Archief voor oktober, 2009

College Hoorn zwalkt en lijkt er de brui aan te geven …

Woensdag, 28 oktober , 2009

Met gepaste schaamte heb ik de begroting 2010 doorgebladerd. Dit kan niet waar zijn, dacht ik. Dit bestuur solliciteert openlijk naar een motie van wantrouwen. Het wordt zwaar weer, dat vraagt extra stootkracht vanuit het College. Maar in dit College, dat in december 2008 al één wethouder verspeelde, en waarvan het een publiek geheim is dat 3 van de 4 niet terug zullen komen, verlangt iedereen strompelend naar het einde. Maar zo makkelijk mag zij de eindstreep niet ongeschonden halen. De Raad moet nu echt haar verantwoordelijkheid nemen en het College tot de orde roepen.

Onverantwoord, ongehoord en onrechtvaardig, zo zou ik de Collegevoorstellen vervat in de conceptbegroting 2010 aan de gemeenteraad willen samenvatten.

Ik licht dit graag toe:

Onverantwoord:
Eind 2008 kreeg iedereen goed zicht op de gevolgen van de kredietcrisis. Begin 2009 werden tientallen miljarden euro’s vanuit de Rijksschatkist in banken gestopt. Vanaf dat moment kon elk gemeentebestuur aan zijn water aanvoelen wat dat betekent voor de middelen vanuit het gemeentefonds en dus voor de gemeentebegrotingen. In Hoorn heeft men bijna een jaar de tijd gehad om met een pakket van ombuigings- en bezuinigingsvoorstellen te komen. Dit is nagenoeg niet gelukt, men schuift die hete aardappel door naar een volgende raad en college. Onverantwoord!

Ongehoord:
De forse miljoenentekorten die nu vanaf 2010 dreigen te ontstaan dekt men door eenmalige ontvangen NUON-gelden in te zetten, o.a. via vervroegde afschrijvingen. Het is in het besturen “not done” om in de laatste maanden van een bestuursperiode zulke belangrijke beslissingen voor de nieuwe verkiezingen uit te nemen. Afmaken waar je mee bezig bent en voorbereidend werk doen voor het nieuwe bestuur, dat is het adagium.
Deze grote pot aan eenmalige baten van 15 miljoen euro hoort in 2010 onderdeel te zijn van de forse ingrepen en de beperkte bestuursprioriteiten die gemaakt kunnen worden door een nieuw bestuur. Dat zal al moeilijk genoeg zijn. Dit College moet die middelen niet even snel verbrassen. Ongehoord!

Onrechtvaardig:
De OZB wordt met 3% extra verhoogd, boven de trendmatige verhoging. In plaats dat er bezuinigd wordt worden er extra lasten bij burgers gelegd, die al zoveel extra voor de kiezen krijgen in deze tijden van crisis. Onrechtvaardig!

Als voorzitter van Radio Hoorn stuiterde ik zowat van mijn stoel. Radio Hoorn wordt vanaf 2011 structureel met 50.000 euro gekort op een subsidie van 93.000 euro (de huur die wij aan de gemeente moeten betalen is al ruim 30.000 euro), terwijl nog geen half jaar geleden budget- en prestatieafspraken zijn gemaakt t/m 2013! Dit wordt nu even van tafel geveegd zonder enige vorm van discussie, vooroverleg, communicatie of mededeling. Dat terwijl sinds wethouder Van der Maat van het bestuurspodium is verdwenen de contacten stil zijn gevallen en de omroep niet eens weet onder welke portefeuillehouder zij nu valt! Wat een onrecht!

Verder vinden er geen rentebijschrijvingen meer plaats op de reserves en zo probeert het College de gaten te dichten, het is ouderwets potverteren.

“Dirk, waarom heb je niet geluisterd naar de boze klanten?”

