MFK2020: de Fyra in Europees begrotingsland

5 juni, 2013 door gerbenjan-gerbrandy

Het is stil rondom het Meerjarig Financieel Kader 2014-2020 (MFK), in de wandelgangen de Europese meerjarenbegroting genoemd. Na het politiek akkoord in februari tussen de regeringsleiders zouden de onderhandelingen tussen de Europese Raad en het Parlement snel van start gaan. Het nieuwe MFK moet immers over een half jaar al van start. Nu zijn we drie onderhandelingsrondes verder en er is nauwelijks vooruitgang geboekt. Het zit muurvast. Het Parlement moet het akkoord goedkeuren en verlangt terecht naar modernisering van het verouderde begrotingssysteem. Maar de lidstaten willen van niets horen en houden hun poot stijf.

De lidstaten hebben zichzelf én elkaar gegijzeld met onverenigbare, boekhoudkundige nationale belangen voor de korte termijn. Doen we wat de regeringsleiders willen, dan hebben we straks een nieuw MFK, onmachtig om de Europese economie structureel te verbeteren.

Er is flink bezuinigd, het nieuwe MFK zal 35 miljard euro lager zijn dan het huidige. In tegenstelling tot alle verhalen van Rutte, snoeit Brussel wel degelijk in haar eigen budget. Ter vergelijking: de nationale begrotingen in Europa stegen de afgelopen periode met gemiddeld 23%, terwijl de EU dus in absolute getallen omlaag gaat! Het Parlement vraagt niet om meer geld, het probeert met alle macht de begroting relevant te maken: meer flexibiliteit, een tussentijdse revisie, een heldere en transparante financiering, en meer focus op innovatie en onderzoek om de economie vlot te trekken.

De lidstaten, onder aanleiding van Nederland en het Verenigd Koninkrijk, kijken uitsluitend met een boekhoudkundige bril naar de begroting. Rutte c.s. waren zo trots, een miljard euro korting, de begroting omlaag. Maar in ruil daarvoor werd het achterhaalde landbouwbeleid behouden en ging het mes in het innovatiedeel. Het Parlement mocht niet morren en moest tekenen bij het kruisje. Maar als we dat doen zitten we met een moloch opgescheept, een trein waarvan we nu al weten dat die aan alle kanten hapert, niet te repareren zal zijn en niet is toegerust op de eisen van vandaag. Het Fyra-scenario herhaalt zich in Brussels begrotingsland. Tegen alle adviezen in willen de regeringsleiders maar niet inzien dat de Europese begroting radicaal hervormd moet worden.

Volgende week volgt de vierde onderhandelingsronde. Ik heb er een hard hoofd in. Zolang de Raad het begrotingssysteem weigert te veranderen, komt er geen nieuw MFK. En misschien is dat maar beter. Wat hebben we aan een klunzig in elkaar gezette begroting waarvan we nu al weten dat die weinig zal opleveren?

Alles wat je wil weten over backloading en het Europese emissiehandelssysteem (ETS)

15 april, 2013 door gerbenjan-gerbrandy

Dinsdag 16 April stemt het Europees Parlement over het uitstellen van de veiling van emissierechten, ook wel het ‘backloading’ voorstel genoemd. Hieronder beantwoord ik de meest gestelde vragen over het emissiehandelssysteem en leg ik uit waarom backloading zo belangrijk is.

1. Waarom hebben we een Europees emissiehandelssysteem?
Een wereldwijde oplossing voor het klimaatprobleem lijkt niet binnen handbereik te liggen. We kunnen het maar niet eens worden over de noodzakelijke mondiale aanpak. De Europese Unie heeft daarom een eigen system voor emissiehandel ontwikkeld waarin bedrijven marktconforme prijzen betalen voor de uitstoot van CO2.

2. Wat is er mis met het Europese emissiehandelssysteem?
De werking van het Europese ETS wordt bedreigd door een veel te lage CO2 prijs. Die is zo laag door de slechte economische omstandigheden, maar ook doordat er een te grote hoeveelheid rechten op de markt is gebracht. De lage prijs geeft onvoldoende stimulans om te investeren in schone technologieën. Die hebben we echter hard nodig om ook op de lange termijn onze Europese milieu en klimaatdoelstellingen te halen.

