9 juni 2010
Afgelopen 2 weken waren afwisselende weken, op z’n zachtst gezegd. Zo kwam het College van Gedeputeerde Staten een bezoek aan ons brengen. Eénmaal per half jaar houden zij een bestuurlijk overleg met alle gemeenten. Zo waren nu wij aan de beurt, samen met Enschede en Borne d.w.z. zij gingen eerst naar Enschede, daarna kwamen zij bij ons en tot slot gingen zij naar Borne. Na een uitgebreide kennismaking is gesproken over de diverse projecten die op de rol staan en die co-financiering van de provincie nodig hebben. Moet soms nog wel wennen aan de bedragen die omgaan bij sommige projecten, maar al met al vond ik het een interessant overleg waaruit ik de conclusie heb getrokken dat we elkaar nodig hebben om zaken te realiseren. Zij onze inzet en wij hun middelen.
Een dag later zat ik zelf op het provinciehuis om de complimenten van de Carry Abenhues in ontvangst te nemen voor het feit dat in de top 100 van meest innovatieve bedrijven verhoudingsgewijs de meeste uit Hengelo kwamen. Ik moest collega Marika ten Heuw hiervoor vervangen, maar deed dat met plezier. Ik heb daarbij benadrukt dat het de ondernemers zelf zijn die de innovaties moeten doen, wij als gemeente kunnen (en moeten) slechts faciliteren. Het bosje bloemen dat ik daarvoor kreeg was er echter niet minder om.
Dat het niet allemaal hosanna is in gemeenteland werd mij wel duidelijk toen we op zoek moesten gaan naar 5 miljoen structurele bezuinigingen in de gemeentebegroting. We moeten immers 5 miljoen te bezuinigen voor het jaar 2011 en nog eens structureel 10 miljoen daar bovenop voor de jaren 2012 en verder. Dan moet je pijnlijke keuzes maken, waarbij je natuurlijk begint bij je eigen organisatie, maar waarbij je er ook niet aan ontkomt om op andere plaatsen te bezuinigen. We zijn er bijna uit en en zullen het resultaat binnenkort voorleggen aan de gemeenteraad.
Het jaarlijkse congres van de Vereniging van Nederlandse gemeenten vond dit jaar plaats in Leeuwarden. Thema: nieuwe tijden, nieuwe bestuurders. Het ging onder meer over twitterende bestuurders en de meerwaarde daarvan voor de maatschappij en de burgers. Het congres is hét netwerk-event (van 3 dagen) voor bestuurlijk Nederland dat voor de meesten begint, zo heb ik ervaren, met een rondje ‘gadgets scoren’ bij de diverse kramen. Met tassen vol petjes, thermometers, nog op te blazen voetballen en pennen liep menig bestuurder/raadslid tussentijds zijn buit naar de auto te brengen. De ’score’ van de Hengelose bestuurders was wat dat betreft ver onder de maat, slechts een congrestas en een multi-functioneel potlood hielden wij over van ons bezoek aan Leeuwarden. Verder waren wij één van de weingen die maar één dag gingen en dan ook nog gezamenlijk afreisden in een gehuurd busje. Met de bezuinigingsdiscussie nog helder voor ogen, vonden we deze handelswijze dan ook niet meer dan gepast.
Vandaag heb ik mij laten informeren over het werk van onze openbare toezichthouders (vroegere stadswachten). De ogen en oren van de gemeente. Leuke baan, met voldoende beweging in de buitenlucht zal ik maar zeggen, maar ook een baan met een schaduwzijde, namelijk het gedrag van mensen waarmee zij soms geconfronteerd worden bij het uitoefenen van hun beroep. Zij zijn het die optreden tegen overlast (hondepoep, zwerfvuil e.d.) maar krijgen daarvoor soms letterlijk stank voor dank.
Moeten we niet doen….Met deze stichtelijke woorden eindigt mij weblog voor vandaag. Tot gauw weer.
