Deze week bereikte mij een interessante vraag over de waterschappen, namelijk hoe D66 in deze discussie staat.
D66 Zuid-Holland heeft altijd aangegeven principieel de discussie over de rol en het nut van de verschillende bestuurslagen te willen voeren, niet in de laatste plaats over die van de provincie zelf.
De Statenfractie in Zuid-Holland is geen voorstander van het opheffen van de waterschappen, omdat wij op dit moment er nog niet van overtuigd zijn dat met het overhevelen van de taken van de waterschappen naar de provincies, het werk beter wordt gedaan. Sterker, het zou best wel eens slechter af kunnen zijn bij een provincie. De waterschappen zijn een instituut die, veelal in stilte, tot nog toe als een zeer goed functionerend orgaan te werk gaan. De provincie Zuid-Holland heeft om die reden een belangrijk taak van de provincie, het vangen van ratten, overgedragen aan de in Zuid-Holland gelegen waterschappen.
Kortom; we moeten ervoor waken het kind met badwater weg te gooien.
Wat ik wel vind is dat, ondanks de eerste stappen naar democratisering van de waterschapsverkiezingen, we er op dat terrein zeker nog niet zijn. Nog steeds is er sprake van een aantal geborgde zetels bij waterschappen, die gereserveerd zijn voor bepaalde clubs als LTO etc.
De verdeling van die geborgde zetels, daar gaat Provinciale Staten over, waarbij deze keer de nadruk te veel op agrarische en bedrijfszijde lag en te weinig op de groene zijde.
Overigens heeft staatssecretaris Huizinga in de Eerste Kamer bij vaststelling van de nieuwe waterschapswet toegezegd een grondige evaluatie te zullen uitvoeren van deze verkiezingen. Daarin zal ook het fenomeen geborgde zetels meegenomen worden, met name omdat de Eerste Kamer vraagtekens stelde of de beoogde democratisering met geborgde zetels wel voldoende is.