Dinsdag, 20 oktober , 2009

De afgelopen weken bood Dirk Scheringa aan heel de wereld zijn excuses aan. Waarom deed hij dat niet toen hij nog op eigen kracht over de golven van verontwaardiging vloog? Nu zijn bedrijf definitief failliet is, is heel de wereld zijn vijand. Wat een ommekeer … Hoe geloofwaardig ben je dan? De afgelopen week rende Dirk van financierders, naar ministers, naar de rechtbank en weer terug. Luidt aangemoedigd door het eigen kritiekloze personeel en met soms zelfs een verwarrend geklap van gedupeerden, want vriend en vijand had ineens hetzelfde belang in deze soap van Goede Tijden, Slechte Tijden. Een bizar schouwspel. Dirk, die met zijn eigen fouten de banen van 2.000 medewerkers op het spel zette, werd ineens de moderne volksheld. Het is de absurde wereld anno 2009. We maken elkaar gek, denkt dan echt niemand meer gewoon na? Pijlsnel wilde Dirk zijn bank redden, had hij dezelfde snelheid betracht de afgelopen jaren bij de steeds groter wordende stroom aan klachten, dan was het nooit, echt nooit zover gekomen. Dat weet ik zeker.

Geen fan
Het klopt dat ik geen fan ben van Dirk Scheringa, nooit geweest. Maar dat heeft zo zijn redenen. Ooit nam ik me voor nooit, maar dan ook nooit voor handelsbanken te gaan werken, omdat ik niet louter voor de winst van aandeelhouders wil werken. Continuïteit is belangrijk, maar het streven naar winstmaximalisatie is niet “my way of life”. Er zijn meer belangen te dienen …
De Coöperatieve structuur van de Rabobank met ledenbetrokkenheid, waarbij de leden mee besluiten over delen van de overwinst dat sprak mij erg aan. Winst die uit de lokale gemeenschap wordt gecreëerd, voor een deel weer terugsluizen naar diezelfde lokale gemeenschap, dat is een mooi streven. Zo ging dat in de tijd van Raiffeissen, waarmee boeren de strijd konden winnen tegen financierders en landeigenaren die woekerrentes vroegen. Met veel compassie heb ik ruim 14 jaar voor de Rabobank gewerkt. Toen ik er in 1987 begon was het een stoffige bank met een veel te sociaal karakter en dus een hoge kostenstructuur. We stonden vaak te lang achter klanten, dat is ook weer niet goed. Sindsdien heeft de Rabobank zich ontwikkeld tot een toonaangevende internetbank, met een modern imago, die midden in de samenleving staat. De coöperatiestructuur die toen vooral nog op papier bestond, werd nieuw leven ingeblazen en de oude coöperatieve vereniging bleek ineens een modern antwoord in de harde maatschappij van heden. De mens stond centraal. Het ging niet om het korte termijn gewin, maar op de duurzame relatie. Klantwaarde leveren en als je dat goed deed, verdiende je er vroeg of laat ook als bank wel aan.
De kredietcrisis heeft ons geleerd dat in de wedloop en de run om de klant veel ingewikkelde producten zijn gemaakt, die qua kosten- en provisiestructuur niet altijd even doorzichtig waren. De wal heeft het schip gekeerd, om te beginnen in Amerika. Scheringa en zijn medewerk(st)ers hebben gelijk als zij wijzen op ook andere verzekeraars en banken die soms vergelijkbare produkten aanboden.

