Linkse partijen gebruiken in tijden van schaarste het al oude adagium “de sterkste schouders, dragen de zwaarste lasten”. Het is bijna een mantra, die we dagelijks horen en elke partij die daar niet tot in de meeste extreme voorbeelden in meegaat, wordt als rechts weggezet. Wouter Bos doet dat ook met Alexander Pechthold, maar hier in Haarlem gebeurt het ook. Sociaal-liberalen moeten daar iets tegenover zetten, maar wat?
De overheid hanteert al sinds jaar en dag bij de belastinginning het principe sterkste schouders, zwaarste lasten. Sociaal-liberalen huldigen dat principe ook. De vraag is echter hoe ver wil je daarin gaan? We willen niet naar een gelijk loon voor iedereen. Iemand die hard werkt, mag best meer verdienen. D66 kent het principe “beloon prestaties en deel de welvaart”. Dat impliceert ook dat sterke schouders hun welvaart delen met minder sterke schouders.
Sociaal-liberalen zijn bij uitstek mensen die andere mensen gelijke kansen willen geven. Iedereen verdient gelijke kansen en de overheid heeft daar een de belangrijkste rol in. Dat vraagt wat van mensen. Die kansen komen namelijk niet aanwaaien en je moet er wel voor werken. Mensen die hun kracht laten zien en hun kansen grijpen en desondanks door allerhande oorzaken het zelf niet kunnen redden. Die verdienen onze zorg. Dat is ook de sociale kant van D66. Bij zorgen voor de zwakkeren in de maatschappij denkt D66 dus in eerste instantie aan het creëren van mogelijkheden en kansen. Dus naast ”de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten, staat “toon je kracht en grijp je kansen”.
