In gesprek in ‘De Vergeten Driehoek’

20 mei, 2013 door Rachid Guernaoui

In de Trouw van afgelopen zaterdag stond een artikel over de zogenaamde ‘Vergeten Driehoek’ van de Haagse Schilderswijk: het gebied tussen de Wouwermanstraat, de Vaillantlaan en het spoor. In dat artikel kwam een beeld naar voren van een geradicaliseerd stukje Den Haag waar orthodoxe moslims en de sharia de dienst uit zouden maken en waar andersdenkenden – van gematigde moslims tot families die er al generaties wonen – zich niet meer welkom zouden voelen. Het artikel was voor mij voldoende reden om dezelfde dag poolshoogte te gaan nemen in die wijk. Na contact te hebben gehad via twitter, sloten twee collega-raadsleden – Ibo Gülsen van de VVD en Gert-Jan Bakker van het CDA – zich ook aan.

“Den Haag mag geen ruimte bieden aan individuen die de grondrechten, democratie en rechtstaat ondermijnen.” Dat schreven wij acht jaar geleden samen met de VVD in een Actieplan tegen radicalisering. Voor de sharia, of een “klein kalifaatje” zoals het gebied in Trouw genoemd wordt, is dan ook geen plaats in onze stad. Mensen mogen hun eigen leven naar eigen inzicht en geloofsregels inrichten, maar mogen die eigen inzichten en geloofsregels niet aan anderen opdringen.


D66-fractievoorzitter Rachid Guernaoui in gesprek met bezoekers van een buurtbarbecue in de omgeving.

In gesprek
Terwijl we zaterdag door de driehoek liepen, spraken we met bewoners en ondernemers over hun ervaringen. We zijn twee dameskapperszaken in gegaan om met eigenaars en klanten te praten over hoe zij zich voelen op straat. We spraken met bezoekers van een buurtbarbecue, met jongeren die we tegen kwamen op straat, met een oud-voorzitter van de wijkvereniging, met een vader die in een Buurt Interventie Team (BIT) samen met de politie werkt aan het uitbannen van jeugdcriminaliteit en met de Bureauchef en een wijkagent op het lokale politiebureau. Geen van hen herkende zich in het beeld dat in de Trouw van hun wijk geschetst werd.

De Schilderswijk is niet de beste wijk van Den Haag en het zou naïef zijn om te denken dat er helemaal geen problemen zijn. Gelukkig slaan bewoners, maatschappelijke organisaties en de politie steeds meer en steeds effectiever de handen ineen om problemen in de wijk aan te pakken. Van een radicale vrijstaat waar de overheid niet de baas is, lijkt dan ook absoluut geen sprake te zijn.

Radicalisering
Toch moeten we altijd waakzaam blijven voor radicalisering, of het nou gaat om het ronselen van jongeren voor de jihad in Syrië of om mensen die zich afkeren van onze Nederlandse maatschappij. Daarom kwamen wij in 2005 met concrete voorstellen in ons Actieplan tegen radicalisering. Insteek daarvan was een integrale aanpak op 5 niveaus:

  • Werken aan het verkleinen van de kloof tussen bevolkingsgroepen om mensen een plek in onze maatschappij te bieden en integratie te bevorderen.
  • Meer nadruk leggen op burgerschap om aan alle inwoners van Den Haag duidelijk te maken hoe we in vrijheid met elkaar om gaan.
  • Vroegtijdige signalering van beginnende radicalisering, bijvoorbeeld door hechte samenwerking met maatschappelijke organisaties en de AIVD.
  • Bestrijding van radicalisering door extremistische propaganda en ontmoetingsplekken aan te pakken en samen te werken met moskeeën.
  • Aanpak van geradicaliseerde personen in samenwerking met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, bijvoorbeeld door scholing waar mogelijk.

Met die aanpak, die is overgenomen in de Integratienota 2010-2014, boeken politie en overheid, burgers en maatschappelijke organisaties successen die hoopvol stemmen. We zijn er nog niet en alle problemen zijn de wereld nog niet uit. Toch heb ik het gevoel dat we in Den Haag op de goede weg zijn.

