Op 28 september werd de ontstane situatie over de Rijn-Gouwe Lijn (RGL) besproken in de Statencommissie Mobiliteit, Kennis en Economie. Marco Brandt stelde dat Gedeputeerde Staten (GS) moet afzien van de heilloze weg om de RGL door de Breestraat af te willen dwingen. Leids fractievoorzitter van D66 Paul van Meenen zat, blijkens zijn inspraakreactie, geheel op een lijn met D66 Zuid-Holland. (Geheel onderaan kunt u zijn bijdrage lezen).Bij andere partijen trad een opvallend verschil aan het licht tussen hun vertegenwoordigers in Provinciale Staten en in de gemeenteraad van Leiden. Meest opvallend is dat bij de PvdA. In Leiden is die partij tegen de RGL door de Breestraat, maar in de Provinciale Staten is die partij er juist voorstander van om GS de RGL door de Breestraat te laten doorzetten.
Ook opmerkelijk was het verschil tussen de standpuntbepaling in Leiden en in de Staten bij GroenLinks en bij de ChristenUnie/SGP. GroenLinks-woordvoerder Blokhuizen sprak zich uit voor het doorzetten van de RGL door de Breestraat; in Leiden mikt zijn partij juist op een RGL via de Hooigracht/Langegracht, zo bleek dinsdag in de gemeenteraadsvergadering. Heel markant was het verschil tussen de inspraakreactie van het Leidse raadslid Janine Clement (CU) en “haar” Statenlid Van Dijk. Clement hield nog eens een vurig pleidooi voor een RGL over bestaand spoor, waar die partij inmiddels geheel alleen in staat; Van Dijk (zijn partij is vertegenwoordigd in het college van GS) schaarde zich na enig aandringen uiteindelijk achter het zogeheten Definitief Ontwerp, dat uitgaat van de RGL door de Breestraat.
D66 vindt het onbegrijpelijk dat de overige fracties in Provinciale Staten zich zo weinig aantrekken van de uitslag van het Leidse referendum, die duidelijk genoeg was. Dat kwam ook naar voren in de bijdrage van duo-Statenlid Marco Brandt. D66 en SP zijn de enige partijen die zowel in de provincie als in de gemeenteraad van Leiden strijden tegen de komst van de RGL.
Tijdens de vergadering van de commissie Mobiliteit bleek dat de € 90 miljoen die Zuid-Holland heeft gereserveerd in elk geval veel te weinig is. D66 ziet daardoor haar vrees uit het verleden waarheid worden. “De RGL gaat ten koste van andere OV-projecten en ten koste van het aantal busritten elders in de provincie. D66 is vóór goed openbaar vervoer. Daarom zijn we tegen deze RijnGouweLijn”, verwoordde Brandt het standpunt van de sociaal-liberalen.
Gedeputeerde Veldhuijzen (CDA) veegde alle Leidse bezwaren echter van tafel: “abbererend gedrag hoort niet beloond te worden.” Hij ontkende Leiden het mes op de keel te zetten, en hield vol dat de provincie en niet Leiden bepaalt waar trams en bussen komen te rijden. Veldhuijzen schetse de ingewikkelde situatie die zal ontstaan als de provincie de juridische strijd met Leiden aangaat. Hij zei echter ervan overtuigd te zijn dat de provincie die zou winnen, anders zou hij er ook niet aan beginnen.
Gedeputeerde Veldhuijzen bleef bij zijn standpunt zijn ‘doorzettingsmacht’ te gebruiken als Leiden niet wil meewerken aan een tram door de binnenstad. Hij kiest daarbij voor een tracé door de Breestraat. Brandt noemt dat ongepast en onverantwoord: “Doorzettingsmacht is een paardenmiddel. En het is ongehoord dat de Provincie kiest voor de variant die 70% van de Leidse bevolking echt niet wil.”
Wat gedeputeerde Veldhuijzen in feite deed, was de bal terugleggen bij de Leidse wethouder Steegh. De Statenvergadering van 17 oktober hangt nu als een zwaard van Damocles boven onze hoofden: de vier coalitiefracties in de Staten (PvdA, CDA, VVD en CU/SGP) zullen GS dan steunen in het doorzetten van de RGL door de Breestraat, tenzij Leiden voor die tijd een stap zet.