3. Wat is backloading en waarom wil de Europese Commissie dit invoeren?
Om het overschot aan emissierechten op de markt te verkleinen en een verdere prijsdaling te voorkomen, heeft de Europese Commissie voorgesteld om de geplande veiling van nieuwe emissierechten uit te stellen. Dit wordt backloading genoemd. Het idee is om tussen 2013 en 2015 900 miljoen minder emissierechten te veilen en die rechten pas een paar jaar later op de markt te brengen.

4. Moet we backloaden of juist de markt met rust laten?
Backloading is de enige maatregel die op korte termijn genomen kan worden om het vertrouwen in het ETS te herstellen. Ook in andere markten, zoals de financiële markt, wordt op dit moment ingegrepen om vertrouwen te herstellen. De CO2 markt is een door de politiek gecreëerde markt. Als we in een dergelijke markt de gemaakte fouten niet kunnen rechtzetten dan dreigen we onze klimaatdoelstellingen op de lange termijn niet (op de meest efficiënte manier) te halen.

5. Wie heeft er baat bij backloading?
Bedrijven die de afgelopen jaren veel hebben geïnvesteerd in het verminderen van hun CO2 uitstoot hebben nu veel last van de lage CO2 prijs. Als het backloading voorstel wordt afgewezen steunen we bedrijven die weinig of niets gedaan hebben aan het verminderen van hun uitstoot en bestraffen we juist die bedrijven die schoner willen produceren.

6. Belast backloading bedrijven niet extra in tijden van crisis?
Backloading zal er voor zorgen dat de CO2 prijs (die nu minder dan 5 euro is) niet nog verder daalt. Het uitstellen van de veiling van nieuwe rechten zal de CO2 prijs niet eens in de buurt brengen van de verwachte prijs van voor de crisis. De prijs zal mogelijk licht stijgen naar het niveau van de afgelopen twee jaar. De impact van de crisis zal dus nog steeds weerspiegeld zijn in de prijs. Bovendien zullen veel bedrijven zelfs als de prijs stijgt geen directe verhoging in hun kosten zien door de gratis rechten die ze hebben gekregen.

7. Als we ingrijpen in de markt nu toestaan zal het dan niet vaker gebeuren?
Nee, in het voorstel wat nu op tafel ligt wordt de Commissie de mogelijkheid gegeven om een keer de veiling van emissies uit te stellen. Het geeft de Commissie niet de mogelijkheid om het aantal emissierechten terug te dringen of andere maatregelen te treffen.

8. Moeten we niet focussen op structurele oplossingen?
Backloading is een tijdelijke maatregel en relatief kleine ingreep, maar wel van groot politiek belang. Backloading is een eerste stap die ons tijd geeft om daarna het systeem structureel te verbeteren.

9. Is het opstellen van nationale maatregelen een goede optie?
We moeten voorkomen dat we straks in de EU 27 verschillende systemen hebben om de klimaatdoelstellingen te halen. Dit zal zorgen voor meer onzekerheid en belemmeringen voor de Europese industrie. We moeten ons daarom inzetten voor een goed werkend Europees systeem.

10. Wat vindt D66?
D66 zal het backloading voorstel dinsdag 16 april steunen. Dit is nodig om een belangrijk signaal af te geven aan de markt en een eerste cruciale stap in het herstellen van het vertrouwen in het ETS-systeem.

11. Dinsdag wordt er ook gestemd over het ‘stop de klok’ voorstel, wat houdt dit in?Het Europees Parlement en de EU-lidstaten hebben in 2008 besloten om de luchtvaart op te nemen in het emissiehandelssysteem zodat ook de luchtvaartsector meebetaalt aan de bestrijding van klimaatverandering. Om internationale onderhandelingen te steunen over een mondiale maatregel om CO2 uitstoot aan te pakken zal het Europese ETS tijdelijk niet van toepassingen zijn op intercontinentale vluchten. Dinsdag stemt het Europees Parlement over de zogenoemde ‘stop de klok’ procedure. D66 zal een tijdelijke opschorting van de toepassing van de ETS-regeling steunen. Als er niet binnen een jaar een internationale oplossing wordt gevonden zullen intercontinentale vluchten alsnog onder het Europese emissiehandelssysteem moeten vallen.