Op korte termijn wil ik een afspraak maken met de journalist van Trouw om te leren van zijn ervaringen. Ook wil ik het artikel in alle rust bespreken met mijn collega’s in de gemeenteraad. De komende tijd zullen ongetwijfeld grote woorden vallen over de Schilderswijk en de islam, en daarom ben ik blij dat we met drie partijen zaterdag zelf alvast poolshoogte zijn gaan nemen.

Rachid Guernaoui, fractievoorzitter D66 Den Haag

Democratische rechten en plichten

26 april, 2013 door Martijn Bordewijk

Eens in de zoveel tijd barst in de raad de discussie over de spreektijden weer los. Natuurlijk is er altijd een spanningsveld tussen ruim debat (zeg maar onbeperkt lullen) en praktische spelregels (op=op, ik ontneem u nu het woord). De Haagse spelregels over spreektijden die de raad heeft afgesproken met zichzelf is een op zich werkbare uitdrukking van die koorddans.

Raadslid Richard De Mos (hierna: “Het Lid De Mos”, kijkt u even dit fragment, dan weet u waarom) beklaagde zich over de beperkte spreektijd die hij in de raad had. Dit heeft te maken met het feit dat Groep De Mos een afsplitsing is van de Haagse PVV-fractie. Daardoor heeft Het Lid De Mos in raadsvergaderingen slechts 2 minuten spreektijd. Volgens het overgrote deel van de raad een gevolg van zijn eigen keuze de PVV-fractie te verlaten en in de raad te blijven zitten. Er moet geen premie op afsplitsing komen te staan. Zo oordeelde ook het presidium op het initiatiefvoorstel dat Groep De Mos indiende (samen met Groep Van Doorn, maar die was aan het klaverjassen met z’n fractie in Saudi-Arabië, dus die kon er niet bij zijn, speet hem wel…)

De conclusie na een niet erg verheffend debatje in de raadsvergadering is dat de opvatting van Het Lid De Mos (die hilarisch genoeg in de derde persoon over zichzelf praatte tijdens zijn bijdrage) van het ambt van raadslid vooral een hele smalle is: ik kom wanneer ik daar zelf zin in heb (of als er persjongetjes en -meisjes zijn), maar…. geef me wel meer spreektijd!

D66 vroeg, als De Mos zo graag meer zou willen kunnen zeggen, hoe het dan zat met werkbesprekingen en vertrouwelijke vergaderingen die bijna altijd een onbeperkte spreektijd kennen, maar waar De Mos nagenoeg nooit bij aanwezig is. Het Lid De Mos antwoordde in de commissiebespreking nog dat D66 daar een punt had, maar kwam in de raad niet verder dan een dikke vette jij-bak van de buitenste categorie. De Mos vond die besprekingen “niet zo belangrijk” en ging liever “de wijken in, met de mensen praten” om het college “met schriftelijke vragen te bestoken”. Blijkbaar is het in dat licht ineens weer niet meer belangrijk om datgene te doen wat toch een deel van je core-business is als politicus: Ouwehoeren, overleggen en debatteren met andere politici en je laten informeren door college of experts in bijvoorbeeld een werkbespreking. Maarre, wel ff die spreektijd uitbreiden in het kader van de “democratische rechten” van Het Lid De Mos hoor! Als ie er zin in heeft om er gebruik van te maken dan he. De actie van De Mos werd daarmee eigenlijk gewoon een genante oproep om meer zendtijd voor de Politieke Partij De Mos.

Fotograaf: Richard Mulder (bron: website De Uithof)

Wellicht is het voor Het Lid De Mos een openbaring, maar ik meen dat je heel goed je volksvertegenwoordigende rol (in de stad en dichtbij je bewoners zijn) en je kaderstellende en controlerende rol kan combineren. Echter, als je wat je in de stad oppikt al niet eens kan of wil vertalen naar een bijdrage in een vergadering of beter gezegd naar het politieke handwerk – iets waarbij je ook nog wel eens anderen nodig hebt- , wat heb je er dan eigenlijk aan als inwoner? Hoe vertegenwoordig je die belangen waar je zogenaamd zo voor opkomt dan daadwerkelijk? De krant en schriftelijke vragen zijn geduldig; het paard op het fotomomentje waarschijnlijk ook – maar je zal je plannen, je kritische noten en je concrete voorstellen toch af en toe moeten (pógen te) vertalen in meerderheden. Dat hoort ook gewoon bij het vak. En lijkt me vooral je democratische plícht als raadslid.

