Archief voor januari, 2010

Spyker op z’n kop

Vrijdag, 29 januari , 2010

Als Victor Muller met een productie van enkele tientallen Spykers per jaar het grote Zweedse SAAB kan overnemen, dan kunnen wij toch een ontwikkeling van het stationsgebied en de ondertunneling onder het spoor realiseren? Dat is voor mij al lang geen vraag meer …
Beiden zijn financiële huzarenstukjes, zeker in de huidige financieel barre tijden. Maar Victor heeft laten zien, dat als je iets echt wil, bijna alles kan, ook het onmogelijke.

Nu we voor de Westfrisiaweg de Hoornse bijdrage aan de weg geregeld hebben, kunnen we ook dat andere grote infrastructurele vraagstuk oppakken: de ontwikkeling van het stationsgebied met een nieuwe verbindings- en ontsluitingsweg voor de binnenstad en de Grote Waal onder het spoor door.

Met de eenmalige middelen uit de NUON-gelden en een grote investering waarvan de lasten uitgesmeerd kunnen gaan worden over de komende decennia is dat goed mogelijk. Hoorn wil een grote stad zijn, maar bedrijft al tientallen jaren dorpspolitiek. Het is waar, je kan zo’n huzarenstukje maar eens in de 30 jaar uitvoeren, maar het vraagt vooral durf en lef om je nek op dat punt uit te steken.

Deze ontwikkeling maakt de weg vrij voor een goede, organische groei van de binnenstad, nog altijd wel de plek waar we onze dagelijkse identiteit aan ontlenen. Mag het dan ietsje meer kosten??? Desnoods geven we opnieuw VOC-aandelen uit.

Met deze ontwikkeling kan niet alleen wat aan de stad toegevoegd worden, het kan letterlijk de ruimte bieden en plek geven aan ruimtevragers die in de stad niet meer kunnen worden gehuisvest. Of het nu om auto’s of grootschalige winkelformules gaat, aan de rand liggen de oplossingen. Rond het station zou je ook best wat de lucht in kunnen en maak rond de stoomtram een mooi tijdsbeeld anno 1926. Maar voeg vooral iets toe! Moderne architectuur en unieke historie, dat kan fantastisch spannend zijn en echt, echt iets toevoegen aan onze stad. Juist in economisch slechte tijden, moet je wat durven.

Martin Luther King had een droom, hij mocht hem niet verwezenlijken. Victor Muller had een droom en is bezig hem te verwezenlijken. Laten wij onze droom oppakken en de binnenstad toekomstproof maken. Laten we de Spyker op z’n kop slaan.

Om de theetuin geleid?

Woensdag, 13 januari , 2010

Joop Willems heeft zich verslikt in zijn eigen kopje thee. Als braaf burger heeft hij zijn voornemen – om zijn prachtig opgezette tuin aan het Munnickenveld te tonen aan geïnteresseerd publiek door er een kopje koffie en thee te schenken – netjes gemeld bij de gemeente. Goede burgerzin, belangeloos, misschien zelfs met een vleugje idealisme, dat moet toch wel beloond worden zou je zeggen?

Maar de lokale politiek schiet gelijk weer in de kramp. Het lijkt wel of men met goedwillende initiatieven niet kan omgaan.

Er zijn veel gemeenten die “theetuinen” wel toestaan. Tuurlijk, je moet wel goed kijken hoe je het regelt. Het moet beperkt blijven tot thee en koffie en inderdaad geen commerciële uitbating worden. De openingstijden moeten beperkt blijven, evenals het aantal theetuinen. De reguliere horeca zal er dan zelf weinig tot geen last van hebben. Als hiermee bijzondere collecties, beelden, tuinen etc. meer openbaar worden, dan heeft dat een cultureel, maatschappelijk nut. Een broedplaats voor nieuwe ideeën. En als we ergens behoefte aan hebben, is het ontvluchten van de wereld van alle dag en nieuwe inspiraties en ideeën krijgen.

