarde van de stad, laat het dan D66 maar zijn.

Pionieren (IV): vogelen & flipperen

9 mei, 2013 door hermanwals

Zoals bekend heb ik niet veel op met gezelligheid op het werk, maar ik had geloof ik nooit zo’n druk sociaal leven als toen bij stadsdeel Noord. Ik heb zelfs een keer aan een volleybaltoernooi meegedaan op sportpark De Weeren. Omdat ik vrijwel de enige was die bij de service de bal over het net kon krijgen kwamen we nog behoorlijk ver. Maar goed, op een vroege ochtend in het voorjaar ben ik mee uit vogelen geweest, onder leiding van Leo Peterman – een ontzettend aardige hovenier, die ik van een andere kant leerde kennen toen de ABVA/KABO een staking verordonneerde en Leo met nog wat potige heren de deur van het stadsdeelkantoor versperde.

We moesten naar de dijk bij Durgerdam fietsen. Jannetje kwam wat later aanzetten. Ik herinner me ook nog Nic Frederiks en Hans van de Ven – die een tijdje door zijn toneelkijkertje naar een boerderij tuurde en toen sprak: ‘ik zie een specimen homo agraricus’. Waren Dorine en Jeroen Bakker ook niet mee? We liepen door het natte gras en werden attent gemaakt op allerlei weidevogels. Het eindigde op een nog steeds vroeg tijdstip op het terras van de Scheepskameel in Uitdam. Erg leuk, al heeft het mijn vogelkennis niet veel groter gemaakt. Toen Jannetjes fiets een lekke band bleek te hebben, waren er genoeg handige heren graag bereid om die voor haar te plakken.

Bergen aan Zee

Het DB trok zich ieder jaar twee dagen terug in hotel Nassau in Bergen aan Zee. Gelukkig gingen Elly Boomsma en locosecretaris Peter Groenhuijzen mee, dat kwam de sfeer ten goede. Er werd daar over de begroting gesproken en dat gebeurde, geheel in de stijl van Theo Fransman, met het mes op tafel. Praten over geld bracht sowieso het slechtste in de bestuurder naar boven. Eind augustus 1982 schreef ik daarover:

Tussendoor de Bergen aan Zee-paperassen gelezen. Ik word er niet vrolijker van. Allerlei belangetjes hebben inmiddels de kop opgestoken. Zelf zou ik willen praten over wat het beste is voor onze club (efficiënt! effectief!), maar dat bergt het risico in zich, dat ‘mijn’ belangen daardoor niet goed uit de verf komen. Ik moet er nog eens over nadenken.

Nu ik er goed over nadenk nam hoofd Financiën Eric Schreurs dan ook deel en dat was natuurlijk weer wat minder goed voor de sfeer. Rob Goldsteen vertelde meesmuilend dat Schreurs een keer ‘s nachts een rondgang door het kantoor zou maken om bij iedereen de cijfers van de typemachine weg te vijlen. Als ik me begon te vervelen noteerde ik clichés:

  • Ik denk dat het helder is, dat…
  • Casus (7x)
  • De bedoeling is, dat heb ik tenminste ingeschat, van wat is…
  • Dan moeten we dat denk ik even beetpakken.
  • Ik voel dat wel met u mee.

Nee, ik kan niet zeggen dat het DB in Bergen aan Zee nader tot elkaar kwam. Wat mij betreft zeker niet doordat Frans Nuijts en Jan Veerman als ketters rookten, zodat ik me genoodzaakt zag om een deel van de tijd met mijn hoofd uit het raam te hangen. Tussendoor wandelden we over het strand. Elly kondigde ieder jaar aan dat ze de sauna in wilde, maar kreeg nooit iemand mee. ‘s Avonds kon je in de bar hangen, maar daar hield ik toen ook al niet zo van – al heb ik er wel geflipperd en met 172.000 punten het DB-record op mijn naam gebracht. Ik lag op tijd in bed om een goed boek te lezen – waar draait het leven anders om.

Pionieren (III): uitstapjes

7 mei, 2013 door hermanwals

Een maand of wat na de installatie was er een etentje voor iedereen die bij stadsdeel Noord betrokken was: kwartiermakers, wat mensen daaromheen (zoals onze aardige, maar niet al te briljante organisatieadviseur Frank de Ruijter) en de DB‑leden. Het vond plaats in het achterzaaltje van het Tolhuis. Door het trekken van lootjes wisselden we twee keer van tafel en van tafelgenoten. De partners mochten mee – en mijn relatie met Jannetje verkeerde in een fase dat ze dat daar nog plezier in had. Ik vond het een gezellige avond en zou het in deze samenstelling bij wijze van reünie wel eens over willen doen.