Fit & Fris met water

25 april, 2013 door irene

 Fris klinkt gezond, maar is het niet. Dat is duidelijk gebleken uit het onderzoek van de VU. Kinderen die dagelijks frisdrank dronken op school kwamen elke jaar een kilo meer aan dan kinderen die water dronken. Frisdranken bevatten namenlijk veel suiker en dat betekent extra calorieen. Daarom is er nu een actie Leef fit! die schoolkinderen verleidt tot het drinken van water ipv zoete frisdranken.

Een prachtig initiatief. Maar moet je dat als overheid nu verplicht stellen op scholen of kan het ook voor elkaar komen op initiatief van de ouders? Dat laatste lijkt me veel logischer.  Immers, als ouders moet je er wel achter staan en er aan mee willen werken, anders komt er niks van terecht. Stop je toch nog zo’n handig pakje zoete appelsap in de schooltas ipv die ‘coole  waterbottle’ .

Datzelfde geldt voor tractaties op school. Altijd een moeilijk punt. Je gunt je kind het plezier van tracteren op z’n verjaardag: even in het middelpunt staan en lekkere dingen uitdelen. Maar als zoet niet gezond is, en alle snoep dus afvalt, en als vet niet gezond is, en alle kaas en worst wordt uitgesloten: wat dan?

Moet je als wethouder tracteren nu gaan verbieden, zoals Rabin voorstelt? Of vraag je aan ouders om samen met de school een oplossing te vinden?

Dat laatste ligt meer in de lijn van D66. Betrokkenheid van ouders bij de school vinden we sowieso erg belangrijk. Niet voor niks dat onze wethouder van onderwijs, Ingrid van Engelshoven, budget beschikbaar stelt om ouders te activeren.  Wie weet kunnen ouders daarmee gaan werken om de school van hun kinderen super gezond te maken. 

Irene van Geest

Ruimte voor passend onderwijs

2 april, 2013 door Kim Waanders

De afgelopen tijd is in de media veel aandacht besteed aan hoogbegaafdheid en de stimulering die slimme kinderen krijgen op de basisschool. Volgens D66 is goed onderwijs – dat aansluit op de talenten van kinderen – de sleutel tot ontplooiing voor ieder individu. Daarom zal ik er de komende tijd op aandringen dat er in Den Haag niet alleen voldoende aandacht is voor kinderen met een achterstand, maar ook voor kinderen die juist vanwege hun hoogbegaafdheid extra stimulering nodig hebben.

Haagse Educatieve Agenda
Elke vier jaar stelt de gemeente in de zogenaamde ‘Haagse Educatieve Agenda’ (HEA) de doelstellingen voor het lokaal onderwijs in Den Haag vast. Later dit jaar wordt in de gemeenteraad gesproken over de HEA 2014 – 2018. Dan gaan we met elkaar bepalen waar we prioriteiten willen leggen. Voor D66 is onderwijs in het algemeen een prioriteit, omdat we onderwijs en kennis nodig hebben om ons te ontwikkelen tot mondige, kundige en zelfredzame burgers. Onderwijs vergroot de wereld van een kind; het leert je nadenken over hoe de wereld in elkaar zit.

Prioriteiten
Binnen het onderwijs zijn natuurlijk ook prioriteiten aan te geven. Dan kan je denken aan de mogelijkheid voor iedere school om minimaal één conciërge te hebben – een onderwerp waar D66 zich al jaren met succes voor inspant – aan het investeren in brede buurtscholen of aan het verder uitbouwen van Den Haag als internationale hoger onderwijsstad. Het zorgen dat elk kind onderwijs krijgt dat op zijn of haar behoeften en talenten aansluit – of het nou gaat om een kind met een taalachterstand, met een leerstoornis of een hoogbegaafd kind – moet wat mij betreft ook één van die prioriteiten zijn.

