Onder deze kop lanceerde D66 Kamerlid Fatma Koser Kaya laatst een onderdeel van het verkiezingsprogramma van D66. D66 wil de komende jaren veel meer 55-plussers aan een baan helpen. Voor 2020 moeten er 200.000 banen bijkomen. D66 trekt daar bijna een half miljard euro voor uit.
Ik was blij met dit bericht en de aandacht voor dit onderwerp in onze campagne. Waarom? Omdat ik op het gebied van sociale zaken (waar ik woordvoerder in de gemeenteraad op ben) veel verhalen hoor over 55 plussers (of 50 plussers) die niet meer aan de bak komen, simpelweg omdat ze nooit geleerd hebben zichzelf door te ontwikkelen, om te scholen, aan te passen. Of zich simpelweg nooit gerealiseerd hebben dat ze misschien ook goed kunnen zijn in iets anders. Daar ligt ook een belangrijke rol voor werkgevers, zolang die daar dan wel gestimuleerd in worden door de overheid.
Vaak wordt deze discussie in een “ben je voor of tegen ‘gemakkelijk’ ontslag” frame getrokken. Maar daar draait het in mijn beleving echt niet om. Waar het wel om gaat, laat zich het beste illustreren aan de hand van een voorbeeld dat ik hoorde op een diplomat-uitreiking aan het begin van de zomer bij Stichting Leren-Doen. De Stichting begeleidt talenten in de metaaltechniek en doet een project samen met de gemeente Den Haag en de Koninklijke Metaalunie. Het project is bedoeld om jongeren de basisvaardigheden te leren die je in de metaaltechniek gebruikt.
Ik sprak daar vertegenwoordigers van de Metaalunie die mij vertelden over een ontslagen lasser van rond de zestig die zij begeleiden. Ondanks dat hij een geliefde collega en een van de beste lassers van het bedrijf was, moest hij er wegens het tegenzittend economisch tij toch uit (dus ontslagbescherming heeft daar niet eens mee te maken, lieve vakbonden). Dik twintig jaar was hij in dienst geweest bij een tevreden werkgever. Hij was daar als ongeschoolde immigrant begonnen en werd een lasser. Het schrijnende was dat hij in al die twintig jaar precies nul diploma, opleiding, vaardigheidsbewijzen had behaald. Niet omdat hij het niet zou kunnen, maar simpelweg omdat werkgever (en werknemer) er niet aan hadden gedacht of er nooit een noodzaak in hadden gezien.
En daar sta je dan: Tegen de zestig en geen papiertje om te laten zien wat je waard bent. Ga er maar aan staan. De Metaalunie probeert natuurlijk deze vakmens zo snel mogelijk bij een werkgever te plaatsen. Het was niet het enige geval dat de belangenorganisatie kende. De Metaalunie gaat bekijken of zij in de bijdrage van haar leden ook een klein percentage heffing voor ‘opleiding’ kan incorporeren. Niet alleen voor de oudere metaalwerkers, maar ook omdat zij gewoon zien dat er een gillend tekort van vaklui aan het ontstaan is.
Dat is mooi, omdat waar ik (en D66) naar toe wil, is dat mensen niet meer 20-30 jaar op een plek kunnen zitten, zonder dat hun werkgever in hun ontwikkeling investeert. Dat kan zeker niet alleen van de werkgevers komen, maar moet ook in de houding van de werknemer tot uitdrukking komen. Alleen door hun leven lang te blijven leren, houden mensen kansen op de arbeidsmarkt. De maatregelen die D66 voorstelt, kunnen daar goed bij helpen.