In de bus

Weer een paar maanden verder waren er behoorlijk wat mensen van het kernapparaat aan de slag. We besloten om een uitstapje te maken met ambtenaren en DB‑leden. Voorlichter Mario de Paauw (die nog steeds bij het stadsdeel werkt) en ik draaiden een programma in elkaar. Mario regelde de praktische zaken. In een GVB-touringcar vertrok het gezelschap, dat toen nog in één bus paste – we schrijven vrijdag 17 september 1982. Theo Fransman bleef te elfder ure achter. Door een aantal branden in een school aan de Floraweg was er grote onrust in het achterliggende Floradorp (ook wel de Rimboe genaamd) ontstaan. Theo besloot dat er één bestuurder op zijn post moest blijven en dat hij dat was. Hij vond het overduidelijk geen straf om Noord in z’n eentje te besturen.

Maar goed, we hielden een tussenstop in de buurt van Loenersloot, waar we koffie met taart kregen. Op voorspraak van Rob Goldsteen was Deventer onze tweede stop, waar PvdA-wethouder Duimel ons in het schitterende stadhuis ontving. We kregen een verhaal over stadsvernieuwing en maakten een wandeling door het Noorderbergkwartier. Geluncht werd er in het IJsselhotel.

Dansen

De eindbestemming was park De Hoge Veluwe, waar iedereen zijn of haar eigen gang kon gaan – voor mij betekende dat een bezoek aan het Kröller-Müllermuseum en het jachtslot Sint Hubertus. Daarna streken we neer in een nabij gelegen restaurant, waar gebarbecued werd. Een paar dapperen doken in het zwembad. Later op de avond werd er gedanst. Loes Lesterhuis, toen nog in haar eentje P&O, kwam op me af en vroeg: ‘ga je mee dansen?!’ Bij mijn weten had ik dat sinds de middelbare school niet meer gedaan en het werd sowieso de laatste keer dat ik danste, zoals ik mijn dagboek schreef: ‘Heb regelmatig het ondermijnende idee – wat sta ik hier nou gek te doen.’ Elly Boomsma danste met Peter Groenhuijzen en zei na afloop: ‘Peter kan bijna net zo goed dansen als ik’.

In de bus heb ik het verzoek om alcoholica in te mogen slaan afgewezen. ‘Papa Wals’, daar had iemand het over. Van de terugreis herinner ik me vooral dat Aad Streng (in 2009 overleden) desondanks erg dronken was en met een pet geld ophaalde voor de chauffeur. Laat in de avond kwamen we in Amsterdam aan. Floradorp stond er nog steeds.

Pionieren (II): Buik 124, 66 & 126

5 mei, 2013 door hermanwals

De huisvesting was niet op de omvang van de organisatie berekend, dat wil zeggen het stadsdeel begon in het oude gebouw tussen het Buikplein en Plan Van Gool, oftewel Buik 124. Daar groeiden we al snel uit. Na wat gedelibereer kwamen Rob Goldsteen en ik, samen met de ambtenaren van Gemeentewerken en Wonen & Werken, in Buik 66 terecht, boven Chinees Mei Wah. We konden de ketels met gekookte rijst buiten zien staan. Als er beneden in de keuken kakkerlakkenjacht was geweest, vluchtten die beestjes naar boven. Zoals op dinsdag 31 januari 1984:

Kakkerlak gevonden! Donderdag komt de GG&GD. Bep Wisman was het slachtoffer. Ben met helm en schop uitgerukt.

Twee dagen later:

Een kakkerlakkenspecialist van de GG&GD kwam langs. ‘Duitse kakkerlakken,’ zei hij. En: de Chinees. Hij plaatste lokdoosjes – niet giftig.

Maar we hadden er een gezellige tijd – en Mei Wah bestaat nog steeds. Het laatste jaar had ik een kamer in het nieuwe deelraadkantoor, opnieuw in een bestuursvleugel: Buik 126 – al weer jaren geleden gesloopt. De buitendienst bleef voorlopig in de oude sectieposten zitten.

De lunch

In het oude gebouw was het de gewoonte om gezamenlijk te lunchen. Je had eens in de zoveel tijd corvee: boodschappen doen, de tafel dekken en daarna opruimen en afwassen. Iedereen deed mee, dus ook de DB-leden. De enige die zich er consequent aan onttrok was Jan Veerman. Dan stapte hij weer met een sigaret in zijn mond het secretariaat binnen en zei zoiets als: ‘zeg meiden, willen jullie vanmiddag even de lunch verzorgen’. Ze durfden nooit nee te zeggen. Populair maakte het hem niet.