Voorstellen
In de aanloop naar de behandeling van de HEA 2014 – 2018 in de gemeenteraad, zal ik met een serie aan voorstellen komen die bij moeten dragen aan het Haagse onderwijs voor de komende jaren. Scholen moeten de ruimte krijgen om samen met docenten, ouders en leerlingen het onderwijs zo in te richten dat er voor ieder kind passend onderwijs is. We moeten professionals voldoende ruimte en middelen geven, en als overheid waken over het niveau. Daar zal ik me voor blijven inzetten.

Kim Waanders is woordvoerder onderwijs namens D66 in de Haagse gemeenteraad

Met liefde voor kwaliteit leegstand te lijf

27 maart, 2013 door tobias

Interview met Fieke Meindertsma van Conceptors

Duurzaam leven, produceren en consumeren, is iets van en voor ons allemaal. De aarde biedt slechts een beperkte hoeveelheid aan voorraden van wat wij mensen nodig hebben en zeker met het oog op de bevolkingsgroei (van 7 miljard mensen nu naar 8-10 miljard in 2040) doen we er goed aan slim en zuinig met ons leefmilieu en met grondstoffen om te gaan. De gemeente kan daar aan een bijdrage leveren door het goede voorbeeld te geven en door duurzame initiatieven van bewoners en ondernemers te faciliteren. Want voor de grote stappen voorwaarts in verduurzaming zijn we toch echt afhankelijk van bewoners en ondernemers.

Bewoner zijn we allemaal, maar hoe kijken ondernemers eigenlijk tegen duurzaamheid aan? Wat inspireert hen en welke belemmeringen ervaren zij? Om daar achter te komen, ben ik aan deze serie interviews met Haagse ondernemers begonnen.  Zij kunnen interessante dingen vertellen die aan het thema duurzaamheid raken. De werktitel van de serie is Duurzaamheid en Haagse ondernemers.

Conceptors
Als eerste in deze serie heb ik gesproken met Fieke Meindertsma, oprichter van het Haagse bedrijf Conceptors.

“Conceptors is een jonge ambitieuze organisatie die zich specialiseert in het transformeren van leegstaande gebouwen tot inspirerende bedrijfsverzamelgebouwen. Wij realiseren werkruimtes waar ondernemers zichzelf in een betaalbare, inspirerende en professionele omgeving kunnen ontplooien”, aldus de bedrijfswebsite.

Het eerste project opende begin 2011: een leegstand pand in gemeentebezit aan de Stadhouderslaan. Het pand heet dan ook met enige trots ‘de Stadhouder’. In 3 maanden tijd werd het gebouw opgeknapt en waren de bijna 60 units verhuurd aan creatieve en innovatieve bedrijfjes, waaronder fotografen, productontwerpers en musici. Inmiddels kent het pand een flinke wachtlijst.


De stadhouder, foto van Conceptors.

Na het succesvolle project ‘De Stadhouder’ is Conceptors gaan uitbreiden met nieuwe locaties in Den Haag en Voorburg (De Verlichting) en Rijswijk (Martinifabriek). Er is ondanks de crisis nog steeds veel vraag naar betaalbare werkruimte met flexibele voorwaarden waarbij je ook nog eens met gelijkgestemden in contact komt.

Succesfactoren
Gevraagd naar de sleutel tot haar succes zegt Fieke dat het eigenlijk niet zo moeilijk is. “Leef je in in zowel de eigenaar als de klant. De eigenaar wil ontzorgd worden, wil dat het pand in korte tijd wordt gevuld. De klant wil betaalbare kwaliteit en flexibiliteit.” Om er achter te komen waar klanten precies naar op zoek zijn, voert Fieke de gesprekken met mogelijke huurders zoveel mogelijk zelf: “Zo krijg ik een goed idee van waar de behoeften liggen!” Persoonlijk contact is héél belangrijk. “De klant is koning.”