Wereldzeeën zijn geen perpetuum mobile

5 februari, 2013 door gerbenjan-gerbrandy

De Noordzee was altijd een van de belangrijkste visgronden van Europa. Vanuit de hele wereld kwam men daar vissen. Relatief ondiep en boordevol vis.
De zee, inclusief de Noordzee, leek bodemloos. Een soort perpetuum mobile. Het maakte niet uit hoeveel je eruit viste. Het kon niet op.

Toen werd het 1977. De laatste haring leek uit de Noordzee gevist. Vissers stapten wanhopig over op andere, niet-commerciële, vissoorten. Daar moesten ze zelfs geforceerd een markt voor creëren. Nederland en Europa stonden met de rug tegen de muur en konden niet anders dan een 6-jarig vangstverbod afkondigen. Laat ik dat even herhalen: 6 jaar geen haringvangst. Een dergelijke maatregel zou nu politiek onmogelijk zijn. Kijk maar naar de blauwvintonijn. Na 6 jaar was de haringstand behoorlijk hersteld en kon men de zee weer op. Zo snel kunnen visbestanden zich gelukkig herstellen.

Nu, 45 jaar later, realiseren we ons dat de wereldzeeën zijn wat toen de Noordzee was. Niet meer bodemloos, geen perpetuum mobile, maar een groot aquarium dat ook leeg kan. Desondanks lijkt de geschiedenis zich te herhalen. De huidige cijfers zijn namelijk angstaanjagend: 62 procent van alle Atlantische vissoorten en 82 procent van die in de Middellandse Zee zijn overbevist. We hebben hier en daar wel plaatselijke vangstverboden voor kabeljauw gezien, maar de echte structurele maatregelen zijn uitgebleven.

Europa staat nu op het punt haar eigen visserijbeleid te herzien. Dat gebeurt eens in de tien jaar. Een unieke kans om te laten zien dat wij van de geschiedenis kunnen leren. Willen wij over nog eens 45 jaar nog steeds een florerende visserijsector hebben, dan moeten we niet meer vissen dan biologisch verantwoord is, dan moet de bijvangst tot nul gereduceerd worden en dan moet de vangstcapaciteit in Europa fors worden verlaagd. Een voordeel: vissen zijn heel sterk. Als we nu verstandig visbeleid invoeren kunnen we over enkele jaren 80 procent grotere visbestanden hebben. En navenante vangsten.

Of we het nu willen of niet, of het ons nu politiek uitkomt of niet, natuurwetten bepalen uiteindelijk de grenzen en niet de economische belangen op korte termijn. Die harde les heeft de Nederlandse haringvloot in 1977 wel geleerd.

Geen tijd voor begrotingstrucjes

20 november, 2012 door gerbenjan-gerbrandy

Vrijdag moeten de Europese regeringsleiders beslissen over de bestemming van een slordige 1000 miljard euro, uit te geven tussen 2014 en 2020. De kans van slagen lijkt steeds kleiner te worden, zeker nu ook de onderhandelingen voor de begroting van 2013 zijn stukgelopen. De Britse premier David Cameron kan niet meer thuiskomen zonder een fors lagere begroting, Zweden accepteert geen korting op haar korting op de EU-bijdrage, Denemarken wil ook een korting, Frankrijk wil niet tornen aan de landbouwsubsidies, terwijl de 15 netto-ontvangers onder leiding van Polen fel de grote sommen cohesiegeld verdedigen. De Commissie opent haar trukendoos om een begroting achter de hand te hebben die ook zonder de Britten in 2014 kan ingaan. Maar het is geen tijd voor trucjes.

De huidige crisis in de eurozone biedt regeringsleiders juist een uitgelezen kans de EU-begroting radicaal te verbouwen. Europa moet zijn geld steken in structurele economische hervormingen, innovatie, duurzaamheid, energie. In democratie, buitenlands beleid en grensoverschrijdende samenwerking. Dat zijn de prioriteiten van de EU. Daar zit de toegevoegde waarde, dus daar moet het geld heen. Niet zoveel naar landbouwsubsidies (364 miljard in het laatste voorstel van Van Rompuy) en cohesiebeleid (309 miljard euro).