Sponsor voor schuldhulpverlening?
Maar de DSB-bank was in al zijn haarvaten wel een duidelijke exponent van die manier van bankieren waar ik me altijd verre van heb willen houden. Daarom was ik geen fan van de DSB. Ik zou om die reden nooit bij die bank hebben kunnen werken, maar ook geen klant kunnen worden. Ik ken ook medewerkers die daar zijn weg gegaan omdat ze niet met het beleid konden leven. Ik zou me diep schamen als ik iets met 80% provisie zou verkopen, of dat wettelijk mag of niet, vind ik niet relevant. Het is gewoon niet eerlijk! Het is gewoon een buitensporige winst, die niet ten goede komt van de klant. Ik kan me dus goed voorstellen dat sommige verkopers de weg naar buiten hebben gevonden. Maar Scheringa was ongetwijfeld goed voor zijn medewerkers, daar lag de kracht van zijn verdienmodel. Dus velen zullen ook gedacht hebben, gaan met die banaan en niet te veel nadenken. Dus het is logisch: Je adoreerde hem, of je verachtte hem, een middenweg is ook haast niet mogelijk. Als je geen lening bij de bank kon krijgen, dan was het bij de DSB meestal nog wel mogelijk. Veel mensen zijn daardoor juist verder in de problemen gekomen. In 2005 was ik wethouder in Hoorn en onder andere verantwoordelijk voor de schuldhulpverlening. De bedragen die wij hiervoor kwijt waren groeide fors in die jaren, terwijl het super ging met de economie. En dat terwijl de winst van meneer Dirk met nog veel meer “nullen” groeide. Ik heb toen overwogen meneer Dirk tot sponsor van het kwijtscheldingsbeleid te maken in Hoorn. Ik had daar goede argumenten voor volgens de Rabomethodiek: “Een deel van de overwinst terugsluizen naar hen via wie die winst is gemaakt.” Want velen met financiële problemen hadden juist een lening of krediet bij zijn bank. Had ik die gedachte maar doorgezet denk ik nu wel eens … Heb me vaak afgevraagd hoe hij zou hebben gereageerd …

Eenmansbedrijf zonder kritisch vermogen
Voor mij is het duidelijk dat de DSB gevallen is in de messen van het eigen beleid. DSB is altijd een eenmanszaak gebleven. Het gevaar als je groot groeit en alles zelf wil doen, terwijl je onmogelijk van alles zelf verstand kan hebben. Iedereen mocht Dirk zeggen en Dirk bepaalde alles en leidde de bank naar grote hoogten, maar door het zelf gecreëerde gebrek aan gezonde tegenstand ook tot zijn ondergang. Had zijn omgeving kritischer geweest, dan had dit wellicht kunnen worden voorkomen. Frank de Grave had gekoesterd moeten worden, maar hij stelde teveel vragen …
Zelf heb ik als toenmalig OR-voorzitter ooit mijn eigen baan op het spel gezet, maar ik vond echt dat “mijn bank” toen in een bepaalde kwestie niet goed bankierde. Ik heb het interne gevecht aangedurfd en in goed overleg hebben we toen de koers kunnen bijstellen. Als je je huiswerk goed gedaan hebt, moet de waarheid gezegd kunnen worden. Een goed bestuurder, een goede ondernemer en ook een goede bankier doet daar wat mee en koestert zijn “kritisch vermogen” in het bedrijf.

Snel je verlies nemen
DSB had zijn verlies al veel eerder moeten nemen en schoon schip moeten maken. Een half jaar geleden ging DSB pas overstag naar jarenlange kritiek. Tot vorige week was er echter nog geen akkoord met de gedupeerden. Scheringa had gewoon ruimhartig de knip moeten trekken en dan had de storm van kritiek gaan liggen en was hij voor vele tientallen miljoenen, maar met de kennis van nu voor een schijntje spekkoper geweest. Maar in plaats daarvan bleef hij ontkennen dat er grote fouten waren gemaakt en bleef hij onderhandelen, waardoor het imago van de bank verder en hard onderuit ging. Hij had snel secuur moeten snijden als een volleerde chirurg. Vooral snel en doeltreffend. In plaats daarvan bleef het bij maandenlang praten en onderhandelen en de factor tijd wordt dan je grootste tegenstander. Hij bracht daarmee zelf ongewild Lakenman in positie. Die gooide natuurlijk nog wat olie op het vuur, op zo’n kans zat hij al lang te wachten. Dat terwijl iedere bankier weet dat banken niet leven “bij de gratie van het bestaan van financiële reserves, maar op het vertrouwen van spaarders”. Dat Scheringa die cruciale fout maakte, maakt duidelijk dat hij in de kern wel een goede en slimme ondernemer is, maar geen bankier. Dat Dirk (ik ga er maar vanuit dat het serieus bedoeld is geweest) nog 5 over 12 dacht met 100 miljoen van Bos het bedrijf te kunnen redden is al even idioot. Want daarmee zou de stroom van klachten van gedupeerden en de uitstroom van spaarmiddelen niet zijn gestopt. Het bedrijf is al een paar maanden geleden failliet gegaan … misschien dat dat inzicht bij Dirk komt als hij wat meer afstand heeft genomen van de zaak.