Er is dus ook in deze moeilijke markt veel mogelijk als je maar met liefde voor kwaliteit aan de slag gaat. En dat is juist waar het in de nog steeds behoorlijk traditionele vastgoedwereld wel eens aan schort. Met haar klantgerichte aanpak en haar jonge leeftijd trekt Fieke veel aandacht in de vastgoedwereld. In 2012 heeft de pas 25 jaar oude Fieke met haar verfrissende aanpak de Studenten Ondernemers Prijs gewonnen.

Lessen
Wat ik uit dit interview meeneem is dat er veel meer mogelijk is dan we voor mogelijk houden als je met passie voor kwaliteit opereert, de wensen van de huurders goed kent en de kosten laag houdt. Dat is mooi, want transformatie en/of hergebruik van leegstand vastgoed is bijna per definitie duurzaam. En de gemeente heeft een hoop leegstaand vastgoed in bezit. Kunnen we onderdelen daarvan niet op de markt zetten door middel van gerichte prijsvragen? Wie met het beste idee voor invulling en exploitatie komt mag ermee aan de slag. Tegen betaling van huur of door het over te nemen. De gemeente is niet de meest voor de hand liggende partij om panden te exploiteren of in bezit te hebben, ook niet in tijden van crisis. En hergebruik is duurzaam, goed voor de gemeentekas èn goed voor de lokale economie.

Tobias Dander, woordvoerder duurzaamheid en stadsontwikkeling

Steun voor bewoners in overleg met Hommerson

21 maart, 2013 door irene

 Gelukkig, Hommerson praat nu eindelijk met de bewoners over de plannen op de Noord-Boulevard.  Al eerder heb ik aangedrongen op een gesprek met de bewoners, onder het motto, wie bouwt, praat eerst met de buren.  Wethouder Norder heeft dat nu duidelijk aan ze overgebracht en afgelopen donderdag is er een eerste informatiemiddag geweest. Er komt nu ook een klankbordgroep om met Hommerson de plannen te bespreken.  Hoewel velen  vinden dat dit stuk van de Boulevard opgeknapt moet worden, zijn er toch veel vragen en ettelijke bezwaren.

Extra steun voor bewoners

Ik heb de wethouder wel gevraagd om vanuit de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO) de bewoners in de klankbord groep te ondersteunen. Hommerson is een sterke partij met veel kennis en voldoende middelen, die bij de bewoners niet altijd in dezelfde mate aanwezig zijn.  Steun vanuit DSO helpt de bewoners aan de juiste gegevens, waardoor ze de problemen beter inzichtelijk kunnen maken.

Vragen zijn er nog genoeg over dit initiatief, dat nog in een vroeg stadium is.  Er is nog voldoende ruimte voor overle,g  voordat het een definitief plan wordt en College en Raad er een oordeel over geven.  

Participatieverordening

Ik heb de wethouder ook gevraagd om de communicatie met bewoners sterker te verankeren in de gemeentelijke regelgeving. Kan het verzoek tot communicatie met omwonenden niet omgezet worden tot een noodzaak of een eis?  Is het niet mogelijk om aan te haken bij de bestaande Participatieverdening.? Dan wordt het makkelijker voor bewoners om communicatie en overleg af te dwingen. Daar kreeg ik een afwijzend  antwoord op van de wethouder.   Toch blijf ik hameren op meer aandacht voor overleg met omwonenden, ook voor plannen van particuliere bouwers.

Irene van Geest

 

Haagse emancipatie en D66 bemoeienis

7 maart, 2013 door irene

Op 8 maart is het Internationale Vrouwendag. Dan mag ik als voorzitter van de jury  toelichten wie in aanmerking komen voor de Haagse emancipatieprijs. Ingrid van Engelshoven, onze wethouder, zal dan de winnaar bekend maken. Toevallig dat twee D66 vrouwen op het podium staan om een emancipatieprijs uit te reiken? Wel toevallig, maar heel begrijpelijk. 

 Emancipatie begint met onderwijs

De Haagse emancipatieprijs is vernoemd naar Raden Kartini, de jonge Javaanse vrouw die zich inzette voor de emancipatie van vrouwen in Indonesië. Onderwijs zag ze als de eerste stap naar een betere positie van vrouwen in de maatschappij. Ondanks het feit dat ze slechts 25 jaar oud werd, heeft ze een enorme invloed gehad op de ontwikkeling van vrouwen.