Naast de aard van de bestedingen moet Nederland zich opwinden over de flexibiliteit van de Europese meerjarenbegroting. Die is, om het Haags te houden, zo flexibel als een loden deur. Anno 2012 zit de EU financieel vast aan een besluit uit december 2005. Op dat moment kon niemand bevroeden dat Europa enkele jaren later in een diepe financiële, economische en vooral politieke crisis zou zitten. Ruimte om te herprioriteren en het geld uit te geven om de crisis op te lossen, is er niet.

Hoewel zijn boekhoudersmentaliteit Jan Kees de Jager in Nederland populair maakte, raad ik Mark Rutte, Jeroen Dijsselbloem en Frans Timmermans aan verder te kijken dan de eigen broekzak. Er is namelijk ook een vestzak. Nederland kan in Europa in één klap de koers verleggen door niet alleen de eeuwige strijd om de nationale korting op de EU-bijdrage aan te gaan, maar ook te vechten voor een effectieve besteding van dat biljoen. Daar is Europa bij gebaat, en daar is Nederland bij gebaat. Juist nu.

D66 pleit voor een nieuwe meerjarenbegroting op basis van conditionaliteit: als de resultaten van investeringen tegenvallen, moet het beleid tussentijds worden aangepast. Een begroting die inspeelt op een veranderende wereld: in het bedrijfsleven is dat zo klaar als een klontje, in Europa nog niet. Te veel projecten, vooral uit de regionale fondsen, worden uitgevoerd ‘omdat het geld er nu eenmaal is’. De Europese Commissie moet strenge voorwaarden stellen, projecten één voor één goedkeuren en achteraf laten controleren door het Europees Parlement. Geen stempel is geen geld. Doelmatigheid voorop.

De eeuwige strijd om nationale kortingen en de fixatie op de eigen broekzak kan eenvoudig worden opgelost. D66 pleit voor een hervorming van de financiering van de EU, zodat de nationale afdrachten het debat niet telkens gijzelen. Door een klein percentage van de BTW te reserveren voor Europa zijn we af van de jaarlijkse koehandel van regeringsleiders achter gesloten deuren en het rondpompen van geld. Eigen inkomsten voor Europa verlichten niet alleen de schatkist, maar laten de Europese begroting ook meedeinen op de conjunctuur. In slechte tijden minder geld voor Europa, in goede tijden meer. Dat is een helder en eerlijk verhaal.

De strategie van Rutte en De Jager was de afgelopen 18 maanden louter gericht op het verlagen van de Nederlandse bijdrage. Dat is op zich een terecht streven, de Europese Commissie erkent dat ook. Maar als enig doel is het te eenzijdig. Het is aan het nieuwe kabinet nu de tweede slag te maken. In plaats van het Verenigd Koninkrijk van David Cameron te steunen met een veto, moet Nederland, net als Duitsland lijkt in te zien, het politieke lef hebben het boekhouderskamp te verlaten en waar voor zijn geld te eisen.

De Jager voerde een eenzame strijd, maar zonder vrienden heb je geen invloed in Europa. Een nieuwe strategie levert Nederland, ook in de portemonnee, meer op dan voortdurende tegenwerking. Kwaliteit boven kwantiteit – dat is de Nederlandse kiezer prima uit te leggen.

Stamgasten

13 november, 2012 door gerbenjan-gerbrandy

Stamgasten genieten veel vertrouwen. Je zult het niet verwachten met hun vaak hoge drankgebruik, maar toch is het zo. Ze hoeven namelijk niet elk drankje meteen af te rekenen, maar mogen het laten opschrijven.  Eens in de zoveel tijd komt dan het pijnlijke moment van de afrekening. De EU hanteert het zelfde systeem. Jaarlijks doen Raad en Parlement de bestellingen, en als alles is uitgevoerd, volgt de rekening. Niemand zal betwisten dat de stamgast de bestelde drank moet afrekenen. Had’ie maar minder moeten drinken. Boete maakt schuld, zeggen we dan. Toch weigert stamgast Dijsselbloem de opgebouwde rekening te betalen. Hij wil op zijn minst uitstel tot volgend jaar.