Voor het personeel is het uiteraard triest, zeker voor hen die op meer administratieve functies zaten. De managers en het commercieel personeel wist zelf beter, me dunkt. Met hen heb ik minder medelijden …

Investeren in GGZ-zorg is investeren in een menselijke en veelkleurige samenleving …

Zaterdag, 3 oktober , 2009

Als ik naar West-Friesland kijk zie ik een gebied dat een forensengebied is (veel mensen hebben werk in het zuiden van de provincie) en een bovengemiddelde vergijzing kent (door de onevenwichtige leeftijdsopbouw door onder andere de voormalige groeikernen). Beide bewegingen hebben zo hun effecten op de sociale structuren in de regio. Voeg daarbij de van oudsher hoge GGZ-factor in dit gebied en de bezuinigingen die de afgelopen jaren juist in dit werkveld zijn doorgevoerd … en je hebt een serieus knelpunt te pakken.

Bovendien groeit de populatie die met een vorm van geestelijke problematiek te maken heeft nog steeds. Logisch ook, de wereld om ons heen verandert steeds sneller en wordt steeds complexer. Zo zijn er anno 2009 bijna 100.000 mensen in Nederland die met een vorm van chronische en psychiatrische problematiek te maken hebben, maar wel zelfstandig (moeten) wonen. Bij de bezuinigingen op de dagbesteding vanuit de AWBZ kan je wat dat betreft grote vraagtekens zetten.
De problemen bij Dijk en Duin, diverse private zorgaanbieders kwamen in de financiële problemen, de fusiebewegingen van de GGZ in West-Friesland, het functioneren van het Basisberaad, bij al deze zaken zijn de nodige kritische noten te plaatsen …

Daarom kan het niet anders dan dat de Westfriese gemeenten (en de centrumgemeente Hoorn in het bijzonder) een meer coördinerende en sturende rol zullen moeten gaan pakken op het terrein van de GGZ. Ook omdat de GGZ-zorg nog altijd door de aanbodkant gedomineerd wordt. Het vertrekpunt is eerder het belang van de zorginstellingen, de zorgverleners dan van de patiënt, de zorgklant. In het woud van regels en logge instanties raakt de zorgklant snel verstrikt of kruipt juist verder terug achter de voordeur. Onafhankelijke zorgmakelaars (gefinancierd vanuit de WMO) kunnen de positie van de zorgvrager versterken. Voor de kwaliteit van de zorg is het belangrijk dat de GGZ-zorg meer vraaggestuurd wordt. Gemeenten hebben van oudsher weinig met het GGZ-werkveld te maken gehad, dat was meer het terrein van het Rijk en de Provincie. Daarom zijn gemeenten, los van de financiële consequenties (niemand wil graag financieel probleemeigenaar worden), de afgelopen jaren terughoudend geweest om nieuwe taken op te pakken of te financieren vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Begrijpelijk, maar of dat ook verstandig is???

Want ik denk dat er juist een behoorlijke noodzaak is gelet op de hierboven geschetste (historische) “trends” en bijvoorbeeld het vervallen van vormen van dagbesteding vanuit de AWBZ om gemeenten te overtuigen een krachtigere rol te pakken.

Verder is het opvallend geweest dat de gemeenten zich zo vreselijk weinig hebben geroerd in de discussie over de forse bezuinigingen in het GGZ-werkveld in West-Friesland de afgelopen jaren. Ondanks de forse bezuinigingen bij Rijk en gemeenten een werkveld waar veel prioriteit aangegeven moet worden. Globalisering en individualisering mag niet lijden tot een maatschappelijk stelsel waar het recht van de sterkste geldt. Zorg voor de (sociaal) zwakkeren is niet alleen van belang voor deze doelgroep zelf, het zal de kwaliteit van de samenleving als geheel ten goede komen. GGZ-cliënten moeten een volwaardig bestaan kunnen leven midden in de samenleving …