Onderwijs is nog steeds de belangrijkste stap voor deelname aan de maatschappij. Voor D66 is onderwijs een speerpunt van beleid. Ingrid van Engelshoven, onze wethouder van Onderwijs, heeft in Den Haag al veel bereikt op dit gebied. Een hogere kwaliteit van onderwijs: Den Haag heeft geen zwakke scholen meer. Er is extra geld voor verlengde schooldagen en voor programma’s op brede buurtscholen. 

Emancipatie is ook een eigen inkomen

Onderwijs heeft ook een doel, namelijk goed kunnen deel nemen aan de maatschappij. Bij voorkeur met werk dat past bij je kennis en vaardigheden en waarmee je een goed inkomen kunt verdienen. Leunen op je echtgenoot of partner is er in onze maatschappij niet meer bij. Daarom is gelijke beloning voor mannen en vrouwen van belang. Nog steeds verdienen vrouwen gemiddeld 10 % minder dan mannen!  Nog steeds zijn er minder vrouwen aan de top van het bedrijfsleven dan mannen, en dat geldt ook voor de politiek. Er is nog wel wat te winnen.

Emancipatie houdt (nog) niet op 

Samen met de D66 wethouders, Marjolein de Jong en Ingrid van Engelshoven en met mijn collega in de fractie, Kim Waanders, werk ik eraan dat de positie van vrouwen versterkt wordt waar dat nodig is. Samen met een aantal vrouwen in onze afdeling gaan we meer aandacht vragen voor emancipatievraagstukken.

Irene van Geest

Wind in de rug

21 februari, 2013 door Joost Sneller

“Dit college geeft de Haagse fietser de wind in de rug.” Dat compliment deelde oppositiepartij GroenLinks vorige week uit. Directe aanleiding voor deze zeldzame ruimhartigheid waren de plannen om het fietsparkeren in de binnenstad eindelijk écht te verbeteren. Een greep: alle Biesieklettes – bewaakte stallingen – in de binnenstad gratis, de stalling onder het stadhuis toegankelijk voor het publiek, een nieuwe grote stalling (ca. 1500 plekken) op het parkeerterrein achter de Bijenkorf en bij twee nieuwbouwprojecten in de Grote Marktstraat nóg 700 plekken. Kortom, veel extra ruimte om je fiets neer te zetten.

De rijdende fiets
Dit college werkt hard om fietsen in Den Haag aantrekkelijker te maken. Zo zal aan het eind van dit jaar 80 procent van alle fietspaden – meer dan 100 kilometer – geasfalteerd zijn en dus veel comfortabeler. Op ons initiatief gaat de gemeente samen met de Fietsersbond bovendien bekijken welke paaltjes of andere obstakels van fietspaden verwijderd kunnen worden. Daarnaast is een aantal zogenaamde ‘sterroutes’ – een netwerk van snelle, hoogwaardige fietspaden – op dit moment in ontwikkeling. Een amendement van D66 en PvdA regelde dat in 2020 minstens tien van dit soort routes zijn aangelegd.

De stilstaande fiets
Mede dankzij de inspanningen van de gemeente is de fiets bezig met een opmars. Op sommige plekken veroorzaakt dit ook overlast. De stad is geen aangeharkte Zen-tuin en daar hoeven we ook niet naar te streven. Maar onder een ‘gooi maar neer die fiets’-beleid lijdt de openbare ruimte ook teveel, met alle gevolgen van dien. De gemeente gaat daarom aan de slag met een combinatie van verleiden – meer, herkenbaardere, toegankelijkere en gratis stallingen – en betere handhaving op verkeerd gestalde (wees)fietsen. Ten slotte wordt de capaciteit bij Centraal Station en Station HS de komende jaren met enkele duizenden plekken uitgebreid. Dat begint met een verdubbeling van het aantal plaatsen op het plein voor Den Haag Centraal, uiterlijk eind mei.