Laat ik deze vergelijking uitleggen:
De Europese begroting wordt uitgedrukt in twee termen: betalingen en verplichtingen. De betalingen gaan over het daadwerkelijk uit te geven geld, hoeveel precies naar welk project. De verplichtigen zijn nieuwe projecten die men van plan is uit te voeren. Hoe paradoxaal het ook klinkt, betalingen zijn verplicht (juridisch bindend) en verplichtingen een keuze. Geturfde consumpties  -betalingen- zijn reeds gemaakte kosten, deze moeten worden afgerekend. Een rondje -verplichting- kan je overdenken en dus op bezuinigen.

Het Europees Parlement heeft eind oktober het lijstje achter de bar met de Commissie bekeken en geconstateerd dat die 6,8% hoger is uitgevallen dan vorig jaar. Daarnaast heeft het EP de Commissie gevolgd in nieuwe bestellingen en de verplichtingen met 2,2% laten stijgen. Dat laatste getal is ongeveer gelijk aan de inflatie en dus de facto een bevriezing van de begroting. Ik heb met de liberalen gepleit voor lagere verplichtingen, maar helaas was daar geen meerderheid voor in het EP. Niet slim. Want lagere verplichten hebben lagere betalingen tot gevolg.

Het beeld dat het Europees Parlement de begroting fors wil laten stijgen, klopt dus niet. Ook hier geldt ‘boete maakt schuld’. Dat we met z’n allen meer hebben geconsumeerd dan vorig jaar, komt omdat we in het laatste jaar zitten van een meerjarenbegroting. Dan lopen grote, langdurige projecten af en volgen de eindafrekeningen. Die zijn altijd hoger dan de eerdere aanbetalingen.

Dijsselbloem en collega’s voeren dus de verkeerde strijd. Niet het geconsumeerde moet hij bekritisen, maar de aard van de nieuwe bestellingen. Daar wil ik er dan best een met hem op drinken.

Europees geld moet beter besteed

8 oktober, 2012 door gerbenjan-gerbrandy

Je merkt er nog weinig van, maar de komende drie maanden giet Europa haar beleid tot 2020 in beton. Eind december komt er hoe dan ook een akkoord over de meerjarenbegroting die loopt van 2014 tot 2020. Om jaarlijks gehakketak en verlamming van Europa te voorkomen, worden al sinds jaar en dag iedere zeven jaar de plafonds en hoofdlijnen van de Europese begroting voor meerdere jaren vastgelegd. Dat dat wel een uitzonderlijk goede glazen bol vereist, wordt duidelijk als je bedenkt dat het geld dat de EU op dit moment uitgeeft, in december 2005 (!) is vastgelegd.

Je zou verwachten dat regeringsleiders en ministers van Financiën waar voor hun geld willen. Met andere woorden, dat het geld zo efficiënt en doelgericht mogelijk wordt besteed. Helaas is dat niet het geval. Ze kijken vooral naar de nettobedragen – wat blijft er onder de streep voor hun land over? Zo heeft Nederland maar één doel: de begroting zo laag mogelijk houden vanuit de boekhoudkundige theorie dat het ons minder kost als er minder wordt uitgegeven. Ook Finland zit op die lijn. Andere landen denken precies andersom, maar ook als boekhouder: we ontvangen meer als de totale begroting hoger is, dus hoe hoger des te beter.

Lange tijd leek de strijd dus alleen te gaan over de eindbedragen van de begroting. En naar goed Europees gebruik zou men wel ergens in het midden uitkomen. Nederland voelde zich sterk. Het is gemakkelijk schreeuwen als grote broers als Duitsland en het Verenigd Koninkrijk naast je staan om eventuele klappen op te vangen. Maar de grote broek die Nederland heeft aangetrokken, begint langzaam op de knieën te zakken. De grote broers blijken namelijk niet meer de rugdekking te geven die Rutte cs. verwachtten. Vandaag kondigde de Britse premier Cameron aan dat hij gaat pleiten voor twee Europese begrotingen: één voor de Eurolanden en een voor de rest. Hij meent dat vast niet, maar zegt het enerzijds voor binnenlands gebruik (Britse eurosceptici tevreden houden) en anders levert het hem een mooie onderhandelingspositie op voor verdere uitzonderingsbepalingen tegenover ‘the continent’.

