De afgelopen weken was de campagne in volle gang: flyeren in het centrum, Schalkwijk en Cronjé, langs de deuren met folders en debatten voeren. Wat ik daarbij heb geleerd is dat allerlei Haarlemmers het leuk vinden om over hun stad te praten en betrokken zijn bij hun wijk. Vaak hebben ze hele concrete vragen en noemen ze concrete knelpunten.
Wat ik bijvoorbeeld heb gehoord: “U wilt dat ik op u ga stemmen. Wat gaat u voor mij doen?” en “ Bij mij in de straat is drie keer in een week ingebroken. Wat gaat u hieraan doen?” en “Er is sprake van veel lerarenuitval op het VMBO. Hoe gaat u dit aanpakken?”.
Wat mij daarbij opvalt, is dat politieke partijen niet altijd de vragen net zo concreet kunnen beantwoorden. Dat geldt ook voor mezelf. Ik kan bijvoorbeeld vertellen dat Haarlem gelukkig relatief veilig is, dat D66 veiligheid belangrijk vindt en hieraan wil bijdragen onder meer door de ouderwetse wijkagent op straat. Maar ik kan niet vertellen dat de politie in die betreffende straat drie keer per dag gaat surveilleren en dat de inbrekers worden gestraft. De gemeente is niet alleen verantwoordelijk voor de veiligheid en kan dat niet alleen garanderen. Sterker nog, op het gebied van veiligheid is de rol van de gemeenteraad zelfs beperkt. De politie is hier veel meer aan zet. De verwachtingen van wat een raadslid kan doen, lijken soms wel heel hoog.
Is dit de kloof tussen burger en politiek waarover wordt gesproken? Volgens mij is het een onderdeel daarvan. En dat terwijl we bij een debat of gesprek op straat letterlijk tegenover elkaar staan en het gesprek met elkaar willen voeren. Maar ik denk dat die gesprekken en debatten juist van belang zijn om ´de kloof´ te overbruggen. Voor mij is het heel waardevol om te horen waar Haarlemmers concreet mee zitten en ik kan hen ook vertellen wat de gemeente wel en niet kan doen.