‘Work in progress’
Wat mij betreft was het compliment voor het fietsbeleid van dit college terecht, zeker als je bedenkt van hoe ver Den Haag moest komen. Het liefst zou ik natuurlijk zien dat deze stappen vooruit nóg sneller gaan. Ondertussen blijven de inspanningen van D66 Den Haag om onze stad fietsvriendelijker te maken niet onopgemerkt: de landelijke Fietsersbond heeft uit 10 steden één raadslid gevraagd om mee te denken over de kansen voor het fietsbeleid na de gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar. De uitnodiging die ik daarvoor mocht ontvangen, zie ik als erkenning voor de aandacht die we al jaren aan de fiets besteden. En het werk is nog niet af…

Opening buurtbibliotheek stap vooruit voor Den Haag

14 februari, 2013 door Kim Waanders

Recent opende D66-wethouder Ingrid van Engelshoven (onderwijs) in het Benoordenhout de eerste buurtbibliotheek van Den Haag. Daarmee zette zij een belangrijke stap in de hervorming van het bibliotheekwezen van onze stad. Via die hervormingen zet het college, mede op aandringen van D66, in op het in stand houden van goede voorzieningen voor alle inwoners van onze stad. De buurtbibliotheken zijn daar een goed voorbeeld van.

Wethouder Ingrid van Engelshoven las bij de opening van de buurtbibliotheek in het Benoordenhout voor aan kinderen uit de buurt.

Dat er bezuinigd moet worden in Den Haag zal niemand zijn ontgaan. Helaas is dat nodig, en ontkomen ook de bibliotheken er niet aan. Hoewel D66 liever anders had gezien, moeten de Haagse bibliotheken het nu met minder geld doen. Dat is niet anders dan in de meeste andere grote steden, waar de bezuinigingen veelal leiden tot het sluiten van meerdere bibliotheken.

Hervormingen
De manier waarop we daar in Den Haag mee omgaan, is echter wel anders dan in de meeste andere steden. Zoals op veel terreinen heeft D66 bij de bibliotheken niet gekozen voor simpel bezuinigen met de kaasschaaf, omdat dan kwaliteit bij alle bibliotheken verloren zou gaan. In plaats daarvan kiezen we in Den Haag voor structurele hervormingen. Daarbij was ons uitgangspunt dat de kwaliteit van de bibliotheken gegarandeerd blijft, en dat iedereen toegang houdt tot goede voorzieningen.

Om te beginnen blijft iedere inwoner van onze stad een hoogwaardige bibliotheek in de buurt houden. Omdat elk stadsdeel een eigen bibliotheek heeft – inclusief voorzieningen zoals internet, computers en ruime openingstijden die bij een moderne bibliotheek horen – is de dichtstbijzijnde bibliotheek voor niemand in Den Haag meer dan 2 km van huis. Voor sommige mensen is die 2 km echter nog te ver, bijvoorbeeld omdat ze niet zo mobiel zijn. Je kan dan denken aan ouderen of jonge kinderen. Voor hen worden aanvullende buurtbibliotheken geregeld, zodat ook zij makkelijk boeken kunnen lenen. Die buurtbibliotheken worden ondergebracht in andere gebouwen zoals verzorgingshuizen of brede buurtscholen, daardoor zijn nieuwe samenwerkingsvormen ontstaan. De samenwerking met deze partners creëert een meerwaarde voor de buurt en haar bewoners.

Onderwijs
Dit alles neemt niet weg dat een paar bestaande bibliotheken in Den Haag toch gesloten moeten worden, en dat is vervelend. Los van het uitlenen van boeken, spelen die bibliotheken vaak een belangrijke rol in de buurt. Veel bibliotheken bieden bijvoorbeeld huiswerkondersteuning aan voor scholieren, of allerhande cursussen. D66 is van mening dat onderwijs een taak van scholen is, via scholen bereik je bovendien alle kinderen. Bibliotheken kunnen op een aantal terreinen zoals taal- en leesbevordering en mediawijsheid wel een ondersteunende rol vervullen. Dankzij de investeringen van wethouder van Engelshoven komen er steeds meer brede buurtscholen, die een breder takenpakket hebben zoals het geven van huiswerkbegeleiding aan alle kinderen. De scholen vervullen zo hun belangrijke functie in de buurt.