Belangrijker is de verandering van het Duitse standpunt. Duitsland lijkt bereid in te stemmen met een hogere begroting, als het geld beter wordt besteed. Dat klinkt mij als muziek in de oren. Met meer geld naar innovatie en duurzaamheid, en minder naar landbouw wordt de Europese begroting veel effectiever. Het is belangrijk te beseffen wat voor instrument de EU-begroting nu eigenlijk is en hoe die de meeste meerwaarde oplevert. EU-geld moet worden ingezet om de Europese economie structureel te versterken, en is van groot belang om ons uit de crisis te trekken. Het is een investeringsinstrument voor de lange termijn, en daarmee wezenlijk anders dan nationale budgetten. De Europese begroting hoeft geen uitkeringen te betalen, geen zorg, geen huursubsidie. De Europese begroting maakt geen schulden en is daarmee stabiel en betrouwbaar. Het is een supranationale laag. Een prachtig instrument om te investeren in waar het in Europa misgaat, waar we de boot dreigen te missen: duurzaam ondernemen, meedoen in de wereldtop van kennis en innovatie, meer invloed in de buitenlandse politiek. En dat voor slechts 1% van het Europese BNP.

Ik pleitte hier anderhalf jaar geleden al voor en zie nu voor het eerst openingen naar deze weg. Maar dan zullen Rutte en Samsom snel moeten schakelen en Nederland moeten genezen van de ‘netto-ziekte’. Nu Duitsland en Groot-Brittannië het spel zijn begonnen, is het daarvoor nog niet te laat.

Klik hier voor het D66-pamflet Europa verdient beter.

Hamsterplan VVD schadelijk voor bedrijfsleven

7 september, 2012 door gerbenjan-gerbrandy

Eindelijk heeft de VVD aandacht voor de groeiende schaarste aan grondstoffen (Volkskrant, 31 augustus, pagina 22). Maar wat een teleurstelling dat buitenlandminister Uri Rosenthal daarvoor precies de verkeerde oplossing aanreikt. Nederlandse bedrijven moeten grondstoffen gaan hamsteren, zegt hij. Wat een inzicht!

Volgens een recente studie van de Europese Commissie heeft hamsteren grote negatieve gevolgen voor de wereldeconomie. Van hamsteren gaan de prijzen omhoog. De suggestie van de VVD is schadelijk voor het bedrijfsleven, dat in crisistijd sowieso al worstelt met torenhoge grondstofprijzen. Rosenthals plan ontmoedigt innovatie en de ontwikkeling van alternatieven, terwijl dát op lange termijn juist de oplossing voor de schaarste is.

D66 wil dat de overheid innovatie stimuleert, niet tegenwerkt. Immers, wat vandaag een strategische grondstof is, hoeft dat morgen niet meer te zijn: Nederland ruilde ooit Nieuw-Amsterdam in voor Suriname, vanwege de ooit zo waardevolle grondstof bauxiet. Nu zijn bedrijven volop bezig met nanotechnologie, dat alternatieven moet opleveren voor zeldzame aardmetalen. Het antwoord is niet: nationaal hamsteren, maar internationaal handelen. Een grondstoffenwedloop tegen China – ieder z’n eigen hachje redden, zoals Rosenthal suggereert – is bij voorbaat een verloren strijd. De liberale weg loopt via onderhandelingen van de EU in de Wereld Handelsorganisatie WHO, zodat ook China en andere grootmachten afzien van protectionisme.

Naast de simplistische suggestie om te hamsteren is de VVD blind voor de vergroening die de wereldeconomie nu al doormaakt. Bedrijven als Akzo Nobel en Unilever zijn de politiek ver vooruit. Zij weten wel dat efficiënt omgaan met grondstoffen van levensbelang is voor hun concurrentiekracht, en handelen daarnaar. Het is simpel: het bedrijf van de toekomst is duurzaam, of het bestaat niet meer. Precies daar ligt de taak van de overheid: het stimuleren en faciliteren van de overgang van bedrijven naar duurzame productie.

Neem olie. De OESO rekende uit dat elke 20 procent stijging van de olieprijs de Nederlandse economie 0,4 procentpunt economische groei kost. Tel daarbij de voorspelling van het IMF dat de olieprijs de komende tien jaar vermoedelijk verdubbelt en een klein kind ziet het probleem.