Koffiespeciaalzaken mogen ook al een tijdje in de binnenstad koffie schenken. Als er in de reguliere horeca goede koffie wordt geschonken en dat leuk wordt opgediend, dan is wat je in een speciaalzaak hebt geproefd door de reguliere horeca goed uit te nutten. Dan versterk je eerder de keten, dan dat het concurrentie geeft.

Dat kan met een beperkt aantal theetuinen ook. De gemeente moet een goed overleg met de horeca in Hoorn gaan opzetten en daar veel meer mee samen werken. Ik weet zeker dat in een goede samenwerking, ook ruimte kan worden gevonden voor theetuinen.

D66-raadslid Ina Bakker heeft zich terecht opgeworpen als voorstander van theetuinen. D66 wil in haar verkiezingsprogramma meer ruimte bieden juist voor maatschappelijke initiatieven en tegelijkertijd met allerlei organisaties, mensen en ondernemers veel meer gaan samenwerken. Het wordt tijd om de luiken naar buiten weer open te zetten, met een gemeentebestuur dat initiatieven uitlokt en frisse ideeën een kans geeft.

Aansluiten in de rij …

Dinsdag, 5 januari , 2010

“Ik zal wel even oliebollen halen”, zei ik thuis stoutmoedig. Maar het nieuws dat Jan Heistek uit de grote Oliebollentest als beste naar voren was gekomen had mij gemist. Ik schrok niet van de rij voor de kraam en niets vermoedend sloot ik achteraan aan.”Ach een half uurtje wachten voor lekkere verse oliebollen, wat is dat op een mensenleven?” Maar na een half uur kreeg ik wel in de gaten dat dit langer zou gaan duren.

Maar als ik eenmaal ergens aan begin, dan wil ik het afmaken. Ik zag dat ik niet de enigste was met die instelling. Niemand wilde de jager zijn, die met lege handen thuis aankwam. Op zo’n moment schik je je in je lot. Bovendien, zo’n rij is goed voor de sociale contacten. Ik kon even uitgebreid spreken met de voorzitter van één van de ondernemersclubs die in het zelfde schuitje zat. Maar er was meer. Een lieve moeder werd geheel uitgekafferd, anders kan ik het niet zeggen, door een 14-jarige pubi-dochter die het allemaal maar achterlijk en stom vond. Is met het zap-gedrag van de jeugd ook de rust en kalmte verdwenen? De aanwijzingen van dochterlief (neem dan krentenbollen in plaats van oliebollen, dan mag je voor) werden in de wind geslagen door moeders. Zelfs de zwartgallige buurtbewoner kon er de humor allemaal wel van inzien en bleef in opperbeste stemming op de laatste dag van het jaar. Het ontlokte bij hem zelf de conclusie ”dat ze dit thuis niet moeten zien, want dan moet ik daar vanaf nu ook aardig gaan doen.”
Logistiek zit het allemaal even tegen. De krentenbollenmix zat in de machine en iedereen kwam voor oliebollen. De krentenmix moest eerst op, dus menige verse aanvoer werd met teleurstelling ontvangen in de rij: “Weer géén oliebollen.”

Een Poolse auto schoof het parkeerterrein op. Even zag ik de verbaasde blik van de bestuurder. Hij zag de rij en zal voor even gedacht hebben weer thuis te zijn. Of zal hij al zo ingeburgerd zijn dat hij vermoedde dat de nieuwe vestiging van Mediamarkt toch op de Huesmolen werd geopend?
Na 2,5 uur en volledig versteend van de kou had ik tien oliebollen en 10 appelflappen bemachtigd. Door de telefoon meldde ik spontaan en met opluchting mijn vangst aan het thuisfront met het vriendelijke verzoek per direct een warme kruik klaar te leggen.

Volgend jaar ga ik beslist eerder jagen.