Het is begrijpelijk dat mensen het vervelend vinden als hun vaste bibliotheek de deuren moet sluiten. De keuze die we in Den Haag hebben gemaakt is echter om opnieuw vast te stellen welke voorzieningen de inwoners van onze stad nodig hebben, om vervolgens met de beschikbare middelen die voorzieningen op te zetten. Dat betekent een structurele hervorming, in plaats van het bezuinigen met de kaasschaaf zoals op zoveel andere plekken gebeurt. Ik sta achter die keuze omdat het betekent dat iedere Hagenaar ook in de toekomst in de buurt boeken kan lenen, en gebruik kan maken van de diverse voorzieningen die nu door bibliotheken worden aangeboden. Daarmee vormt de opening van de buurtbibliotheek in het Benoordenhout, een stap vooruit voor Den Haag.

Een gezonde stad in 2025

7 februari, 2013 door irene

Een goede gezondheid geeft mensen optimale kansen om zich te ontplooien en om actief deel te nemen aan de maatschappij. Daarom wil D66 dat Den Haag een gezonde stad is, waar inwoners kiezen voor een gezonde leefwijze in een gezonde omgeving. Degenen die niet geheel zelfstandig kunnen deelnemen aan de maatschappij krijgen gerichte zorg en ondersteuning, zoveel mogelijk in de eigen buurt.

Dat is de kern van de visie die de werkgroep Zorg & Welzijn heeft ontwikkeld.   In een eerste document van drie en halve pagina is dit nader uitgewerkt. Het zal straks dienen als ‘onderlegger’ voor het verkiezingsprogramma. De hoofdpunten wil ik hier vast aangeven.

Een gezonde leefwijze: eigen verantwoordelijkheid met een steuntje in de rug.

De werkgroep onderstreept het belang van een gezonde leefstijl, maar mensen bepalen uiteindelijk zelf wat goed voor hen is. Wel moet  het kiezen voor een gezonde leefwijze zo eenvoudig en aantrekkelijk mogelijk worden.  We noemen hierbij voorlichting, voorzieningen op scholen,   sport en andere initiatieven op het gebied van preventie. 

Een gezonde leefomgeving: slim en groen inrichten

Een gemeente kan meewerken aan een gezonde leefomgeving door bijvoorbeeld fiets- en wandelverkeer voorrang te geven boven autoverkeer en door het versterken van het groene karakter. Hierbij noemen we als aandachtspunten verkeershinder, de inrichting van de publieke ruimte, de toegankelijkheid van gebouwen en het binnenklimaat. 

Zorg en ondersteuning: georganiseerd rondom de burger

Het oplossen van problemen op het gebied van zorg en welzijn moet gericht zijn op wat mensen kunnen en willen. Daarbij gaan we uit van de eigen kracht van mensen en van de ondersteuning die familie en vrienden kunnen bieden. We noemen daarbij het belang van zelfsandigheid en eigen regie, die ook centraal moet blijven staan bij de transitie van de AWBZ-taken naar de WMO.  Ideaal is het als de wijken levensbestendig zijn, dat wil zeggen,  dat je als je ouder wordt,  in je eigen omgeving kunt blijven en niet hoeft te verhuizen naar een wijk waar je niemand kent.  

Zorg voor kwetsbare groepen: ondersteuning gericht op participatie   

Vanwege een beperking, lichamelijk of geestelijk, kan niet iedereen zelfstandig functioneren.  Sommigen hebben langdurig (soms hun hele leven) steun nodig van anderen en van de overheid. Ook voor deze kwetsbare groepen moet participatie in de maatschappij het doel zijn. Naast de hulp aan verslaafden en dak- en thuislozen,  is er een breed scala aan ambulante zorg nodig om mensen te helpen uit de problemen te komen en te blijven. Ook dagopvang, en begeleid wonen horen daarbij. Zo veel mogelijk moet geprobeerd worden om mensen deel te laten nemen aan de maatschappij, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk in de buurt.

Dit is heel in het kort het beeld van de gezonde stad die de werkgroep voor ogen heeft.  Komende tijd zullen we op diverse plekken daarover nog van gedachten wisselen. Ik zie met belangstelling uit naar de discussies.

Irene van Geest