In plaats van een hamsteradvies aan bedrijven wordt het tijd dat de VVD de lange termijn bril opzet en inzet op innovatie en recycling. Stimuleer bedrijven om minder grondstoffen en energie te gebruiken, minder afval te produceren, of afval om te zetten in nieuwe grondstoffen. Daar ligt de sleutel van het grondstoffenvraagstuk. Niet in het inrichten van een grotere voorraadkast.

“Geen woorden, maar daden”

22 juni, 2012 door gerbenjan-gerbrandy

Een VN-duurzaamheidstop bijwonen is als zitten in een emotionele achtbaan. Je wordt continu heen en weer geslingerd tussen hoop en teleurstelling, woede en optimisme, twijfel en overtuiging. Wanhoop toen gastheer Brazilië als een buldozer over de delegaties heenwalste en een tekst zonder enige ambitie op tafel legde. Daarmee was Rio+20 voor mensen met ambitie gewoon mislukt. Het kan toch niet waar zijn, dat wereldleiders zo weglopen van hun verandwoordelijkheid. Zo blind zijn voor de grenzen van de planeet. Grenzen die we heel snel aan het overschreiden zijn.

Maar tijd om daar lang bij stil te staan was er niet, de achtbaan reed verder. En dat was maar goed ook. De grote teleurstelling werd langzaamaan verdrongen door zoveel positieve initiatieven die overal vandaan komen. Grote groepen bedrijven die écht verduurzamen. En dat zijn niet de kleinste. Unilever, Puma, Dow, Philips, GE om er een paar te noemen. Prominent aanwezig en niet nalatend de politiek op te roepen vergaande ambities te tonen. De VN-ontwikkelingsorganisatie, UNDP, die behoud van biodiversiteit steeds verder integreert in hun totale hulpprogramma. Jongeren die zich terecht zorgen maken en overtuigend verwoorden waarom er nu en niet straks actie genomen moet worden. Maar ook, en dat is het meest verrassend, landen die elke ambitie uit de slotverklaring hebben gesloopt en vervolgens zich achter de schermen laten helpen hun economie te vergroenen.

Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar ik zie om mij heen een groeiend besef dat we alleen vooruit kunnen als we de economie zo laten groeien dat dat niet de mogelijkheden beperkt voor de toekomst. En dat is een enorme winst. De duurzaamheidstop leek gekaapt te worden door het verlangen van opkomende landen zich te blijven ontwikkelen. Er ontstond een strijd tussen milieu en sociale ontwikkeling. Maar die moeten hand in hand gaan. Driekwart van de wereld wil zich optrekken uit een armoedig bestaan. Dat moeten we niet willen bestrijden. Wel moeten we elkaar helpen dat zo te doen dat het niet ten koste gaat van ons natuurlijk kapitaal.

Rio+20 is dus een top geworden zonder de juiste woorden, maar met uitzicht op daden. Geen woorden, maar daden. Dat is de positieve uitkomst. Maar het ontslaat wereldleiders niet van de plicht die daden te omarmen en te versnellen. En dat is deze week nog niet gebeurd.

Deze blog verscheen eerder op Vroegevogels.nl 

Alleen Jezus is groen

20 juni, 2012 door gerbenjan-gerbrandy

Speciaal voor Rio+20 is het beroemde beeld van Christus van Rio de Janeiro groen verlicht. En er is meer groen. Er worden ontelbare uitstekende bijeenkomsten georganiseerd rond de conferentie. Vanmorgen was ik bij de presentatie van de nieuwe biodiversiteitsstrategie van UNDP. Heel essentieel voor het vergroenen van wereldwijde ontwikkelingshulp.

Acteur Edward Norton, tevens VN ambassadeur, hield er een krachtig pleidooi voor lokale natuurprojecten. Een paar deuren verderop riepen de topmannen van Unilever, Philips, DSM, Dow Chemicals en vele anderen de politiek op ambitieuze doelstellingen vast te leggen. Ze zijn het in verrassend grote mate eens met WWF, IUCN, Conservation International en alle andere natuur- en milieu NGO’s die hier enthousiast de noodzaak van verduurzaming bepleiten. En niet te vergeten de academische wereld die Rio+20 heeft uitgekozen voor de publicatie van nieuwe onderzoeken die roepen om meer urgentie. Het ontmoeten van al deze mensen is enorm inspirerend.

Maar de ministers en andere onderhandelaars zien en horen niets van dat alles. Zij zitten opgesloten in door bulderende airco’s gedomineerde conferentiezaaltjes. Hun wereld bestaat uit VN-taal en gegoochel met woorden. Hadden ze zich maar laten inspireren want de dinsdag overeengekomen eindverklaring is zwak en volstrekt onvoldoende. Het gaat volledig voorbij aan de urgentie die door al die anderen in Rio wordt bepleit. Heel teleurstellend. Wat mij betreft is dit de laatste keer dat we via zo’n VN-circus proberen de wereld te verbeteren. Europa moet nu zo snel mogelijk het bilaterale pad op. Verbanden leggen met landen die wel vooruit willen. Via handelsverdragen. Via technologische samenwerking e.d.

Het groene Christusbeeld is misschien het enige echt groene dat de onderhandelaars zien. Maar het is kitsch, onecht. Net zoals de overeengekomen verklaring. In het Engels heet dat ‘green washing’. In gewone mensentaal: de boel belazeren. Ik hoop van harte dat als de regeringsleiders deze week Rio verlaten ze nog een keer uit het vliegtuigraampje kijken en zich realiseren dat één groene Christus nog geen groene economie maakt.

Deze blog verscheen eerder op: vroegevogels.nl

Spannende dagen

19 juni, 2012 door gerbenjan-gerbrandy

De echte Rio+20 conferentie is nog niet eens begonnen (woensdag komen de regeringsleiders), maar toch wordt vandaag een van de spannendste en meest beslissende dagen. Zaterdag nam Brazilië het voorzitterschap van de voorbereidende onderhandelingen over van de VN. ‘s Avonds leverde dat een nieuwe onderhandelingstekst op. En waar velen al bang voor waren werd werkelijkheid: Brazilië zou vol voor het korte termijn eigenbelang gaan.

Het gevolg is dat er een tekst ligt die armoedebestrijding tot grootste uitdaging van de planeet bestempelt. Het initiatief van secretaris-generaal van de VN Ban Ki Moon, ‘sustainable energy for all’, wordt niet omarmd, maar slechts ‘ter kennisgeving aangenomen’. Over een van de twee hoofddoelen van Rio+20, het creëren van een groene economie, wordt vooral benadrukt wat het níet moet zijn. De huidige exploitatie van mineralen en natuurlijke hulpbronnen mag onverminderd doorgaan. 

Gisteren werd de tekst voor het eerst besproken en heeft de EU, die ook namens Nederland onderhandelt, getracht met constructieve voorstellen te redden wat er te redden valt. Daarbij is nog heel weinig progressie geboekt. Door het onderhandelingsspel zelf: niet te snel compromissen! Maar ook doordat veel delegaties nog zonder ministers zaten. En dan kan er nauwelijks bewogen worden door landen. Dat is vandaag anders. Veel ministers zijn intussen gearriveerd en nu moeten de duimschroeven links en rechts worden aangedraaid. Dat moet vandaag, en deels morgen, want woensdag arriveren de regeringsleiders en die kunnen dan nog maar over een paar punten besluiten nemen.

Aan alle kanten wordt nu dus de druk opgevoerd. Door Nobelprijswinnaars en de Spaanse koning, via academici, NGO’s, tot en met het bedrijfsleven. Een combinatie hiervan heeft zich zelfs vereningd en noemt zich de Friends of Rio. Vanmorgen kwam deze groep, waartoe ook Unilever-topman Paul Polman en oud-TNT baas Peter Bakker behoren, met een dringende oproep ambitieus te zijn en de urgentie van Rio+20 te doorzien.

Ikzelf probeer met verschillende parlementariërs uit de wereld Brazilië ervan te overtuigen dat op deze manier Rio+20 een grote mislukking wordt. En daar zijn ze doodsbang voor. Hopelijk werkt het en heb ik morgen beter nieuws.

Intussen draait de miljoenenstad Rio de Janeiro gewoon door. Files zijn oneindig lang als altijd, sirenes houden niet op met gillen, en de stranden van Ipanema en Copacabana stromen vol. Het zou mooi zijn als dat dankzij de vergroening van de economie over 20 jaar nog zo is. Maar dan moeten we deze week met z’n allen wel de juiste weg inslaan.

Deze blog verscheen eerder op vroegevogels.nl